Bevrijd Syrië? Traditionele houding van vele moslims tegenover christenen zal ook moeten veranderen

Origineel gepubliceerd op Knack, op Cathobel, in het Nederlands Dagblad en La Croix.

“Dit is het einde van de lange en rijke geschiedenis van christenen in Aleppo.” Zo treurde katholieke aartsbisschop van Homs Jacques Mourad begin vorige week. Hij zag christelijke vluchtelingen binnenstromen in zijn stad na het offensief van ‘jihadistische’ rebellengroepen tegen Aleppo. Mourad zal ongetwijfeld teruggedacht hebben aan de opkomst van IS, dat net als al-Jolani’s Hayat Tahrir al-Sham een afsplitsing van al-Qaeda is. Toen werd Mourad ontvoerd, gefolterd en vijf maanden opgesloten door jihadisten.

Een week na zijn beklag, met de val van Hama, Homs, Damascus en president Assad achter de rug, is Mourad’s discours volledig omgeslagen. “Het is een mirakel, tot vandaag ben ik nooit echt vrij geweest,” stelt hij in een interview met RTL. Zelfs in zijn IS-cel was hij vrijer dan onder het repressieve regime van Assad, beweert hij met overdrijving, verwijzend naar de intense tijden van innerlijk bevrijdend gebed die hij daar ervoer. Mourad verwerpt nu ook de term ‘jihadisten’ voor al-Jolani’s rebellen: “Zijn groepering representeert het vermorzelde Syrische volk,” zegt hij stellig.

Mourad’s ommekeer kwam er nadat hij zag hoe de rebellenleiders overal waar ze kwamen plaatselijke, kerkelijke overheden bezochtten om hen te verzekeren dat ze geen geweld te vrezen hadden. Mourad werd zelfs door al-Jolani himself bezocht. Dat gesprek stelde hem gerust: er zou vrijheid van geloof komen, en onder andere christelijke scholen zouden opnieuw open mogen.

Onzekerheid

De vraag is uiteraard of het zal lukken om die droom waar te maken: een Syrië voor alle Syriërs. Niet alleen voor soennieten als de rebellen van al-Jolani, maar ook voor Koerden, droezen, jezidi’s, alawieten en christenen. Een christelijke vriend uit Homs die asiel kreeg in Canada klonk hoopvol toen ik hem contacteerde. Hij uitte echter ook de vrees dat er opnieuw islamisten zouden komen, die christenen zouden doden, de djizja belasting voor niet-moslims zouden afdwingen, en christelijke meisjes zouden ontvoeren om er seksslaven van te maken. Net als IS dat deed. Voor de burgeroorlog waren de Syrische christenen met meer dan twee miljoen in het land. Vandaag zijn dat er nog amper driehonderdduizend.

Verder zijn de gevechten in Syrië nog niet voorbij, ondanks de val van Assad. Israël bombardeert al enkele dagen massaal militaire doelwitten en Israëlische troepen zouden tot 25km van Damascus genaderd zijn. In Noord-Syrië blijven Turkije en haar partners van het Syrische Nationale Leger dan weer vechten tegen Koerden en begaan er volgens ooggetuigen wreedheden tegen Koerden, jezidi’s en christenen. Turkije en het voorafgaande Ottomaanse rijk hebben een lange traditie van onderdrukking en etnische zuiveringen van minderheden, van de genocide op Armeense en Assyrische christenen een eeuw geleden, tot de onophoudelijke strijd tegen Koerden vandaag. Hoewel de bevrijdende opmars tegen Assad er naar alle waarschijnlijkheid met expliciete toestemming van Erdogan kwam, toont de Turkse president zich een bedreiging voor verdere vrede en vrijheid in Syrië.

Sociaal contract

Hoe minderheden behandeld worden zal de successbarometer van een nieuwe Syrische regering zijn. Von der Leyen stelde al dat de EU klaar staat om het land mee herop te bouwen. Als minderheden beschermd worden. Noch een traditioneel islamitisch regime, waarbij minderheden in het beste geval tweederangsburgers zijn, noch een ongemakkelijk machtsverbond tussen minderheden tegen de soennietische meerderheid, zoals onder Assad, zal werken. Een nieuw sociaal contract is aan de orde.

Jihad Youssef, de overste van bisschop Mourad’s voormalig klooster nabij Homs, schreef zondag een open brief naar de christenen van Syrië. Youssef roept hen op tot een nieuwe mentaliteit: verwerp de logica van religieus conflict en confrontatie, omarm je moslimbuur en het feit dat je tot een kleine minderheid behoort. “De kerk die kan overleven is een kerk die van de islam houdt … een kerk die niet bang is om een kleine kudde te zijn, die niet bang is om te verliezen, in de zin van zelfopoffering, wat de houding van het kruis is.”

Maar, hij voegt eraan toe dat de traditionele houding van vele moslims tegenover christenen ook moet veranderen. De dhimmistatus van joden, christenen en anderen onder islamitisch bewind heeft vaak geleid tot “geslotenheid en zelfs wrede, vernederende vervolging.” Youssef erkent wel historische periodes van gastvrije openheid, maar stipt aan dat ook die plaatsvonden binnen het dhimmisysteem.

Zijn oproep aan Syrische moslims, in de eerste plaats al-Jolani en andere toekomstige regeringsleiders, is een hervorming van het dhimmistatuut. In plaats van morele hiërarchie, zou het gelijkheid en afhankelijkheid moeten beduiden. Want alle Syriërs moeten gelijk zijn, maar de christelijke minderheid moet ook erkennen dat ze de soennitische meerderheid nodig heeft voor haar voortbestaan. “We zullen verdwijnen als jullie, moslims, ons niet steunen,” concludeert hij.

Vrij

Vijf jaar lang keek ik vanuit mijn appartement in de Libanese Bekaavallei op de bergkam die Libanon en Syrië scheidt. Ik droomde van het legendarische Damascus en de uitgestrekte woestijn die erachter schuilden. Van het multiculturele Aleppo en de machtige Eufraat. Van eeuwenoude kloosters en monumentale moskeeën. Maar vooral van een vrij Syrië, vrij van haat, geweld en onderdrukking. Vrij voor allen om te geloven wat ze willen. Vrij voor mijn vrienden en kennissen om hoopvol naar terug te keren. Vrij voor mij om hen veilig te bezoeken.

Vandaag krijgt Syrië een grote kans op vrijheid. Ik bid dat de tekenen van hoop die de voorbije week brachten, met boodschappen en daden van interreligieuze genade, meer vrucht zullen dragen dan de duisterdere tekenen die er ook zijn. Ik hoop met heel mijn hart dat Syrië echt vrij zal worden.

De nieuwe ommekeer van Ayaan Hirsi Ali

Origineel gepubliceerd in Tertio.

Ayaan Hirsi Ali (54) schopte het twintig jaar geleden van Somalische vluchtelinge tot Nederlands Kamerlid. Opgegroeid in een islamitische traditie werd ze op haar vijfde in opdracht van haar grootmoeder besneden. Het gezin ontvluchtte de oorlog in Somalië en kwam via Saoedi-Arabië en Ethiopië in Kenia terecht, waar Ayaan op school onder invloed kwam van radicaal-islamitische denkbeelden. Ze werd lid van de Moslimbroederschap en begon fanatiek haar geloof uit te dragen. Er werd haar ingeprent joden hartgrondig te haten en alle vriendschappen met niet-gelovigen te verbreken. In 1992 werd de 23-jarige Ayaan uitgehuwelijkt aan een verre neef in Canada en toen ze op weg daarheen even in Duitsland was, slaagde ze erin naar Nederland te vluchten: ze vroeg en kreeg er politiek asiel en de Nederlandse nationaliteit. Ze werkte als tolk, studeerde politicologie, ging in de politiek en werd in 2003 voor de liberale VVD verkozen in de Tweede Kamer. 

Lees verder op Tertio met een gratis maandlang proefabonnement.

Liefde en gastvrijheid zijn het beste tegengif voor radicalisering

Origineel gepubliceerd op Knack.

Extreemrechts zit in de lift. ‘Multikulti’ heeft gefaald, klinkt het. Vooral de islam wordt als zondebok aangewezen. Van Grieken, Wilders, Le Pen, Meloni, Orbán en co. betreuren dat een traditioneel christelijk Europa verwatert door een groeiend aantal moslims. ‘Omvolking’ noemen sommigen het.

Geert Wilders deed ooit de volgende uitspraak in The Guardian: “Ik haat moslims niet. Ik haat hun boek en ideologie.” De Koran is volgens hem fascistisch en spoort aan tot geweld. Het programma waarmee hij de Nederlandse verkiezingen won, wil dan ook een verbod op de Koran, moskeeën en islamitisch onderwijs. Maar in moslims zelf wil hij investeren, zegt hij. Zolang ze maar bepaalde interpretaties van de Koran niet aanhangen. Hoe ze de Koran nog zullen interpreteren wanneer die verboden is, is maar de vraag.

In de praktijk is het moeilijk om gelovigen te respecteren en tegelijkertijd hun godsdienst te haten. Zeker onder de extreemrechtse achterban leeft er regelrechte moslimhaat. Één interpretatie van de islam als de juiste naar voren schuiven en nationaal beleid erop baseren maakt het probleem systemisch. Zo schildert extreemrechts gewelddadige moslims als ‘de echten’ af en worden vreedzame moslims mee tweederangsburgers gemaakt. Want volgens Wilders moeten “Nederlanders weer op 1”.

Ook vreedzame moslims zullen dus Wilders’ ‘kopvoddentaks’ moeten betalen. Dat is een belasting op het dragen van een hoofddoek die hij ooit wou invoeren. Dat hij daarbij dezelfde praktijken hanteert als die die hij veroordeelt in de islam – de discriminerende djizja belasting op joden en christenen – maakt dan niet uit. Het doel heiligt de middelen.

Islamitisch geweld

Onlangs kwam Jacques Mourad, de Syrisch-Katholieke aartsbisschop van Homs naar België ter gelegenheid van de uitgave van de Nederlandse vertaling van zijn biografie “Een gegijzelde monnik”. Hij is een christen die kan meespreken over islamitisch geweld. Hij groeide op in Aleppo in een christelijke ‘ghetto’ met verhalen over de Ottomaanse genocide op christenen. Zijn grootouders ontsnapten ternauwernood, maar vele grootnonkels en -tantes stierven. Als monnik en priester tijdens de Syrische burgeroorlog werd Mourad zelf ontvoerd en gefolterd door IS. Later werd zelfs zijn hele parochie gegijzeld en enkele mannen onthoofd.

Net zoals Wilders traceert Mourad de bronnen van dit geweld tot de Koran. En toch komt hij tot een heel andere conclusie wat moslims betreft.

Liefde en gastvrijheid

Als jonge monnik, geroepen om in een klooster in de Syrische woestijn te gaan wonen, werd Mourad uitgedaagd door een Italiaanse priester om in vriendschap te leven met de omwonende moslims. “Die Italiaan durfde ons hiertoe aan te sporen, wij die al generaties onder moslims wonen, wij, wiens voorouders werden afgeslacht door de Mammelukken en Ottomanen?!” Hij begon zichzelf echter in vraag te stellen wanneer hij ontdekte dat ook de Katholieke Kerk zelf sinds Vaticaan II gelovigen hiertoe aanspoort.

Maar uiteindelijk was het vooral Mourads eigen ervaring van vriendschap en samenwerking met moslims die tot zijn ‘bekering’ leidde. Hij realiseerde zich dat “moslims tenslotte ook geschapen en geliefd zijn door God, net als ieder ander.” Hij zag dat de overgrote meerderheid moslims niet tot geweld wordt gedreven door de islamitische tradities, maar net tot een trouwe, vreedzame zoektocht naar God. Toen hij een klooster in Syrië oprichtte, bouwde hij het dan ook uit tot een plaats van ontmoeting en vrede, waar zowel christenen als moslims welkom waren.

Mourads ontvoering en marteling door IS deden hem verrassend genoeg niet van gedacht veranderen. Integendeel. Tijdens zijn gevangenschap ontwikkelde hij medelijden voor zijn ontvoerders doorheen gebed: hij leerde hun zien als slachtoffers van een demonische ideologie. En wanneer moslims hun levens riskeerden en stierven om hem en zijn parochianen te helpen ontsnappen, leerde Mourad zijn grootste les. Met de woorden van Jezus vraagt hij: “Is er een grotere liefde dan dat iemand zijn leven geeft voor zijn vrienden?”

Een les voor Wilders en co.

Dat er geweld in de islamitische traditie zit, staat buiten kijf, zegt Mourad. Dat er inspiratie voor vreedzaam samenleven te putten is, is eveneens waar. Volgens Mourad is het aan vreedzame moslims om geweld in naam van de islam te veroordelen en te bestrijden. Dat is exact wat de Gentse imam Khalid Benhaddou deed, toen hij Mourad zijn verontschuldigingen aanbood voor wat IS hem aandeed in naam van de islam.

Voor Mourad is het ook duidelijk hoe christenen met moslims moeten omgaan. En nu moeten Wilders en co goed luisteren, want zij beroepen zich op de christelijke traditie. Dat een steeds meer pluralistisch Westen riskeert te fragmenteren noemt Mourad een reëel risico. Dat sociaal-economisch achtergestelde moslims vatbaarder zijn voor radicalisering, noemt hij ook een realiteit.

Maar “als we moslims gewoon wegduwen, zal de haat alleen maar toenemen,” zegt Mourad. Moslims die geweld hanteren moeten veroordeeld worden, maar scheer niet alle moslims over één kam. Maak ze zeker niet tweederangsburgers. Dan handel je als IS. Mourad stelt dat “als we het christelijke getuigenis van universele naastenliefde geven, kunnen we het sluimerende geweld ontwapenen.” Liefde en gastvrijheid zijn het beste tegengif voor radicalisering.

Als de Europese extreemrechtse bewegingen het echt menen wanneer ze zich beroepen op de christelijke traditie, dan moet hun discours over moslims fundamenteel veranderen. Niet dat ze op een opengrenzen beleid moeten aansturen. Wel dat ze de hand moeten uitsteken naar moslims. In dialoog gaan om de fragmentering van de maatschappij te overkomen. Moslims respecteren als evenwaardige burgers.

Want ook moslims mogen op 1.

Palestijnse christenen zitten tussen zionistische hamer en islamistisch aambeeld

Origineel gepubliceerd in De Standaard.

Op 20 oktober werd een haastig georganiseerde doopviering gehouden in de Grieks-orthodoxe Sint-Porphyriuskerk in Gaza. Sinds het begin van de Israëlische bombardementen had die kerk onderdak geboden aan honderden moslims en christenen. Maar op 19 oktober werd een van de gebouwen op het kerkterrein gebombardeerd, waarbij 18 Palestijnse christenen omkwamen. De helft van hen kinderen, onder wie enkele ongedoopte baby’s. Daarom werden een dag later negen andere baby’s overhaast gedoopt. ­Beter gedoopt dan ongedoopt sterven, was de redenering.

Hoewel de termen ‘Arabier’ en ‘Palestijn’ vaak gelijkgesteld worden met ‘moslim’, kent het Arabische christendom een lange geschiedenis in het Heilige Land. Arabische christenen traceren hun aanwezigheid daar tot de dag van Pinksteren, toen Petrus het goede nieuws van Jezus’ opstanding predikte aan duizenden in Jeruzalem, onder hen ook Arabieren.

Toch lijkt die lokale christelijke ­gemeenschap op haar laatste benen te lopen, onder zware druk van haar abrahamitische buren. Volgens de Palestijnse voorganger Mitri Raheb uit Bethlehem zijn christenen in Gaza met uitsterven bedreigd. ‘Ik weet niet zeker of ze de Israëlische bombardementen zullen overleven, en zelfs als ze die overleven, denk ik dat velen van hen zullen emigreren.’ Raheb en ­enkele prominente christelijke Palestijnse organisaties schrijven in een open brief hoe de onvoorwaardelijke steun voor Israël van veel westerse christenen bijdraagt tot die teloorgang, en roepen hen op zich daarvan te bekeren.

De christelijke gemeenschap in het Heilige Land is al langer in verval. Demografisch kwam het hoogtepunt net vóór de islamitische veroveringen in de 7de eeuw. Vanaf toen gingen velen zich tot de islam bekeren, vooral om te ontsnappen aan de status van tweederangsburgers die ze als dhimmi hadden onder islamitisch bewind. Toch was in 1914 nog altijd 15 procent van de lokale bevolking christen, volgens een Ottomaanse volkstelling.

Meer nog, christenen speelden op dat moment een belangrijke rol in de nahda, de Arabische ‘renaissance’ die volgde op grote Ottomaanse hervormingen. Bij die hervormingen werd discriminerende wetgeving tegenover niet-moslims opgeheven. Arabische christenen, moslims en joden ontwikkelden toen een Arabisch nationalisme met een visie voor pluralistisch samenleven.

Doodgebloed op straat

De instroom van joodse migranten uit Europa ontdeed die korte heropleving van de christelijke gemeenschap. Toen in 1948 de staat Israël gesticht werd, verloren 750.000 Palestijnse moslims en christenen hun huizen en dorpen in wat zij de nakba noemen, de catastrofe. Sindsdien is massa­migratie de nieuwe realiteit voor ­Palestijnse christenen.

Vandaag zijn er in Gaza nog een kleine duizend christenen. Net als hun islamitische buren lijden zij al jaren onder de economische, sociale en militaire gevolgen van de Israëlische blokkade van de Gazastrook. Extra pijnlijk is dat hun de toegang ontzegd wordt tot de heilige plaatsen in Bethlehem en Jeruzalem. En vandaag sterven Gazaanse christenen dus net als andere Palestijnen onder Israëlische bombardementen en spervuur. Zo bloedde de 84-jarige katholiek Elham Farah onlangs op straat dood nadat ze door Israëlische soldaten neer­geschoten werd toen ze haar schuilplaats in de Heilige Familiekerk in ­Gaza verliet.

Boven op die druk vanuit zionistische kant komt de vijandigheid van Palestijnse islamisten. Sinds het islamisme in de jaren 80 het meer pluralistische Arabische nationalisme verving als drijvende kracht in het verzet tegen Israël, worden christenen weer vaker als tweederangsburgers behandeld. Enkele jaren geleden werden er zelfs doodsbedreigingen geuit en werd de protestant Rami Ayyad, de manager van een christelijke boekenwinkel in Gaza, vermoord.

In die precaire situatie, tussen zionistische hamer en islamistisch aambeeld, is migratie voor Gazaanse christenen een overlevingsmechanisme. Hun emigratiecijfer ligt dan ook erg hoog. Spijtig genoeg leidt dat rechtstreeks tot het uitsterven van een eeuwenoude inheemse christelijke gemeenschap.

Die dynamiek blijft overigens niet beperkt tot Gaza. Christelijke gemeenschappen op de Westelijke Jordaanoever staan onder soortgelijke druk. In Bethlehem, de geboorteplaats van Jezus, daalde de christelijke populatie vooral onder de Israëlische bezetting, maar ook onder islamistische druk, van 85 procent in 1947 naar 40 procent in 1998 en 12 procent in 2016. In de Armeense wijk in Jeruzalem hielden christenen onlangs een gebeds- en verzetswake tegen kolonisten die eigendommen van het patriarchaat met bulldozers dreigen te vernielen.

Het laatste woord is liefde

Omdat christenen in het Heilige Land gemiddeld beter opgeleid zijn en banden hebben met het traditioneel christelijke Westen, kunnen zij gemakkelijker emigreren dan moslims. Maar de lokale kerken zien met lede ogen aan hoe hun gemeenschappen verdwijnen. Het is mooi dat we in het Westen opvang bieden aan die wanhopige christenen. Maar wat kunnen we doen opdat emigratie niet hun enige uitweg blijft? Wat kunnen we doen opdat ze opnieuw wat meer van die oude christelijke deugd mogen ervaren: hoop?

Om de druk op Palestijnse christenen te verlichten zijn er structurele politieke en sociale oplossingen nodig. Maar in het Heilige Land laten die al 75 jaar op zich wachten. Menselijk gezien is er dus weinig hoop. Daarom putten veel Palestijnse christenen hoop uit een andere bron.

De open brief van Raheb en anderen eindigt met deze woorden: ‘In de afwezigheid van alle hoop roepen wij onze kreet van hoop. Wij geloven in god, goed en rechtvaardig. Wij geloven dat gods goedheid uiteindelijk zal zegevieren over het kwaad van haat en dood dat nog altijd in ons land bestaat. We zullen hier “een nieuw land” en “een nieuwe mens” zien, die in staat is om in de geest op te staan om ieder van zijn of haar broeders en zusters in dit land lief te hebben.’

Waarom werden baby’s gedoopt te midden van intense bombardementen, een schijnbaar nutteloze daad? Omdat Palestijnse christenen hopen en geloven dat haat en dood niet het laatste woord zullen hebben, maar dat de liefde zal overwinnen.

Hoe karikaturaal denken antisemitisme en islamofobie voedt

Origineel gepubliceerd op Knack.

In het Russische Dagestan bestormde een wilde menigte de lokale luchthaven op zoek naar Joden uit Israël. In Lyon stak een man een Joodse vrouw neer en schilderde een hakenkruis op haar deur. In Duitsland werd een synagoge met Molotovcocktails bestookt. Op pro-Palestijnse demonstraties worden hier en daar slogans zoals “vergas de Joden” gescandeerd.

Al gaan de vergelijkingen met de pogroms van de 20e eeuw in Rusland en Duitsland niet helemaal op, de gelijkenissen zijn onheilspellend. Statistieken tonen al langer aan dat een significante minderheid Belgen wantrouwig staat tegenover joden en volgens de organisatie Shmira steeg het aantal meldingen van antisemitisme in België enorm sinds de nieuwste oorlog.

Ondertussen werd in Amerika een 6-jarige Palestijnse jongen doodgestoken, steeg het aantal meldingen van islamofobie in het VK en de VS enorm, en werden in Europa uitingen van steun aan de Palestijnen onderdrukt. Amerikaanse moslims herinneren zich goed de golf van islamofobie die volgde op 9/11 en voelen zich vandaag opnieuw geviseerd, net als Belgische moslims die met argusogen bekijken hoe het Vlaams Belang een kwart van de Vlaamse stemmen lijkt te gaan oprapen in 2024.

Veralgemeningen

Veel antisemitisme en islamofobie is gebaseerd op karikaturaal en veralgemenend denken: dat alle Joden of moslims één uniform geheel zouden vormen. Aangezien het geheel als monolithisch gezien wordt, kan de hele groep verantwoordelijk gehouden worden voor de daden van enkelen.

Zo riep de Duitse president bijvoorbeeld zijn landgenoten van Arabische origine op om zich expliciet van Hamas te distantiëren. De implicatie is dat Arabieren per definitie verdacht zijn van jihadistische sympathieën, tenzij ze het tegendeel bewijzen. Dat Arabische moslims al jaar en dag jihadisme intern bestrijden en dat de meerderheid van moslims in het Midden-Oosten jihad als een interne strijd definieert, wordt daarbij volledig genegeerd.

De Duitse president zijn karikaturale discours over Arabieren heeft een parallel in de eeuwenoude antisemitische beschuldiging dat Joden een vijfde colonne zouden vormen: loyaler aan het jodendom dan aan het land waar ze wonen. Of vertaald naar vandaag: blinde steun voor elk detail van Israëls oorlog in Gaza. Dat vele Joden in Israël en daarbuiten kritisch zijn voor Israëlische politiek, dat Amerikaanse Joden massabetogingen voor een staakt-het-vuren organiseerden, of dat de meeste Joden onderscheid maken tussen Hamas en Palestijnse burgers, wordt met de karikaturale veralgemening onder de mat geveegd. En dus krijgen nietsvermoedende Belgische Joden vandaag agressieve anti-Israël leuzen naar het hoofd geslingerd.

Karikaturen doorbreken

Stellingen als “alle Joden zijn x” of “alle moslims zijn y” zijn duidelijk onjuist. Alsof de spreker alle 16 miljoen Joden of 1.8 miljard moslims ter wereld kent. Men nuanceert dan vaak dat ‘de meeste’ joden of moslims bedoeld worden. Maar ook dat komt al te vaak neer op een veralgemening op basis van enkele mediagenieke voorbeelden die onterecht als representatief worden beschouwd.

Voor velen bevestigt de berichtgeving over Hamas de oriëntalistische basis van hun denken over moslims. Hetzelfde gebeurt met Israëls buitensporig geweld tegenover de Palestijnen en karikaturaal denken over Joden. Selectieve berichtgeving en selectieve doofheid van de kant van de luisteraar maken dit soort antisemitische en islamofobische karikaturen mogelijk.

Om hiertegen in te gaan moeten onze echokamers doorbroken worden. Joden en moslims persoonlijk leren kennen zal helpen. Ze op sociale media volgen ook. Regelmatig naar andere berichtgeving luisteren helpt ook, bijvoorbeeld The Times of Israel en al Jazeera. Zo zal het moeilijker worden om onze monolithische karikaturen in stand te houden.

Dit is echter geen wondermiddel. Als we niet heel bewust kiezen om onze vooroordelen in vraag te stellen, om écht te luisteren naar andere perspectieven en ze het voordeel van de twijfel te geven, zal deze aanpak onze vooroordelen enkel versterken, en zal de vruchtbare bodem voor antisemitisme en islamofobie blijven bestaan.

Hamas ontmenselijkt zichzelf met hun demonische daad. En toch mogen wij ze niet ook nog eens ontmenselijken

Origineel gepubliceerd in De Morgen.

Na de gewelddadige inval van Hamas militanten op zaterdag 7 oktober in Israël werden verscheidene kinderen en baby’s dood teruggevonden in bebloede kinderkamers. Kleine spruiten die op gruwelijke wijze vermoord werden. Wij moderne mensen hebben de taal niet om dit passend te beschrijven. ‘Demonisch’ komt in de buurt.

Hamas is een islamitische verzetsbeweging opgericht om Palestina te bevrijden van “het zionistische project”. Volgens het handvest van Hamas is haar referentiekader hiervoor “de islam, die haar principes, doelstellingen en middelen bepaalt.” Is wat we vorige zaterdag zagen dan het ‘ware gezicht’ van de islam?

Islamitische identiteiten

Ik woonde vijf jaar in Libanon onder islamitische Libanezen en Syriërs. De gastvrijheid die ik onder hen ervoer heb ik nooit gekend in eigen land. De Syriërs hadden zelf enorm geleden onder IS, dé radicaalislamitische beweging bij uitstek. Met walging verwierpen ze deze groep, die berucht is voor haar wreedheden.

Ook ontmoette ik in Libanon islamitische imams en geleerden die zich met christelijke priesters en theologen inzetten voor verzoening tussen hun gemeenschappen. Zij volgden het voorbeeld van de Jordaanse prins Ghazi met zijn ‘A Common Word’-brief aan ‘s werelds christenen, ondertekend door 138 vooraanstaande moslims, onder andere de grootmoefti’s van Egypte, Syrië, Jordanië, Oman en Istanbul. Ze presenteert de islam als eveneens gegrondvest op Jezus’ twee grootste geboden: God en je naaste liefhebben.

Hadden al deze vriendelijke en vredelievende moslims de islam dan compleet verkeerd begrepen? 

Islam is te divers om zich door één beweging te laten vatten. De Koran kent een diversiteit aan teksten, van verzoenend tot gewelddadig, en leent zich tot een verscheidenheid aan interpretaties, van die van prins Ghazi tot die van IS. De vraag of IS en Hamas echt islamitisch zijn is trouwens aan moslims om te oordelen, niet aan buitenstaanders. Ik weet echter wél wie ik steun in deze strijd om de ‘ziel van de islam.’ En de vele veroordelingen van IS door moslimgeleerden suggereert dat de meerderheid hen niet als de ‘ware’ islam beschouwt.

Waarom keren sommigen zich dan tot dergelijke gruwelijke versies van de islam, tot een jihad van haat en terreur?

Radicaal islamisme gedijt op plaatsen waar onrecht, chaos en wanhoop heersen. Al-Qaeda ontstond tijdens de sovjetbezetting van Afghanistan. Hezbollah ontstond onder Israëlische bezetting van Libanon. IS ontstond onder Amerikaanse bezetting van Irak en groeide tijdens de Syrische burgeroorlog. En Hamas ontstond onder Israëlische bezetting van Palestina.

Een jihad van liefde

Niets vergoelijkt terreur. De Hamas moordenaars van die baby’s ontmenselijkten zichzelf met hun demonische daad. En toch mogen wij ze niet ook nog eens ontmenselijken in onze ogen. “Dan verlaag je je tot zijn niveau,” schreef Mohamed El Bachiri in Een jihad van liefde over de IS-terrorist die zijn vrouw doodde bij de aanslagen in Brussel. “Dat is ook een broeder, maar een broeder die een verkeerd pad heeft gekozen.” Na de nieuwe aanslag in Brussel is dit helaas ook in België opnieuw relevant.

Al is ‘een verkeerd pad’ heel licht uitgedrukt, de attitude is juist: we moeten proberen te begrijpen wat de Hamas-militanten leidde tot deze gruwelen, we moeten er alles aan doen om het onderliggende onrecht aan te pakken, we moeten dit kwaad veroordelen en bestrijden, maar zonder ze te ontmenselijken. Wat hen bezielde is demonisch, maar het blijven mensen.

Ondertussen straft Israël Gaza collectief door onophoudelijke, vernietigende bombardementen en een blokkade van water, voedsel, elektriciteit en brandstof. Meer dan 700 Palestijnse kinderen en baby’s werden al gedood. Wanneer de Israëlische minister van defensie zegt dat Israël “tegen menselijke dieren vecht en navenant handelt,” dan gaat de cyclus van demonische ontmenselijking en terreur gewoon verder.

Zowel Hamas als Israël moeten zich afvragen hoe ze onrecht en terrorisme kunnen bestrijden op een rechtvaardige manier. Ze moeten zich afvragen hoe ze zelf de cyclus van geweld in stand houden met terroristische tactieken en oorlogsmisdaden. Hamas kan wat leren uit een studie van 323 gewelddadige en geweldloze verzetsbewegingen die aantoont dat de laatste veel meer kans op slagen hebben. En Israël moet lessen trekken uit een studie van 648 terreurgroeperingen, die besluit dat maar 19% van terroristische opstanden gestopt werd door bruut militair geweld. Diezelfde studie toont trouwens ook aan dat religieus-geïnspireerde terreur, zoals die van Hamas, amper kans maakt op slagen.

Zullen Hamas en Israël kunnen weerstaan aan de demonen die hen proberen te verleiden tot meer onmenselijke en ontmenselijkende agressie? Zullen ze kunnen kiezen voor een jihad van liefde, hoe moeilijk die weg ook is? De collectieve toekomst van Israëli’s en Palestijnen hangt er van af.

Stop koranverbranding omwille van naastenliefde

Origineel gepubliceerd in Trouw, het Brabants Dagblad, Streven vrijplaats en Volzin.

Zweden is een traditie van koranverbrandingen aan het opbouwen. Na een reeks verbrandingen georganiseerd door Rasmus Paludan, de leider van een anti-moslimpartij, was het eind juni aan Salwan Momika, een Irakese immigrant en atheïst. Voor de centrale moskee van Stockholm scheurde hij enkele pagina’s uit een koran en stak die in brand. Later vertelde hij aan CNN dat “dit boek uit de wereld verbannen zou moeten worden, vanwege het gevaar dat het veroorzaakt voor de democratie, ethiek, menselijke waarden, mensenrechten en vrouwenrechten”.

Momika heeft moeten vechten om zijn protestactie te mogen uitvoeren: hij kreeg pas na drie maanden toestemming van de rechter. Hij mocht de koran in brand steken, ook al zou de actie kunnen leiden tot een verhoogd risico op terreuraanslagen en gevolgen hebben voor het Zweedse buitenlandbeleid.

Waarom liet Zweden Momika begaan? Volgens de Stockholmse rechter woog het principe van de vrijheid van meningsuiting zwaarder dan de belediging van een religieuze groep. Volgens dit principe mocht Paludan ook een koran verbranden voor de Turkse ambassade, en kreeg een moslim de toestemming als tegenreactie een joodse thora te verbranden voor de Israëlische ambassade.

Wetten tegen godslastering

Vele landen hebben wetten tegen godslastering, die onder andere verbieden om heilige geschriften respectloos te behandelen. In Frankrijk werden deze wetten in de negentiende eeuw geschrapt ten voordele van de vrijheid van meningsuiting, in Zweden gebeurde dit in 1970. In Nederland is het verbod op smadelijke godslastering in 2014 uit het wetboek van strafrecht geschrapt.

Hoe ver de vrijheid van meningsuiting reikt, is niet duidelijk. Ze is niet onbeperkt: het ontkennen van de Holocaust bijvoorbeeld is strafbaar in heel wat landen. Zogenoemde hate-speech ook. Maar hoe definieer je dat? Is de koranverbranding door Momika een vorm van hate-speech? Het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken verklaarde dat zijn actie een ‘klimaat van angst’ schept dat de vrijheid van godsdienst voor moslims bedreigt. “Het verbranden van religieuze teksten is respectloos en kwetsend. Wat misschien legaal is, is niet per se gepast.”

Terwijl politici en juristen proberen een balans te vinden, kunnen we misschien een voorbeeld nemen aan wat er gebeurde met de aanvraag om een thora te verbranden voor de Israëlische ambassade in Stockholm. Dat ging niet door. Waarom?

Moslimleiders vonden torahverbranding niet gepast

Volgens de Zweedse rabbi Moshe David HaCohen zetten leiders van de moslimgemeenschap in Zweden zich in om de verbranding te voorkomen. Ook al was deze gemeenschap diep gekwetst door Paludans recente koranverbranding, toch vonden leiders de torahverbranding niet gepast en overtuigden ze de actievoerder zijn plan op te geven. Zijn protest zou negatieve gevolgen kunnen hebben voor Joden in Zweden. Voor de Zweedse moslimgemeenschap woog in dit geval naastenliefde zwaarder dan de vrijheid van meningsuiting.

Hoewel het concept ‘heilig’ vandaag geen tegengewicht meer kan vormen voor de vrijheid van meningsuiting, kunnen andere concepten dat nog wel: hate-speech en naastenliefde. Was het zo belangrijk voor Momika om zijn mening over de Koran op deze dramatische manier te uiten dat hij niet alleen de moslimgemeenschap zou kwetsen maar ook riskeerde hun vrijheden te bedreigen?

Er zijn inderdaad interpretaties van de Koran die een gevaar zijn voor westerse waarden. IS geeft daar het meest dramatische voorbeeld van. Daartegenover staan echter heel wat vormen van de islam die hier helemaal geen gevaar voor vormen. Integendeel zelfs. Maar door een koran te verbranden scheer je die allemaal over een kam.