België heeft een eerder restrictieve abortuswetgeving. Daar mogen we trots op zijn.

Origineel gepubliceerd door Ignace Demaerel en dr. Chris Velleman op Doorbraak. Zie hier voor een iets langere versie.

Progressieve politici hervatten hun abortusoffensief. Maar waarom? Het was een hele tijd stil rond de abortuswetgeving in ons land. Vervolgens besloot Vooruit het vorige week weer op de agenda te zetten en in een poging een nieuwe versoepeling nog vóór de verkiezingen door het parlement te jagen.

Dit gaat tegen eerdere regeringsafspraken in, maar blijkbaar zijn de komende verkiezingen wel een regeringscrisis waard. De expertencommissie beval op 18 april 2023 aan de termijn te verlengen van 12 naar 18 (of 20) weken én ook daarna de beperkingen nog verregaand te versoepelen. Binnen de regering gaf enkel CD&V tegengas, maar onder de druk verklaarde ze zich bereid naar 14 weken te gaan.

Fundamentele vragen

Vooraleer zulke drastische en vérreikende wetswijziging gestemd wordt, moeten we minstens even stilstaan bij de fundamentele vragen? Wat is een ongeboren mensenleven waard? En: wat is morele vooruitgang? Wat bedoelen we eigenlijk met een ‘humane maatschappij’, en met ‘respect voor alle leven’? We zien in onze media nooit openlijke debatten hierover met voor- én tegenstanders. Nochtans gaat het om hele serieuze vragen over ons mensbeeld, universele mensenrechten, menselijkheid enz. De emoties laaien op, en het debat is erg gepolariseerd en vooral ideologisch gekleurd.

Experten werden te hulp geroepen omdat zij wetenschappers zijn. Wetenschap informeert ons echter alleen over hoe iets werkt. En quasi al haar bevindingen zijn voor interpretatie vatbaar. Eigenlijk kan de wetenschap ons geen enkel ‘feitelijk’ criterium of eenduidig antwoord bieden: anders was er allang unanimiteit over. De uiteindelijke keuze is gebaseerd op het waardesysteem dat zij, en ook wij, handhaven; het is een morele kwestie. Doorslaggevend is het mensbeeld dat achter de verschillende visies zit.

Emancipatie

Onze Belgische regering wil ons land graag een voortrekkersrol aanmeten als ‘gidsland’. Maar waarin willen wij uitblinken? In de beste chocolade, de meeste biersoorten, windenergie, of de meest vrije abortuswetgeving? Is dat laatste een lichtend voorbeeld voor de rest van de wereld, de ultieme emancipatie? Moeten wij wel Nederland achternalopen als ‘moreel progressief’?

Een liberale wetgeving geeft als signaal: een foetus is slechts een ‘dingetje’, zelfbeschikking staat boven andermans leven. Slechts zes landen in de wereld gaan tot 20 weken – schrik niet – Noord-Korea, Vietnam, China, Singapore, Canada en Nederland. Willen wij in dat rijtje passen? We streven een hoge reputatie na aangaande gezondheidszorg, maar is een abortuswetgeving-met-zo-weinig-mogelijk-grenzen echt iets om fier op te zijn?

Verkooppraatje

De eerste vraag rond een eventuele wetswijziging is: wat is de nood eigenlijk? Voor 97% van de vrouwen is 12 weken ruim voldoende om een keuze te maken. Slechts 3% doet dat na deze termijn: in 2021 gingen exact 371 Belgische vrouwen naar Nederland voor een laattijdige abortus. Deze wetswijziging is dus gesteund op een zeer beperkte maatschappelijke problematiek, en deze kleine groep hééft dan nog een alternatief: even de grens oversteken. Is de bekommernis om kwetsbare vrouwen echt de motivatie of het verkooppraatje?

Met een meer restrictieve abortuswet geven we precies een signaal dat mensen niet zomaar mogen ‘spelen’ met het leven van een ongeborene. Een foetus is niet zomaar een ‘aanhangsel’. Elk ongeboren kind heeft een onschatbaar potentieel en kan uitgroeien tot een Mozart of een Einstein, een toppoliticus of wereldkampioen: het is sowieso uniek.

Gewenst-worden

Bovendien is er nog altijd de juridische kant van de zaak: hoewel de rechten van een ongeborene quasi nergens duidelijk vastgelegd zijn, is dit toch dé meest principiële vraag hierachter. Mag recht op leven afhankelijk gemaakt worden van gewenst-worden? Gelden voor kansarme moeders andere morele wetten dan voor de rest? Wanneer men de moeder tegen het kind uitspeelt, wordt het recht-op-leven van het ongeboren kind volledig opgeofferd voor het recht-op-zelfbeschikking van de vrouw, terwijl deze van een totaal andere grootteorde zijn: ‘Het fundamentele principe is dat je geen mens mag doden, zeker niet voor het gemak van een ander mens’ (Karianne Boer, onderzoekster rond mensenrechten aan de VUB).

De voorstanders van een uitbreiding argumenteren dat geen enkele vrouw een abortus ondergaat voor haar plezier. Inderdaad, niemand ondergaat gelijk welke ingreep dan ook voor zijn plezier. Maar mogen we daar ook even kritisch over zijn? Hoe verklaart men dan dat er 20.000 abortussen per jaar in ons land gebeuren, en 56 à 73 miljoen abortussen per jaar wereldwijd (bron: Pew research en WHO)? Deze cijfers zijn onthutsend. Hoe kunnen beschaafde landen, met de mond vol over mensenrechten, dat uitleggen?

Zwangerschap is geen ziekte

De meest radicale stap voorwaarts gaan zij die van abortus een récht willen maken – de partij Groen zou dit zelfs in de grondwet willen verankeren. Het is al jaren een tendens, ook op VN-niveau, om abortus onder ‘reproductive health’ te klasseren: het wordt gereduceerd tot een medische kwestie, alsof het enkel om de gezondheid van de moeder draait. Maar zwangerschap is geen ziekte en een foetus geen ‘ontstoken appendix’ of zoiets. Het gaat om een uniek persoontje met een eigen DNA en levensloop. De slogan ‘mijn lichaam, mijn keuze’ is hier totaal naast de kwestie, want het gaat hier over een ánder lichaam dat groeit in een moeder.

Weinigen staan er ook bij stil dat abortus na 12 weken een medisch én emotioneel veel moeilijker ingreep is. Eens het ongeboren kind het 2de trimester bereikt, wordt de foetus groter en moet verwijderd worden door middel van meer drastische procedures. Er is de morcellatie-methode waarbij het ongeboren kind in stukken uit elkaar gerukt wordt, de metalen pin door het hoofd-procedure en het gebruik van een fatale injectie; alle methoden worden meestal zonder verdoving voor de foetus gebruikt. Hierbij speelt de vraag vanaf wanneer een foetus pijn kan waarnemen, maar ook hier kan je tegenstrijdige onderzoeken over vinden: 18 weken, 15, 12-13… Zoals gezegd: ook wetenschappelijk onderzoek staat niet los van het eigen wereldbeeld of ideologie.

Gewetensnood

En dan zwijgen we nog over de gewetensnood van artsen en gynaecologen. In de ene operatiekamer vechten ze om het leven van een zieke (gewenste) foetus en in de kamer ernaast ‘verwijdert’ dezelfde arts een gezonde (ongewenste) foetus. Hoe schizofreen is dat?

Kortom, hoe lichtzinnig of hoe ernstig gaan we om met het leven zelf? Begrip voor kwetsbare moeders staat niet boven de waarde van een mensenleven. En er bestaat nergens zoiets als ‘het recht’ om te beslissen over het bestaan van een ander. Er is niets progressiefs aan om de waarde van het mensenleven te devalueren: dit is geen morele vooruitgang, maar een slippery slope neerwaarts. Niet alleen dokters moeten hun hart verharden, in feite doen wij dat allemaal.

De nieuwe ommekeer van Ayaan Hirsi Ali

Origineel gepubliceerd in Tertio.

Ayaan Hirsi Ali (54) schopte het twintig jaar geleden van Somalische vluchtelinge tot Nederlands Kamerlid. Opgegroeid in een islamitische traditie werd ze op haar vijfde in opdracht van haar grootmoeder besneden. Het gezin ontvluchtte de oorlog in Somalië en kwam via Saoedi-Arabië en Ethiopië in Kenia terecht, waar Ayaan op school onder invloed kwam van radicaal-islamitische denkbeelden. Ze werd lid van de Moslimbroederschap en begon fanatiek haar geloof uit te dragen. Er werd haar ingeprent joden hartgrondig te haten en alle vriendschappen met niet-gelovigen te verbreken. In 1992 werd de 23-jarige Ayaan uitgehuwelijkt aan een verre neef in Canada en toen ze op weg daarheen even in Duitsland was, slaagde ze erin naar Nederland te vluchten: ze vroeg en kreeg er politiek asiel en de Nederlandse nationaliteit. Ze werkte als tolk, studeerde politicologie, ging in de politiek en werd in 2003 voor de liberale VVD verkozen in de Tweede Kamer. 

Lees verder op Tertio met een gratis maandlang proefabonnement.

De genderdiscussie: mag je nog een andere mening hebben a.u.b.?

We leven bij mijn weten nog steeds in een democratie, waar vrijheid van meningsuiting een hooggewaardeerd goed is. Toch hebben veel mensen het gevoel dat steeds meer dingen niet gezegd mogen worden wegens ‘mogelijk kwetsend’. Een duidelijk voorbeeld is de discussie – of het gebrek hieraan – rond de (trans)genderbeweging. Wanneer de Britse premier Sunak openlijk zegt “Een man is een man en een vrouw is een vrouw. Dat is gewoon gezond verstand”, krijgt hij een lawine van heftige reacties over zich heen als ‘transfoob’. Is het uiten van een eerlijke mening dan hate speech? In verschillende landen zijn al heuse rechtszaken bezig hierrond.

Neem bijvoorbeeld de Finse Päivi Räsänen, arts, parlementslid en (tot 2015) minister. Ze werd in 2021 aangeklaagd wegens uitspraken over het homohuwelijk en de steun van haar (Lutherse) kerk aan de LGBTQ-Pride: ze beriep zich hierbij op haar christelijke waarden en enkele bijbelverzen. De aanklacht was ‘opruiing tegen een minderheidsgroep’ en ze riskeerde tot twee jaar gevangenisstraf. De U.S. Commission on International Religious Freedom volgde deze zaak en maakte zich grote zorgen over deze ‘seculiere blasfemiewet’ en de vervolging omwille van een religieuze overtuiging. Je kan toch moeilijk beweren dat de traditionele christelijke visie op man-en-vrouw of homoseksualiteit – 1500 jaar lang mainstream in onze cultuur – ‘extreem, opruiend en gevaarlijk’ is? In 2022 werd Räsänen vrijgesproken, maar de aanklager ging in beroep: wordt vervolgd… Komen zulke rechtszaken binnenkort ook bij ons? Dat je voor een oprechte, kritische overtuiging in de gevangenis zal vliegen? Ik ben er niet zeker van… Sommigen zouden dit zeker willen.

Velen in mijn kennissenkring ervaren een grote druk vanuit onze media om het nieuwe genderdenken te moéten goedvinden: dat gender totaal losstaat van je biologie, dat iedereen in elke levensfase een nieuw gender mag kiezen uit de 72 bestaande en er zelfs nieuwe creëren, dat je reeds kleuters hierin moet ‘voorlichten’… Ze zwijgen zedig, want de angst om als ‘conservatief’ en intolerant gebrandmerkt te worden zit er diep in. Ze durven zelfs niet meer in hun hoofd toelaten dat hun buikgevoel – of: gezond verstand? – toch misschien juist is. Maar iedereen met een andere mening labelen als ‘transfoob’ is intellectueel niet eerlijk: het is ‘onder de gordel’ en hanteren van psychologische druk. Het beruchte shaming and blaming-mechanisme draait in onze media overuren.

Dezelfde druk hangt ook op wetenschappers! Wie durft nog openlijk zeggen dat puberteitsremmers in een experimentele fase zitten, en dat we de negatieve gevolgen op lange termijn niet kennen? Bij geen enkel ander medicijn zou men zoiets accepteren! In feite geven trouwens de wetenschappelijke argumenten nooit de doorslag: er zit een levensbeschouwelijk, ideologisch gekleurde visie achter, die nooit op tafel komt. Maar we kunnen het ons niet permitteren om met een hele generatie jongeren en hun seksuele gevoelens te experimenteren. De invloed van hypes in de sociale media is te prominent aanwezig in de toenemende genderverwarring. We vinden dat tieners vóór hun 16 jaar niet matuur genoeg zijn om alcohol of tabak te kopen, maar wel om – levenslang – van geslacht te veranderen?

Tolerantie moet van alle kanten komen, nietwaar? De LGBTQIA+-beweging zal misschien ook moeten accepteren dat een – grote? – groep van mensen hier niet voor applaudisseert, en dat dat óók helemaal OK is. Moeten wij niet allemaal leren op een volwassen manier met kritiek omgaan?

Natuurlijk willen we niemand stigmatiseren, nog meer lasten leggen op mensen die psychisch kwetsbaar zijn en in de knoop liggen met zichzelf en hun lichaam. Helaas zijn er schreeuwers en schelders, ook in de sociale media. Maar er zijn heus ook artsen, psychiaters en psychologen die in een tv-debat op een empathische en respectvolle manier over deze zaken kunnen spreken en toch eerlijke vragen te stellen. Waarom kunnen we niet gewoon uitgaan van de goede intenties van beide kanten? Ik vrees voor onze cultuur, maatschappij en democratie als dit debat niet openlijk mag gevoerd worden, zeker als het taboe gebetonneerd zou worden in wetgeving. Omdat bij een steeds grotere groep van de bevolking een onbehaaglijk gevoel van ‘kromme tenen’ toeneemt, wat dan het wantrouwen in de politiek en de media voedt. Geloven we echt in pluralisme? Gooi dan de ramen open en laat alle stemmen aan bod komen!

Wat ChatGPT doet is geen cultuur maar platte commerce

Origineel gepubliceerd in De Morgen.

The New York Times startte net voor de jaarwisseling een rechtszaak tegen OpenAI, de maker van ChatGPT. De Amerikaanse krant beweert dat OpenAI zijn auteursrecht schond wanneer het miljoenen artikels zonder toestemming gebruikte om het krachtige taalmodel te trainen. In september al diende een aantal prominente auteurs en de grootste schrijversgilde in Amerika gelijkaardige klachten in. OpenAI beweert echter dat dit gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken ‘fair use’ is.

De Artificial Intelligence Act die de EU in december lanceerde – “de allereerste uitgebreide AI-wet ter wereld”, volgens de EU – laat dit soort vraag bewust in het midden. Makers van systemen zoals ChatGPT moeten enkel “een overzicht geven van auteursrechtelijk beschermde gegevens die voor het trainen van het systeem zijn gebruikt”. Zo kunnen auteurs, uitgevers en kranten erachter komen of hun werk gebruikt werd en eventueel zelf gerechtelijke stappen ondernemen.

Met deze wetgeving tolereert de EU dus de dataverzamelingspraktijken van OpenAI. Die praktijken hebben echter veel weg van de roekeloze goldrush die zich in het Wilde Westen afspeelde. Data zijn het nieuwe goud en alle middelen zijn goed om het te bekomen. Aan toestemming vragen wordt liever niet gedacht. Of dit legaal gezien al dan niet ‘fair use’ is, zal in rechtszaken overal ter wereld beslecht worden. Maar vanuit culturele ooghoek roept het enkele serieuze vragen op.

CULTURELE PRODUCTIE

Auteurs schrijven voor een publiek van mensen. Dat is vanzelfsprekend. Ze proberen hun lezers te informeren, te entertainen, uit te dagen, te inspireren, enz. Op zijn best verandert hun literatuur de wereld. De werken van Homerus, Dante, Nietzsche, Dostojewski, Conscience – om maar enkelen te noemen – hadden een diepe invloed op onze maatschappij. Nieuwe generaties schrijvers dompelen zich vaak onder in deze oudere werken, en worden zo geïnspireerd om hun eigen bijdrage te leveren aan ons cultureel erfgoed.

Wat OpenAI doet met ChatGPT, daarentegen, is een vulgaire parodie van dit proces. Platte commerce, eigenlijk. ChatGPT verorbert en masse het noeste en creatieve werk van generaties schrijvers, zonder diep begrip of emotionele reactie. Die capaciteiten heeft het namelijk niet. Zo mist het volledig de diepe menselijke ervaring met literatuur. De teksten die ChatGPT nadien zelf produceert zien er wel goed uit – dát is namelijk waarvoor het gebouwd is – maar het zijn vaak maar oppervlakkige literaire afkooksels van wat het las.

En toch zou ChatGPT volgens sommigen een nieuwe generatie schrijvers moeten vervangen, want vanuit puur kapitalistisch oogpunt krijgt het natuurlijk de voorkeur: het kan veel efficiënter literatuur genereren dan een mens, die vaak bloed, zweet en tranen vergiet om iets degelijks te schrijven.

CULTUUR VS. KAPITALISME

ChatGPT kan ons zeker bij bepaalde taken van dienst kan zijn. Het blinkt uit als brainstormtool, als schrijfassistent en als persoonlijke Wikipedia-bot. Tenminste, als we met een kritische blik kijken naar de tekst die het voortbrengt. ChatGPT behandelen als meer dan dat, bijvoorbeeld als regelrechte vervanger van schrijvers, getuigt niet alleen van een gebrek aan inzicht over wat het wel en niet kan: het is culturele zelfmoord.

OpenAI plunderde op achteloze manier het werk van duizenden schrijvers en reduceerde in zijn hebzucht de waarde van ons literair erfgoed tot een collectie van betekenisloze datapunten. Tegelijkertijd verdient het bedrijf grof geld met de betalende versies van ChatGPT, zonder de schrijvers te vergoeden op wier werk het succes ervan is gebaseerd. En de stortvloed aan middelmatige teksten die zal voortvloeien uit dit AI-gedreven consumentenkapitalisme zal nooit wereldliteratuur worden. Het is begrijpelijk dat auteurs geschoffeerd zijn.

Als we willen verzekeren dat onze schrijfcultuur niet stagneert en afsterft, moeten we onze schrijfvaardigheden blijven ontwikkelen, de verleiding van snelle ChatGPT-oplossingen negeren, en een cultuur creëren waar de schrijfkunst en literatuur geapprecieerd worden voor hun inherente waarde. Want goede literatuur is veel meer dan rauwe data met het kapitalistisch potentieel om grove winsten te genereren. Op zijn best verandert het levens.

Liefde en gastvrijheid zijn het beste tegengif voor radicalisering

Origineel gepubliceerd op Knack.

Extreemrechts zit in de lift. ‘Multikulti’ heeft gefaald, klinkt het. Vooral de islam wordt als zondebok aangewezen. Van Grieken, Wilders, Le Pen, Meloni, Orbán en co. betreuren dat een traditioneel christelijk Europa verwatert door een groeiend aantal moslims. ‘Omvolking’ noemen sommigen het.

Geert Wilders deed ooit de volgende uitspraak in The Guardian: “Ik haat moslims niet. Ik haat hun boek en ideologie.” De Koran is volgens hem fascistisch en spoort aan tot geweld. Het programma waarmee hij de Nederlandse verkiezingen won, wil dan ook een verbod op de Koran, moskeeën en islamitisch onderwijs. Maar in moslims zelf wil hij investeren, zegt hij. Zolang ze maar bepaalde interpretaties van de Koran niet aanhangen. Hoe ze de Koran nog zullen interpreteren wanneer die verboden is, is maar de vraag.

In de praktijk is het moeilijk om gelovigen te respecteren en tegelijkertijd hun godsdienst te haten. Zeker onder de extreemrechtse achterban leeft er regelrechte moslimhaat. Één interpretatie van de islam als de juiste naar voren schuiven en nationaal beleid erop baseren maakt het probleem systemisch. Zo schildert extreemrechts gewelddadige moslims als ‘de echten’ af en worden vreedzame moslims mee tweederangsburgers gemaakt. Want volgens Wilders moeten “Nederlanders weer op 1”.

Ook vreedzame moslims zullen dus Wilders’ ‘kopvoddentaks’ moeten betalen. Dat is een belasting op het dragen van een hoofddoek die hij ooit wou invoeren. Dat hij daarbij dezelfde praktijken hanteert als die die hij veroordeelt in de islam – de discriminerende djizja belasting op joden en christenen – maakt dan niet uit. Het doel heiligt de middelen.

Islamitisch geweld

Onlangs kwam Jacques Mourad, de Syrisch-Katholieke aartsbisschop van Homs naar België ter gelegenheid van de uitgave van de Nederlandse vertaling van zijn biografie “Een gegijzelde monnik”. Hij is een christen die kan meespreken over islamitisch geweld. Hij groeide op in Aleppo in een christelijke ‘ghetto’ met verhalen over de Ottomaanse genocide op christenen. Zijn grootouders ontsnapten ternauwernood, maar vele grootnonkels en -tantes stierven. Als monnik en priester tijdens de Syrische burgeroorlog werd Mourad zelf ontvoerd en gefolterd door IS. Later werd zelfs zijn hele parochie gegijzeld en enkele mannen onthoofd.

Net zoals Wilders traceert Mourad de bronnen van dit geweld tot de Koran. En toch komt hij tot een heel andere conclusie wat moslims betreft.

Liefde en gastvrijheid

Als jonge monnik, geroepen om in een klooster in de Syrische woestijn te gaan wonen, werd Mourad uitgedaagd door een Italiaanse priester om in vriendschap te leven met de omwonende moslims. “Die Italiaan durfde ons hiertoe aan te sporen, wij die al generaties onder moslims wonen, wij, wiens voorouders werden afgeslacht door de Mammelukken en Ottomanen?!” Hij begon zichzelf echter in vraag te stellen wanneer hij ontdekte dat ook de Katholieke Kerk zelf sinds Vaticaan II gelovigen hiertoe aanspoort.

Maar uiteindelijk was het vooral Mourads eigen ervaring van vriendschap en samenwerking met moslims die tot zijn ‘bekering’ leidde. Hij realiseerde zich dat “moslims tenslotte ook geschapen en geliefd zijn door God, net als ieder ander.” Hij zag dat de overgrote meerderheid moslims niet tot geweld wordt gedreven door de islamitische tradities, maar net tot een trouwe, vreedzame zoektocht naar God. Toen hij een klooster in Syrië oprichtte, bouwde hij het dan ook uit tot een plaats van ontmoeting en vrede, waar zowel christenen als moslims welkom waren.

Mourads ontvoering en marteling door IS deden hem verrassend genoeg niet van gedacht veranderen. Integendeel. Tijdens zijn gevangenschap ontwikkelde hij medelijden voor zijn ontvoerders doorheen gebed: hij leerde hun zien als slachtoffers van een demonische ideologie. En wanneer moslims hun levens riskeerden en stierven om hem en zijn parochianen te helpen ontsnappen, leerde Mourad zijn grootste les. Met de woorden van Jezus vraagt hij: “Is er een grotere liefde dan dat iemand zijn leven geeft voor zijn vrienden?”

Een les voor Wilders en co.

Dat er geweld in de islamitische traditie zit, staat buiten kijf, zegt Mourad. Dat er inspiratie voor vreedzaam samenleven te putten is, is eveneens waar. Volgens Mourad is het aan vreedzame moslims om geweld in naam van de islam te veroordelen en te bestrijden. Dat is exact wat de Gentse imam Khalid Benhaddou deed, toen hij Mourad zijn verontschuldigingen aanbood voor wat IS hem aandeed in naam van de islam.

Voor Mourad is het ook duidelijk hoe christenen met moslims moeten omgaan. En nu moeten Wilders en co goed luisteren, want zij beroepen zich op de christelijke traditie. Dat een steeds meer pluralistisch Westen riskeert te fragmenteren noemt Mourad een reëel risico. Dat sociaal-economisch achtergestelde moslims vatbaarder zijn voor radicalisering, noemt hij ook een realiteit.

Maar “als we moslims gewoon wegduwen, zal de haat alleen maar toenemen,” zegt Mourad. Moslims die geweld hanteren moeten veroordeeld worden, maar scheer niet alle moslims over één kam. Maak ze zeker niet tweederangsburgers. Dan handel je als IS. Mourad stelt dat “als we het christelijke getuigenis van universele naastenliefde geven, kunnen we het sluimerende geweld ontwapenen.” Liefde en gastvrijheid zijn het beste tegengif voor radicalisering.

Als de Europese extreemrechtse bewegingen het echt menen wanneer ze zich beroepen op de christelijke traditie, dan moet hun discours over moslims fundamenteel veranderen. Niet dat ze op een opengrenzen beleid moeten aansturen. Wel dat ze de hand moeten uitsteken naar moslims. In dialoog gaan om de fragmentering van de maatschappij te overkomen. Moslims respecteren als evenwaardige burgers.

Want ook moslims mogen op 1.