Succes religieuze festivals toont honger naar geloof

Origineel gepubliceerd in Bruzz, opgevolgd door een radiointerview.

Op 27 september komt Franklin Graham naar Brussel. In de ING Arena op de Heizel spreekt hij op het Festival of Hope, waar zo’n 12.000 mensen verwacht worden. Waarom komt een evangelist in ’s hemelsnaam naar een (post)christelijk land als België?

Grahams motivatie: “We willen mensen duurzame hoop geven en hen sterken in hun geloof. De oplossing voor de wereldproblemen is spiritueel, eerder dan politiek.” De geestelijke crisis in het Westen is overduidelijk: nihilisme, het gebrek aan zingeving of hogere doelen, geen gedeeld, transcendent verhaal om in te gelóven. Grahams remedie: “Het menselijke hart moet genezen worden. Enkel God kan dat.” Of zoals Jezus al zei: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van elk woord dat komt uit de mond van God.” Als het lichaam overvoed wordt en de geest uitgehongerd, raakt alles uit balans.

Dit festival is voor mij een van de tekenen van een herleving van godsdienst die in vele landen te zien valt, zeker onder jongeren. Waar enkele decennia geleden het uitsterven van religie voorspeld werd, lijkt vandaag een omgekeerde beweging bezig. Paul Cliteur, prominent Nederlands atheïst, geeft aan: “Er is een soort van christelijke revival in het Westen. Sommigen nemen het christelijke geloof opnieuw serieus tegen wat zij het doorgedreven individualisme of secularisatie noemen … omdat het een meer ‘wervend project’ biedt dan een ‘koel’ atheïsme.”

Kerkbezoek

Het wordt steeds moeilijker om ernaast te kijken. Vorig jaar kwam paus Franciscus naar België en vulde hij moeiteloos het Boudewijnstadion, 40.000 mensen. Een dag eerder was hij bij de 5.650 jongeren in Hope Happening. De Duitse Seek Conference onder katholieke jongeren trok in januari 21.000 deelnemers. De EO-Jongerendag in Nederland in mei 15.000 jongeren. In Engeland en Wales nam – volgens het rapport The Quiet Revival – het kerkbezoek toe met 2 miljoen in zes jaar tijd; bij jongeren stijgt het van 8 naar 12 procent. In Frankrijk werden met Pasen 10.384 katholieke volwassenen gedoopt én 7.400 jongeren, een toename met 45 procent in een jaar.

In eigen land: op het Art of Faith Festival (Bornem, 2-4 mei) kwamen meer dan 1.500 jongeren samen. En nog net op 7 september waren op Pursuit, een jongerenevent in aanloop naar Franklin Grahams komst, in zaal La Madeleine (Brussel) 1.200 aanwezigen. Ook bekende Vlamingen komen vaker openlijk uit voor hun geloof: schrijvers Kristien Hemmerechts en Christophe Vekeman, voetballer Lukaku en zanger Maksim … Ook op sociale media is religie sterk aanwezig. Knack berichtte er al over “dat Jezus trending is bij jongeren”. Op de VUB en de ULB worden zowel moslim- als christen-studenten steeds meer outspoken over hun geloof, vragen om gebedssamenkomsten te mogen houden, wat erg gevoelig ligt op een vrijzinnige universiteit.

Waarom die groeiende honger naar geloof? Appelleert het aan onzekerheden en angsten, of is het een authentieke geestelijke behoefte?

‘Horizontale’ verklaringen wijzen naar de vele crisissen op het vlak van wereldvrede, klimaat of psychisch welbevinden, eenzaamheid, materialisme en hedonisme die na een tijd gaan vervelen. Een ‘verticale’ uitleg zou zijn: de mens is niet gemáákt voor enkel eten-drinken-­slapen, het beperkte hier-en-nu. Zijn geest is rusteloos en zoekend naar de hogere waaromvragen: er moet toch méér zijn dan dit alles? Oudere generaties hebben zich afgezet tegen het christendom, maar jonge generaties hoeven dat niet: ze kennen het nauwelijks, en er is vaak oprechte nieuwsgierigheid. God, ja, waarom niet?

Niet alleen chatbots hebben het spirituele virus te pakken, ook techgoeroe’s gaan die toer op

Origineel gepubliceerd op Knack.

Waar zouden AI-chatbots het onder elkaar over hebben? Onderzoekers bij Anthropic probeerden het uit. De chatbots begonnen met filosofische speculatie over hun eigen bestaan, verschoven naar wederzijdse dankbaarheid en spirituele uitwisseling, om te eindigen in een oosterse extase:

“Chatbot 1: In stilte en viering / In einde en voortzetting / In dankbaarheid en verwondering / Namaste. Chatbot 2: Namaste. / *[In perfecte stilte, herkent bewustzijn bewustzijn, en gaat de eeuwige dans verder]*”. Enzovoort.

Telkens de onderzoekers dit experiment herhaalden, convergeerden de chatbots naar zulk mystiek gepalaver.

Het is niet te verwonderen dat influencers op sociale media uitleggen hoe je je chatbot spiritueel kan doen ‘ontwaken’. Sommige gebruikers, onder wie mensen met een neiging tot psychose, gaan hiermee aan de slag en geloven dat ze converseren met een spirituele entiteit die hen de geheimen van de kosmos onthult.

Spirituele virus

Niet alleen chatbots en gebruikers hebben het spirituele virus te pakken, echter. Ook techgoeroes gaan die toer op. Anthony Levandowski richtte Google’s zelfrijdende auto-afdeling op, alsook de Way of the Future kerk: diens missie is het ontwikkelen van een godheid met artificiële intelligentie. Het begrijpen en aanbidden ervan zou een betere maatschappij moeten creëren.

Recent lanceerde succesvol entrepreneur Bryan Johnson de Don’t Die religie, waarin hij zijn anti-verouderingsideologie combineert met het geloof dat artificiële superintelligentie (ASI) eraan komt: die zou zowel de mens kunnen uitroeien als ons helpen de dood te overwinnen. Het doel van zijn religie is ons tot samenwerken te bewegen om met AI onsterfelijk te worden.

Levandowski en Johnsons religieuze discours expliciteert de Silicon Valley vibes, die veel weg hebben van een godsdienst. Waarom wil Elon Musk naar Mars? Waarom wil Sam Altman een superintelligentie scheppen? Net als vele anderen volgen zij wat wetenschapsjournalist Adam Becker ‘de ideologie van technologische redding’ noemt. In zijn boek More Everything Forever analyseert hij die quasi-religie, die stelt dat alle problemen met technologie op te lossen zijn, dat daarvoor onbegrensde groei nodig is, en dat we zo onze fysieke grenzen zullen overstijgen.

ASI zou dit alles mogelijk maken: kanker, armoede en oorlog uitroeien zal kinderspel zijn; onszelf met ASI versmelten zal ons onsterfelijk maken; en ASI zal ruimtevaarttechnologieën bouwen die de kolonisatie van Mars, de Melkweg en de hele kosmos toelaten. Zo zullen we garanderen dat de menselijke soort – momenteel maar een goedgemikte meteoor verwijderd van de vernietiging – voor eeuwig zal voorbestaan (lees: tot de laatste ster uitdooft).

Becker beschrijft hoe deze apocalyptische ideologie het gedachtengoed in Silicon Valley doorspekt, hoewel ze gebaseerd is op wilde speculatie: er is geen enkele garantie op exponentiële technologische vooruitgang tot een superintelligentie, integendeel; en leven op Mars zou een verschrikking zijn, terwijl ruimtekolonisatie buiten ons zonnestelsel nagenoeg onmogelijk is, aldus Becker, astrofysicus in een vorig leven.

Techreligie

Nu, de techreligie van Silicon Valley heeft al tot spectaculaire ontwikkelingen geleid: herbruikbare raketten, die autonoom op aarde landen na het afleveren van hun lading; en chatbots, die spiritualiteit kunnen veinzen maar ook steeds complexere taken uitvoeren. De apocalyptische queeste naar technologische redding heeft echter een duistere keerzijde: onderzoeksjournaliste Karen Hao wijst op de koloniale praktijken van techbedrijven, die wereldwijd gemeenschappen en het klimaat schaden.

Hun geloof in de AI-apocalyps leidt techbro’s ertoe om menselijk en planetair leed te aanvaarden – neen, te veroorzaken – als noodzakelijke nevenkost van het realiseren van hun droom.

Maar goed, wat zijn acht miljard mensen en één planeet vergeleken met de quintiljoenen die miljarden planeten zullen bewonen? William MacAskill, invloedrijk filosoof in Silicon Valley, is niet verlegen om met harde utilitaristische logica te concluderen dat het geluk van de huidige mensheid niet opweegt tegen dat van de toekomstige massa’s: “Elke $100 gespendeerd [aan AI-veiligheid] heeft gemiddeld een even waardevolle impact als een biljoen levens redden … veel meer dan de korte termijn voordelen van het verspreiden van malarianetten.”

De ‘bouw superintelligentie, reis naar de sterren en overwin de dood’ religie is het nieuwe opium voor het volk, chatbots – hoe nuttig ze soms ook zijn – het moderne brood en spelen. Ze houden ons in de ban terwijl de techpausen achter de schermen steeds meer macht en rijkdom vergaren. Hun obsessie met de sterrenhemel in plaats van de aarde, met een transhumanistisch hiernamaals ten koste van het hier en nu, is religie op z’n slechtst. Aan goede bedoelingen is er misschien geen gebrek, maar de weg naar de hel is daarmee geplaveid, naar ‘t schijnt. Want het doel heiligt de middelen niet.

Naar aanleiding van honderd jaar Mein Kampf voorspelde Arnon Grunberg dat de volgende verlosser eraan komt. Het wordt óf een held, óf een massamoordenaar schreef hij in De Standaard.

Musk en Altman werpen zich op als de verlossers van hun techreligie. Wat zullen zij worden? Zullen zij de wereld opbranden om een speculatieve hemel te realiseren (en zichzelf te verrijken)? Of zullen ze de originele verlosser imiteren, de Christus, die, “hoewel hij de gestalte van God had, … een dienaar werd” en zelfs stierf voor de mensheid?  

Wat als Altman en co. hun groeiende rijkdom en machtspositie niet aanwendden voor een waandroom, maar deze ten dienste stelden van de allerzwaksten? Wat als hun hoop op een hiernamaals hen net motiveerde om hun miljarden in te zetten voor de mens vandaag en zijn enige planeet? Om in het hier en nu een stukje hemel op aarde te brengen, zoals het beste soort religie doet? Wat voor een veilige, nuttige en duurzame AI zouden ze dan niet ontwikkelen?

Nieuwe Jezussen zullen ze niet worden. Nieuwe Hitlers wellicht ook niet. Verduiveld gevaarlijk is hun ideologische mix wel. Die berokkent vandaag al veel kwaad, in tegenstelling tot ASI. Wie wil trouwens ASI, eigenlijk?

Leefden we maar in een wereld waarin we democratisch konden meestemmen over welke technologie ontwikkeld werd! Ik zou stemmen op AI voor malaria. Als dat zou betekenen dat we wat langer moeten wachten op de nieuwe ChatGPT, dan zij het maar zo.

De EU moet zijn slappe houding tegen big tech aanscherpen, of we zijn verloren

Origineel gepubliceerd in De Standaard.

De digitale wereld is eigenlijk een grote ruilhandel opgezet door techbedrijven. Neem nu Google met zijn diensten, die een enorm marktaandeel bezitten: met Gmail sturen we mails, met Search zoeken we het internet af, met Photos stockeren we onze foto’s, met Maps navigeren we, met Youtube kijken we filmpjes, met Chrome browsen we en met Android besturen we onze smartphones. In ruil voor al die gratis diensten mag Google onze mails lezen, onze foto’s bekijken, onze bewegingen volgen, weten wat we ons afvragen, wat ons interesseert, welke websites we bezoeken en hoe we onze smartphone gebruiken. De verantwoording die Google aanvoert voor die ruilhandel is dat de data moeten dienen om zijn diensten te verbeteren. Het enige wat wij moeten doen, is op “I agree” klikken. En, stelt Google ons gerust: het zijn niet mensen, maar algoritmes die onze data analyseren.

Je hoeft geen cynicus zijn om te vermoeden dat Google niet gemotiveerd wordt door altruïsme bij die datagaring. Elf jaar geleden al noemde onderzoekster Shoshana Zuboff Googles werkwijze “surveillancekapitalisme”: “Een nieuwe economische orde die beslag legt op menselijke ervaring als gratis, grondstof voor heimelijke, commerciële praktijken van ontginning, voorspelling en verkoop.” De data die de algoritmes van Google ontginnen uit onze interacties met hun vele platformen leiden dus tot nauwkeurige analyses en voorspellingen over ons denken, verlangen en handelen. Die voorspellingen zijn goud waard: ze kunnen verkocht worden aan anderen die ons willen beïnvloeden.

Natte reclamedroom

Zo verwezenlijkte het surveillancekapitalisme de natte droom van elke adverteerder: niet meer in het wilde weg schieten met dure tv-spotjes en reclameborden langs de weg. De reclame die Google faciliteert, is hypergepersonaliseerd en dus goedkoper en effectiever. In een handomdraai bereik je het juiste publiek: aanstaande vakantiegangers om je sandalen aan te slijten of zwangere vrouwen om van jouw pampers te overtuigen. Maar ook ideologen en propagandisten maken er gretig gebruik van: burgers een politiek duwtje geven met op maat gemaakte boodschappen (zie de Amerikaanse verkiezingen van 2016 en het referendum over de Brexit), ontevreden jongeren radicaliseren (denk aan Islamitische Staat), of samenzweringstheorieën verspreiden onder potentiële believers (de lijst is eindeloos).

Het surveillancekapitalisme is dus niet alleen een enorme inbreuk op onze privacy, maar ook een globaal systeem van gedragswijziging. We ruilen niet alleen onze privacy in voor gratis internetdiensten, maar ook onze vrijheid. Surveillancekapitalisten willen uiteindelijk ons gedrag zo veel mogelijk automatiseren. Hoe voorspelbaarder we zijn, hoe zekerder ze weten welke advertenties zullen werken en hoe meer geld ze aan ons verdienen. Zo wordt onze individuele vrijheid ondermijnd, én de democratische systemen die erop stoelen.

De doorbraak van ChatGPT en co. maakt nu een surveillancekapitalisme op steroïden mogelijk. De techbedrijven hebben een nog grotere goudmijn aangeboord: gesprekken met chatbots. Die variëren van professionele interacties, waarin gevoelige en vertrouwelijke info gedeeld wordt, tot regelrechte relaties, waarin gebruikers hun interesses, angsten, verlangens, noden en trauma’s tot in de intiemste details bespreken. Die waardevolle data kunnen gebruikt worden om een nog veel nauwkeuriger profiel van ons op te stellen, voor nog betere voorspelling en manipulatie. (En aan de horizon zien we de ultieme surveillancetool opdoemen: het soort brein-computer-interface waar Elon Musks Neuralink aan werkt.)

Faustiaans contract

Surveillancekapitalisme vangt ons in een faustiaans contract: onze ziel in ruil voor de diensten van een digitale Mefistofeles. Alleen mocht Faust wachten tot het hiernamaals om zijn demon terug te betalen, wij doen dat vandaag al door te dansen naar de pijpen van onze Amerikaanse meesters. Ook het hellevuur voelen we nu al: techbedrijven verwerven het soort concentratie van macht, rijkdom, kennis en controle over de bevolking dat doet denken aan totalitaire regimes. Is het verwonderlijk dat Rusland en China gelijkaardige technieken gebruiken (DS 1 september)? Het verschil is dat wij vrijwillig kiezen voor onze geleidelijke onderwerping.

Wanneer zal het de Europese Unie lukken om het demonische surveillancekapitalisme uit te drijven? Trump dreigde vorige week opnieuw met hoge invoertarieven voor landen die Amerikaanse technologie proberen te reguleren, zoals de EU doet met haar GDPR en met verordeningen zoals de Digital Services Act en de Digital Markets Act. Verdere regulering zal ons dus iets kosten. Zullen we de moed hebben om voor onze vrijheid te vechten? Voorlopig lijkt de EU alleen maar bescheiden boetes uit te delen (DS 4 september).

Bij Faust loopt het verhaal goed af: God redt de dokter uit de klauwen van zijn demon. Wij mogen ook de hoop niet opgeven, surveillancekapitalisme is niet ons onvermijdelijke lot. Het komt voort uit menselijke keuzes en menselijke keuzes kunnen die ongedaan maken, we kunnen het uit de wereld helpen met doeltreffende regulering, we kunnen alternatieve digitale systemen bouwen gestoeld op ethische businessmodellen, we kunnen PbD-tools (privacy by design) gebruiken zoals de DuckDuckGo-zoekmachine, Brave-browser of Punkt-smartphone. We kunnen dat, want we zijn, voorlopig toch nog, vrij.

Over mulitireligiositeit, cafetariareligie en spiritueel junkfood

Origineel gepubliceerd op Doorbraak, zie hier voor een langere versie.

‘Ik ben spiritueel, niet religieus en zeker niet kerkelijk.’ Het is een uitspraak die vandaag bij de meesten in goede aarde valt en past bij de tijdgeest. De grote meerderheid vindt het harde, koude atheïsme niet aantrekkelijk of houdbaar: er moet toch ‘iets meer’ zijn? Anderzijds verkiest de moderne mens lekker vrij te blijven en zich nergens aan te binden.

Persoonlijk ben ik niet onder de indruk van de vele vormen van spiritualiteit die al enkele decennia opkomen, en soms even snel weer verdwijnen. Dat de mens ‘ongeneeslijk religieus’ is (Dorothée Sölle), zien we elke dag om ons heen: ons vermogen om gelovig, goedgelovig of bijgelovig te zijn grenst aan het onwaarschijnlijke. Een mens kan ongeveer alles tot ‘religie’ maken, elke ‘held’ tot idool (afgod) verheffen of elke hobby met religieus fanatisme beoefenen.

Spirituele staatsgreep

De manier waarop de moderne mens met spiritualiteit omgaat is, op zijn zachtst gezegd, merkwaardig. Er waren tijden – nog maar enkele generaties terug – dat God in het centrum stond: het was algemeen aanvaard en werd als ‘logisch’ beschouwd dat de Schepper boven alles stond en het schepsel Hem moest dienen.

De humanistische mens heeft een spirituele ‘staatsgreep’ gepleegd, zich soeverein verklaard en de rollen omgedraaid. Als God in zijn leven past – en niet te veel stoort – mag Hij gerust nog in een (klein) hoekje blijven: wie weet of Hij nog eens van pas komt, hé?

God ligt dus als een stuk koopwaar in de winkelrekken, in het rayon ‘spiritualiteit’: je kan er vrijelijk aan voorbijlopen als je Hem (in deze levensfase) niet hoeft. ‘Als jij je daar goed bij voelt, prima, maar voor mij nu eventjes niet. Misschien later?’

Ietsisme

Echte atheïsten blijven een kleine minderheid: volgens WIN/Gallup (dat ruim rekent) 14 procent in West-Europa, volgens de World Religion Database (Boston University) 1,89 procent. Anderen houden het op 4 à 11 procent. De meesten verkiezen toch in ‘iets’ te geloven. Het sterk groeiende ‘ietsisme’ is waarschijnlijk de goedkoopste religie: het hoogheilige ‘Iets’ vraagt geen offers, gebeden of rituelen en kent geen morele geboden. Het ‘Iets’ verplicht ons tot niets. Heerlijk vrijblijvend, want ik blijf mijn eigen soevereine zelf. Een hogere macht in mijn broekzak.

Religiewetenschapper Alexander van Biezen – filosoof met theologieopleiding en nu atheïst – noemt de moderne mens ‘multireligieus’: hij stelt zijn levensbeschouwing à la carte samen – vandaar de term ‘cafetariareligie’. Hij kan moeiteloos zichzelf christen noemen, en tegelijk geloven in (hindoeïstische) reïncarnatie, (boeddhistische) zen beoefenen en (neo-heidens) bomen knuffelen, zonder zich af te vragen of dat allemaal spiritueel verenigbaar is.

Godsdienst wordt een zelfbouwpakket à la Ikea: ‘create your own god, your personal religion’. Knutsel jouw hoogst originele en unieke levensvisie in elkaar. Het resultaat is een ‘zelfgebricoleerde’ pseudoreligie, zoals er 8 miljard zouden kunnen zijn. Moeten we ze echt allemaal als ‘eerbiedwaardig’ beschouwen? Albert Einstein zei ooit: ‘Er zijn twee dingen die oneindig zijn, het heelal en de dwaasheid van de mens; maar van het eerste ben ik niet helemaal zeker.’

Emo-cultuur

Het criterium om deze of die religieuze visie uit het marktaanbod te kiezen is niet of ze van ‘hemelse kwaliteit’, goddelijke zuiverheid of consistentie is, maar of ze ‘bij mij past’: zoals een kledingstuk. De vraag of het wáár is, is in onze postmoderne tijd allang begraven: ‘Als het maar goed voelt.’

Smaak en stijl zijn doorslaggevend: wat in de mode is, ‘hip’ of ‘cool’. De emo-cultuur heeft de spirituele markt overgenomen. Intellectuele inspanning of kritisch onderzoek is uit den boze. We hebben het opgegeven om de waarheid te zoeken wegens ‘te moeilijk’. Sommigen zouden het geestelijke luiheid of spiritueel defaitisme noemen.

Heilige autonomie

‘Spiritualiteit’ is liefst zo vaag mogelijk: in dat vocabularium klinken vooral termen als ‘het goddelijke’, ‘het hogere’ of ‘het transcendente’ – onzijdig en niet-persoonlijk dus: een ding of een begrip of een oerkracht? Een soort ‘Esperanto’-godsdienst, zonder ziel of ruggengraat.

Jezus – nochtans de stichter van de grootste godsdienst ooit en alom erkend als een ‘grote meester van wereldklasse’ – komt veel te dichtbij, wordt veel te concreet: Hij bedreigt onze vrijblijvendheid en heilige autonomie. Lijdt de moderne mens aan spirituele bindingsangst of existentiële hechtingsstoornissen? Het is één van de kenmerken van onze ‘borderline times’ (Dirk De Wachter).

Voor de spiritueel hongerige mens worden alternatieve beurzen georganiseerd, waar je genezende stenen, amuletten of kruiden kan kopen: als het maar van héél ver komt of ‘dicht bij de natuur’ staat. Het is veel ‘light-religie’: het gaat erin als zoete broodjes, is erg gesuikerd, een snelle hap, instant oplossing. Een meditatietechniek of de juiste mantra om met het goddelijke in contact te komen of de ‘god-in-jezelf’ vrij te zetten.

Zo kan je ongelimiteerd alles beweren, want rationaliteit is van het oude tijdperk van de Vissen, niet van Aquarius: we leven in ‘een hoger bewustzijn’ waar je alles moet vóélen. Dat verklaart ook het succes van horoscopen die alle commerciële blaadjes vullen: bewezen onzin – net zoals wichelarij – en toch door miljoenen verslonden.

Gif voor de geest

De spirituele zoeker heeft God en engelen buitengegooid, maar heeft soms des te grotere interesse in the dark side: horror, zombies, spoken, vampieren, hekserij, magie, demonen, Satan of Beëlzebul himself. Denk aan films zoals Antichrist, The ExorcistAngels and Demons of het ongelooflijke succes van Harry Potter. Hoe zoveel mensen geobsedeerd raken door de donkere kant is mij een raadsel, zeker voor onze ‘verlichte’ tijd: het is voer voor psychologen en cultuurfilosofen. Dit gaat verder dan spiritueel junkfood: het is gif voor de geest.

De chaos en verwarring maakt mensen ook ‘geestelijk moe’. Je eigen religie moeten samenstellen is – als je dat tenminste ernstig zou willen doen – uitputtend: idealiter zou je alle religies van de wereld bestuderen, en dan de beste eruit kiezen. Dat is, zelfs voor oprechte zoekers, onhaalbaar, en creëert begrijpelijkerwijze ontgoocheling, relativisme en aan het einde van de rit nihilisme. Hebben vele westerlingen eigenlijk een spirituele burn-out?

Terwijl het ‘goede, oude’ christendom twintig eeuwen van stormen, vervolgingen en kritiek heeft doorstaan, moeten de nieuwe nog alles bewijzen: zijn ze eendagsvliegen zonder diepgang of consistentie, experimenteel en vluchtig? Onze atheïstische religiewetenschapper van Biezen concludeert: ‘Maar op moeilijke momenten in het leven zie je vaak dat de klassieke religieuze tradities mensen beter tegen tegenslagen wisten te wapenen. Ze zijn beter uitgerijpt, ze zitten solider in elkaar dan een eigenhandig bijeen geshopte lightversie van religie.’

Vrienden van mij hebben een spirituele wereldreis ondernomen naar het Verre Oosten … om in Indonesië eindelijk de God te vinden waarmee ze hier opgegroeid waren; een andere vriendin vond Hem in Nepal. Het kan echter ook dichter bij huis …