Een gebrek aan barmhartigheid maakt werknemers ziek

Origineel gepubliceerd in De Standaard samen met Jan Rosier en Ides Nicaise.

Verkiezingsoverwinnaar N-VA belooft langdurig zieken dichter op de hielen te gaan zitten. Verliezer Open VLD beloofde dat ook, en nam met de regering-De Croo al de symbolische maatregel dat die mensen 2,5 procent van hun uitkering zullen verliezen als ze weigeren de verplichte vragenlijst in te vullen over een mogelijke terugkeer naar het werk.

Er zijn inderdaad genoeg situaties waarbij werknemers onterecht langdurig ‘ziek’ zijn, zoals mensen die zich ziek melden als wapen in een conflict met hun werkgever of hun collega’s. Dat neemt niet weg dat veel andere mensen ziek zijn omdat ze het zwaar te verduren hebben onder een nietsontziende managementcultuur.

Mensura, de Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk, laat weten dat het aantal werknemers dat kampt met fysieke klachten de afgelopen vijf jaar met 20 procent is toegenomen. Psychische klachten stegen met liefst 80 procent. Geert Van Hootegem, hoogleraar arbeids- en organisatiesociologie en veranderingsmanagement aan de KU Leuven, was niet verbaasd. In De Morgen zei hij: “Ik word heel ambetant van die berichten dat we vandaag een bijna volledige tewerkstelling hebben. En wat dan met die bijna 600.000 mensen van wie velen ziek zijn gemaakt door hun werk?”

Adam Smith

Van kaderleden en veel andere werknemers wordt steeds meer mentale flexibiliteit verwacht. Sommigen krijgen het hard te verduren. Meer dan twintig kaderleden van zandreus Sibelco moeten naar Spanje verhuizen of ze worden ontslagen. Op die manier omgaan met mensen en werk­nemers is giftig voor de samenleving. Als die steeds weer uit hun ‘comfortzone’ moeten worden gehaald – zoals managementprofeten graag bepleiten – dan verliezen ze op den duur alle veerkracht en lonkt de burn-out. Het eindresultaat is dan niet alleen quiet quitting en duizenden thuisblijvers, maar ook een zware druk op gezinnen en de gezondheidszorg.

Ondanks het discours over maatschappelijk verantwoord ondernemen en bedrijfsethiek zijn veel bedrijfsleiders nog altijd vooral geïnteresseerd in het maximaliseren van aandeelhouderswaarde, zo schrijven talloze managementacademici. Het World Economic Forum analyseert de leiderschapscrisis als volgt: “Het gebrek aan waarden in leiderschap heeft waarschijnlijk te maken met het probleem van leiders die alleen maar om hun eigen belangen geven, in plaats van door iets anders gemotiveerd te worden.”

Maar wat zou dat ‘iets anders’ dan kunnen zijn? Adam Smith, de oer­vader van het kapitalisme, argumenteert in het bekende The wealth of nations dat ongebreideld en competitief eigenbelang nastreven tot algemene welvaart zou leiden. Maar hij stelt ook in het eerste hoofdstuk van zijn minder bekende, maar magistrale eerste werk Theory of moral sentiments: “Hoe egoïstisch de mens ook verondersteld mag worden te zijn, het ligt ook duidelijk in zijn aard om geïnteresseerd te zijn in het geluk van anderen en hun geluk zelfs voor zichzelf noodzakelijk te vinden, hoewel hij er niets anders aan ontleent dan het plezier om het te zien.” Als we Smith ernstig nemen, is het noodzakelijk voor ons welzijn om anderen gelukkig te maken. Moeten we het in de management- en in de leiderschapspraktijk daarom niet eens hebben over barmhartigheid?

Dienaar worden

Dat barmhartigheid intrinsiek deel uitmaakt van goed leiderschap werd al duizenden jaren geleden geopperd. Als we teruggrijpen naar de man van Nazareth, die bekendstond om zijn barmhartigheid, dan wordt die profetische boodschap voor het management nog scherper. Zo vertelde hij: “Jullie weten dat de machthebbers misbruik maken van hun macht. Maar onder jullie moet dat totaal anders zijn. Wie van jullie de grootste wil zijn, moet jullie dienaar worden.”

Hij leerde dat echte leiders dienend optreden in plaats van steeds meer offers te vragen. Ze zijn er niet alleen om aandeelhouders gunstig te stemmen, maar ook om rekening te houden met het welzijn van hun werknemers en gezinnen. Er zijn bedrijfsleiders, van vooral kleine en middelgrote ondernemingen, die deze profetische woorden al in de praktijk brengen. Er zijn er zelfs die hun omzet begrenzen omdat het welzijn van hun werknemers hen dierbaar is.

Zou een bedrijfscultuur van barmhartigheid geen revolutionaire managementpraktijk zijn? Hoeveel van de duizenden langdurig zieken zouden niet weer graag aan de slag willen als iedere bedrijfsleider of manager die raad ter harte zou nemen? Hoeveel minder fysieke en psychische klachten zouden werknemers rapporteren? En hoeveel geld zou de sociale zekerheid niet uitsparen? In een samenleving die hunkert naar leefbaarheid, maar die jarenlang mismeesterd is door een neoliberale visie op de werkelijkheid, die bijna uitsluitend wordt gestuurd door economische belangen en waar moraal gebaseerd is op een kosten-batenanalyse, wordt het tijd om barmhartig leiderschap ernstig te nemen.

Wat ChatGPT doet is geen cultuur maar platte commerce

Origineel gepubliceerd in De Morgen.

The New York Times startte net voor de jaarwisseling een rechtszaak tegen OpenAI, de maker van ChatGPT. De Amerikaanse krant beweert dat OpenAI zijn auteursrecht schond wanneer het miljoenen artikels zonder toestemming gebruikte om het krachtige taalmodel te trainen. In september al diende een aantal prominente auteurs en de grootste schrijversgilde in Amerika gelijkaardige klachten in. OpenAI beweert echter dat dit gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken ‘fair use’ is.

De Artificial Intelligence Act die de EU in december lanceerde – “de allereerste uitgebreide AI-wet ter wereld”, volgens de EU – laat dit soort vraag bewust in het midden. Makers van systemen zoals ChatGPT moeten enkel “een overzicht geven van auteursrechtelijk beschermde gegevens die voor het trainen van het systeem zijn gebruikt”. Zo kunnen auteurs, uitgevers en kranten erachter komen of hun werk gebruikt werd en eventueel zelf gerechtelijke stappen ondernemen.

Met deze wetgeving tolereert de EU dus de dataverzamelingspraktijken van OpenAI. Die praktijken hebben echter veel weg van de roekeloze goldrush die zich in het Wilde Westen afspeelde. Data zijn het nieuwe goud en alle middelen zijn goed om het te bekomen. Aan toestemming vragen wordt liever niet gedacht. Of dit legaal gezien al dan niet ‘fair use’ is, zal in rechtszaken overal ter wereld beslecht worden. Maar vanuit culturele ooghoek roept het enkele serieuze vragen op.

CULTURELE PRODUCTIE

Auteurs schrijven voor een publiek van mensen. Dat is vanzelfsprekend. Ze proberen hun lezers te informeren, te entertainen, uit te dagen, te inspireren, enz. Op zijn best verandert hun literatuur de wereld. De werken van Homerus, Dante, Nietzsche, Dostojewski, Conscience – om maar enkelen te noemen – hadden een diepe invloed op onze maatschappij. Nieuwe generaties schrijvers dompelen zich vaak onder in deze oudere werken, en worden zo geïnspireerd om hun eigen bijdrage te leveren aan ons cultureel erfgoed.

Wat OpenAI doet met ChatGPT, daarentegen, is een vulgaire parodie van dit proces. Platte commerce, eigenlijk. ChatGPT verorbert en masse het noeste en creatieve werk van generaties schrijvers, zonder diep begrip of emotionele reactie. Die capaciteiten heeft het namelijk niet. Zo mist het volledig de diepe menselijke ervaring met literatuur. De teksten die ChatGPT nadien zelf produceert zien er wel goed uit – dát is namelijk waarvoor het gebouwd is – maar het zijn vaak maar oppervlakkige literaire afkooksels van wat het las.

En toch zou ChatGPT volgens sommigen een nieuwe generatie schrijvers moeten vervangen, want vanuit puur kapitalistisch oogpunt krijgt het natuurlijk de voorkeur: het kan veel efficiënter literatuur genereren dan een mens, die vaak bloed, zweet en tranen vergiet om iets degelijks te schrijven.

CULTUUR VS. KAPITALISME

ChatGPT kan ons zeker bij bepaalde taken van dienst kan zijn. Het blinkt uit als brainstormtool, als schrijfassistent en als persoonlijke Wikipedia-bot. Tenminste, als we met een kritische blik kijken naar de tekst die het voortbrengt. ChatGPT behandelen als meer dan dat, bijvoorbeeld als regelrechte vervanger van schrijvers, getuigt niet alleen van een gebrek aan inzicht over wat het wel en niet kan: het is culturele zelfmoord.

OpenAI plunderde op achteloze manier het werk van duizenden schrijvers en reduceerde in zijn hebzucht de waarde van ons literair erfgoed tot een collectie van betekenisloze datapunten. Tegelijkertijd verdient het bedrijf grof geld met de betalende versies van ChatGPT, zonder de schrijvers te vergoeden op wier werk het succes ervan is gebaseerd. En de stortvloed aan middelmatige teksten die zal voortvloeien uit dit AI-gedreven consumentenkapitalisme zal nooit wereldliteratuur worden. Het is begrijpelijk dat auteurs geschoffeerd zijn.

Als we willen verzekeren dat onze schrijfcultuur niet stagneert en afsterft, moeten we onze schrijfvaardigheden blijven ontwikkelen, de verleiding van snelle ChatGPT-oplossingen negeren, en een cultuur creëren waar de schrijfkunst en literatuur geapprecieerd worden voor hun inherente waarde. Want goede literatuur is veel meer dan rauwe data met het kapitalistisch potentieel om grove winsten te genereren. Op zijn best verandert het levens.