Het woord bij de daad voegen

Origineel gepubliceerd in Tertio.

In Brussel opende op 30 januari de World Interfaith Harmony Week met een lezing door medewerkers van Jesuit Refugee Service (JRS) France over ‘de uitdaging van de interculturaliteit’. Vanuit hun ervaringen als opvangnetwerk voor vluchtelingen spraken ze over het omgaan met culturele verschillen. Hun aanpak: niet oordelen, inclusief zijn.

Het mooie sociale initiatief JRS France hielp al duizenden vluchtelingen, wat in hun woorden tegelijk een druppel op een hete plaat is en een wereld van verschil betekent voor elk geholpen individu. Culturele verschillen tussen deze individuen gaan van andere eetgewoonten tot diepgewortelde verschillen in geloof en wereldbeeld. Na de lezing vroeg ik hoe JRS als christelijke organisatie omgaat met religieuze verschillen. De spreekster antwoordde dat ze op basis van humanistische waarden werken en dat het christelijke karakter van de organisatie niet naar voren wordt geschoven. JRS functioneert naar eigen zeggen op basis van een ‘open secularisme’: niet de gedwongen neutraliteit of anonimiteit van het Franse laicité, maar ook niet een fundamentalisme dat enkel vanuit eigen standpunt naar de wereld kijkt. In de praktijk zijn vrijwilligers en vluchtelingen vrij om over godsdienst te spreken, maar de organisatie stuurt dat geenszins.

Lees verder op Tertio met een gratis maandlang proefabonnement.

Geschapen naar het beeld van de mens

Origineel gepubliceerd in Tertio.

Wat heeft artificiële intelligentie te maken met vrede? Volgens paus Franciscus heel wat. In zijn boodschap voor de Werelddag van de Vrede ziet hij in de razendsnelle technologische ontwikkelingen van onze tijd mooie vooruitzichten, maar ook ernstige gevaren. Dat is natuurlijk zo met alles wat de mens onderneemt. Zo is AI een vergrootglas voor wie we zijn.

Technologische vooruitgang is van alle tijden. Van het wiel tot het internet: mensen proberen altijd hun levens te verbeteren. Dat is volgens Gods plan, schrijft paus Franciscus, als dat tenminste de hele mensheid ten goede komt. Dan draagt de vooruitgang bij tot de vervolmaking van de schepping en vrede tussen alle volkeren. 

Lees verder op Tertio met een gratis maandlang proefabonnement.

Valentijn: verliefdheid, liefde en relaties

Origineel gepubliceerd op Volzin.

De ‘Valentijnsgekte’ hangt weer in de lucht: de ‘gekte’ wordt natuurlijk gecreëerd door de commercie die erop springt. Valentijn is al eeuwenlang het feest van de verliefden. Iedereen die volop in deze fase zit of het ooit meegemaakt heeft, weet het: verliefdheid is iets prachtigs, iets overweldigends, zoals een roes. Je denkt dat je alles aankan: ongelooflijke energie en creativiteit komen vrij, bovenmenselijk altruïsme… Het is een beetje zoals doping in de sport: het voelt alsof je de Himalaya zou beklimmen voor dé liefde van je leven. Gelukkig is verliefdheid een legale doping en niet opspoorbaar in het bloed – enkel de hormonen dopamine, endorfine en oxytocine zijn terug te vinden.

Maar hoe gaat het eigenlijk met ‘de liefde’ tegenwoordig? Je zou verwachten dat het er supergoed mee gaat, want sinds de seksuele revolutie van de jaren ’60 is er bijna absolute vrijheid om te doen en te laten wat je wil. Geen gearrangeerde huwelijken, geen taboes, geen remmingen, veel voorlichting, onderzoek en literatuur… En toch: relaties lijken breekbaarder en fragieler dan ooit. In 1960 liep 1 huwelijk op 15 op de klippen, in 2013 1 op 2: een stijging met 750%. Welk virus heeft deze epidemie van gebroken relaties en gebroken harten veroorzaakt? Het lijkt wel of het nog nooit zo slecht gegaan is met de liefde in de wereld.

Er zijn inderdaad grote verschillen tussen verliefdheid en liefde: velen denken dat deze twee ongeveer hetzelfde zijn, maar ze kunnen in bepaalde situaties zelfs elkaars aartsvijand zijn. Verliefdheid is iets zaligs, maar de keerzijde is dat ze heel snel in het tegendeel kan omslaan – jaloezie en haat. De rozige gevoelens duren gemiddeld twee jaar, vertellen relatietherapeuten ons. Maar als de ‘doping’ uitgewerkt is, kunnen we dan nog liefhebben op eigen (spier)kracht? Of is de relatie dan voorbij en fladderen we naar de volgende ‘bloem’? Doping ontslaat een renner toch ook niet van training, discipline en op zijn tanden bijten?

Heel de Valentijn-hype heeft een gevaarlijk kantje: verliefdheid is een ‘instant feel good’-ervaring zonder inspanning, terwijl liefde soms hard werk is. Hollywood heeft liefde vervangen door romantiek: suikerzoet en sentimenteel, vaak een beetje kleverig. Het creëerde een zeer onrealistisch beeld van liefde: het moet bliksemsnel en overdonderend zijn, intens emotioneel, zonder lange termijn planning, voor directe consumptie.

Men spreekt tegenwoordig overal van duurzaamheid – op vlak van energie, bouwen en verpakkingen – , maar op gebied van relaties vinden we dat ‘afwisseling’ ten allen tijde moet kunnen!? We veroordelen een wegwerpmentaliteit inzake plastic, maar bij relaties kijken we de andere kant op? We protesteren hevig als er geëxperimenteerd wordt met ons voedsel of met proefdieren, maar experimenteren met ons ‘sociaal kapitaal’ is ‘modern’ en grensverleggend. Als het gaat over díngen leren we zorgvuldig ermee omgaan, maar als het gaat over ménsen worden we onverantwoord nonchalant en slordig. De volgende generaties betalen de prijs hiervoor – de factuur loopt al in de miljarden. De ondraaglijke lichtheid die we hierin als maatschappij tonen is soms verbluffend.

Jonge mensen geloven steeds minder in ‘de ware liefde’: ze worden cynischer en harder! Je kan het hen bijna niet kwalijk nemen, als je bedenkt waar ze de voorbeelden gezien hebben, of welke waarden hen ingelepeld worden in onze media. Maar wie er niet in gelooft, zal het zeker niet krijgen! Omdat hij er niet voor zal véchten! En nochtans, Europese waardenonderzoeken wijzen uit dat jongeren een duurzame relatie altijd op de hoogste plaats stellen, boven geld en carrière. Een tijdlang van de ene bloem naar de andere fladderen kan misschien leuk zijn, spannend en avontuurlijk, maar laat op termijn een leegte achter. Het is zo goedkoop en je voelt je op den duur ook zo goedkoop. Elk mens hunkert naar een duurzame relatie.

In de christelijke moraal is liefde het hoofdgebod, voor al onze naasten trouwens. Dit betekent dat je voor liefde kan kíezen, dat het mógelijk is, dat je het kan léren en er beter in worden. De seksuele revolutie wou alle taboes buitengooien, maar heeft een nog taaier taboe gecreëerd: het verwijzen naar morele normen in relaties – liefde, trouw, volharding, zelfopoffering. Deze leren we al decennia niet meer, want we zijn ‘postchristelijk’, modern, geëmancipeerd, vrijgevochten, seculier… en dus ook cynisch, nihilistisch en eenzaam.

In de heftige emoties van verliefdheid zit ‘ikzélf’ nog erg in het middelpunt, maar liefde is onbaatzuchtig gericht op de andere. 2000 jaar geleden schreef een briljant man een tekstje over de liefde dat wereldliteratuur geworden is: ‘De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze’. Het is het bekende ‘hooglied van de liefde’ van Paulus (1 Korinthe 13:1-12). Dit is volwassen liefde, met spierballen en ruggengraat.

Zulke ‘zuivere’ liefde is misschien even zeldzaam als zuiver goud, maar ze bestáát wel! Als er niet iets puurs zit in de liefde, houdt ze geen stand: dan is het een vermomd egoïsme, een economische berekening: ‘zolang ik meer voordeel eruit haal dan nadeel, blijf ik in deze relatie’. Verliefdheid is de kinderlijke (en soms kinderachtige) versie van liefde, maar liefde moet volwassen worden. En net zoals een mens altijd het kinderlijke in zich moet blijven bewaren, zo hoort de verliefdheid altijd aanwezig te blijven in een relatie. Maar verliefdheid kan nooit het fundament, de brandstof zijn van een levensrelatie. De sprankelende spontaniteit van verliefdheid is tegelijk haar zwakte: ze mist standvastigheid.

Verliefdheid kan soms de vijand zijn van liefde! De mensen die zich hebben laten meeslepen door een verliefdheid, hun bestaande relatie en gezin hebben gedumpt en totaal ten gronde gegaan zijn…, je zou ze de kost niet willen geven. De puinhopen van gebroken relaties zijn waarschijnlijk de grootste bron van emotionele ellende in een mensenleven.

Soms hoor je mensen in een uitgebluste relatie zeggen: ‘we voelen niets meer voor elkaar’. Maar… het is eigen aan emoties dat ze op en af gaan. Elk huwelijk komt in die fase en moet daardoorheen. Een mens is niet louter speelbal van vlagen van emoties, geen slachtoffer van hormonen: hij kan kiezen, ook tégen zijn gevoelens in. Hij kan op zijn tanden bijten en doorzetten, omdat een gegeven woord óók iets waard is. Er bestaan tal van eenvoudige en gezonde regels over hoe mannen en vrouwen met elkaar kunnen omgaan zodat ze het beste uit elkaar halen. Als er aan het begin gezonde gevoelens van verliefdheid waren, kunnen die terugkomen.

Zo vaak hoor je: ‘liefde maakt blind’, maar niets is minder waar! Niet liefde, maar verliefdheid maakt blind! Liefde is vaak juist helderziend en kan tegelijk zeer realistisch zijn. Als liefde op de eerste plaats staat, is verliefdheid allerzaligst.

België heeft een eerder restrictieve abortuswetgeving en daar mogen we trots op zijn. (Langere versie)

Origineel gepubliceerd verkorte vorm door Ignace Demaerel en dr. Chris Velleman op Doorbraak.

Het was een hele tijd stil rond de abortuswetgeving in ons land totdat Vooruit het gisteren weer op de agenda zette en nog vóór de verkiezingen in het parlement wil. Dit gaat tegen eerdere regeringsafspraken in, maar blijkbaar zijn de komende verkiezingen wel een regeringscrisis waard. De expertencommissie beval op 18 april 2023 aan de termijn te verlengen van 12 naar 18 (of 20) weken én ook daarna de beperkingen nog verregaand te versoepelen. Binnen de regering gaf enkel CD&V tegengas, maar onder de druk verklaarde ze zich bereid naar 14 weken te gaan.

Vooraleer echter zulke drastische en vérreikende wetswijziging gestemd wordt, mogen we a.u.b. nog even stilstaan bij de fundamentele vragen hierachter? Wat is een ongeboren mensenleven waard? En: wat is morele vooruitgang? Wat bedoelen we eigenlijk met een ‘humane maatschappij’, en met ‘respect voor alle leven’? We zien in onze media nooit openlijke debatten hierover met voor- én tegenstanders. Nochtans gaat het om hele serieuze vragen over ons mensbeeld, universele mensenrechten, menselijkheid enz. De emoties laaien op, en het debat is erg gepolariseerd en vooral ideologisch gekleurd.

Experten werden te hulp geroepen omdat zij wetenschappers zijn. Wetenschap informeert ons echter alleen over hoe iets werkt. En quasi al haar bevindingen zijn voor interpretatie vatbaar. Eigenlijk kan de wetenschap ons geen enkel ‘feitelijk’ criterium of eenduidig antwoord bieden: anders was er allang unanimiteit over. De uiteindelijke keuze is gebaseerd op het waardesysteem dat zij, en ook wij, handhaven; het is een morele kwestie! Doorslaggevend is het mensbeeld dat achter de verschillende visies zit.

Onze Belgische regering wil ons land graag een voortrekkersrol aanmeten als ‘gidsland’. Maar waarin willen wij uitblinken? In de beste chocolade, de meeste biersoorten, windenergie, of de meest vrije abortuswetgeving? Is dat laatste een lichtend voorbeeld voor de rest van de wereld, de ultieme emancipatie? Moeten wij wel Nederland achternalopen als ‘moreel progressief’? Een liberale wetgeving geeft als signaal: een foetus is slechts een ‘dingetje’, zelfbeschikking staat boven andermans leven. Slechts zes landen in de wereld gaan tot 20 weken – schrik niet – Noord-Korea, Vietnam, China, Singapore, Canada en Nederland. Willen wij in dat rijtje passen? We streven een hoge reputatie na aangaande gezondheidszorg, maar is een abortuswetgeving-met-zo-weinig-mogelijk-grenzen echt iets om fier op te zijn?

Hét argument van de pro-life beweging is: respect voor alle leven. Daar kan je toch moeilijk tégen zijn!? Het klopt toch niet dat pro-choicers altijd worden afgeschilderd als humaan, en de andere als inhumaan en intolerant. Vóór het kind zijn betekent toch niet: tégen de moeder zijn? Veel pro-life organisaties zetten zich juist hard in om kwetsbare moeders met allerlei praktische hulp bij te staan .

De eerste vraag rond een eventuele wetswijziging is: wat is de nood eigenlijk? Voor 97% van de vrouwen is 12 weken ruim voldoende om een keuze te maken. Slechts 3% doet dat na deze termijn: in 2021 gingen exact 371 Belgische vrouwen naar Nederland voor een laattijdige abortus. Deze wetswijziging is dus gesteund op een zeer beperkte maatschappelijke problematiek, en deze kleine groep hééft dan nog een alternatief: even de grens oversteken. Is de bekommernis om kwetsbare vrouwen echt de motivatie of het verkooppraatje?

Met een meer restrictieve abortuswet geven we precies een signaal dat mensen niet zomaar mogen ‘spelen’ met het leven van een ongeborene. Een foetus is niet zomaar een ‘aanhangsel’. Elk ongeboren kind heeft een onschatbaar potentieel en kan uitgroeien tot een Mozart of een Einstein, een toppoliticus of wereldkampioen: het is sowieso uniek. Pro-lifers willen de foetus al beschermen  vanaf dag één: 12 weken is voor hen al véél te ver. Het leven is voor hen heilig vanaf de conceptie omdat daar reeds alle unieke genetische informatie en potentieel aanwezig zit.

Bovendien is er nog altijd de juridische kant van de zaak: hoewel de rechten van een ongeborene quasi nergens duidelijk vastgelegd zijn, is dit toch dé meest principiële vraag hierachter. Mag recht op leven afhankelijk gemaakt worden van gewenst-worden? Gelden voor kansarme moeders andere morele wetten dan voor de rest? Wanneer men de moeder tegen het kind uitspeelt, wordt het recht-op-leven van het ongeboren kind volledig opgeofferd voor het recht-op-zelfbeschikking van de vrouw, terwijl deze van een totaal andere grootteorde zijn. “Het fundamentele principe is dat je geen mens mag doden, zeker niet voor het gemak van een ander mens” (Karianne Boer, onderzoekster rond mensenrechten aan de VUB).

De voorstanders van een uitbreiding argumenteren dat geen enkele vrouw een abortus ondergaat voor haar plezier. Inderdaad, niemand ondergaat gelijk welke ingreep dan ook voor zijn plezier. Maar mogen we daar ook even kritisch over zijn? Hoe verklaart men dan dat er 20.000 abortussen per jaar in ons land gebeuren, en 56 à 73 miljoen abortussen per jaar wereldwijd (bron: Pew research en WHO)? Deze cijfers zijn onthutsend. Hoe kunnen beschaafde landen, met de mond vol over mensenrechten, dat uitleggen?

De meest radicale stap voorwaarts gaan zij die van abortus een récht willen maken – de partij Groen zou dit zelfs in de grondwet willen verankeren. Het is al jaren een tendens, ook op VN-niveau, om abortus onder ‘reproductive health’ te klasseren: het wordt gereduceerd tot een medische kwestie, alsof het enkel om de gezondheid van de moeder draait. Maar zwangerschap is geen ziekte en een foetus geen ‘ontstoken appendix’ of zoiets. Het gaat om een uniek persoontje met een eigen DNA en levensloop. De slogan ‘mijn lichaam, mijn keuze’ is hier totaal naast de kwestie, want het gaat hier over een ánder lichaam dat groeit in een moeder.

Weinigen staan er ook bij stil dat abortus na 12 weken een medisch én emotioneel veel moeilijker ingreep is. Eens het ongeboren kind het 2de trimester bereikt, wordt de foetus groter en moet verwijderd worden door middel van meer drastische procedures. Er is de morcellatie-methode waarbij het ongeboren kind in stukken uit elkaar gerukt wordt, de metalen pin door het hoofd-procedure en het gebruik van een fatale injectie; alle methoden worden meestal zonder verdoving voor de foetus gebruikt. Hierbij speelt de vraag vanaf wanneer een foetus pijn kan waarnemen, maar ook hier kan je tegenstrijdige onderzoeken over vinden: 18 weken, 15, 12-13… Zoals gezegd: ook wetenschappelijk onderzoek staat niet los van het eigen wereldbeeld of ideologie. 

En dan zwijgen we nog over de gewetensnood van artsen en gynaecologen. In de ene operatiekamer vechten ze om het leven van een zieke (gewenste) foetus en in de kamer ernaast ‘verwijdert’ dezelfde arts een gezonde (ongewenste) foetus. Hoe schizofreen is dat?

Kortom, hoe lichtzinnig of hoe ernstig gaan we om met het leven zelf? Begrip voor kwetsbare moeders staat niet boven de waarde van een mensenleven. En er bestaat nergens zoiets als ‘het recht’ om te beslissen over het bestaan van een ander. Er is niets progressiefs aan om de waarde van het mensenleven te devalueren: dit is geen morele vooruitgang, maar een slippery slope neerwaarts! Niet alleen dokters moeten hun hart verharden, maar in feite doen wij dat collectief als cultuur.