En wat als (extreem)links (extreem)rechts groot gemaakt heeft?

Origineel gepubliceerd op Doorbraak in kortere versie.

In de aanloop naar onze verkiezingen zien we over het algemeen een sterke verschuiving naar rechts: zoals in verschillende andere landen trouwens, niet in het minst onze ‘nuchtere’ bovenburen. Moeten we ons daar zorgen over maken? Is de paniek bij links terecht? Staat ‘rechts’ dan gelijk met ‘achteruitgang’? Als extreemrechts grotendeels een proteststem is, waartégen protesteren ze dan? Want waar rook is, is vuur: hebben ze misschien wel ergens een punt – of een puntje? En waarom stelt niemand in links zich de vraag of ze dat misschien zelf veroorzaakt en gevoed hebben?

Ik wil even duidelijk stellen: ik zie mezelf voor 100% als een centrumfiguur. Ik heb geen enkele affiniteit met extreemrechts gedachtengoed, nooit gehad. Ik zie evenveel sterke punten in rechts als in links, en evenveel zwakheden. De polarisatie maakt het debat helaas heftiger en holler: men schiet wederzijds op zelfgecreëerde karikaturen, maar praat – lees: schreeuwt – naast elkaar door. Het niveau van elementaire beleefdheid en respect zakt bij elke verkiezing, en de trucs om de ander zwart te maken, worden steeds professioneler en geslepener.

Is de hoofdreden van de verrechtsing dan de migratie? Is de gemiddelde Vlaming echt zulke racist? In mijn omgeving zie ik dat soort mensen niet. Er zijn vele redenen waarom mensen rechtser stemmen: politieke, economische, sociale, morele… Er is ook een algemeen (onderbuik)gevoel dat deze maatschappij aan het ontsporen is: depressies en burn-outs, wachtlijsten in de jeugdpsychiatrie… Heeft links alle morele en sociale remmen losgegooid? Een graffiti op de triomfboog in het Jubelpark schreeuwde het uit: ‘Fuck gender roles’. Oh ja? Is dat waar we naartoe willen? Willen we promoten dat iedereen op elk moment van geslacht kan veranderen zoals het clipje ‘genderkoek’ beweert? En dat er overal in openbare gebouwen aparte toiletten en douches komen voor ‘x’ en x aantal andere gendersoorten? Dat jongeren met genderdysforie vanaf 9 jaar kunnen beslissen over hun geslacht en pas vanaf 18 jaar alcohol kopen? En dat sekswerk als een eerbaar, sociaal beroep moet beschouwd worden?

Ik mis vooral dat links in eigen boezem kijkt. Progressief zijn is uiteraard goed: niemand wil ‘achteruit’ – rechts trouwens ook niet. Maar niet elke vooruitgang is verbetering. Als je op een slippery slope naar een ravijn staat, is ‘blind vooruitstormen’ een collectieve zelfmoord. Als er extreemrechts bestaat en dat een gevaar vormt, geldt dat voor extreemlinks ook.

Links/extreemlinks kan heel erg drammerig zijn: veel burgers hebben het gevoel dat er van alles door hun strot geduwd wordt. Activisten zijn op zich idealisten en bewonderenswaardig, maar kunnen soms vér over de grens gaan, eindeloos op één punt hameren en alle rationaliteit en contact met de realiteit verliezen. Ze worden militant, fanatiek, soms hoogst intolerant en irritant. De pro-Palestijnse studentenprotesten viseren alle contacten met Israël, ook zij die niets met Gaza te maken hebben, en zijn behoorlijk manipulerend en chanterend. Bij zulke emotionele oproepen is altijd de – gebalanceerde en onderbouwde – waarheid het eerste onschuldige slachtoffer.

Ook waar het over klimaat gaat, lijkt het alsof kritische bedenkingen niet meer mogen geuit worden. Een sereen debat met vóór- en tegenargumenten wordt gemuilkorfd. Misschien is dat nog wat de gemiddelde Vlaming het meest stoort: het gevoel van censuur: alles wat je aan de linkerzijde niet meer mag zeggen, zelfs dénken! Een onzichtbare gedachtenpolitie waait door onze media. Dat je kwetsbare groepen niet moet stigmatiseren: helemaal akkoord. Maar als stigmatiseren verward wordt met ‘kritische tegenstemmen’, wordt het behoorlijk verstikkend. We krijgen collectief kromme tenen. Slachtofferdenken wordt aangemoedigd: de underdog heeft altijd gelijk.

Problematisch wordt het wanneer rechts moreel verdacht wordt gemaakt: zij zijn verstard, verblind, ‘nog niet verlicht’, krampachtig… Ze beseffen het van zichzelf niet, maar eigenlijk reageren ze vanuit angst. Want als je niet helemaal pro bent, ben je islamofoob, homofoob, transfoob…: het is onmogelijk dat je ernstige, wetenschappelijke argumenten hebt. Dat er – kleine groepen? – van zulke mensen zijn, zal niemand betwisten, maar alle anderen over één kam scheren is intellectueel niet eerlijk. De woorden ‘rechts’ en ‘extreemrechts’ worden gemakshalve door elkaar gebruikt als dat beter uitkomt. Links voelt zich moreel duidelijk superieur: zij zijn open, modern, cool, hip, ‘mee met de tijd’, toekomstgericht, tolerant, breeddenkend… De tegenpartij moreel diskwalificeren is de beste tactiek om niet meer naar hen te hoeven luisteren, om in je eigen gelijk te wentelen.

Links zijn zij die in ethische kwesties altijd gevochten hebben voor ‘Je mag niet oordelen’, maar nu doen ze exact hetzelfde, enkel met andere criteria. Vroeger werden echtbrekers en hoerenlopers veroordeeld, nu, na de seksuele revolutie, de moraalridders zelf. En de lijst wordt steeds langer: wie een open haard brandt, met een diesel rijdt, met het vliegtuig op vakantie gaat… foei, foei! Shame on you!

Waarom is ‘conservatief’ toch een vies woord? We besteden miljoenen om onze oude schatten van gebouwen en kunst te bewaren, maar de traditionele – al of niet christelijke – gezinswaarden worden woest met de sloophamer afgebroken. Hoe schizofreen kan je zijn? Wat goed en kostbaar is en zijn degelijkheid bewezen heeft, moeten we uiteraard bewaren en koesteren. De waarheid zit altijd in het midden! Sommige dingen moet je veranderen, andere moet je bewaren. Hoe simpel kan het zijn?

‘Verandering’ – change! – als hoofdslogan bij verkiezingen is intussen zo hol en leeg dat het niets meer betekent: alle kampen roepen dit, omdat het volgens de communicatiespecialisten ‘goed voelt’. Inhoud nul.

We moeten ons dus de ernstige vraag stellen: is de verschuiving naar rechts in feite een verschuiving ‘terug naar het centrum’? Terug naar gezond verstand, naar balans? Mag het scheefgetrokken boompje weer recht a.u.b.?

Links riskeert haar sterke kwaliteiten rond sociale gerechtigheid te verspelen en haar geloofwaardigheid te verliezen door zich te vergalopperen in extreemlinkse standpunten die niemand ten goede komen, en die constant koren op de molen zijn van extreemrechts. Als beide kampen uit de loopgraven komen, de emoties laten zakken en elkaar de hand kunnen reiken, blijkt dat ze véél dichter bij elkaar staan dan ze denken. Na 9 juni zullen ze dat sowieso moeten.

‘Pasen volgens extreemrechts? Nationalistische boodschap strookt vaak niet met wat Jezus verkondigde’

Origineel gepubliceerd op Knack.

Op aswoensdag moedigde Dries Van Langenhove zijn volgers op X (Twitter) aan om tijdens de vastenperiode voor Pasen het roken, drugs, alcohol en porno te laten. Dit naar het voorbeeld van Jezus die 40 dagen vastte en alle verleiding weerstond. Want “om het Vlaamse volk te dienen moeten wij de beste versie van onszelf worden.” Met Kerst schreef hij op gelijkaardige wijze dat “wie zichzelf opoffert voor zijn volk en gezin, die zal zingeving en geluk vinden in de alledaagse dingen.” Dit naar aanleiding van Jezus’ zelfopoffering die met Pasen gevierd wordt.

Schadelijke verleidingen weerstaan, zichzelf opofferen voor anderen, het zijn inderdaad deugdzame christelijke impulsen die terug te brengen zijn tot Jezus. Ook liefde voor eigen volk is dat. Tenminste, als dat niet ten koste gaat van andere volkeren. En daar wringt het schoentje. Want Van Langenhove instrumentaliseert de paasboodschap voor nationalistische doeleinden.

Christelijk nationalisme

Wat Van Langehove doet is niet nieuw. Het christendom was eeuwenlang de mainstream godsdienst in Europa, en dus volgens sommige nationalisten onherroepelijk vervlochten met ‘ons volk’. Daarom stelde Van Grieken in een interview met De Tijd in 2021 dat hij Vlaanderen graag ‘Vlaams’, ‘blank’ en ‘christelijk’ ziet. Daarom beweert Meloni met een oude fascistische slogan dat ze “God, vaderland en familie” verdedigt. Daarom noemt Orbán zich “verdediger van het christendom” tegen de migranten die ‘onze’ christelijke waarden doen verwateren.

Het probleem is dat deze nationalistische boodschap vaak niet strookt met wat Jezus verkondigde en wat de Kerk doorheen de eeuwen – soms hypocriet – beleed. In tegenstelling tot wat Van Langenhove beweert, offerde Jezus zich niet op voor zijn eigen volk, maar voor de hele mensheid: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft.” Etnische verschillen deden er voor de eerste christenen dan ook niet meer toe: “In dit nieuwe leven is het van geen enkel belang van welke nationaliteit of ras u bent,” schreef Paulus.

Daarom noemt de Westerse Kerk zich Katholiek: universeel. Al in het Oude Testament staat ook er dat vreemdelingen “moeten worden behandeld als iedere andere burger, houd van hen als van uzelf.” En vijanden, zoals de plegers van de aanslagen in Brussel die recent herdacht werden, moeten volgens Jezus bemind en vergeven worden, hoe begrijpelijk Van Langenhoven’s slogan “nooit vergeten, nooit vergeven” ook is. Vergiffenis zorgt dat we rechtvaardigheid nastreven uit liefde en niet uit haat of wraakgevoelens.

Doorheen de geschiedenis hebben christenen vaak niet voldaan aan het voorbeeld van Christus. Vandaag zijn bijvoorbeeld de Russisch-Orthodoxe Kerk en heel wat evangelische kerken in Amerika schuldig aan christelijk nationalisme. Maar dat doet niet af van het universele origineel. Waar in het christendom een liefdevolle God het leven betekenis moet geven, neemt bij nationalisme het wispelturige ‘volk’ deze transcendente rol over. Waar het christendom mensen bijeen zou moeten brengen op basis van naastenliefde, drijft nationalisme mensen uiteen op basis van tribale trots. Waar bloed vergoten werd bij kruistochten en godsdienstoorlogen in weerwil van de boodschap van Jezus, waren de twee wereldoorlogen het logische, hoewel niet noodzakelijke, gevolg van nationalisme.

Niet overtuigd

Opnieuw, het is deugdzaam om voor “onze eigen mensen” te zorgen. Alleen mag dat niet ten koste gaan van anderen. Nationalisme kan niet anders dan hierin vervallen. Het is daarom misschien niet te verwonderen dat het Vlaams Belang tot nog toe kerkgaande christenen amper heeft kunnen overtuigen. Volgens De breuklijnen voorbij?, een studie uit 2023 van de KU Leuven, kwam amper 3.7% van de Vlaams Belang-stemmen in 2019 van dergelijke christenen. Dat is het laagste percentage van alle grote partijen. Samen met Groen ontving het Vlaams Belang daarentegen wel het hoogste percentage “ongelovige” stemmen van alle partijen: 42.5%. Het gros van de overige Vlaams Belang kiezers waren mensen die zich christen noemen, maar nooit naar de kerk gaan: 41%. Dat geeft aan dat het soort christendom dat extreemrechts aanspreekt vooral een cultuurchristendom is, verstoken van Kerk en Christus.

Maar Vlaams Belang draagt ook andere waarden uit die wel traditioneel christelijk zijn. De focus op het klassieke gezin, het belang van een hechte gemeenschap, een pro-life standpunt. Ook de meer recente anti-woke retoriek kan door heel wat christenen, zeker conservatieven, gesmaakt worden. Dat is ook wat veel christenen aanspreekt bij nationalisten in pakweg Amerika en Polen. Ook in Vlaanderen stelt dat christenen voor een dilemma. Zonder het nationalistische uitsluitingsdiscours zouden veel van mijn kennissen voor het Vlaams Belang stemmen. De partij is aantrekkelijk, zeker nu haar migratiestandpunten niet meer zo radicaal lijken omdat de meeste partijen naar rechts opgeschoven zijn en ze de islam lijkt te vervangen door woke als volksvijand nummer één (DS 24 maart).

Volgens de studie van de KU Leuven noemt meer dan 50% van de Vlamingen zich nog christen. Als christenen zouden zij zich in principe de vraag moeten stellen: welke partij leunt vandaag het dichtst aan bij de boodschap van Jezus?

Dat is geen evidente vraag. “Kiezen is verliezen,” zeggen we, want de ideale partij bestaat niet. Ook CD&V maakt de ‘C’ niet waar, en zwijgt er zelfs zedig over. En toch moeten we kiezen. Hoe de kerkelijke en rand-kerkelijke Vlamingen hierover zullen oordelen, zal blijken in juni. Ik kan alleen maar hopen en bidden dat de verkiezingsuitslag recht zal doen aan de originele, universele paasboodschap.

Gaat Van Grieken christelijk om met migranten?

Origineel gepubliceerd in De Morgen en La Libre.

Op een week tijd kwam ik onlangs in Brussel driemaal in aanraking met migranten. Deze voorvallen kunnen wat licht werpen op de uitspraak van Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken in De Tijd dat hij het ‘Vlaamse’, ‘blanke’ en ‘christelijke’ graag dominant ziet in onze maatschappij.

Mijn gezin kan deze drie factoren namelijk aanvinken. Daarenboven zijn we met drie dochters en een vierde kind op komst het soort groot, traditioneel gezin dat zijn partij wel kan smaken. Alleen vrees ik dat we onze christelijke identiteit soms iets té serieus nemen. Toch als het gaat om migranten. Ik probeer namelijk met vallen en opstaan de woorden van Jezus te praktiseren wanneer ik migranten tegenkom. En wanneer dat lukt, ziet het er vaak toch anders uit dan wat ik mij inbeeld wanneer Van Grieken over migranten spreekt.

De andere wang

Op donderdagavond 15 februari kwam ik in Brussel-Noord om de bus naar huis te nemen. Toen een zatte dakloze van Noord-Afrikaanse origine een vrouwelijke buschauffeur lastigviel, kwam ik tussenbeide. Ik vroeg de man herhaaldelijk om van de bus te stappen, wat leidde tot beledigingen, gespuug in mijn gezicht en een klap op de wang. Wanneer ik de man vriendelijk bleef verzoeken van de bus af te stappen, maakte hij zich klaar om nog een mep uit te delen. Ik liet hem mij nog driemaal slaan.

De meesten weten dat Jezus zei: “Wie u op de rechterwang slaat, keer hem ook de andere toe.” Misschien is dat naïef. Zo oordeelde de glimlachende toeschouwer die met een ijsje in de hand aan mijn vrouw en kinderen uitlegde wat voor een lafaard ik was. Maar christelijk is het wel. En Van Grieken ziet Vlaanderen graag christelijk. De andere wang keren toekeren is trouwens krachtiger dan men denkt. De situatie aan Brussel-Noord is niet geëscaleerd en toch werd de buschauffeur niet aan haar lot overgelaten. En Gandhi kreeg met deze methode het hele Britse rijk op z’n knieën.

Wil Van Grieken graag dat we migranten die ons slaan de andere wang toekeren?

Bidden

De dag voordien stapte ik in Schaarbeek met mijn gezin naar huis toen een Somalische vluchteling ons smeekte om 50 eurocent. Ik vroeg hem naar zijn situatie. Na vier jaar onder bruggen te slapen in Parijs leeft hij nu al meer dan een jaar als dakloze in de straten van Brussel. Even lang loopt zijn asielaanvraag hier. In al die tijd werd hij nog maar één keer gehoord bij het Commissariaat-generaal. Ondertussen zorgt hij voor een verlamde Pool met wie hij in een tentje slaapt. Hij was de wanhoop nabij.

Toen ik hem vertelde over een nabijgelegen kerk die tweemaal per week maaltijden verzorgt en voor korte tijd onderdak aanbiedt, werd hij euforisch. Na mezelf ervan verzekerd te hebben dat hij de kerk zou vinden, bood ik aan om voor hem te bidden. Hij viel me met tranen in de armen terwijl ik zijn situatie aanklaagde bij God. Bij het afscheid bleef hij mij omhelzen en zeggen hoe dankbaar hij was dat we hem hadden laten voelen dat hij een mens van vlees en bloed was.

Wil Van Grieken graag dat we migranten het gevoel te geven dat zij evenwaardige mensen zijn, onvoorwaardelijk geliefd door God? En dat we met hen bidden?

Gastvrijheid

De vrijdag voordien was ik in de kerk waar ik deze Somaliër naar verwees. Ik sprak er met een Syriër en een Palestijn uit Gaza die eveneens op straat leven en al enkele weken in deze kerk komen eten. Omdat ik vijf jaar in het Midden-Oosten woonde, weet ik heel goed dat zij mij in eigen land zonder nadenken onderdak zouden aanbieden.

En ik weet ook heel goed dat Jezus scherpe woorden had voor zij die niet gastvrij zijn: “Ga weg van Mij, vervloekten (…) Ik ben hongerig geweest en u hebt Mij niet te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest en u hebt Mij niet te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij niet gastvrij onthaald; (…) Voor zover u dit voor een van deze geringsten niet gedaan hebt, hebt u het ook niet voor Mij gedaan.”

Toch twijfelde ik tot mijn thuiskomst ’s avonds. Pas dan besloot ik alsnog die twee mannen op te bellen en ze de nacht bij ons door te laten brengen. In Midden-Oosterse stijl bleven we laat doorpraten bij koffie en nootjes, en in de ochtend aten we samen een Libanese maaltijd.

Wil Van Grieken graag dat we gastvrij zijn voor vreemdelingen?

Cultuurchristendom

Deze verhalen dienen niet om te pochen of om me heiliger voor te doen dan Van Grieken. De meeste weken heb ik helemaal niet zulke ervaringen, net omdat het me vaak niet lukt om te handelen zoals Jezus.

Ik schrijf omdat Van Grieken zegt Vlaanderen graag christelijk te zien, maar ik de indruk heb dat hij niet begrijpt hoe Christus wil dat we met migranten omgaan. Als hij de naam van Christus echt hoog in het vaandel wil dragen zou het soort hardvochtig en nietsontziend migratiediscours als dat van Vlaams Belang toch serieus moeten wringen? Dat discours leidt alleszins niet tot het soort ontmoetingen dat ik hierboven beschreef.

Als Van Grieken echter bedoelt dat hij voor een cultuurchristendom staat, waarbij veel van Jezus’ woorden systematisch genegeerd worden – zoals wel vaker voorkwam in de christelijke geschiedenis – dan kan ik hem beter begrijpen. Maar dan laat Van Grieken naar mijn mening beter het ‘christelijke’ vallen, want met Christus heeft het niet veel te maken.

Liefde en gastvrijheid zijn het beste tegengif voor radicalisering

Origineel gepubliceerd op Knack.

Extreemrechts zit in de lift. ‘Multikulti’ heeft gefaald, klinkt het. Vooral de islam wordt als zondebok aangewezen. Van Grieken, Wilders, Le Pen, Meloni, Orbán en co. betreuren dat een traditioneel christelijk Europa verwatert door een groeiend aantal moslims. ‘Omvolking’ noemen sommigen het.

Geert Wilders deed ooit de volgende uitspraak in The Guardian: “Ik haat moslims niet. Ik haat hun boek en ideologie.” De Koran is volgens hem fascistisch en spoort aan tot geweld. Het programma waarmee hij de Nederlandse verkiezingen won, wil dan ook een verbod op de Koran, moskeeën en islamitisch onderwijs. Maar in moslims zelf wil hij investeren, zegt hij. Zolang ze maar bepaalde interpretaties van de Koran niet aanhangen. Hoe ze de Koran nog zullen interpreteren wanneer die verboden is, is maar de vraag.

In de praktijk is het moeilijk om gelovigen te respecteren en tegelijkertijd hun godsdienst te haten. Zeker onder de extreemrechtse achterban leeft er regelrechte moslimhaat. Één interpretatie van de islam als de juiste naar voren schuiven en nationaal beleid erop baseren maakt het probleem systemisch. Zo schildert extreemrechts gewelddadige moslims als ‘de echten’ af en worden vreedzame moslims mee tweederangsburgers gemaakt. Want volgens Wilders moeten “Nederlanders weer op 1”.

Ook vreedzame moslims zullen dus Wilders’ ‘kopvoddentaks’ moeten betalen. Dat is een belasting op het dragen van een hoofddoek die hij ooit wou invoeren. Dat hij daarbij dezelfde praktijken hanteert als die die hij veroordeelt in de islam – de discriminerende djizja belasting op joden en christenen – maakt dan niet uit. Het doel heiligt de middelen.

Islamitisch geweld

Onlangs kwam Jacques Mourad, de Syrisch-Katholieke aartsbisschop van Homs naar België ter gelegenheid van de uitgave van de Nederlandse vertaling van zijn biografie “Een gegijzelde monnik”. Hij is een christen die kan meespreken over islamitisch geweld. Hij groeide op in Aleppo in een christelijke ‘ghetto’ met verhalen over de Ottomaanse genocide op christenen. Zijn grootouders ontsnapten ternauwernood, maar vele grootnonkels en -tantes stierven. Als monnik en priester tijdens de Syrische burgeroorlog werd Mourad zelf ontvoerd en gefolterd door IS. Later werd zelfs zijn hele parochie gegijzeld en enkele mannen onthoofd.

Net zoals Wilders traceert Mourad de bronnen van dit geweld tot de Koran. En toch komt hij tot een heel andere conclusie wat moslims betreft.

Liefde en gastvrijheid

Als jonge monnik, geroepen om in een klooster in de Syrische woestijn te gaan wonen, werd Mourad uitgedaagd door een Italiaanse priester om in vriendschap te leven met de omwonende moslims. “Die Italiaan durfde ons hiertoe aan te sporen, wij die al generaties onder moslims wonen, wij, wiens voorouders werden afgeslacht door de Mammelukken en Ottomanen?!” Hij begon zichzelf echter in vraag te stellen wanneer hij ontdekte dat ook de Katholieke Kerk zelf sinds Vaticaan II gelovigen hiertoe aanspoort.

Maar uiteindelijk was het vooral Mourads eigen ervaring van vriendschap en samenwerking met moslims die tot zijn ‘bekering’ leidde. Hij realiseerde zich dat “moslims tenslotte ook geschapen en geliefd zijn door God, net als ieder ander.” Hij zag dat de overgrote meerderheid moslims niet tot geweld wordt gedreven door de islamitische tradities, maar net tot een trouwe, vreedzame zoektocht naar God. Toen hij een klooster in Syrië oprichtte, bouwde hij het dan ook uit tot een plaats van ontmoeting en vrede, waar zowel christenen als moslims welkom waren.

Mourads ontvoering en marteling door IS deden hem verrassend genoeg niet van gedacht veranderen. Integendeel. Tijdens zijn gevangenschap ontwikkelde hij medelijden voor zijn ontvoerders doorheen gebed: hij leerde hun zien als slachtoffers van een demonische ideologie. En wanneer moslims hun levens riskeerden en stierven om hem en zijn parochianen te helpen ontsnappen, leerde Mourad zijn grootste les. Met de woorden van Jezus vraagt hij: “Is er een grotere liefde dan dat iemand zijn leven geeft voor zijn vrienden?”

Een les voor Wilders en co.

Dat er geweld in de islamitische traditie zit, staat buiten kijf, zegt Mourad. Dat er inspiratie voor vreedzaam samenleven te putten is, is eveneens waar. Volgens Mourad is het aan vreedzame moslims om geweld in naam van de islam te veroordelen en te bestrijden. Dat is exact wat de Gentse imam Khalid Benhaddou deed, toen hij Mourad zijn verontschuldigingen aanbood voor wat IS hem aandeed in naam van de islam.

Voor Mourad is het ook duidelijk hoe christenen met moslims moeten omgaan. En nu moeten Wilders en co goed luisteren, want zij beroepen zich op de christelijke traditie. Dat een steeds meer pluralistisch Westen riskeert te fragmenteren noemt Mourad een reëel risico. Dat sociaal-economisch achtergestelde moslims vatbaarder zijn voor radicalisering, noemt hij ook een realiteit.

Maar “als we moslims gewoon wegduwen, zal de haat alleen maar toenemen,” zegt Mourad. Moslims die geweld hanteren moeten veroordeeld worden, maar scheer niet alle moslims over één kam. Maak ze zeker niet tweederangsburgers. Dan handel je als IS. Mourad stelt dat “als we het christelijke getuigenis van universele naastenliefde geven, kunnen we het sluimerende geweld ontwapenen.” Liefde en gastvrijheid zijn het beste tegengif voor radicalisering.

Als de Europese extreemrechtse bewegingen het echt menen wanneer ze zich beroepen op de christelijke traditie, dan moet hun discours over moslims fundamenteel veranderen. Niet dat ze op een opengrenzen beleid moeten aansturen. Wel dat ze de hand moeten uitsteken naar moslims. In dialoog gaan om de fragmentering van de maatschappij te overkomen. Moslims respecteren als evenwaardige burgers.

Want ook moslims mogen op 1.