Een week later: het pausbezoek door de ogen van een niet-katholiek

Origineel gepubliceerd op Volzin.

Dat de paus naar België gekomen is, of je nu in hem gelooft of niet, was sowieso een unieke gebeurtenis. Een wereldleider die één miljard mensen vertegenwoordigt en een 2000 jaar oud instituut kan je niet zomaar negeren. Voor mij als niet-katholiek gelovige is hij geen ‘heilige vader’ noch onfeilbaar, maar ik wil wel zo onbevooroordeeld mogelijk kijken naar wat hij zegt en doet. Dus niet doorheen de bril van alle misbruiken in de kerk of de eeuwen van fouten van het Vaticaanse instituut. 

Op je 88ste nog wereldreizen maken, petje af daarvoor. De paus heeft enkele zeer grensverleggende en bijzondere dingen gedaan: behalve zijn officiële bezoek aan de KUL en de grote misviering in het Koning Boudewijnstadion – waar ik zelf bij mocht zijn – heeft hij veel tijd vrijgemaakt voor de slachtoffers (lees: overlevers) van seksueel misbruik: zeker niet de makkelijkste keuze. Bijna iedereen is het erover eens dat hij deze vuurproef zeer goed doorstaan heeft, dat hij hierin zelfs vérder gegaan is dan men verwacht had: een eerlijk luisterend oor, een zacht hart en ondubbelzinnig scherpe woorden tegenover alle misbruikers. Voorts ging hij langs in een WZC in de Marollen, ontbeet met daklozen in Sint-Gillis en sprong binnen bij de 5000 enthousiaste jongeren van de Hope Happening: je moet het maar doen. Zijn toespraak voor de professoren van de KUL vond ik verrassend relevant, intelligent, pastoraal, gebalanceerd en wijs. Media-aandacht voor deze laatste initiatieven: nul. 

Het is voor de paus veel leuker om naar landen te gaan waar hij niet zo cynisch onthaald wordt – zoals in Oost-Timor waar 600.000 mensen van heinde en verre samenstroomden. Hij weet best hoe seculier en sceptisch – of: godsdienstvijandig? – het klimaat in België is. Hij was tevoren zeker duidelijk gebriefd dat het seksueel misbruik hem uitvoerig onder zijn neus gewreven zou worden en dat de media-aandacht – zoals vaak sensatiegericht – hoofdzakelijk daarover zou gaan. En dat ze met een vergrootglas zouden kijken naar elk mogelijk ‘fout’ woord of zelfs foute intonatie, wist hij heel goed. Maar het heeft hem er tegelijk niet van weerhouden om vrijelijk zijn hart uit te spreken, donders goed wetende dat hij de ‘politiek correcte’ westerse mainstream tegen de haren in streek. 

Dat is één van de voordelen van paus te zijn: je hoeft niet herkozen te worden en dus de kiezers niet te paaien. Populisme is voor hem niet nodig. Hij gaat niet per se mee met de vluchtige modes en hypes van deze doldraaiende wereld. Hij durft nog over morele waarden te spreken, zoals andere grote wereldleiders niet kunnen of mogen. Hij is ook de enige die onophoudelijk voor de ‘zachte waarden’ in onze maatschappij pleit, soms zelfs met ‘harde’ woorden. Zijn regelmatige herinnering aan naastenliefde en barmhartigheid zijn broodnodig in een wereld die steeds harder en kouder wordt. Hij klaagt openlijk het materialisme aan, het ongebreidelde hedonisme, de verslaving aan genot. Hij benoemt ongegeneerd het egoïsme, de muren tussen mensen, de verharding van de harten: dé ziekte van deze tijd. Hij wijst op de ‘marktlogica’ van het kapitalisme, hoe de rijken de armen ‘verpletteren’, de dominantie van het grote geld – dus nee, de paus is niet ‘rechts’. Maar hij gaat dieper dan de meeste analyses: dat de échte oorzaak van alle politieke, ecologische, economische, etnische… problemen ligt in het hart van de mens, u en mij inbegrepen. Morele ruggengraat heeft hij wel, een zeldzame kwaliteit in deze tijd. En tegelijk komt hij nooit arrogant over, maar juist heel menselijk en nederig, wanneer hij zichzelf bijv. ‘de eerste van de zondaars’ noemt – in navolging van Paulus.

Raymonda Verdyck vraagt zich namens de vrijzinnigheid af waar de scheiding van kerk en staat gebleven is toen onze koning en premier de paus op het paleis ontvingen. Maar… deze is toch op geen enkel moment geschonden? Zij zou liefst een metershoge betonnen muur met prikkeldraad tussen beide hebben, maar geen enkele regel noch grondwet heeft zoiets bedoeld. Het feit dat vertegenwoordigers van de vrijzinnigheid officieel uitgenodigd waren op het paleis, maar weigerden te komen, toont aan welke kant het meest openheid van geest is.

Er blijven veel gebieden waar ik als evangelisch christen de paus ook niet volg: waar het gaat over onfeilbaarheid, celibaat of voorbehoedsmiddelen, de zalig- en heiligverklaringen, een veelheid aan oude tradities… maar deze hoeven mijn grote appreciatie niet in de weg te staan.

Als de paus geen controverse opwekte, zou hij voorspelbaar en saai zijn: het is toch ook nooit goed, hé? De kerk is sowieso geroepen om profetisch te zijn, niet om mee huilen met de wolven in het bos. Toen hij over abortus begon, waren dat volgens VRT-journalist Peter Decroubele ‘conservatieve misstappen’, uitschuivers of flaters: off the record was hij ongewoon scherp, sprak over een ‘moorddadige wet’ en vergeleek abortusdokters met ‘huurmoordenaars’ – voor mij ook een stap te ver. Maar ‘vergissingen’ van de paus waren dit zeker niet: hij liet eerder zijn echte emoties voelen, zijn diepe pijn over hoe lichtzinnig en oppervlakkig in de westerse cultuur met het ongeboren leven wordt omgegaan. Het morele kompas van de VRT en andere journalisten staat natuurlijk véél hoger dan dat van de paus: vanuit hun superieure toren weten zij zeer goed dat de paus decennia ‘achterop loopt’ en nog niet zo ‘verlicht’ is als zij. 

Je hoeft het niet in alles met hem eens te zijn, maar de paus wordt door grote wereldleiders erkend als een unieke en waardevolle stem: van Barack Obama of Ban Ki-moon tot Bill Gates… hebben zich elk lovend uitgelaten over hem. In 2013 werd hij door Time Magazine uitgeroepen tot ‘person of the year’, hij wordt gevraagd op de VN en op de G7… Maar in ons land zijn de reacties in de mainstream media erg verzuurd, nogal kleingeestig: zodra het om religie gaat, zijn ze verkrampt. En het vergrootglas wordt bovengehaald om vooral kritisch te zijn en het negatieve te zoeken. Ze hebben van tevoren besloten ‘dat tégen de paus en de kerk zijn veruit de meest lonende optie is’ (Walter Pauli in Knack). Jammer, een gemiste kans.

De paus zal er niet van wakker liggen dat zijn nuntius nu door onze premier op het matje geroepen wordt: hij heeft op geen enkele wijze ‘de Belgische staat beledigd’, hoogstens enkele lobbygroepen op hun lange tenen getrapt. Als je daar niet tegen kan… Of geldt de vrijheid van meningsuiting enkel voor één kamp?

Wat heet ‘ethisch progressief’ en waar zit de ‘vooruitgang’ daarin?  (Langere versie)

Origineel gepubliceerd op Doorbraak in verkorte versie.

België vaart al decennia een ‘ethisch progressieve’ koers: sommige politici menen dat zij geroepen zijn als ‘morele gidsen’ voor de rest van de wereld, vaak Nederland achterna. Maar staan we ooit eens stil om te evalueren of dit wel klopt? Wat is ‘morele vooruitgang’ eigenlijk en hoeveel ‘verbetering’ hebben we al gebracht? En zijn wij werkelijk een lichtend voorbeeld voor anderen? 

Is de verschuiving naar rechts bij de laatste verkiezingen – in het progressieve Nederland nog véél meer – niet ook een signaal naar de politiek dat onze maatschappij steeds meer aan het ontsporen is? Alle morele waarden op losse schroeven zetten en de remmen losgooien heeft niet bepaald bijgedragen aan het bruto nationaal geluk. Onze hoge cijfers qua kalmeermiddelen en zelfmoord zijn absoluut niet het navolgen waard!

Het gaat inderdaad écht niet goed met de geestelijke gezondheid van de bevolking, zeker van onze jongeren! De stijgende cijfers van depressies en burn-outs, verslavingen en vereenzaming, toenemende wachtlijsten in de jeugdpsychiatrie… zijn schrijnend. Mensen zitten op hun tandvlees, het sociale weefsel versnippert, ongebreidelde vrijheid en individualisme presenteren een hoge factuur. ‘Hoe overleven we de vrijheid?’ vroeg filosoof Herman De Dijn zich in 1994 al af! ‘We razen op de afgrond af, maar voorlopig gaat alles goed’, stelde Charles Ducal, dichter des vaderlands (2014), ons gerust.

Als de slippery slope naar beneden gaat, moet je niet vooruit stormen, maar aan de handrem trekken! Het is hoog tijd om collectief toe te geven dat we al véél te ver gegaan zijn in het afbreken van de gezonde – al of niet ‘christelijke’ – waarden van onze voorouders. Alle wilde opvattingen rond abortus, euthanasie, genderzorg, sekswerk…, mag het gezond verstand terugkeren en wat balans hersteld worden a.u.b.? 

Abortus uitbreiden van 12 naar 20 weken, het is de waarde van menselijk leven nóg verder devalueren, van een foetus een wegwerpproduct maken. De wet veranderen omwille van een kleine groep ‘slachtoffers’ is buiten elke verhouding. En abortus onder de categorie ‘vrouwenrechten’ verkopen is camouflerend taalgebruik. Een restrictieve abortuswetgeving is iets om fier op te zijn! Respect voor elk uniek mensenleven is dé basiswaarde in elke moraal.

Ultraprogressieve actiegroepen zouden omwille van een kleine groep uitzonderingen alle bestaande genderrollen willen afschaffen, alles nivelleren. Taalregels fundamenteel genderneutraal maken voor non-binaire personen is buiten elke proportie en niet eens uitvoerbaar. Bij mensen met genderdysforie automatisch met ‘genderbevestigende’ zorg starten is onkritisch, onprofessioneel en voor velen levenslang schadelijk. Dat mensen met een eenvoudige verklaring op het stadhuis van gender kunnen veranderen is onbegrijpelijk en zet de deur wagenwijd open voor misbruik. Het hoge aantal zelfmoorden, ook na medische transitie – 19 maal hoger dan ‘normaal’ – moet elke progressieveling uitermate verontrusten. 

Waarom wordt sekswerk al jaren op tv genormaliseerd als een eerbaar beroep, ont-schuldigd, een vorm van sociaal werk? Willen we écht elk moreel stigma daarrond wegnemen? Als uw dochter op 16-jarige leeftijd zou zeggen ‘Ik wil later sekswerker worden’, moet u dan empathisch daarin meegaan?

De seksuele revolutie wordt constant als een ‘bevrijding’ voorgesteld, maar het aantal echtscheidingen steeg tussen 1960 en 2013 met 750%: waar toen 1 op 15 huwelijken op de klippen liep, werd het 1 op 2. De prijs die we voor onze hooggeprezen ‘vrijheid’ betalen is voor velen hoger dan wat ze erbij winnen. De alleenstaande moeders, de kwetsbaarste groep in onze maatschappij, betalen het gelag cash en staan op de rand van de armoede. En de jongere generaties nog meer: velen starten hun leven zonder de levensnoodzakelijke gezonde hechting of het fundamentele basisvertrouwen. Waarom de overheid niets doet om gezinnen te ondersteunen, is onbegrijpelijk: we dweilen ons te pletter en draaien tegelijk de kraan nog verder open. 

Kiezen voor euthanasie wordt in onze mainstream media steevast en eenzijdig als ‘moedig’ voorgesteld: alsof vechten tot het einde laf is? De deur nóg verder openduwen, zoals sommigen willen bij ‘voltooid leven’, is de volgende stap naar begeleide zelfdoding. 

Kritiek hebben op links is niet per se rechts. Progressief zijn is op vele vlakken goed, maar niet elke vooruitgang is een verbetering. ‘Ethisch rechts’ is bij de meesten geen pleidooi voor achteruitgang, maar voor een terugkeer naar gezond verstand en respect voor traditionele waarden. Het klopt niet dat ‘conservatief’ een scheldwoord is in onze media, en ‘progressief’ een eretitel: de balans ligt altijd ergens in het midden. Iederéén wil ‘beter’, ook rechtse mensen – zij het op andere gebieden. Het punt is dat wat goéd is, bewáárd moet worden, en wat minder goed is, verbeterd moet worden. Het culturele erfgoed van onze voorouders in gebouwen willen we bewaren – met vele miljoenen subsidies zelfs -, maar hun immateriële waarden breken we af? We willen de biodiversiteit bij planten en dieren bewaren, maar het ongeboren (menselijk) leven volgelvrij verklaren? Hoe schizofreen kan een cultuur zijn?

De verschuiving naar rechts is voor velen op ethisch vlak in feite een verschuiving ‘terug naar het centrum’: mag het scheefgetrokken boompje weer recht a.u.b.? Het is de kunst van de meester om boven de schijncategorieën van links en rechts uit te stijgen: een beetje zoals… Jezus? Ook vandaag dringend gezocht: echte staatsmannen van hoger niveau! Ik hoop van harte dat onze komende regering de moed zal hebben om de balans te herstellen, te kiezen voor gezond verstand en geestelijke gezondheid. Eerlijk waar: ik bid voor véél wijsheid voor de huidige onderhandelaars. Omdat ik niet weet of iets anders helpt.

Een dieper uitgewerkte versie van dit artikel (3100 woorden) kan u hier lezen.

Een beter debat: hoe maken we abortus onnodig?

Origineel gepubliceerd op Doorbraak.

Toen eerder dit jaar het abortusdebat oplaaide, schreef een lezer van De Standaard een brief getiteld Een abortus onderga je enkel en alleen omdat het nodig is. In het stuk legt de schrijfster uit hoe zij en haar man kozen voor een abortus toen hun tweede zwangerschap een tweeling bleek te zijn. Ze beschrijft hoe hartverscheurend het was om te ‘kiezen voor het nu, voor wat er al was. Een bewuste en zelfbewuste beslissing uit liefde en verantwoordelijkheidszin.’

Volgens het expertisecentrum Sensoa waren in 2021 de meest aangehaalde redenen voor abortus ’te jong’, ‘geen kinderwens’ en ‘voltooid gezin’. Ook volgens Sensoa waren er in 2021 iets minder dan 17.000 abortussen in België. Het huidige parlementair debat gaat om de mogelijke uitbreiding van de toegelaten abortustermijn van twaalf weken tot achttien of twintig weken. Dat debat moet worden gevoerd. Maar we nemen best ook tijd om te debatteren over de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat er zo min mogelijk mensen zich tot een abortus genoodzaakt voelen. Want zoals de vrouw in haar lezersbrief schrijft: ‘Ik ben er ook van overtuigd dat niemand een abortus wil.’

Koppige realiteit

Sensoa zet zich in om ongewenste zwangerschappen te voorkomen. De organisatie promoot kennis over voortplanting, kennis van anticonceptie, praten over de kinderwens, enzovoort. Dit heeft een stevige impact op het aantal onverwachte zwangerschappen. Maar zelfs met de beste voorbehoedsmiddelen en voorzorg is een zwangerschap niet volledig uit te sluiten: het blijft een koppige biologische realiteit gelinkt aan seks. Wanneer zo’n onverwachte zwangerschap dan toch voorvalt, kiezen velen voor een abortus.

Wat zijn de factoren die ervoor zorgen dat mensen een abortus niet alleen bij de ‘klassieke gevallen’ als verkrachting en zware handicap als nodig ervaren? Waarom voelt men zich te jong, wil men geen kinderen of kan er geen kind meer bij? Welke sociale, economische of andere realiteiten leiden daartoe? Hoe kunnen we koppels en vrouwen omkaderen en ondersteunen zodat we met betere alternatieven abortus kunnen terugdringen tot de allerlaatst-te-overwegen optie? Tot een uitzondering? Debatteren we niet beter daarover?

In het huidige debat lijken het ontluikende leven en de moeder vaak tegen elkaar uitgespeeld te worden. Het klopt dat een foetus op achttien of twintig weken verre van volledig ontwikkeld is en zeker nog niet zonder moeder kan. Maar het gaat toch wel ver als je beschuldigd wordt van ‘emotionele argumenten (…) om vrouwen het recht op zelfbeschikking te ontzeggen‘ wanneer je zo’n foetus als ‘leven’ beschouwt, laat staan dat je het een ‘kind’ noemt. Wetenschappers kunnen heel goed het ‘hoe’ en ‘wat’ van een foetus beschrijven, maar kunnen daar per definitie geen waardeoordeel over uitspreken – dat is een ethische kwestie. Helaas wordt dat feit verdoezeld doordat nogal veel mensen steevast over de aanbevelingen van een ‘wetenschappelijk comité’ spreken. Dat geeft de ethische en juridische interpretaties van wetenschappelijke feiten over levensvatbaarheid en pijnperceptie de illusie van objectiviteit.

Baby

Mijn vrouw is momenteel achttien weken zwanger van ons vierde kind. Het wezen in haar baarmoeder heet wetenschappelijk gezien een foetus, heeft waarschijnlijk geen of beperkte pijnperceptie. Het is nog niet levensvatbaar ex utero, en heeft voor zover we weten geen zelfbewustzijn. Voor onze andere kinderen heet de foetus in de buik van mijn vrouw een baby en is die baby op echo’s al wekenlang een herkenbaar, groeiend mensje. Hij of zij zal een volwassen persoon en vriend van zijn of haar grotere zussen worden. En, ongelukken daargelaten, zal hij/zij ook alle pijn en vreugde die bij het leven horen ervaren.

Dit zijn geen ‘emotionele argumenten om vrouwen het recht op zelfbeschikking te ontzeggen’. Het is de realiteit van de meeste gewenste zwangerschappen. Het is een andere benadering van dezelfde wetenschappelijke feiten. Wij hebben de luxe dat we ons niet tot een abortus genoodzaakt voelen en leven mee met zij die wel in die situatie zitten. Want we geloven ook dat niemand een abortus wil, zoals die lezeres het schreef.

Dus opnieuw, hoe kunnen we ervoor zorgen dat vrouwen en koppels ervaren dat er betere opties zijn dan abortus? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat bij onverwachte zwangerschappen abortus almaar minder als noodzaak wordt gezien? Hoe kunnen we er zoveel mogelijk een én-én-verhaal van maken: moeder én kind (of moeder én foetus, als je wil). Is dat niet een beter debat?

Abortus in de Franse Grondwet

Artikel overgenomen van Doorbraak.be, waar het gepubliceerd werd door Marc Geleyn.

Zoals Vladimir Poetin in het Kremlin, schreed de présidente van de Franse assemblée, Yael Braun-Pivet,  door een lange dubbele haag van paradesoldaten naar het parlement. Daar stemden de verenigde kamers met grote meerderheid om het recht op Abortus op te nemen in de Grondwet. De ja-stemmers applaudisseerden minutenlang. Op de Place du Trocadéro, waar een menigte op groot scherm de stemming had gevolgd, brak gejubel uit.

Amper twee weken tevoren had hetzelfde parlement Robert Badinter herdacht die als minister van justitie in 1981 de doodstraf afschafte, ‘want menselijk leven heeft sacrale waarde’. Nu onderstreepte Braun-Pivet, die zich blijkbaar niet bewust was van de pijnlijke contradictie, de morele voortrekkersrol van Frankrijk in de keuzevrijheid van de vrouw voor wat met een leugenmetafoor ‘zwangerschapsonderbreking’ heet.

Grote zwenking

Inzake abortus hebben we de voorbije decennia wel een heel grote zwenking gemaakt. Tot in de jaren tachtig gold abortus nog als ‘misdrijf en vergrijp tegen het gezin en de openbare zeden’ en kon het als zodanig bestraft worden. Dan werden de straffen afgeschaft en een periode aanvaard, gewoonlijk de eerste drie maanden, waarin abortus wel kon, mits bedenktijd en overleg. Linkse en liberale partijen willen die periode verlengen. Daarover gaat het debat al bijna twee generaties.

Maar ‘abortus als grondwettelijk recht’, daarmee zitten we op een andere planeet. Wat drijft wetgevers om een Grondrecht te maken van de vrijheid van een moeder om haar ongeboren kind te doden  – een daad die duidelijk een morele orde verstoort? Wat is de diepere beweegreden van zo’n drastische stap?

Is het die veelgeroemde omwenteling van waarden en normen die eeuwenlang golden en die gezin, afstamming en ouderschap in een stabiel kader zagen, in het besef dat leven een geschenk van God is? Of is de beweegreden het mededogen met een moeder die geconfronteerd wordt met sociale en economische perikelen als ze het kind uitdraagt? Begrip opbrengen voor moeilijke situaties is deel van ons wereldbeeld en van onze rechtspraak, maar van iets dat in se verkeerd is, een recht maken, kan toch niet?

Maître de son corps

Zeker is dat de beslissing om abortus tot een grondrecht uit te roepen niet aansluit bij een over vele eeuwen opgebouwde morele doctrine, of bij de philosophia perennis, of in overgeleverde juridische inzichten. Nog minder heeft deze beslissing ook maar iets te maken met een sociale visie op gezin en ouderschap, noch op het begeleiden van jonge moeders of het kansen geven aan kinderen van ongehuwde moeders. Al deze sociale concepten die we in duizenden jaren met vallen en opstaan hebben opgebouwd en die tot de kern van ons beschavingsproject horen, kwamen niet aan bod in het politiek debat dat aan deze drastische beslissing vooraf ging.

Het enige argument dat aan bod kwam en ook de doorslag gaf, was de keuzevrijheid van de vrouw (het woord moeder wordt niet gebruikt): maître de son corps, baas in eigen buik, los van elk religieus, familiaal of maatschappelijk dictaat, los ook van elke morele plicht. Abortus als recht gaat duidelijk heel wat verder dan het klassieke liberalisme. Dat liberalisme had nog oog voor gezin en ouderschap en zocht een evenwicht, een middenweg tussen verbod en begrip voor probleemsituaties.

Wat ‘abortus als grondrecht’ dus in de kern aanstuurt is de wil naar comfort, seks zonder consequenties, en het verlangen zich geen zorgen te moeten maken over morele bezwaren.

Voor president Macron en de parlementairen die deze wet aannamen lagen de beweegredenen anders. Hen ging het uitsluitend om stemmen. De kiezer wil nu eenmaal zijn comfort. Abortus ligt nu eenmaal in de markt. Les Républicains en het Rassemblement National, waarvan velen tot voor kort nog tegen waren, maakten een grote bocht en stemden nu mee met de meerderheid. En niet toevallig kwam het oorspronkelijke voorstel van Macron luttele uren nadat het Amerikaanse Oppergerechtshof in juni 2022 een einde maakte aan het grondwettelijk recht op abortus in de VS.

Gewetensvrijheid

‘Abortus als recht’ gaat uiteraard bittere gevolgen hebben voor de gewetensvrijheid. Al in juni 2021, toen het Europees Parlement abortus tot een recht verklaarde, riep het de EU-lidstaten op om ‘gewetensbezwaren weg te werken’. Abortus is niet meer dan een medische ingreep, en die weigeren uit te voeren ‘is een inbreuk tegen het recht op leven’… (sic). In België zijn we al zover: gewetens-bezwaren bij zorginstellingen om euthanasie binnen hun muren te laten uitvoeren, zijn al verboden.

Geweten is de radar voor ons begrip over goed en kwaad. Nu zijn geweten, natuurwet, goed en kwaad, concepten waar Verlichting en liberalisme niet mee overweg kunnen. Voor de moderne mens geldt alleen de autonomie van het individu, dat geen extern gezag aanvaardt. Gewetensbezwaren zijn ouderwets, of erger, barrières voor onze vrijheid en onze rechten.

Het nationaalsocialisme zag het geweten als een christelijk concept en had er alleen maar minachting voor. Het geweten stond de biologische band tussen enkeling en volk in de weg. Het communisme redeneerde in exact dezelfde trant, en aanvaardde niet dat een concept zoals geweten de band tussen individu en klasse zou vertroebelen.

Het moderne liberalisme redeneert vanuit een gelijkaardig absoluut concept: de autonomie van het individu. Het aanvaardt geen extern gezag, en zeker geen concepten met christelijke bijklank zoals geweten. Gewetensbezwaren staan het recht op abortus en op euthanasie in de weg. Daarom wil de machtselite in de EU het concept geweten opruimen.

Abortus in België

De Franse beslissing om abortus tot een grondwettelijk recht uit te roepen is voor de linkse en liberale partijen in België bijzonder welgekomen. Die partijen zijn sinds begin dit jaar aan een offensief begonnen om de normen in een aantal ethische thema’s af te bouwen. Het gaat om abortus, draagmoederschap en laïciteit, in de Grondwet.

Blijkbaar willen die partijen deze thema’s als een pakket behandelen, om beter te kunnen onderhandelen en te koppelen. Zij leggen er de nadruk op een beroep te hebben gedaan op ‘wetenschappelijke expertise’, om zo de ethische bezwaren van de oppositie te ontkrachten. Voor abortus waren het de universiteiten die het advies aanreikten dat de regeringspartijen graag hoorden. Voor draagmoederschap werd een beroep gedaan op het Bio-ethiek Comité, dat ook de gewenste links-liberale aanbevelingen gaf.

Voor abortus liggen de nieuwe wetsvoorstellen bij de links-liberale partijen gereed. Wat zij beogen is abortus op aanvraag, abortus als recht, het optrekken van de termijn van 12 naar 18 weken of meer, én het herleiden van de bedenktijd naar 48 uur. Zij willen abortus volledig sanctievrij, als een medische ingreep. Wie zich tegen een medische handeling verzet, is strafbaar. De gewetensvrijheid die ziekenhuizen en zorgcentra nu al niet meer mogen inroepen bij euthanasie, zou dan ook niet meer voor abortus mogen.

De laatste tijd focust het abortusdebat ook in België op een zogenaamd ‘recht’ op abortus, op het vermeende keuzerecht van de moeder, en op het stadium waarin het kind in de baarmoeder pijn begint te voelen, als zijnde het moment waarop het niet meer zou passen het te doden. Over die levensvatbaarheid zei professor Bernard Spitz onlangs nog: ‘De ethische logica dat een niet levensvatbaar kind mag gedood worden en een levensvatbaar niet, ontgaat me’. Mij ook, beste professor.

België heeft een eerder restrictieve abortuswetgeving en daar mogen we trots op zijn. (Langere versie)

Origineel gepubliceerd verkorte vorm door Ignace Demaerel en dr. Chris Velleman op Doorbraak.

Het was een hele tijd stil rond de abortuswetgeving in ons land totdat Vooruit het gisteren weer op de agenda zette en nog vóór de verkiezingen in het parlement wil. Dit gaat tegen eerdere regeringsafspraken in, maar blijkbaar zijn de komende verkiezingen wel een regeringscrisis waard. De expertencommissie beval op 18 april 2023 aan de termijn te verlengen van 12 naar 18 (of 20) weken én ook daarna de beperkingen nog verregaand te versoepelen. Binnen de regering gaf enkel CD&V tegengas, maar onder de druk verklaarde ze zich bereid naar 14 weken te gaan.

Vooraleer echter zulke drastische en vérreikende wetswijziging gestemd wordt, mogen we a.u.b. nog even stilstaan bij de fundamentele vragen hierachter? Wat is een ongeboren mensenleven waard? En: wat is morele vooruitgang? Wat bedoelen we eigenlijk met een ‘humane maatschappij’, en met ‘respect voor alle leven’? We zien in onze media nooit openlijke debatten hierover met voor- én tegenstanders. Nochtans gaat het om hele serieuze vragen over ons mensbeeld, universele mensenrechten, menselijkheid enz. De emoties laaien op, en het debat is erg gepolariseerd en vooral ideologisch gekleurd.

Experten werden te hulp geroepen omdat zij wetenschappers zijn. Wetenschap informeert ons echter alleen over hoe iets werkt. En quasi al haar bevindingen zijn voor interpretatie vatbaar. Eigenlijk kan de wetenschap ons geen enkel ‘feitelijk’ criterium of eenduidig antwoord bieden: anders was er allang unanimiteit over. De uiteindelijke keuze is gebaseerd op het waardesysteem dat zij, en ook wij, handhaven; het is een morele kwestie! Doorslaggevend is het mensbeeld dat achter de verschillende visies zit.

Onze Belgische regering wil ons land graag een voortrekkersrol aanmeten als ‘gidsland’. Maar waarin willen wij uitblinken? In de beste chocolade, de meeste biersoorten, windenergie, of de meest vrije abortuswetgeving? Is dat laatste een lichtend voorbeeld voor de rest van de wereld, de ultieme emancipatie? Moeten wij wel Nederland achternalopen als ‘moreel progressief’? Een liberale wetgeving geeft als signaal: een foetus is slechts een ‘dingetje’, zelfbeschikking staat boven andermans leven. Slechts zes landen in de wereld gaan tot 20 weken – schrik niet – Noord-Korea, Vietnam, China, Singapore, Canada en Nederland. Willen wij in dat rijtje passen? We streven een hoge reputatie na aangaande gezondheidszorg, maar is een abortuswetgeving-met-zo-weinig-mogelijk-grenzen echt iets om fier op te zijn?

Hét argument van de pro-life beweging is: respect voor alle leven. Daar kan je toch moeilijk tégen zijn!? Het klopt toch niet dat pro-choicers altijd worden afgeschilderd als humaan, en de andere als inhumaan en intolerant. Vóór het kind zijn betekent toch niet: tégen de moeder zijn? Veel pro-life organisaties zetten zich juist hard in om kwetsbare moeders met allerlei praktische hulp bij te staan .

De eerste vraag rond een eventuele wetswijziging is: wat is de nood eigenlijk? Voor 97% van de vrouwen is 12 weken ruim voldoende om een keuze te maken. Slechts 3% doet dat na deze termijn: in 2021 gingen exact 371 Belgische vrouwen naar Nederland voor een laattijdige abortus. Deze wetswijziging is dus gesteund op een zeer beperkte maatschappelijke problematiek, en deze kleine groep hééft dan nog een alternatief: even de grens oversteken. Is de bekommernis om kwetsbare vrouwen echt de motivatie of het verkooppraatje?

Met een meer restrictieve abortuswet geven we precies een signaal dat mensen niet zomaar mogen ‘spelen’ met het leven van een ongeborene. Een foetus is niet zomaar een ‘aanhangsel’. Elk ongeboren kind heeft een onschatbaar potentieel en kan uitgroeien tot een Mozart of een Einstein, een toppoliticus of wereldkampioen: het is sowieso uniek. Pro-lifers willen de foetus al beschermen  vanaf dag één: 12 weken is voor hen al véél te ver. Het leven is voor hen heilig vanaf de conceptie omdat daar reeds alle unieke genetische informatie en potentieel aanwezig zit.

Bovendien is er nog altijd de juridische kant van de zaak: hoewel de rechten van een ongeborene quasi nergens duidelijk vastgelegd zijn, is dit toch dé meest principiële vraag hierachter. Mag recht op leven afhankelijk gemaakt worden van gewenst-worden? Gelden voor kansarme moeders andere morele wetten dan voor de rest? Wanneer men de moeder tegen het kind uitspeelt, wordt het recht-op-leven van het ongeboren kind volledig opgeofferd voor het recht-op-zelfbeschikking van de vrouw, terwijl deze van een totaal andere grootteorde zijn. “Het fundamentele principe is dat je geen mens mag doden, zeker niet voor het gemak van een ander mens” (Karianne Boer, onderzoekster rond mensenrechten aan de VUB).

De voorstanders van een uitbreiding argumenteren dat geen enkele vrouw een abortus ondergaat voor haar plezier. Inderdaad, niemand ondergaat gelijk welke ingreep dan ook voor zijn plezier. Maar mogen we daar ook even kritisch over zijn? Hoe verklaart men dan dat er 20.000 abortussen per jaar in ons land gebeuren, en 56 à 73 miljoen abortussen per jaar wereldwijd (bron: Pew research en WHO)? Deze cijfers zijn onthutsend. Hoe kunnen beschaafde landen, met de mond vol over mensenrechten, dat uitleggen?

De meest radicale stap voorwaarts gaan zij die van abortus een récht willen maken – de partij Groen zou dit zelfs in de grondwet willen verankeren. Het is al jaren een tendens, ook op VN-niveau, om abortus onder ‘reproductive health’ te klasseren: het wordt gereduceerd tot een medische kwestie, alsof het enkel om de gezondheid van de moeder draait. Maar zwangerschap is geen ziekte en een foetus geen ‘ontstoken appendix’ of zoiets. Het gaat om een uniek persoontje met een eigen DNA en levensloop. De slogan ‘mijn lichaam, mijn keuze’ is hier totaal naast de kwestie, want het gaat hier over een ánder lichaam dat groeit in een moeder.

Weinigen staan er ook bij stil dat abortus na 12 weken een medisch én emotioneel veel moeilijker ingreep is. Eens het ongeboren kind het 2de trimester bereikt, wordt de foetus groter en moet verwijderd worden door middel van meer drastische procedures. Er is de morcellatie-methode waarbij het ongeboren kind in stukken uit elkaar gerukt wordt, de metalen pin door het hoofd-procedure en het gebruik van een fatale injectie; alle methoden worden meestal zonder verdoving voor de foetus gebruikt. Hierbij speelt de vraag vanaf wanneer een foetus pijn kan waarnemen, maar ook hier kan je tegenstrijdige onderzoeken over vinden: 18 weken, 15, 12-13… Zoals gezegd: ook wetenschappelijk onderzoek staat niet los van het eigen wereldbeeld of ideologie. 

En dan zwijgen we nog over de gewetensnood van artsen en gynaecologen. In de ene operatiekamer vechten ze om het leven van een zieke (gewenste) foetus en in de kamer ernaast ‘verwijdert’ dezelfde arts een gezonde (ongewenste) foetus. Hoe schizofreen is dat?

Kortom, hoe lichtzinnig of hoe ernstig gaan we om met het leven zelf? Begrip voor kwetsbare moeders staat niet boven de waarde van een mensenleven. En er bestaat nergens zoiets als ‘het recht’ om te beslissen over het bestaan van een ander. Er is niets progressiefs aan om de waarde van het mensenleven te devalueren: dit is geen morele vooruitgang, maar een slippery slope neerwaarts! Niet alleen dokters moeten hun hart verharden, maar in feite doen wij dat collectief als cultuur.

België heeft een eerder restrictieve abortuswetgeving. Daar mogen we trots op zijn.

Origineel gepubliceerd door Ignace Demaerel en dr. Chris Velleman op Doorbraak. Zie hier voor een iets langere versie.

Progressieve politici hervatten hun abortusoffensief. Maar waarom? Het was een hele tijd stil rond de abortuswetgeving in ons land. Vervolgens besloot Vooruit het vorige week weer op de agenda te zetten en in een poging een nieuwe versoepeling nog vóór de verkiezingen door het parlement te jagen.

Dit gaat tegen eerdere regeringsafspraken in, maar blijkbaar zijn de komende verkiezingen wel een regeringscrisis waard. De expertencommissie beval op 18 april 2023 aan de termijn te verlengen van 12 naar 18 (of 20) weken én ook daarna de beperkingen nog verregaand te versoepelen. Binnen de regering gaf enkel CD&V tegengas, maar onder de druk verklaarde ze zich bereid naar 14 weken te gaan.

Fundamentele vragen

Vooraleer zulke drastische en vérreikende wetswijziging gestemd wordt, moeten we minstens even stilstaan bij de fundamentele vragen? Wat is een ongeboren mensenleven waard? En: wat is morele vooruitgang? Wat bedoelen we eigenlijk met een ‘humane maatschappij’, en met ‘respect voor alle leven’? We zien in onze media nooit openlijke debatten hierover met voor- én tegenstanders. Nochtans gaat het om hele serieuze vragen over ons mensbeeld, universele mensenrechten, menselijkheid enz. De emoties laaien op, en het debat is erg gepolariseerd en vooral ideologisch gekleurd.

Experten werden te hulp geroepen omdat zij wetenschappers zijn. Wetenschap informeert ons echter alleen over hoe iets werkt. En quasi al haar bevindingen zijn voor interpretatie vatbaar. Eigenlijk kan de wetenschap ons geen enkel ‘feitelijk’ criterium of eenduidig antwoord bieden: anders was er allang unanimiteit over. De uiteindelijke keuze is gebaseerd op het waardesysteem dat zij, en ook wij, handhaven; het is een morele kwestie. Doorslaggevend is het mensbeeld dat achter de verschillende visies zit.

Emancipatie

Onze Belgische regering wil ons land graag een voortrekkersrol aanmeten als ‘gidsland’. Maar waarin willen wij uitblinken? In de beste chocolade, de meeste biersoorten, windenergie, of de meest vrije abortuswetgeving? Is dat laatste een lichtend voorbeeld voor de rest van de wereld, de ultieme emancipatie? Moeten wij wel Nederland achternalopen als ‘moreel progressief’?

Een liberale wetgeving geeft als signaal: een foetus is slechts een ‘dingetje’, zelfbeschikking staat boven andermans leven. Slechts zes landen in de wereld gaan tot 20 weken – schrik niet – Noord-Korea, Vietnam, China, Singapore, Canada en Nederland. Willen wij in dat rijtje passen? We streven een hoge reputatie na aangaande gezondheidszorg, maar is een abortuswetgeving-met-zo-weinig-mogelijk-grenzen echt iets om fier op te zijn?

Verkooppraatje

De eerste vraag rond een eventuele wetswijziging is: wat is de nood eigenlijk? Voor 97% van de vrouwen is 12 weken ruim voldoende om een keuze te maken. Slechts 3% doet dat na deze termijn: in 2021 gingen exact 371 Belgische vrouwen naar Nederland voor een laattijdige abortus. Deze wetswijziging is dus gesteund op een zeer beperkte maatschappelijke problematiek, en deze kleine groep hééft dan nog een alternatief: even de grens oversteken. Is de bekommernis om kwetsbare vrouwen echt de motivatie of het verkooppraatje?

Met een meer restrictieve abortuswet geven we precies een signaal dat mensen niet zomaar mogen ‘spelen’ met het leven van een ongeborene. Een foetus is niet zomaar een ‘aanhangsel’. Elk ongeboren kind heeft een onschatbaar potentieel en kan uitgroeien tot een Mozart of een Einstein, een toppoliticus of wereldkampioen: het is sowieso uniek.

Gewenst-worden

Bovendien is er nog altijd de juridische kant van de zaak: hoewel de rechten van een ongeborene quasi nergens duidelijk vastgelegd zijn, is dit toch dé meest principiële vraag hierachter. Mag recht op leven afhankelijk gemaakt worden van gewenst-worden? Gelden voor kansarme moeders andere morele wetten dan voor de rest? Wanneer men de moeder tegen het kind uitspeelt, wordt het recht-op-leven van het ongeboren kind volledig opgeofferd voor het recht-op-zelfbeschikking van de vrouw, terwijl deze van een totaal andere grootteorde zijn: ‘Het fundamentele principe is dat je geen mens mag doden, zeker niet voor het gemak van een ander mens’ (Karianne Boer, onderzoekster rond mensenrechten aan de VUB).

De voorstanders van een uitbreiding argumenteren dat geen enkele vrouw een abortus ondergaat voor haar plezier. Inderdaad, niemand ondergaat gelijk welke ingreep dan ook voor zijn plezier. Maar mogen we daar ook even kritisch over zijn? Hoe verklaart men dan dat er 20.000 abortussen per jaar in ons land gebeuren, en 56 à 73 miljoen abortussen per jaar wereldwijd (bron: Pew research en WHO)? Deze cijfers zijn onthutsend. Hoe kunnen beschaafde landen, met de mond vol over mensenrechten, dat uitleggen?

Zwangerschap is geen ziekte

De meest radicale stap voorwaarts gaan zij die van abortus een récht willen maken – de partij Groen zou dit zelfs in de grondwet willen verankeren. Het is al jaren een tendens, ook op VN-niveau, om abortus onder ‘reproductive health’ te klasseren: het wordt gereduceerd tot een medische kwestie, alsof het enkel om de gezondheid van de moeder draait. Maar zwangerschap is geen ziekte en een foetus geen ‘ontstoken appendix’ of zoiets. Het gaat om een uniek persoontje met een eigen DNA en levensloop. De slogan ‘mijn lichaam, mijn keuze’ is hier totaal naast de kwestie, want het gaat hier over een ánder lichaam dat groeit in een moeder.

Weinigen staan er ook bij stil dat abortus na 12 weken een medisch én emotioneel veel moeilijker ingreep is. Eens het ongeboren kind het 2de trimester bereikt, wordt de foetus groter en moet verwijderd worden door middel van meer drastische procedures. Er is de morcellatie-methode waarbij het ongeboren kind in stukken uit elkaar gerukt wordt, de metalen pin door het hoofd-procedure en het gebruik van een fatale injectie; alle methoden worden meestal zonder verdoving voor de foetus gebruikt. Hierbij speelt de vraag vanaf wanneer een foetus pijn kan waarnemen, maar ook hier kan je tegenstrijdige onderzoeken over vinden: 18 weken, 15, 12-13… Zoals gezegd: ook wetenschappelijk onderzoek staat niet los van het eigen wereldbeeld of ideologie.

Gewetensnood

En dan zwijgen we nog over de gewetensnood van artsen en gynaecologen. In de ene operatiekamer vechten ze om het leven van een zieke (gewenste) foetus en in de kamer ernaast ‘verwijdert’ dezelfde arts een gezonde (ongewenste) foetus. Hoe schizofreen is dat?

Kortom, hoe lichtzinnig of hoe ernstig gaan we om met het leven zelf? Begrip voor kwetsbare moeders staat niet boven de waarde van een mensenleven. En er bestaat nergens zoiets als ‘het recht’ om te beslissen over het bestaan van een ander. Er is niets progressiefs aan om de waarde van het mensenleven te devalueren: dit is geen morele vooruitgang, maar een slippery slope neerwaarts. Niet alleen dokters moeten hun hart verharden, in feite doen wij dat allemaal.

Karianne Boer: ‘Er zit een ranzig kantje aan de wil om abortustermijn op te trekken’

Artikel overgenomen van Doorbraak.be, waar het gepubliceerd werd op 15/04/23 door Winny Matheeussen.

Volgende week stellen de Nationale Evaluatiecommissie Zwangerschapsafbreking en het Wetenschappelijk Comité hun rapport en aanbevelingen voor in het Federale Parlement. Daar zullen zij een uitbreiding van de termijn voor abortus voorstellen. Karianne Boer, onderzoekster verbonden aan het Fundamental Rights research Centre van de VUB en het Center for Artificial Intelligence and Digital Policy (VS), roept op om er niet op in te gaan.

Wat zijn de belangrijkste aanbevelingen die aan het parlement worden voorgelegd?

Karianne Boer: ‘Men wil de termijn voor vrijwillige zwangerschapsonderbreking, zonder medische indicatie, optrekken van twaalf tot minstens achttien weken na de conceptie. Een tweede voorstel wil mentale problemen aanvaarden als een medische reden voor zwangerschapsonderbreking. In de huidige wetgeving staat er geen termijn op abortus om medische redenen. Verder wil men het begrip ‘zekerheid’ in verband met een ernstige
medische aandoening van het ongeboren kind vervangen door een ‘grote waarschijnlijkheid’.

Mentale problemen

Wat is er zo problematisch aan die aanbevelingen?

‘Als je die drie aanbevelingen bijeen brengt, kom je de facto tot een situatie waarbij je in België een zwangerschap kan afbreken op eender welk moment. De voorgestelde termijn van achttien weken wordt namelijk uitgehold door die bijkomende aanbevelingen.’ Dat zorgt er voor dat je het leven van een perfect gezond levensvatbaar kind na 12 weken kan beëindigen zonder dat er een acute bedreiging is voor het leven of de gezondheid van de
moeder.

‘Op abortus om medische redenen staat in de huidige wetgeving namelijk geen termijn. Wanneer je “mentale problemen” opneemt als medische reden, zet je de deur open. Zoals de aanbeveling nu voorligt gaat het niet over een ‘ernstige psychiatrische aandoening’. Wat zijn dat, mentale problemen? In theorie kan je alles verwoorden als een mentaal probleem. Armoede kan bijvoorbeeld zo hard op de psyche wegen dat een arts kan beslissen dat er een “mentaal probleem” is. Dat zorgt er voor dat je het leven van een perfect gezond levensvatbaar kind na 12 weken kan beëindigen zonder dat er een acute bedreiging is voor het leven of de gezondheid van de moeder . En wat met het dilemma als een moeder met mentale problemen de dag voor een geplande abortus op 34 weken bevalt van het kind? Als het kind geboren wordt en de moeder zou het doden, dan komt de zaak voor het Hof van Assisen voor kindermoord. Als de abortus volgens de nieuwe aanbevelingen uitgevoerd wordt, dan is het juridisch geen probleem. Dat klopt niet.’

‘Tel daar dan nog bij dat de “zekerheid “op een ernstige medische aandoening voor het ongeboren kind vervangen wordt door “grote waarschijnlijkheid” en het hek is helemaal van de dam. Het argument dat geneeskunde altijd gebaseerd is op kansen, is hier niet van toepassing. Je moet een onderscheid maken tussen de aandoening en de weerslag ervan op het ongeboren kind. Stel dat bij hersenschade pas op 28 weken gezien kan worden wat de weerslag is. Dan is het begrijpelijk om tot dan te wachten om een zwangerschap om medische reden af te breken, in plaats van alle zwangerschappen op basis van een kans af te breken in het eerste trimester. Het gaat dan over een kans op een ernstige aandoening, maar hoe groot moet die zijn? 90%? 75%? Die vaagheid laat eigenlijk elke interpretatie toe. En zo kom je dus in een realiteit terecht waarin je op elk moment van de zwangerschap, mits de juiste “draai”, het leven van een ongeboren kind kan beëindigen.’

Een metalen pin

Waarom is die termijn zo belangrijk?

‘Op dit moment kan een abortus om niet-medische redenen enkel in het eerste trimester van de zwangerschap. Vanaf het tweede trimester gaat het om een veel zwaardere en ingrijpendere handeling. De mensen beseffen eigenlijk niet waar het in de realiteit over gaat.’

‘Er zijn in hoofdzaak vier methodes om in een later termijn een abortus uit te voeren. Bij de morcellatie-methode, ook wel ‘D&E’ genoemd (‘Dilation and Evacuation’, red.) wordt de foetus in de baarmoeder chirurgisch ontmanteld, letterlijk gevierendeeld, om dan stuk per stuk verwijderd te worden. Bij de trocart-methode maakt men gebruik van een techniek zoals ook gebruikt bij abdominale geneeskunde, om gaten te prikken in de buikwand en dan via een laparoscoop te opereren. Deze methode wordt gebruikt wanneer het ongeboren kind al te groot is. De bevalling wordt dan met medicatie op gang gebracht. Het kind wordt, wanneer de beentjes uit het lichaam van de vrouw komen, tegengehouden. Op dat moment steekt men een trocart, een metalen pin, in nek en hoofd. Op die manier kan men juridisch spreken van een doodgeboorte.’

‘De laatste twee methodes verschillen enkel in de volgorde van de handelingen. De bevalling wordt met medicijnen op gang gebracht. Hierbij wordt het ongeboren kind gedood met een fatale injectie, soms terwijl die nog in de baarmoeder zit, maar dat kan ook na de geboorte. Die laatste optie dient vooral om het risico voor de moeder maximaal te beperken zonder rekening te houden met de pijnbeleving en stress van het ongeboren kind. Bij de twee eerste procedures wordt geen foetale verdoving gebruikt. Bij de derde soms ook niet. Het kind moet dan eerst de weg afleggen van de baarmoeder naar de buitenwereld.’

‘Ik vind het belangrijk dat de mensen weten hoe deze procedures verlopen. Dat is niet zozeer om op het gemoed te spelen, maar die werkelijkheid mag wel doordringen bij de bevolking. Bij veel gynaecologen merk je in elk geval weinig enthousiasme wanneer ze beseffen dat ze deze methodes zouden moeten toepassen. Een gynaecoloog op de materniteit stelt immers alles in het werk om bij een moeder met risico op extreem premature bevalling zolang mogelijk de bevalling uit te stellen, terwijl dezelfde geneesheer anderzijds de lift moet nemen naar een andere afdeling waar hij het leven van een perfect gezond kind in de baarmoeder moet gaan beëindigen. Dat is een schizofrene ervaring in het hoofd van zorgverstrekkers. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek.’

Pijnbeleving

Uit het rapport blijkt een wetenschappelijke consensus die stelt dat een foetus geen pijnbeleving ervaart. Daardoor is sedatie overbodig.

‘Dat klopt. Alleen kan je aan die consensus twijfelen. Er zijn steeds meer aanwijzingen binnen de wetenschappelijke literatuur dat pijnbeleving al voorkomt vanaf het begin van het tweede trimester. Voor ons wordt pijnbeleving geassocieerd met huilen of bepaalde gelaatsuitdrukkingen. Maar er zijn andere systemen die pijn- en stressbeleving tot uitdrukking brengen. Bij foetussen vanaf het tweede trimester kan men al een hormonale en hemodynamische (een reactie in de bloeddistributie, red.) respons waarnemen.’

‘Daar komt bovenop dat het pijnmoduleringssysteem op basis van serotonine, de manier waarop mensen met pijn kunnen omgaan, pas actief wordt na de geboorte. Dat betekent dat het theoretisch kan dat foetussen net meer pijn ervaren dan pasgeboren baby’s.’

De commissie reikt tal van argumenten pro termijnverlenging aan. Een eerste is dat er op dit moment sprake is van discriminatie en dat het gelijkheidsbeginsel geschonden wordt. Gegoede vrouwen kunnen uitwijken naar Nederland, terwijl armere vrouwen die mogelijkheid niet hebben.

‘Dat is een oneigenlijk gebruik van het gelijkheidsbeginsel. Het probleem is niet dat vrouwen hier geen late termijn afbrekingen kunnen laten doen, maar wel dat Nederland een juridisch buitenbeentje is. Van de 193 landen op de wereld zijn er welgeteld zes die een afbrekingstermijn zonder medische reden hanteren van meer dan twintig weken of zelfs geen termijn. Die landen zijn Nederland, Canada, Vietnam, China, Noord-Korea en Singapore.’

‘Je kan hier spreken van een ‘vergelijkingsbias’. Binnen de commissie wordt steeds verwezen naar Nederland, dat een buitengewoon vergaande abortusregeling kent. Zowel binnen Europa als mondiaal ligt de termijn voor zwangerschapsafbreking gemiddeld tussen de tien en twaalf weken. Wij zitten met de huidige regeling in België op wereldniveau op wat als redelijk wordt beschouwd. Door steeds te verwijzen naar Nederland leggen we onze situatie naast een juridische en ethische uitschieter.’

Fundamenteel principe

De commissie stelt dat eigenlijk elke grens arbitrair is.

‘De grens van twaalf weken is gebaseerd op bepaalde beginselen en is een Europese en mondiale standaardnorm. Het fundamentele principe is dat je geen mens mag doden, zeker niet voor het gemak van een ander mens. De belangrijkste vraag is dan vanaf welk moment een foetus een mens is. De grens van twaalf weken is vastgelegd omdat de foetus vanaf het tweede trimester systemen ontwikkelt waardoor die stress en pijn kan ervaren. Een menselijke maatschappij wil ver uit de buurt blijven van de grens waarop de foetus dat ervaart. Twaalf weken kan in alle redelijkheid beschouwd worden als voldoende tijd om te beseffen dat je zwanger bent en geen baby wenst te krijgen.’

‘Overigens is achttien weken, als elke grens arbitrair is, even arbitrair. Dan kunnen we maar beter elke grens afschaffen. Ik heb het vermoeden dat sommige leden van de commissie daar ook voorstander van zijn. Een argument voor het optrekken van de termijn is ook dat er dan minder mensen uit de boot zouden vallen. Ja, dan kan je gelijk het hele strafwetboek afschaffen.’

Een ander punt is de levensvatbaarheid van een baby. Op dit moment staan we aan de vooravond van belangrijke medische ontwikkelingen op dat gebied. Zo wordt er in Nederland gewerkt aan een kunstbaarmoeder die de grens van de levensvatbaarheid gevoelig kan den verschuiven.

‘Dat is een belangrijke ontwikkeling waar op dit moment geen rekening mee wordt gehouden. Op dit moment wordt aangenomen dat een baby vanaf 24 weken levensvatbaar is. De kunstbaarmoeder kan die grens terugbrengen tot vroeg in het tweede trimester. Naarmate dat de kunstbaarmoeder verder ontwikkeld wordt zal die grens ook steeds verder opschuiven en groeit de kans op overleven van een foetus.’

‘De beschikbaarheid van een kunstbaarmoeder in de nabije toekomst roept een aantal juridische vragen op, waar ik me in wil verdiepen. Het gebruik van die kunstbaarmoeder gaat ons heel veel nieuwe inzichten en informatie opleveren. Via artificiële intelligentie kan je de ontwikkeling van een foetus in zo’n kunstbaarmoeder permanent monitoren. Dat kan nieuwe inzichten verschaffen omtrent pijnbeleving.’

‘Een andere punt is dat het introduceren van een kunstbaarmoeder het recht op niet zwanger zijn en het recht om ongeboren leven te vernietigen voor het eerst zal loskoppelen. Op dat moment bestaat er een alternatief waarbij de vrouw een ongewenste zwangerschap kan afbreken en het kind toch kan overleven. Dat gaat de hele juridische benadering van het probleem abortus op z’n kop zetten. Ook het ethische vraagstuk komt dan in een totaal andere dimensie terecht.’

Groen

U bent vooral met de juridische vragen bezig. Vanuit Groen werd al een voorstel gelanceerd om het recht op abortus in de Grondwet op te nemen. Hoe staat u daar tegenover?

‘Dat slaat nergens op. Nergens ter wereld, in geen enkel mensenrechtenverdrag of grondwet, is een recht op abortus opgenomen. Op dit moment is het exacte statuut van foetus onduidelijk, maar er is in de wetgeving wel impliciete erkenning van rechten van ongeboren kinderen terug te vinden.’

‘Zo erkent België het erfrecht van een kind vanaf het moment van de verwekking. Ook in het milieurecht wordt er rekening gehouden met het ongeboren kind. Maar op dit moment is het juridische statuut van het ongeboren kind niet bepaald. Daar wil ik onderzoek naar doen, waarbij ik rekening wil houden met de komst van de kunstbaarmoeder. Want wanneer die in gebruik wordt genomen kan dat voor een juridische revolutie zorgen. Daar heeft tot nu toe niemand bij stil gestaan.’

‘Er is op dit moment nog veel onderzoek nodig, op allerhande gebied. En de mogelijkheid om diepere inzichten te verkrijgen op wetenschappelijk gebied staat voor de deur, omwille van die kunstbaarmoeder. We gaan daardoor zowel op medisch als juridisch gebied in een andere realiteit terecht komen. Ik stel dan ook voor om momenteel niet aan de termijnen te sleutelen, omdat we wel eens snel zouden kunnen constateren dat we barbaarse zaken uitvoeren wanneer blijkt dat de aanwijzingen dat pijnbeleving wel bestaat voor foetussen bevestigd worden. Er bestaat zoiets als het verbod op folteren.’

‘Het is moeilijk om een wet, eens die in voege is, terug te draaien. Op dit moment gaan sleutelen aan de wet is naar mijn mening onverantwoord. Er is gewoon nog te veel onderzoek nodig.’

Voortrekkersrol

Vanwaar komt die gretigheid binnen de commissie om de termijn voor vrijwillige zwangerschapsonderbreking op te trekken?

‘Daar zijn verschillende verklaringen voor. België wil op ethisch gebed een progressieve voortrekkersrol spelen. Daarbij worden de rechten van het ongeboren kind bijna volledig opgeofferd voor het recht op zelfbeschikking van de vrouw.’

‘Op zich zitten er een aantal ranzige kanten aan die wil om de abortustermijn op te trekken. Aan de ene kant hoor je bij de leden van de commissie een grote bekommernis om alleen nog perfecte kinderen geboren te laten worden. Zo blijkt uit het rapport dat foetussen omwille van klompvoeten geaborteerd worden, terwijl dit heel goed opereerbare aandoening is. Langs de andere kant schemeren er meningen door die doen uitschijnen dat een kind dat mogelijk in armoede geboren wordt minder recht heeft op bescherming dan het kind van rijke ouders. De verwijzingen naar schrijnende situaties bij vluchtelingen of nu ook mensen met “mentale problemen” zetten de poort open voor abortus omwille van sociale redenen.’

‘Het is een vreemde gedachte dat het recht op leven van een ongeboren kind in een beschaafde maatschappij zou afhangen van de financiële of sociale situatie van de moeder of de ouders. Je merkt dat het krijgen van kinderen verbinden aan financiële aspecten toch op weerstand botst in onze maatschappij. Commercieel draagmoederschap is om onder meer die reden nog niet geregeld.’

‘Maar er zit nog een andere kant aan heel dit verhaal, waar zedig over gezwegen wordt. Binnen de wereld van de universitaire ziekenhuizen en het academische milieu, die innige banden hebben met de farmaceutische industrie, bestaat er een grote interesse voor foetaal weefsel. Dat is enorm belangrijk en gegeerd voor wetenschappelijk onderzoek. Daar duiken andere belangen op dan die van moeder of kind. Financiële en commerciële belangen. En daar mogen best wat vragen bij gesteld worden.’

Het vastgeroeste “pro-life versus pro-choice” debat overstijgen

Abortus is een kwestie die veel verdeeldheid zaait. De twee voornaamste partijen in het debat definiëren zichzelf op een manier die de andere kant doet huiveren. Alsof pro-choice mensen anti-leven zijn. Alsof pro-life mensen een hekel hebben aan keuze. Aan welke kant men zich ook bevindt, het voelt als een nulsomspel, waarbij slechts één partij kan winnen en de andere verliest. Hoe meer vrijheid er is om een ​​abortus te kiezen, des te meer pro-lifers verliezen. Hoe meer abortus beperkt wordt, des te meer pro-choicers verliezen. Hoe kunnen we deze patstelling doorbreken?

Misschien kan het volgende helpen: wat als we ons realiseren dat niemand abortussen “leuk” vindt? Dat niemand “een abortus” op zijn bucketlist zet? Hoewel we het niet eens zijn over de vraag of het een legitieme optie is in laatste instantie, viert niemand wanneer mensen daadwerkelijk voor die keuze gesteld worden. Dus hoe kunnen we samen vooruit? Kunnen we samen streven om abortus echt een laatste redmiddel te maken? Kunnen we ervoor zorgen dat zo weinig mogelijk mensen zelfs maar over de mogelijkheid moeten nadenken? Kunnen we ervoor zorgen dat men niet moet kiezen tussen moeder en kind?

Hoe belangrijk het ook is om te discussiëren over de moraliteit van abortus en wat goede wetten zijn om abortus te reguleren (of te verbieden), onze energie zou waarschijnlijk beter besteed zijn als we zorgen dat vrouwen en mannen in een crisiszwangerschap voldoende steun hebben en verschillende goede opties kunnen overwegen voordat ze het punt bereiken waarop abortus de minst slechte optie lijkt. Onderzoek toont namelijk aan dat zwangere vrouwen die de liefde en ondersteuning nodig om een zwangerschap uit te dragen niet vinden in hun intieme kring waarschijnlijk voor abortus zullen kiezen.

In plaats van mensen te beschamen omdat ze in een crisiszwangerschap verkeren (en dus voor het kind kiezen ten koste van de moeder), of abortus te snel voor te stellen als een gemakkelijke uitweg (en dus voor de moeder kiezen ten koste van het kind), moeten we creatief zijn in het nemen van concrete initiatieven om de ouder(s) te helpen en te ondersteunen, en niet bang zijn om zelf een prijs te betalen om zowel voor het goed van de moeder als van het kind te kiezen.

Het volgende verhaal is hier een goede illustratie van:

Een ongehuwde 18-jarige vrouw, die ik Becky zal noemen, werd zwanger. Ze was bang om dit aan haar strikte christelijke ouders te vertellen, omdat ze ervan overtuigd was dat ze haar in schande zouden afwijzen en haar het huis zouden uitzetten. Dit zou op zijn beurt haar plannen om naar de universiteit te gaan en haar droom om dierenarts te worden ernstig in gevaar brengen. Daarom was ze van plan een abortus te ondergaan.

Becky vertrouwde dit toe aan een buur van de familie die ik Dorothy zal noemen. Dorothy was een gescheiden vrouw van middelbare leeftijd die in de loop der jaren een speciale relatie met Becky had ontwikkeld. Toen Becky Dorothy over haar plan vertelde, oordeelde Dorothy haar niet en dumpte ze niet haar persoonlijke mening over abortus op Becky. Ze bood gewoon aan om te helpen. Als Becky koos voor een abortus, bood Dorothy aan om te helpen met haar herstel na de abortus. Maar omdat ze ervan overtuigd was dat abortus niet de beste oplossing was voor Becky’s dilemma, moedigde ze Becky liefdevol aan om serieus na te denken over haar geplande handelwijze.

Wat nog belangrijker is, ze bood aan om alles te doen wat nodig was om het voor Becky mogelijk te maken haar zwangerschap uit te dragen. …

Als Becky’s ouders haar het huis uit zouden schoppen (wat ze deden), bood Dorothy haar kelder aan als verblijfplaats. Het was niet veel, maar het was iets. Dorothy bood ook aan om Becky alle financiële en emotionele steun te bieden die ze nodig zou hebben tijdens de zwangerschap, in de mate van het mogelijke (ze sloot uiteindelijk een tweede hypotheek af op haar huis). Als Becky de baby ter adoptie wilde opgeven, bood Dorothy aan om hiermee te helpen. Als Becky het kind wilde houden (wat ze uiteindelijk ook deed), bood Dorothy aan om haar hier ook mee te helpen (ze werd de meter). En bovendien beloofde Dorothy met Becky samen te werken om het financieel mogelijk te maken haar droom om dierenarts te worden na te streven.

Bijgevolg ging Becky door met de zwangerschap, ging ze bij Dorothy wonen en vervolgde haar droom parttime terwijl zowel zij als Dorothy haar dochter opvoedden.

Bron: Greg Boyd

Als we echt om leven en keuze geven, zullen we ervoor zorgen dat mensen zoveel mogelijk haalbare keuzes hebben om leven te laten bloeien. Dat kan betekenen dat we opties moeten scheppen die er eerder niet waren, door onze eigen middelen te gebruiken, zoals de vrouw in het verhaal deed door geld te geven, een woonplek te bieden, en haar tijd op te offeren om een ​​kind te helpen opvoeden.

Het vastgeroeste “pro-life versus pro-choice” debat overstijgen betekent het verwerpen van het idee dat we moeten kiezen tussen de moeder en het kind. Het betekent begrijpen dat we voor beiden kunnen kiezen, dat we voor beiden het beste kunnen zoeken. Maar tenzij we bereid zijn de prijs van deze kostelijke, praktische liefde te betalen, zijn we gedoemd om te blijven kibbelen over abortus en te proberen onze zin te krijgen door op de “juiste” mensen te stemmen. En op deze manier blijven zowel moeders als kinderen verliezen.