Pasen komt er weer aan en dat stelt ons als moderne westerlingen steeds opnieuw voor de vraag: wat moeten we hiermee? Vieren of niet? Even stilstaan bij de reden en de betekenis van het feest, of vooral paaseitjes smullen en snel voorthollen? Onze cultuur spoort ons enthousiast aan om te feesten zelfs zonder enige reden: het is natuurlijk de commercie die deze ‘hogere filosofie’ als een seculier gebod uitbazuint, want de economie moet draaien. Zijn we dan collectief volleerde en doorwinterde materialisten aan het worden?
De oorspronkelijke betekenis van de grote christelijke feesten wordt in onze cultuur steeds meer onder de mat geveegd. Nochtans vertegenwoordigen zij vitale en essentiële waarden in het DNA van de westerse beschaving. Als rond Pasen alleen de chocolade paashaas en de eitjes overblijven, is het droevig gesteld met de spiritualiteit van de humanistische mens.
Met Pasen wordt nochtans wereldwijd, nog steeds door 2,5 miljard christenen, de opstanding van Jezus uit de dood gevierd. Voor velen klinkt dit misschien als ‘oude verhaaltjes’ uit een héél oud boek, maar er zit veel meer achter. Wat Jezus daar aan dat kruis deed, geldt voor christenen als de hoogst denkbare prestatie ooit.
Even een omwegje als aanloop om dit te kaderen. Vandaag kennen wij ontelbaar veel soorten wedstrijden ‘voor het eerst, verst, hoogst, langst…’: we zijn dol op kampioenschappen en records! Er bestaan ± 400 officieel erkende sporten, en volgens de World Sports Encyclopedia meer dan 8.000 sporten en spelvormen wereldwijd. Daarbuiten heb je nog de gekste competities in zoveel mogelijk hamburgers eten, luchtgitaar spelen, teenworstelen…
Welk nut hebben zulk soort wedstrijden, wat leveren ze op? En als zo’n topsporter indrukwekkende spieren heeft, of een record met een miliseconde scherper stelt, is hij daarom een indrukwekkend méns? Wat heeft hij écht bewezen? Geeft dat hem meer spreekrecht of gewicht dan u en mij? De nuchtere Johan Cruijff zei al: ‘Voetbal is de belangrijkste bijzaak ter wereld.’
Er is de laatste decennia een echte aardverschuiving gekomen in de waarden van de westerse cultuur. Wie wordt namelijk op de podia geheven of geroemd? Er was een tijd dat dat – in katholieke landen althans – met de heiligen gebeurde. Vandaag kijken we daar wat meewarig naar, en toegegeven: de hele santenboetiek was behoorlijk uit de hand gelopen. Maar er zat wel een diepzinnige reden achter de verering: omdat deze mensen staan voor spirituele en morele waarden zoals naastenliefde, zachtmoedigheid, geloof, trouw, zelfopoffering, dienstbaarheid – zoals vele pater Damiaans en moeder Teresa’s.
Vandaag doet onze cultuur lacherig en neerbuigend over vroomheid of deugdzaamheid, reinheid of eerbaarheid – als ‘hopeloos ouderwetse’ en voorbijgestreefde deugden. Maar het woord ‘heilig’ is verwant met ‘heel’, (Engels) whole, holistisch, uit één stuk dus.
We lachen met ‘heiligheid’ maar snakken naar ‘integriteit’: hoezo?
Paulus omschrijft als de hoogste deugden in de christelijke moraal ‘geloof, hoop en liefde’, en voegt er onmiddellijk aan toe dat de liefde van deze drie de hoogste is (1 Kor. 13:13). Want zeker ook de moeilijkste: omdat onze natuurlijke zelfgerichtheid zo diep ingebakken zit. Omdat jezelf overwinnen veel moeilijker is dan een wereldrecord breken.
Zo komen we dus weer bij Jezus uit: dat hij bewust, met overtuiging en vrijwillig zijn kruisiging tegemoet stapte, is bovenmenselijk. Wie zou het hem nadoen? Hij wist welke foltering op hem wachtte, geseling, slagen, bespotting en zes uren van de gruwelijkste pijnen. Een sportkampioenschap winnen vraagt ook veel opofferingen, discipline en pijn, maar niet zoals deze.
De Mount Everest beklimmen is extreem, ‘bijna sterven’. Maar de top van morele volmaaktheid bestijgen is helemaal ‘sterven aan jezelf’. Dat is echter wat liefde doet: sterven aan zichzelf, het directe eigenbelang of comfort. Streven naar perfectie in de liefde vereist een ander soort, innerlijke discipline: pijn kunnen incasseren aan je ego. Het was of is nooit de populairste ‘hobby’. Men noemt deze de ‘zachte waarden’, maar ze zijn zeker niet voor watjes: ze vragen bikkelharde tests in karaktersterkte.
Wie echter beoefent deze ‘edele disciplines’ vandaag nog? In onze cultuur worden ze in ieder geval niet financieel beloond noch massaal geliket in sociale media. Dat deze waarden niet meer geleerd of voorgehouden worden, is waarschijnlijk de grootste reden voor de verharding of verzuring in onze maatschappij. Zachtmoedigheid wordt geridiculiseerd als zwakheid. Macho is weer ‘in’. De wereld is aan de brutalen.
Ach, ben ik extreem naïef als ik droom van een wereld waar WK’s worden georganiseerd in integriteit en liefde, Nobelprijzen worden uitgereikt voor trouw en onbaatzuchtigheid, eredoctoraten in zelfopoffering en barmhartigheid? Nee, ik vind het écht niet eerlijk noch proportioneel dat gouden medailles vooral gaan naar gespierde benen of alle applaus naar uiterlijke schoonheid: waarom niet naar hen die ‘de linkerwang toekeren’ en hun vijanden zegenen, wat waarschijnlijk het toppunt is van liefde?
Deze waarden beoefenen zou wel uiterst ‘nuttig’ en relevant zijn vandaag en een wereld van verschil uitmaken in alle hedendaagse wereldconflicten en oorlogen. Ik weet het: ik ben héél naïef. Maar ik verkies te geloven dat de liefde aan het einde zál overwinnen, dat haat niet het laatste woord heeft, dat de dood al overwonnen is. Jezus geloofde dat en ging door: hij zag het Koninkrijk van God al vóór zich, een nieuwe wereld waar de kronen aan het juiste soort ‘helden’ zullen toekomen. Hij was geen naïeve dromer, maar een visionair. En 2,5 miljard mensen volgen hem daarin. Naïef of hoopvol?
Misschien kan Pasen een aanleiding zijn om toch drie minuten – de leestijd van dit artikel – bij onze échte waarden stil te staan?


