“Geloof leeft op deze school”

Origineel gepubliceerd in Tertio.

Enkele weken geleden opende de protestants-evangelische school De Schatkist officieel de deuren van haar nieuwbouw in Brussel. Onderwijsminister Sven Gatz kwam de school inhuldigden, die enkele jaren voordien nog een advies tot sluiten kreeg. “Ons traject is een aaneenschakeling van wonderen”, zegt directrice Jorien Creemers.

Hoe is de school aan de sluiting ontsnapt?
Jolien Creemers: “Na vele jaren van bidden richtten vijf visionaire mensen De Schatkist op in 2015, in Haren. Een jaar later werd de school echter al doorgelicht door de inspectie – die de hele cluster protestants-evangelische scholen inspecteerde. We hadden toen nog veel te weinig ervaring en, toegegeven, er zat ook een aantal dingen niet juist. Het advies tot sluiten was terecht. We kregen twee à drie jaar om ons te herpakken. Daarin hebben we enorm veel steun gekregen van het katholiek onderwijs, dat ons vakkundig begeleid heeft. IPCO – de koepel van vrije protestants-evangelische scholen – heeft sowieso een sterke administratieve samenwerking met het katholiek onderwijs en volgt ook het katholieke leerplan. Enkel de godsdienstlessen geven we een kenmerkend evangelische invulling.” 

Lees verder op Tertio met een gratis maandlang proefabonnement.

Over EVRAS en Sensoa: Is seks banaler dan alcohol?

Origineel gepubliceerd op Doorbraak. Zie hier voor een langere versie.

Het heeft de gemoederen ernstig beroerd in ons land: de scholen in Charleroi die in brand gestoken werden uit protest tegen het EVRAS-lesprogramma over seksuele voorlichting. En zoals gewoonlijk zijn de argumenten heftig en emotioneel – in beide richtingen -, waardoor er nauwelijks gepraat en nog minder geluisterd wordt. Geweld gebruiken zoals in Charleroi is contraproductief en dus dom: het maakt je eigen zaak ongeloofwaardig en vertroebelt het inhoudelijke debat.

De protestmars in Brussel afgelopen zondag met 2000 deelnemers toonde dat dit protest niet enkel uitgaat van ‘kleine groepjes’ uit “extreemrechts, conservatieve moslims en radicale christenen”. Er zijn ook niet-religieuze mensen – zie interview op de VRT – die openlijk getuigen dat zij de standpunten van EVRAS veel te vergaand vinden. Seksualiteit is delicaat en fragiel, en terughoudendheid hierin is een teken van respect. Rond seks betekent het: ‘Hier loop je niet met botte laarzen over.’ En zeker niet bij kinderen.

Het protest gaat eigenlijk niet tegen seksuele voorlichting op school: heel wat ouders zijn blij dat daar deskundige en objectieve biologische uitleg gegeven wordt. Maar wat EVRAS wil doen, gaat verschillende stappen verder: er zit een ideologisch gekleurde visie achter hun programma, een visie op relaties en seks die heel ver staat van bijv. de traditionele christelijke moraal. Dé leuze is: vrijheid! Spoor jongeren aan om vrij te experimenteren, zolang het gebeurt zonder dwang en met wederzijdse instemming. Seks wordt gepresenteerd als niet meer dan een spel, ‘leuk’ en ‘heerlijk spannend’, zonder emotionele, psychologische of relationele gevolgen. Geniet van de fysieke kick. Als je maar een condoom gebruikt, is alles veilig.

De christelijke moraal wijst echter op de diepere en hogere dimensie van seks en plaatst het daarom binnen een duurzame relatie van liefde en trouw. Je engageert je eerst geestelijk en emotioneel – vandaar een verbond en een belofte – , en daarna kan je je ook fysiek helemaal aan elkaar geven en ervan genieten in een veilige context! Is dit nu een ‘bizar religieus dogma’ of gewoon ‘gezond verstand’, een pleidooi voor duurzaamheid, liefde en respect?

Jongeren worden door onze wetgever op vele gebieden beschermd: tot hun 16 jaar mogen ze geen alcohol of tabak kopen en tot hun 18 jaar geen sterkedrank en mogen ze ook niet stemmen. Omdat we ze nog niet matuur en gebalanceerd genoeg achten: hun prefrontale cortex is volgens de neurobiologie nog niet voldoende gevormd om rijpe beslissingen te nemen op lange termijn. En op gebied van seks en relaties laten we alle remmen los?

Mag een vader nog gewoon tegen zijn tienerzoon zeggen: “Ik begrijp dat je hormonen heftig zijn – ik ben ook jong geweest – maar probeer ze toch te bedwingen. Flirt niet met meisjes alsof het poppetjes zijn. Vrouwen zijn geen lustobject. Kijk geen porno want het is een fake wereld en is verslavend. Wacht met een ernstige relatie tot je – 16, 18? – jaar bent en je de juiste tegenkomt. Nu lijkt dit moeilijk, maar later zal je er des te blijer mee zijn.”

Daarom is het heel begrijpelijk dat ouders zeer bezorgd zijn wat daar in de EVRAS-lessen zal verteld worden. Dingen openlijk bespreekbaar maken en uitleggen is op zich goed, maar ‘normaliseren’ is een stap verder. Er is een verschil tussen feitelijk zeggen ‘Er zijn sommige jongens die zich eerder meisje voelen’ en daaraan toevoegen ‘misschien ben jij eigenlijk een meisje en geen jongen’.  

Het argument ‘De school is een veilige omgeving’ – zoals de Sensoa-woordvoerder op het VRT-Journaal zei – is ook zéér zwak. 35 jaar onderwijservaring leert mij dat jongeren in een klas zich écht niet ‘blootgeven’: één ‘domme vraag’ is voldoende om de rest van het jaar uitgelachen te worden. Dit argument suggereert bovendien dat de school veiliger is dan het gezin: een zeer gevaarlijke insinuatie – ook al bestaat er zeker een (kleine!) groep onveilige en ongezonde gezinnen.

In een klas zijn trouwens niet alle kinderen van hetzelfde niveau qua hormonale ontwikkeling of opvoeding. Sommigen zijn thuis heel vrij gelaten en hebben al alles gezien, vaak de vulgaire versie op sociale. Terwijl sommige leeftijdsgenootjes beschermd zijn opgevoed en daar helemaal niet aan toe zijn. Mag ‘preuts’ nog? Noem het terughoudendheid of gevoeligheid, maar respecteer dat sommige jonge tieners geen expliciete beelden over naakt, porno en masturbatie willen opgedrongen krijgen.

Ook al is de seksuele moraal in de vrijzinnigheid veel vrijer, zij pleit even sterk voor de waarden van tolerantie en respect, voor actief pluralisme, d.w.z. ruimte creëren voor andere meningen. Maar in dit dossier zien we het omgekeerde gebeuren: de andere meningen worden verdacht gemaakt als ‘kleine groepjes’ en ’extreem’ en vooral gewelddadig. De toon in sommige media is: voor zulke meningen mag in onze moderne maatschappij geen plaats zijn. Zo ver reiken tolerantie, pluralisme en respect helaas in de praktijk, en dat voor een overheidsproject!

Als EVRAS en Sensoa respectvol en neutraal zouden zijn, zouden ze ernstig luisteren naar de bezorgde ouders, transparant zijn en open staan voor andere standpunten. Voorlichting hoort objectief te zijn, maar ‘opvoeding’ is altijd gekleurd. Het is niet aan een overheidsinstelling om één levensbeschouwelijke visie op seks te verspreiden via de verplichte kanalen en zich hier boven de ouders te plaatsen. Dat doet mij heel erg vrezen voor het democratische debat in onze maatschappij.

Vakken godsdienst of zedenleer doen veel meer dan enkel zieltjes winnen voor de eigen club

Origineel gepubliceerd op Knack.be op 15/09/19.

De afgelopen jaren stond het levensbeschouwelijk onderwijs op school regelmatig ter discussie, maar recent lag het ook op tafel van de Vlaamse regeringsonderhandelingen. Niet om af te schaffen weliswaar (want dat zit nog verankerd in de grondwet), maar toch om te halveren. Het is – ideologisch – zeer gevoelige materie. De pro-stemmen komen telkens uitvoerig aan bod in de media, maar de andere kant niet of nauwelijks. De indruk wordt gewekt dat zij geen argumenten hebben behalve conservatisme of vastklampen aan de verzuiling. Maar de vakken godsdienst of zedenleer doen véél meer dan enkel zieltjes winnen voor de eigen club. Als ze die afschaffen of halveren, kunnen ze misschien wel ettelijke miljoenen besparen, maar welke prijs betalen we daar op lange termijn voor? Of: welk kind gooien we met het badwater weg?

Vanuit onze maatschappij worden steeds meer opvoedingstaken naar de school toe geschoven: ouders kunnen het allemaal niet meer aan, of weten het zelf niet meer. ‘De leerkracht moet het maar doen’: normen, waarden, drugs, seksuele voorlichting, sociale media, racisme, (cyber)pesten, assertiviteit, depressies, zelfdoding, verslavingen… Steeds vaker horen we in de media: ‘Dit en dat moet reeds op school aan onze jongeren onderwezen worden’, maar in welk vak moet dat dan? Moet ‘respect voor het andere geslacht’ dan misschien bij de biologieles? En drugsgebruik in het vak chemie? De ‘zachte’ vakken zijn dé plaats bij uitstek waar over maatschappelijk gevoelige thema’s wordt gesproken, zoals relaties, seksualiteit, respect voor andersdenkenden, weerbaarheid, commercialisering, zelfverminking, respect en tolerantie. Waar moeten ze dat anders leren? Alle andere vakken zitten vol met hun eigen eindtermen: daar is geen ruimte voor een klasgesprek of open discussie over waarden en normen.

Mogen onze jongeren ook nog iets weten over Franciscus van Assisi, pater Damiaan, Anne Frank, Gandhi, Albert Schweitzer, Martin Luther King? De Europese beschaving kan gezien worden als het resultaat van het samengaan van drie pijlers: de Griekse, Romeinse en joods-christelijke. Maar willen we een generatie zien opgroeien die helemaal geen kennis meer heeft van deze derde: de spirituele wortels die juist onze westerse cultuur definitief mee vorm gegeven hebben? Willen we complete religieuze analfabeten afleveren?

Jongeren sprokkelen hun levensovertuigingen toch altijd wel ergens bij elkaar. Wat verkiezen we dan? Dat ze zomaar het internet opgaan, in plaats van les te krijgen van een daarvoor opgeleide leerkracht.

Wanneer vandaag in het kader van de Syriëstrijders geroepen wordt dat de deradicalisering op school moet beginnen, waar moet dat dan gebeuren, misschien? Een leerkracht islamitische godsdienst zal de moslimjongeren veel beter bereiken dan enig ander. Wanneer we klagen over nihilistische jongeren zonder doel of zin, wat denk je dat levensbeschouwelijke vakken anders proberen te doen, dan samen met jongeren hiernaar te zoeken? Spiritualiteit vormt ‘een dam tegen ideologische radicalisering’ (in godsdienstige of seculiere zin) Mensen met een gebalanceerde visie zijn gewapend tegen extremismen in alle richtingen.

Of waar krijgen onze jongeren nog weerbaarheidstraining of antigif tegen de commercialisering, verleuking of nuttigheidslogica van onze prestatiemaatschappij? Waar spreken we nog over ‘de kunst van mens-zijn’? De leerkrachten levensbeschouwelijke vakken zijn op school vaak idealisten die buiten hun uren nog veel tijd investeren in leerlingenbegeleiding, als ombudsman, vertrouwenspersoon of aanspreekpunt: ook buiten hun vak zijn ze ‘nuttig’ bezig. Gezonde spiritualiteit heeft alles te maken met identiteit, met welbevinden en goed in je vel zitten. Het Gemeenschapsonderwijs wil een vak als ‘actief burgerschap’ invoeren: dit kan zeker nuttig zijn, maar iemands spiritualiteit is precies het fundament daarónder: we vinden de échte ‘drive’ en motivatie voor engagement en passie in diepere lagen van onze ziel of geest.

Maar, zeggen de tegenstanders, godsdienstonderricht is niet de ‘core business’ van het onderwijs: de leerlingen kunnen dat toch ook buiten de school doen? Maar kan je dat niet ook zeggen van bijvoorbeeld lichamelijke, plastische en muzikale opvoeding?

Ik hoor genoeg ouders die blij zijn dat hun kinderen toch nog enig onderricht over godsdienst krijgen, omdat ze zelf vaak niet meer betrokken zijn bij een kerk en er dus zelf niets over kunnen doorgeven.

Een andere, veelgehoorde kritiek op de levensbeschouwelijke vakken, tenminste op de officiële scholen, is dat ‘ieder in zijn eigen hokje’ zit, en de ander niet ontmoet. Wel, dat hebben de gezamenlijke inspecties van de zeven erkende levensbeschouwingen al sinds verschillende jaren zelf aangepakt: door de ‘interlevensbeschouwelijke competenties’ in het leven te roepen zitten de verschillende klassen enkele keren per schooljaar sámen om elkaars overtuiging te leren kennen of gezamenlijke thema’s te bespreken. En de eerste evaluaties hiervan zijn erg positief.

Sommige stemmen in het debat, zoals Patrick Loobuyck, pleiten ook al jaren voor een neutraal alternatief: een algemeen, overkoepelend vak over levensbeschouwing, filosofie en ethiek (‘LEF’), dat objectief over alle visies zou moeten onderwijzen. Dat klinkt voor mij als een mooie ’toveroplossing’, maar ik blijf zitten met de vraag hoe dat in de praktijk moet werken? Neutraliteit is gemakkelijk als het over wiskunde gaat, maar is een illusie wanneer het over geloofsovertuiging gaat. Moet de leerkracht alle godsdiensten en filosofieën presenteren als exotische vogelsoorten? Bestaat dan niet de kans dat hij of zij hoogstens blijft steken bij clichés, uiterlijke kenmerken en algemeenheden, zonder ziel of passie.

Enkel een geëngageerde leerkracht kan de jongeren ook voor iets enthousiast maken en uit hun vrijblijvendheid halen. Een afstandelijke observator is zoals een voetbalcoach die nog nooit zelf één bal heeft aangeraakt, maar al zijn expertise van het sportweekend op tv heeft. Er is een hemelsbreed verschil tussen een toeschouwer en een speler.

‘Neutraal opvoeden’ is een contradictio in terminis. Ook niet-geloven is niet neutraal, en alle godsdiensten wegbannen is geen neutrale keuze. En als zulk nieuw vak ingevoerd zou worden, staat dit ook open voor elke willekeur: wie gaat hiervoor de programma’s schrijven? En wie zal ze geven? De claim om neutraal te zijn is precies een gevaarlijke (en oneerlijke) claim want ze pretendeert een soort objectieve visie te brengen: je kan er beter eerlijk voor uitkomen dat je gekleurd bent.

Maar is het halveren van de lesuren dan verkeerd? In de realiteit wordt de praktische uitvoering zo bijna onmogelijk gemaakt: de leerkrachten die de ‘kleine’ religies geven (zoals orthodox, protestants…) zullen in de plaats van dat ze nu naar 3-5-7 scholen moeten rijden, dat dan naar 6-10-14 moeten doen om aan een voltijdse opdracht te geraken. En tientallen kilometers moeten rijden voor één lesuurtje… En om dan nog alle uurroosters in elkaar te puzzelen wordt helemaal gekkenwerk. En de opdrachten om aan interlevensbeschouwelijke competenties te werken, worden nog dubbel zo moeilijk te realiseren. Kwatongen zeggen: halveren is gewoon een voorbereiding op de totale afschaffing: de rest volgt later wel.

Bepaalde kleine groepen willen alle religie uit de samenleving bannen en haar tot een non-issue maken, terwijl nochtans de grote meerderheid van de bevolking gelovig is. Dat Open VLD steeds meer kiest voor een seculiere, laïcistische maatschappij en alle sporen van godsdienst uit de openbare sfeer wil verwijderen, zoals Mark Van de Voorde hier opmerkt, weten we al. Als ze dan maar eerlijk toegeeft dat ze ook een (antireligieuze) ideologie heeft. Maar of deze een betere, warmere, menselijker samenleving zal voortbrengen? Zullen we dat bereiken door het spirituele aanbod nóg dunner te maken en de mensen geestelijk uit te hongeren?

Gaan we dan achteraf nóg meer klagen over normloosheid en nihilisme? Over nog langere wachttijden in de jeugdpsychiatrie en bijzondere jeugdzorg? Het is een politieke keuze, ja, maar op de korte of de lange termijn?