Origineel gepubliceerd bij Apache.
In een interview met The Economist vergelijkt techondernemer Elon Musk de toekomst met tuinieren. Je zult je eigen tomaten kunnen kweken, zegt hij, ook al zijn die uit de winkel goedkoper en beter. Mensen doen het toch, omdat ze het graag doen. Op het US-Saudi Investment Forum gebruikte hij hetzelfde beeld: werken wordt als groenten kweken in je achtertuin, iets voor de liefhebberij, nadat de robots het echte werk hebben overgenomen.
Bij Musk is de moestuin geen uitweg en geen opstand, maar het tijdverdrijf dat overblijft. Precies dat beeld wordt in sommige commonskringen gevierd als het begin van de revolutie.
De stille uittocht
Neem Mike Jones, die op zijn Substack Resilient Tomorrow schrijft dat de omwenteling al bezig is, stil, op je eigen straat. Hij is allesbehalve naïef over macht. Onze economie noemt hij extractief en consumptiegedreven, en het systeem is volgens hem niet kapot, het doet precies wat het moet doen: mensen afhankelijk houden.
Zijn antwoord is de stille uittocht. Je verlaat dat systeem niet in één keer, je maakt jezelf er stukje bij beetje minder afhankelijk van: zelf voedsel kweken en weggeven, inmaken, koken zonder stopcontact, delen in plaats van huren, en je vaardigheden zichtbaar maken voor de buurt. Die hobby’s, schrijft hij, zijn het echte leven; de baan is bijzaak.
Onder die praktijk ligt een herdefinitie van rijkdom. Rijkdom meet Jones niet in geld, maar in alles wat je kunt krijgen zonder ervoor te betalen. Toegang, meer dan eigendom. Zijn veranderingstheorie is eenvoudig: je hoeft het systeem niet omver te werpen, je moet het alleen steeds minder nodig hebben.
Jones staat niet alleen. Hij is een toegankelijke stem in een bredere tendens die ik hier de lifestylecommons noem: praktijken die het dagelijks leven deels buiten de markt organiseren. Chris Carlsson, David Holmgren en Rob Hopkins hebben vanuit verschillende achtergronden vergelijkbare lokale praktijken als bouwstenen van verandering beschreven.
Het moet gezegd dat de lifestylecommons maar één tendens vormen binnen een veel breder commonsveld. Denkers als Elinor Ostrom en Michel Bauwens zetten eigendom en bestuur juist centraal.
De eigendomsvraag verdwijnt
Op het eerste gezicht staan ze ver uit elkaar. Musk belooft overvloed via robots, Jones vrijheid via moestuinen en buurtgroepen. Toch komen hun toekomstbeelden opvallend dicht bij elkaar. Betaald werk verliest zijn centrale plaats, geld wordt minder belangrijk, en mensen tuinieren, koken, delen en zoeken betekenis in de buurt. Bij Jones staat toegang op de voorgrond, bij Musk overvloed.
Wat hun toekomstbeelden verenigbaar maakt, is dat de eigendomsvraag bij allebei naar de achtergrond verdwijnt. In Musks toekomst zullen mensen leven van een universeel hoog inkomen. Geld verdwijnt eerst als beloning voor arbeid, maar blijft via overheidscheques nog wel bestaan als distributiemechanisme. Uiteindelijk wordt geld volgens Musk helemaal irrelevant. Onbeantwoord blijft wie de machines, de chips en de infrastructuur bezit.
Wie de eigendomsvraag naar de achtergrond schuift, via overvloed of toegang, botst niet met een toekomst waarin de grote infrastructuur bij enkelen blijft.
De moestuin kan dan probleemloos naast het AI-imperium bestaan. De tuinier kan rustig zijn tomaten blijven kweken zolang het bezit van de infrastructuur niet ter discussie staat. De gevierde moestuin eindigt als de sociale bijkeuken van Musks AI-economie.
Twee soorten macht over productie
Macht over productie kan twee dingen betekenen. Je kunt productie onderbreken en zo voorwaarden afdwingen. Of je kunt vanaf het begin mee bepalen wat wordt geproduceerd, hoe dat gebeurt en waar de opbrengst terechtkomt.
In de industriële economie hadden de meeste werknemers vooral de eerste vorm van macht. Ze bezaten de fabriek niet en beslisten doorgaans evenmin wat er werd geproduceerd of waar de winst naartoe ging. Maar de eigenaar had hun arbeid nodig. Die afhankelijkheid gaf werknemers onderhandelingsmacht. Vakbonden maakten die macht collectief: legden ze het werk neer, dan viel de productie stil. Een overheidscheque kan verloren inkomen vervangen, maar niet die hefboom.
Coöperaties en commons proberen ook de tweede vorm op te bouwen. In Ostroms klassieke commons kwamen wederzijdse afhankelijkheid en gezamenlijk bestuur samen. De gebruikers hadden de hulpbron nodig, terwijl het beheer afhankelijk was van hun arbeid, lokale kennis en onderling toezicht. Tegelijk bepaalden zij gezamenlijk de gebruiksregels.
Als robots en AI een groot deel van de productie overnemen, hebben mensen de productie nog steeds nodig, maar de productie hen steeds minder. Daardoor kan de eerste vorm van macht verzwakken zonder dat de tweede ervoor in de plaats komt.
Meer dan het stakingswapen
Wie met zijn arbeid niemand meer rijk kan maken, verliest meer dan de staking als wapen. Arbeid bracht mensen samen, maakte organisatie mogelijk en gaf hun eisen maatschappelijk gewicht. Vakbonden konden niet alleen loon en arbeidsvoorwaarden afdwingen. Ze konden ook bedrijven en regeringen onder druk zetten omdat het systeem zonder hun leden niet verder kon.
Wanneer productie steeds minder menselijke arbeid nodig heeft, verdwijnt het stemrecht niet. Wel kan het materiële gewicht achter die stem afnemen. Die laatste dreigt daardoor te veranderen van een eis die door macht wordt ondersteund in een verzoek aan instituties die minder rechtstreeks afhankelijk zijn.
Die verzwakking heeft een economische parallel. Al decennia gaat een kleiner deel van het inkomen naar arbeid en een groter deel naar wie kapitaal bezit. AI kan die verschuiving van arbeid naar kapitaal verder versterken.
Universeel inkomen is nog geen zeggenschap
Een overheidscheque geeft koopkracht, maar geen eigendom. Een universeel dividend gaat verder: via gedeeld bezit, bijvoorbeeld aandelen in een publiek fonds, krijgen burgers een deel van de opbrengst. Yanis Varoufakis, voormalig minister van Financiën van Griekenland, stelde zoiets al in 2016 voor met zijn Universal Basic Dividend, Sam Altman, ceo van OpenAI, in 2021 met een verwant equity fund.
AI bouwt immers voort op collectieve kennis, publieke infrastructuur, menselijke data en generaties wetenschappelijk werk. Waarom zouden de opbrengsten uitsluitend toekomen aan wie de modellen bezit?
Maar ook een dividend geeft burgers niet automatisch zeggenschap over de machines en hun inzet. Wie deelt in de opbrengst, beslist daarom nog niet mee.
Niet ieder bezit geeft dezelfde macht
De econoom Albert Hirschman benoemde twee reacties op een instituut dat faalt: exit, weggaan, en voice, van binnenuit meepraten en de regels mee bepalen. De moestuin biedt op zichzelf een beperkte exit: je haalt een stukje van je consumptie uit de markt. Dat geeft nog geen voice over het eigendom en de beslissingen van het bredere systeem.
Jones bepleit zelfbezit: je eigen gereedschap, zonnepaneel en mediaserver. Dat verkleint je persoonlijke afhankelijkheid. Maar het is eigendom van de onschuldige soort. Het laat het imperium intact.
Coöperatief productiebezit gaat verder. Ecopower maakt dat concreet: burgers gebruiken niet alleen hernieuwbare energie, ze zijn mede-eigenaar van de productie en beslissen volgens het principe één coöperant, één stem. Daar begint institutionele tegenmacht.
Maar niet ieder productiemiddel draagt dezelfde macht. Ecopower geeft zijn leden zeggenschap over energieproductie, niet over chips, robots, cloudinfrastructuur of energienetten. En juist van die infrastructuur is een groot deel van de economie afhankelijk. Een coöperatie bouwt niet zomaar een chipfabriek.
Kan een enclave het imperium ontlopen?
Nu kan iemand zeggen: stapel genoeg persoonlijk bezit op coöperatief bezit plus een hechte gemeenschap, en je hebt wel degelijk een echte exit. Zonnepanelen, een energiecoöperatie, lokale voedselproductie, gedeeld gereedschap en een tijdbank kunnen samen een bijna autonome economie vormen. Zo’n gemeenschap kan de afhankelijkheid van markt en staat werkelijk verkleinen. Ze is meer dan een verzameling hobby’s.
Maar haar autonomie heeft grenzen. De moderne samenleving steunt ook op geavanceerde geneeskunde, geneesmiddelen, chips, telecommunicatie, energienetten en complexe toeleveringsketens. Die kunnen niet door ieder huishouden of iedere lokale gemeenschap opnieuw worden opgebouwd. Voor precies de infrastructuur waarin veel kapitaal en macht samenkomen, blijft de enclave afhankelijk van anderen.
Daar komt een tweede grens bij. Een exit kan een tegenmacht vormen, maar geeft daarom nog geen voice over het systeem waarvan de gemeenschap afhankelijk blijft. Zolang ze buiten haar eigen kring geen voorwaarden kan afdwingen, blijven de machtsverhoudingen van het imperium intact.
Tegenmacht op de schaal van de macht
Tegenmacht vraagt daarom organisatie over meerdere schalen.
Bij community wealth building gebruiken gemeenten en publieke instellingen hun koopkracht en investeringen om lokaal eigendom op te bouwen. De Europese Chips Act probeert de afhankelijkheid van buitenlandse chipproductie te verminderen. De AI Act stelt grenzen aan de inzet van AI. De nog ongebruikte AI Commons Licence Suite zoekt een andere ingang: vrijwillige voorwaarden rond voordelen, milieukosten en beslissingsmacht bij concrete AI-toepassingen.
Dat is subsidiariteit: niet alles lokaal organiseren, maar beslissingen zo dicht mogelijk bij de betrokkenen houden en hogere niveaus laten dragen wat lokaal niet kan. De niveaus moeten elkaar versterken, niet vervangen. Grensoverschrijdende macht vraagt om grensoverschrijdende regels.
Tegenmacht vereist geen volledige onafhankelijkheid. De arbeider bezat de fabriek evenmin. Hij had macht omdat de afhankelijkheid wederzijds was. De vraag is niet of een gemeenschap alles zelf kan produceren, maar of ze voorwaarden kan afdwingen.
De moestuin geeft geen zeggenschap over de machines en de infrastructuur waarvan we afhankelijk blijven. Naarmate mensen minder macht aan hun arbeid kunnen ontlenen, moet tegenmacht sterker worden verankerd in gedeeld eigendom, democratisch bestuur en publiek recht.
De moestuin kan probleemloos naast het AI-imperium bestaan. Of ze een bijkeuken blijft of deel wordt van werkelijke tegenmacht, hangt af van wie de machines bezit en bestuurt, en of gemeenschappen op die schaal voorwaarden kunnen afdwingen.


