David Iboma, van profvoetballer tot geloofsinspirator

Origineel gepubliceerd op DeWereldMorgen.

Wat ooit begon als een droom om profvoetballer te worden, is vandaag uitgegroeid tot een levensmissie om jongeren perspectief te bieden. David Iboma (30), ooit beloftevol speler bij topclubs in binnen- en buitenland, is nu sociaal werker en missionair inspirator bij ‘City Pirates’ in Luchtbal, Merksem, Deurne enzovoort. “Ik heb ontdekt dat je ook buiten het voetbal kan scoren – als je leeft voor iets dat eeuwig is.”

Iboma groeide op in een missionarisgezin. Zijn vader, een evangelische pastor van de ‘Nzabe Malamu’-kerk (in het Nederlands de ‘God is goed’-kerk) in Kinshasa, trok door Afrika om het evangelie in liefst 16 landen te verkondigen. “Ik was nog een kleine jongen toen ik met hem meeging naar zeven van die landen, zoals Mali, Benin en vooral Senegal,” vertelt Iboma. “We kwamen soms in vijandige dorpen terecht. Ik herinner me dat mijn vader eens werd bekogeld met stenen omdat hij over Jezus sprak. Toch bleef hij teruggaan, tot zelfs de imam die hem aanviel tot geloof kwam. Die man is vandaag pastor in Dakar.

Een Belgische droom 

In 2002 belandde Iboma in België, waar zijn moeder asiel had gevonden. “Ik was zeven toen ik mijn passie voor voetbal ontdekte. Op Linkeroever speelde ik op pleintjes en werd ik opgemerkt door toekijkende buren die mijn vader adviseerden om me in te schrijven bij een voetbalclub. En toen ging het snel: ik kwam in de topsportschool in Wilrijk terecht en speelde later bij clubs als Antwerp, Beerschot, Patro Eisden en Sporting Hasselt. Ik mocht zelfs testen bij clubs als Manchester City en United, bij Lyon en PSV Eindhoven.” 

Maar de droom eindigde bruusk toen Iboma zijn kruisbanden scheurde. “Plots was alles weg. Geen inkomen, geen toekomst. Ik ben toen in een diepe depressie beland. Ik vroeg God waarom Hij me dit had aangedaan. Later begreep ik dat ik voetbal als een soort afgod had behandeld. Ik had een nieuw en beter doel nodig – een eeuwige prijs, zoals Paulus het zegt.” 

Van grasmat naar straatwerk 

Vandaag zet Iboma zijn energie in voor kansarme jongeren via het Bijbelhuis, bij City Pirates, een sociaal bewogen voetbalproject dat sport inzet als hefboom voor maatschappelijke integratie. Hij is er onderwijscoördinator en sociaal werker. “Via voetbal kan je jongeren bereiken die elders afhaken. Ik herken hun strijd: armoede, verleiding van snel geld, druk van thuis. Ik probeer hen te tonen dat er een andere weg is.” 

Hij verwijst naar een jongen die hij al sinds diens dertiende begeleidt. “Hij zat voortdurend in instellingen. Voor hem leek het absurd om voor 1.800 euro per maand te gaan werken terwijl hij met één pakketje drugs 2.500 euro kon verdienen. Dan vraag ik me af: wij begeleiden zulke jongeren, maar wie begeleidt de gebruikers die die markt in stand houden?” 

“Als je bespaart op jongeren, bespaar je op de toekomst” 

Iboma is scherp voor de politiek, al blijft hij constructief. “De middelen voor straathoekwerk zijn bijna verdwenen. Dat is dom, want als je bespaart op jeugdwerk, roep je problemen over je af. We moeten investeren in gezinnen – niet met geld, maar met structuur. Veel jongeren missen stabiliteit omdat integratie mislukt of omdat ouders zelf hulp nodig hebben.” 

Toch voelt hij zich gesteund. “De jeugdrechters en de Antwerpse schepenen van jeugd en sport kennen me goed. Ze weten wat ik doe, en dat geeft vertrouwen.” 

Christelijke inspiratie in een moslimcontext 

Bijna al zijn jongeren hebben een moslimachtergrond. “Dat is geen probleem,” zegt Iboma. “Ik ken die wereld goed. Mijn geloof is mijn drijfveer, maar ik dring het bij niemand op. Wat telt, is dat jongeren voelen dat ze waardevol zijn. Als je stevig in je eigen geloof staat, kan je ook in een andere cultuur ruimte maken voor ontmoeting.” 

“Jezus was sociaal”

Naast zijn werk bij City Pirates gaf Iboma godsdienstles in scholen op Linkeroever. “Ik zie dagelijks hoe complex het leven van mijn leerlingen is. Een jongen die de hele nacht bij zijn zieke zusje waakt, kan zich de volgende dag niet concentreren. Daarom moet een leraar de context begrijpen. Pas dan kun je echt lesgeven.” 

Zijn motto vat zijn levensweg samen: “Zoek de eeuwige prijs.” 

“Voetbal was ooit mijn hemel,” glimlacht hij. “Nu probeer ik jongeren te helpen een andere hemel te vinden – één waarin ze zichzelf en hun geloof in God vinden.” Iboma werkt ook nog steeds voor het Bijbelhuis als jongerenwerker, een soort buurthuis dat gesitueerd is in een aandachtswijk in Antwerpen-Noord waar heel veel drugsproblemen, kansarmoede en illegaliteit zijn. 

“Ik werk er samen met scholen en allerlei andere sociale organisaties, maar eigenlijk blijft voetbal mijn core business. Ik organiseer wekelijks voetbalactiviteiten, begeleid individuele jongeren die het op allerlei levensdomeinen moeilijk hebben waardoor ik er bekend sta onder de naam ‘grote broer’. Iets wat ik heel leuk vind.”

Als de macht ontspoort

Origineel gepubliceerd op Doorbraak.

Wat een mens doet met macht vertelt veel over een persoon. In handen van sommigen brengt ze zorg en rechtvaardigheid; bij anderen leidt ze tot onderdrukking en misbruik. Dat is geen moderne opvatting. Het is een eeuwenoud moreel principe, terug te vinden in religieuze tradities, politieke omwentelingen, literaire werken én populaire cultuur.

Voltaire, een van de belangrijkste verlichtingsfilosofen (1694-1778), schreef de satirische novelle Candide – achteraf zijn magnum opus beschouwd. In dat verhaal volgen we de naïeve Candide, die na te zijn verdreven uit een beschermde, kasteachtige wereld kennismaakt met de harde realiteit van het menselijke lijden. De confrontatie met oorlog, onderdrukking en misbruik door religieuze leiders, aristocraten en overheidsfunctionarissen doet hem steeds verder afdrijven van het optimistische wereldbeeld van zijn leermeester Pangloss, die volhoudt dat we leven in ‘de beste van alle mogelijke werelden’.

Toch is het niet cynisme, maar wijsheid die Candide uiteindelijk vindt. Na zijn tocht langs talloze gruwelen besluit hij dat het geheim van een waardevol leven verrassend eenvoudig is: ‘Il faut cultiver notre jardin’ of ‘We moeten onze tuin cultiveren.’

Wat betekent dat? Dat ware verandering begint bij onszelf: in bescheidenheid verantwoordelijkheid opnemen in onze eigen leefomgeving. Die kleine, trouwe handeling kan uitgroeien tot iets groters. Tot échte impact.

Macht en verantwoordelijkheid

De idee dat macht verantwoordelijkheid met zich meebrengt, heeft diepe wortels in de geschiedenis. Tijdens de Franse Revolutie, in een tijd van chaos en strijd tussen Jakobijnen en Girondijnen, stelde de Nationale Conventie in 1793 het volgende vast: ‘De volksvertegenwoordigers zullen hun doel bereiken als zij investeren in een groot karakter. Ze moeten beseffen dat grote macht altijd gepaard gaat met grote verantwoordelijkheid.’

Die gedachte – geïnspireerd door denkers als Voltaire, maar in feite geworteld in het christendom – werd het morele fundament van de nieuwe samenleving. Ze vond weerklank in andere tijden en contexten, lang nadat de details van de Franse Revolutie onttrokken waren aan het collectieve bewustzijn. De onderliggende overtuiging bleef: macht is een privilege dat niet kan bestaan zonder verantwoordelijkheid.

Van voltaire tot Spider-Man

Dat besef leeft ook voort in de populaire cultuur. In augustus 1962 verscheen de superheld Spider-Man voor het eerst in Amazing Fantasy #15. Het personage Peter Parker, getekend door schuldgevoel en verlies, wordt gedefinieerd door een enkele zin die hem voorgoed vormde: ‘Met grote macht komt grote verantwoordelijkheid.’ Niet Peter zelf sprak die woorden, maar een verteller. Toch vatten ze zijn hele ethos samen – en dat van velen na hem.

Dezelfde thematiek van macht en verantwoordelijkheid vormt ook het hart van het werk van de Kroatische theoloog Miroslav Volf (Yale University). In zijn boek Life Worth Living: A Guide to What Matters Most nodigt hij lezers uit om zich te verdiepen in de grote spirituele en culturele tradities van de mensheid in hun zoektocht naar De Vraag. Wat is die vraag? Wat doet ertoe? Wat is een goed leven? Hoe eren we onze eigen menselijkheid en die van anderen? Wat is waar, juist en goed?

Hoewel de antwoorden verschillen per mens, cultuur of religie, is het stellen van de vraag zelf een morele plicht. Zonder die vraag – en zonder het besef dat we verantwoordelijk zijn – wordt ons leven richtingloos. Volf zegt het zo: ‘Zonder verantwoordelijkheidsgevoel mist de menselijke zoektocht urgentie. Dan dreigt ons leven te ontsporen in willekeur en gemakzucht. We moeten ons geweten aanspreken. Niet alles overlaten aan toeval, maar kiezen met zorg.’

Rechten en plichten

Wanneer we kijken naar het recente gedrag van wereldleiders als Poetin, Trump en Netanyahu is het moeilijk om te geloven dat verantwoordelijkheid daar de drijfveer vormt. Macht wordt te vaak losgekoppeld van moreel besef.

Christenen zoeken voor De Vraag uiteindelijk inspiratie bij Jezus van Nazareth. Hij sprak bij uitstek over een leven dat de moeite waard is om geleefd te worden: een leven vol liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Waar hij over macht sprak, ging hij nog een stap verder: ze moet voortkomen uit dienstbaarheid. Macht wordt niet aan iemand toegekend voor zelfpromotie, maar ‘wie de grootste wil zijn, moet alle anderen dienen’. En hij gaf hierbij het ultieme voorbeeld: in plaats van zich vast te klampen aan zijn macht, legde hij alles af, gaf zichzelf, zelfs zijn leven, tot de laatste druppel bloed.

Vandaag ligt onze focus vaak op rechten, terwijl plichten ondergesneeuwd raken. Jezus roept ons juist op tot een leven waarin we verantwoordelijkheid opnemen voor elkaar. Als iedereen, zeker machthebbers, het eigenbelang ondergeschikt maakt aan dat van anderen, krijgen we vanzelf een héél andere wereld.

De tuin van onze ziel

Carl Jung zei: ‘De grootste problemen van het leven kunnen niet worden opgelost, maar alleen worden ontgroeid.’ Hij bedoelde daarmee: échte groei is innerlijk. Waar we struikelen, daar ligt de weg. In onze mislukkingen ligt het zaad van wijsheid – als we durven kijken.

Misschien is het, nu de wereld opnieuw wankelt onder misbruikte macht en vergeten verantwoordelijkheden, tijd om opnieuw te luisteren naar Voltaire en Jezus. Misschien moeten we vandaag opnieuw tuinen cultiveren. Niet alleen letterlijk, maar in de grond van ons geweten. Want als we hopen op een wederopstanding van deze wereld, begint dat met het omspitten van de aarde onder onze eigen voeten, of: in ons eigen hart.

Rusland, Oekraïne en geloofsvrijheid in oorlogstijd

Origineel gepubliceerd op Doorbraak en in het Reformatorisch Dagblad.

Onlangs, op 13 april, toen veel burgers zich verzamelden voor de eredienst op Palmzondag, lanceerde Rusland een raketaanval op de noordoostelijke stad Soemy, Oekraïne, waarbij ten minste 34 mensen omkwamen, waaronder velen op weg waren naar de kerk. Ook meerdere kerken hebben aanzienlijke schade opgelopen. Een video van de verstoring van de ochtenddiensten ging viraal op sociale mediaplatforms. 

De aanval werd veroordeeld door leiders over de hele wereld, waaronder de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio, die de actie van Rusland “gruwelijk” noemde. De Amerikaanse senator Tom Cotton zei dat de brute oorlogsmisdaad “een herinnering is aan de verdorvenheid van Poetin”. Generaal Keith Kellogg, door president Trump aangesteld als speciaal gezant voor Oekraïne, zei dat de actie “elke grens van fatsoen overschrijdt”. Ook de premiers van Engeland, Frankrijk en Canada, en ja zelfs ons land,  veroordeelden unaniem de aanval. 

Die aanval is tragisch genoeg nog maar eens een manier waarop het binnenvallende leger de christelijke bevolking van Oekraïne al een hele tijd aanvalt. In bezette gebieden arresteert  Rusland vaak priesters en predikanten en staat ze alleen Russisch-orthodoxe erediensten toe, onder het mom van de beschuldiging dat zij westerse spionnen zouden zijn. Ze worden gemarteld, gevangen gezet en vaak vermoord. Volgens Defenders of Faith in Oekraïne zijn 640 religieuze plaatsen beschadigd.

Russische troepen hebben geprobeerd lokale christelijke getuigenissen uit te wissen telkens ze steden binnevielen. Volgens Yarislav Pyzh, president van het Oekraïense Baptist Theological Seminary in Lviv, zijn 400 van de 2.300 baptistenkerken in Oekraïne al door de Russen verwoest. Als je daar de Rooms-katholieke en andere christelijke kerken bijtelt lijkt het inderdaad te gaan om een systematisch aanval op alles wat niet-Orthodox christelijk is. 

Hoewel de oorlog hun land heeft gedecimeerd, zien kerken in Oekraïne dat vele mensen tot geloof komen. Een nieuwe documentaire, Faith Under Seige, die onlangs werd uitgebracht, belicht de voortdurende strijd van de kerken in dit oorlogsgebied. 

Voor veel kerkleiders in Oekraïne is de oorlog tussen Rusland en Oekraïne, die in 2022 begon, dan ook een doelgerichte oorlog tegen het christelijk getuigenis. Oekraïne wordt vaak “De Bijbelgordel” van Oost-Europa genoemd, met honderdduizenden gelovigen, en het is een centrum voor zendingsactiviteiten en gemeentestichting in heel Europa.

Franklin Graham, wiens organisatie Samaritan’s Purse voortdurend hulp- en bedieningswerk heeft in Oekraïne, stelde: “Er zijn daar vandaag de dag zoveel geweldige christelijke leiders, gemeenten, leraren en kerkwerkers, die hun gemeenschappen dienen in deze tijden van extreme ontberingen en gevaar. Ze zijn onbevreesd voor het evangelie.”

Anderzijds zijn er ook steeds meer beschuldigingen dat ook in Oekraïne zelf de geloofsvrijheid zou beperkt worden en kerken zouden gesloten worden, maar dan tegenover de Russisch Orthodoxe Kerk. De Oekraïense president Volodymyr Zelensky gaf tijdens een interview met Daily Wire mede-oprichter Ben Shapiro toe dat Oekraïne hard is opgetreden tegen sommige christelijke leiders en kerken waarvan zijn regering denkt dat ze banden hebben met Rusland. Hij ontkende de bewering dat Oekraïne religieuze vrijheid onderdrukt, maar: “De kerk in Moskou is gewoon een ander agentschap van de KGB”, stelde hij fors in het interview. “Iedereen weet dat de speciale diensten van Rusland de Orthodoxe kerk onder controle hebben. En dat kan niet. Daarom hebben wij in 2024 een wet heeft aangenomen die kerken en religieuze groeperingen met banden met Moskou  verbiedt.”

Aanleiding van die wet was dat in maart 2024 de Russische Wereldvolksraad, onder leiding van de Russisch-orthodoxe kerkpatriarch Kiril,  de invasie van president Vladimir Poetin in Oekraïne bestempelde als een “heilige” onderneming. Het decreet, gepubliceerd door het Patriarchaat van Moskou, omschreef de oorlog als Rusland dat vecht tegen het “criminele regime van Kiev” en het westerse “satanisme”, en noemde het een “speciale militaire operatie”. 

Het is duidelijk dat de lokale bevolkingen, zowel in Rusland al in Oekraïne, snakken naar de vrijheid om God een plaats in hun leven te geven en steun te vinden bij elkaar en in de kerk om hun leed samen te kunnen dragen.

Dionysos’ Laatste Avondmaal op de Olympische Spelen

De Olympische Spelen lopen op hun laatste benen (!) maar het begin ervan heeft toch behoorlijk wat verbazing gewekt. Het is opmerkelijk hoe weinig deining de openingsceremonie van 26 juli in België veroorzaakte. Elders, van Frankrijk tot in de VS en zeker op sociale media, waren enkele van de bizarre voorstellingen talk of the town. Belangrijke politieke en religieuze leiders in Europa en de VS deelden hun afschuw over de show. Zelfs iemand als Elon Musk vond de spotternij belangrijk genoeg om ze te vernoemen en te omschrijven als: “Een teken van wokeness, een heidens feest, een blasfemie”.

Het toppunt van de controverse was een live-action parodie op Jezus’ Laatste Avondmaal-schilderij van Leonardo Da Vinci dat alle drie van Musks verwijten samenbracht. Een getatoeëerde, obese, halfnaakte vrouw nam de plaats in van Jezus, met rondom haar een verscheidenheid aan pseudo-apostelen, die net zoals de discipelen op het schilderij een gezamenlijke maaltijd hadden, maar dan gekleed als drag queens. Een naakte man, blauw geverfd, bediende de feestvierders aan de tafel. Niet zoals Jezus destijds met brood en wijn, de symbolen van zijn kruisoffer, zijn gebroken lichaam en vergoten bloed. Neen, hij beeldde Dionysos uit, de Griekse god van wijn, theater en extase. Dionysos bestierde 3500 jaar geleden al, samen met de andere goden van de Olympus, de morele denkwereld van hun tijd met alle waarden die hen eigen waren; op de feesten voor Dionysos was dronkenschap bijv. de bekroning. Ook oppergod Zeus draaide zijn hand niet om voor bedrog, overspel, verkrachting, vadermoord en incest. 1500 jaar later kwam Jezus heel andere waarden brengen van naastenliefde, trouw, reinheid en zelfopoffering. Maar de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Parijs leerde dat deze heidense goden populairder zijn en beter bij de tijdgeest passen. Het geheel kan wel tellen als blasfemie tegen de christelijke God. Wat de motivatie mag zijn van de regisseur om 2,5 miljard christenen te schofferen, en daarvoor de Olympische Spelen te gebruiken is onduidelijk en werd noch tevoren noch erna uitgelegd. Het Olympisch Comité heeft na de vele reacties haar excuses al aangeboden, maar het gebeuren was natuurlijk al internationaal op de tv-kanalen rondgegaan. Too little too late

Onnodig te zeggen dat ‘gezinsvriendelijk’ geen bruikbare omschrijving was voor de wereldwijd uitgezonden ceremonie. Dergelijke beelden waren ongezien tijdens openingsceremonies van de Olympische Spelen. Of de parodie en spot bewust en gericht waren, zullen we misschien nooit te weten komen – of zal altijd ontkend worden –  maar zelfs als het dat niet was, was het voor de choreografen een kleine moeite geweest om wat empathie op te brengen en te beseffen dat velen wereldwijd – zowel christenen als niet-christenen – het als een aanval en spot ervaren hebben. Zou het Olympisch comité een gelijkaardige scène met allusies naar de islam of Mohammed getolereerd hebben?

Ook inhoudelijk was de beeldvorming aanstootgevend. Niet alleen de seksueel getinte aard van de reeks en het centraal plaatsen van de heidense god van genot en dronkenschap, maar vooral deze te situeren tegen de achtergrond van Jezus’ laatste avondmaal voelde heel wrang aan. Deze laatste avond met zijn apostelen was een bijzonder intens en sacraal moment, zeer emotioneel geladen en vol diepe symbolen, de laatste uren vóór de ultieme daad van zelfopoffering en vreselijk lijden. De morele waarden achter de bacchanalen en achter Jezus’ daad met brood en wijn kunnen niet verder uit elkaar liggen.

In grote delen van de wereld wordt christenen nog steeds het leven moeilijk gemaakt: opgejaagd, verdreven, onterecht vastgezet, ontvoerd, verkracht of gedood enkel vanwege het feit dat ze christen zijn. Vaak kijken ze met jaloezie hoe hun medechristenen in ‘de vrije westerse wereld’ hun geloof vrij kunnen beleven, maar als ze dan bij ons zulke openlijke spot zien die in andere religies en culturen ondenkbaar is…, schudden ze hun hoofd vol onbegrip. Met deze wereldwijd vertoonde bespotting van het christelijk geloof steek je hen niet bepaald een hart onder de riem.

Alleen, in de Belgische pers waren deze bedenkingen nauwelijks te horen. Nochtans zijn ook hier, in ons moderne landje, velen niet gediend met wokeness, heidense feesten en blasfemie.

De nieuwe ommekeer van Ayaan Hirsi Ali

Origineel gepubliceerd in Tertio.

Ayaan Hirsi Ali (54) schopte het twintig jaar geleden van Somalische vluchtelinge tot Nederlands Kamerlid. Opgegroeid in een islamitische traditie werd ze op haar vijfde in opdracht van haar grootmoeder besneden. Het gezin ontvluchtte de oorlog in Somalië en kwam via Saoedi-Arabië en Ethiopië in Kenia terecht, waar Ayaan op school onder invloed kwam van radicaal-islamitische denkbeelden. Ze werd lid van de Moslimbroederschap en begon fanatiek haar geloof uit te dragen. Er werd haar ingeprent joden hartgrondig te haten en alle vriendschappen met niet-gelovigen te verbreken. In 1992 werd de 23-jarige Ayaan uitgehuwelijkt aan een verre neef in Canada en toen ze op weg daarheen even in Duitsland was, slaagde ze erin naar Nederland te vluchten: ze vroeg en kreeg er politiek asiel en de Nederlandse nationaliteit. Ze werkte als tolk, studeerde politicologie, ging in de politiek en werd in 2003 voor de liberale VVD verkozen in de Tweede Kamer. 

Lees verder op Tertio met een gratis maandlang proefabonnement.

Réginald Moreels: Een levenslange reis voor een menselijke wereld

Origineel gepubliceerd op DeWereldMorgen.

In elk tijdsgewricht duiken er wel enkele figuren op die een onvergetelijke stempel op hun generatie drukken. Voor de Boomer-generatie is zo’n man Réginald Moreels. Geboren in Gent op 4 december 1949 – en eerdaags dus jarig – studeerde hij geneeskunde aan de Universiteit Gent. Hij vestigde zich als chirurg in Oostende. Al snel bleek hij geen zittend vlees te hebben. In de jaren ’80 van de vorige eeuw werd hij medeoprichter en later voorzitter van de Belgische tak van Artsen Zonder Grenzen (AzG) en reisde in die functie de wereld rond. In 1995 stapte hij in de politiek om ‘de wereld te verbeteren’. Hij werd senator en later staatssecretaris en minister van Ontwikkelingssamenwerking en Internationale Samenwerking (1995-1999). Hij kijkt nog met tevredenheid terug op die periode. “Al heb ik mij toen haast dood gewerkt,” vertelt hij. “Ik sliep gemiddeld amper vier uur per nacht”. Maar vooral de praktijk bleef aan hem trekken. Als humanitair chirurg werkte hij in landen zoals Rwanda, Tsjaad, Ethiopië, Cambodja, Liberia, Angola, Somalië, Bosnië en de laatste jaren in Congo waar hij ook nu weer aan de slag is.

Met zijn 74 jaar lijkt Moreels mager, broos en breekbaar. Maar dat is slechts schijn. Onder die tere oppervlakte zit een taai, intelligent en vasthoudend karakter. Het mooiste voorbeeld daarvan is wat hij sinds 2014 doet in de Beni-regio, in het noordoosten van Congo. Het gebied, waar ruim een miljoen mensen wonen, is een blinde vlek voor internationale hulporganisaties. En daarom richtte hij de organisatie UNICHIR op en bouwde in Beni een chirurgisch en verloskundig centrum. “Sinds 2015 ben ik al vaak afgereisd naar Beni om er zwaar zieke patiënten te opereren,” vertelt hij. “Alleen, of met bevriende chirurgen, anesthesisten en verplegers. We werkten er eerst in zeer primitieve omstandigheden. Maar daar maakte het centrum gelukkig komaf mee. Ik beschouw het dan ook als mijn laatste grote missie.”

Waarom?

Waarom? Waarom doet u wat u doet?

Moreels: Wel, ten eerste is er een soort wind die mij voortdrijft. Zoals wanneer je op de dijk wandelt. Dan moet je je soms wat naar achteren buigen omdat de wind je voortdrijft. Ik heb zo’n wind die me in het leven voortduwt. Een soort idealisme.

Een tweede invloed is het verlangen naar een meer ideale wereld, zelfs als dat voor mij gevaren meebrengt. Ik heb ooit een essay gepubliceerd rond de vraag: “Is de mens slecht?” En mijn antwoord was: ja, maar we kunnen er iets aan doen. Dat is voor mij de enige zin van het leven: de personen en de wereld rondom jou beter maken. Wij zijn nu eenmaal niet geboren als volmaakte engeltjes. We moeten altijd vechten tegen onze ambities. Een ‘zoekend geloof’ kan ons daarbij helpen. Nog een reden is dat wij in ons beroep een groot verschil kunnen maken. Als we als chirurg iemand kunnen redden is dat toch betekenisvol.

En een vierde en laatste reden, en dat heb ik pas op latere leeftijd ontdekt, is dat we zo andere mensen en andere culturen kunnen leren kennen. Die confrontaties verrijken ons. Maar ik denk dat er toch iets meer is. Schopenhauer argumenteerde dat ook de menselijke wil doorslaggevend kan zijn. Je moet eerst een grasmaaier ‘wìllen’ starten, en pas dan ga je het doen. Die ‘wil’ daagt mij uit om mijn leven verder te boetseren.

Betekent dit dat u echt gelooft dat er een bovennatuurlijke bron is die ons aanstuurt?

Ik zou dat een extra-natuurlijke bron noemen, niet bovennatuurlijk. Ik heb in mijn leven toch een aantal evenementen meegemaakt die toevallig gebeurden, maar in feite zeker geen toevalligheden waren. Ik geloof steeds minder in toeval. Ik geloof dat er wel ‘iets’ is, maar dat is iets van het nu. Verder weet ik het niet.

Maar is er volgens u een godsfiguur die buiten onze denkwereld bestaat? 

(twijfelt even) Ik geloof wel dat er een kracht is, meer een figuur zoals Spinoza die omschrijft. Mijn traditionele geloof is meer een geïncarneerd, een God-tot-mens-gemaakt geloof geworden. Ik heb wel een agnostische periode meegemaakt. Jezus is volgens mij toch op zijn minst de grootste profeet geweest die ons is voorgegaan. De Bijbelse teksten zijn sterke teksten die ons doen nadenken. En daarnaast is het zo dat de islam een geloof is van gebod en verbod, terwijl het christendom het geloof van de liefde is. En ze is ook vrij universeel. Het begon met een kleine groep van een tiental mensen waartegen Jezus zei: “Ga en vermenigvuldig u” en dat is gebeurd. Het christelijke aspect van de aandacht voor de zwakken heeft mijn leven bepaald en is nog steeds krachtig.

 U zegt dat wij gedreven worden door een soort geestelijke wind. Waarom gaan sommige mensen dan de andere richting uit? 

Je moet natuurlijk ergens gaan staan waar de wind waait! Je moet voor het goede kiezen. God is geen dictator. Hij heeft de mens geschapen met een vrije wil en het is aan hen om te beslissen wat ze met hun leven doen. Ik vraag me trouwens af of ik mezelf in mijn levensweg voldoende heb opengesteld voor God. Want God dringt zich niet op, Hij komt alleen als Hij uitgenodigd wordt.

Gevaren en verschrikkingen

Bent u zelf ooit in levensbedreigende omstandigheden terechtgekomen?

Ja, tweemaal. Eerst in Sarajevo waar de kogels me rond de oren vlogen terwijl ik met een legerkonvooi meereisde. En dat waren dan nog kogels van Belgische makelij, bleek later. En een tweede keer in Angola waar we gebombardeerd werden terwijl we een patiënt opereerden.

Bent u ongeschonden uit de vele strijdtonelen gekomen?

Neen, ‘La guerre me dévore, la paix m’endore’, zei Sorj Chalandon ooit. Ik was destijds in Sabra en Shatila (Libanon) en heb daar wreedheden gezien zoals onthoofde kindjes e.d. Daar heb ik een soort anorexia aan overgehouden. Zeven jaren lang was dat een soort gevecht tegen inwendig terrorisme. Alsof er iemand anders in mijn vel zat die zei wat ik moest doen. Die woestijntocht was eigenlijk een optelsom van al de verschrikkelijke ervaringen die ik ervoor had meegemaakt, plus natuurlijk de vier jaren keiharde politiek in België.

U bent een pacifist. Hoe reageert u op de oorlog?

Ik ben geen pacifist. Ik ben een non-violent activist. Ik ben wel visceraal tegen elke vorm van geweld. Zodanig zelfs dat als ik een politieagent zie, al begin te beven. Ik volg de regel: ‘To face injustice, you sometimes have to use violence’. Soms moet de internationale gemeenschap werkelijk optreden. Ik denk aan wat gebeurde in maart 1988 in de stad Halabja in Koerdistan, Noord-Irak. Daar werden 7000 mensen in een paar minuten tijd vergast met gifgas als sarin en mosterdgas. Slechts 10 jaar later is dat echt in de media gekomen ter gelegenheid van een plaatselijk herdenkingsmoment.

Maar ikzelf en een andere arts waren twee dagen erna, na een gevaarlijke, clandestiene tocht, als enigen ter plaatse. Wat we aantroffen was een modern Pompeï. Het leven was er blijven stilstaan. De vrouwen die aan het koken waren lagen over hun kookpotten, een chauffeur lag met zijn hoofd op zijn stuurwiel, het kind naast zijn bal… Dat zijn dingen die bijblijven en waaraan ik elke week nog een paar keer moet terugdenken. Dat laat me nooit meer los. Dat vreet me voortdurend een beetje op, zonder dat ik daar sentimenteel over wil zijn.

Wat kan er dan gebeuren?

Een basisregel is dat je nooit overdreven geweld mag gebruiken tegenover degenen die jou hebben aangevallen. Ik heb dat in 1996 tegen Kagamé in Rwanda gezegd, en dat geldt ook voor Israël vandaag. Want je maakt daarmee onschuldige slachtoffers. Wij werken als AzG nog altijd in Palestina. Ik heb de Belgische hulpverlening daar opgestart toen ik nog minister was.

Congo en de paus

Het kerngebied waar u tegenwoordig actief bent is Congo. Ikzelf heb het moeilijk met de tegenwoordige benadering van het Belgisch kolonialisme daar destijds. Wordt het in Congo zelf vandaag inderdaad als zo verschrikkelijk ervaren? En vindt u dat wij daar ergens restitutie voor moeten doen?

Ik denk niet dat onze generatie de zonden van onze voorouders op zich moet nemen. Je bent alleen maar verantwoordelijk voor je eigen daden. Al zijn daar ook misdaden tegen de mensheid gebeurd. Maar er zijn ook enorm veel positieve dingen gebeurd die de Congolezen vandaag nog appreciëren. Bijvoorbeeld de ziektebestrijding heeft miljoenen mensenlevens gered. En bovendien, de mensen ginds trekken zich daar geen bal van aan. Zij hebben andere prioriteiten en vinden nog altijd dat wij de buitenlanders zijn die het dichtst bij hen staan. Ik noem het een soort haat-liefdeverhouding. Wat me wel opvalt, en dat is overal in Afrika zo, is dat er een nieuwe Afrikaanse fierheid is opgekomen. Ik heb die fierheid nog duidelijk gezien bij de opening van ons centrum in augustus. En ik gebruik dat, ik laat hén de beslissingen nemen en blijf hen vanop de achtergrond begeleiden.

Maar de Congolezen verwijten ons dus niets?

Je moet niet vergeten dat er door de oorlogen in Rwanda en Oost-Congo 7 miljoen doden zijn gevallen. Dát houdt hen bezig. Want dat kan niet. Daar moet internationaal ingegrepen worden. Ik heb daarom bijv. ook bij het Vaticaan aangedrongen om in te grijpen. Ik ben zelfs bij de paus persoonlijk geweest en ik heb hem onder vier ogen kunnen spreken. Hij zei dat hij tussenbeide zou komen. “Maar,” zei hij, “Je zult dat niet zien, heb geduld, onze diplomatie gaat zeer discreet te werk”. Maar iedereen weet dat het diplomatieke netwerk van het Vaticaan één van de grootste ter wereld is.

Ook uw dood komt korter bij. Hoe kijkt u daarnaar? 

Ik weet eigenlijk niet of er een nabestaan is. Ik ben daar wel mee opgevoed. Maar nu weet ik dat eigenlijk niet meer. De enige troost waarvan ik zeker ben, ligt in de nagedachtenis van de gestorven persoon. En misschien is er wel een soort re-manifestatie. Maar ik ben ook angstig van de dood, hoor, dat geef ik toe.

Réginald Moreels werd recent genomineerd als auteur van ‘Het Meest Spirituele Boek’ 2023 voor zijn boek ‘Engageer u’ (uitgeverij Halewijn). Hij schreef voorts tientallen boeken zoals ‘Geen normen maar waarden’ (2004), en ‘Is de mens slecht?’ (Halewijn, 2017).

De wereld in verandering door de oorlog in Gaza

Origineel gepubliceerd op Joods actueel en in het Reformatorisch Dagblad.

Terwijl de oorlog tussen Israël en de Palestijnen voortduurt, duiken er toch een aantal vragen op. Het is algemeen bekend dat Hamas de staat Israël wil vernietigen en zijn volk voor eens en altijd uit het land wil verwijderen. De operatie van 7 oktober “Al-Aqsa Storm” noemen is bedoeld om de oorlog in een bredere, religieuze, islamitische context te plaatsen. Het gaat immers niet alleen over het politieke kader van de strijd. Hieronder staan zes concrete factoren die geopolitiek, religieus en psychologisch van aard zijn en mee hun invloed hebben op wat de gevolgen van deze oorlog kunnen zijn.

1. Het groeiende succes van de vredesgeprekken tussen Israël en een aantal islamitische landen

De aanval van Hamas op Israël probeert de dynamiek waaraan Israël zo hard heeft gewerkt om wederzijdse aanvaarding en relaties op te bouwen met een aantal van zijn Arabische buren in het “Nieuwe Midden-Oosten” te vernietigen.  Die onderhandelingen hadden als bijwerking dat de Arabische steun voor de Palestijnse zaak de afgelopen jaren, te beginnen met de Abraham-akkoorden die president Trump in 2020 tussen Israël, de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein heeft onderhandeld, op een laag pitje te zetten. Vandaag, met de normalisatie van de betrekkingen tussen Israël, Saoedi-Arabië en verschillende andere islamitische landen, zouden de Palestijnen hun relevantie snel kunnen zien verdwijnen.

Zoals het nu is, maken de nauwe banden van de Palestijnen met Iran hen geliefd bij slechts een paar andere Arabische landen, zoals Jemen en Syrië. Iran is een directe bedreiging voor Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en andere landen die met Israël samenwerken. Deze oorlog kan daar verandering in brengen.

2. De indruk van Israëlische zwakheid door politieke onrust

De diepe, aanhoudende en zeer openbare verdeeldheid binnen de Israëlische regering rond fundamentele bestuurskwesties wekte de indruk dat Israël niet in staat zou zijn om op een gecoördineerde of effectieve manier te reageren. De verdeeldheid werd door sommigen ervaren alsof ze tot diep in de leiding van de Israëlische defensiemacht (IDF) was doorgedrongen. Dat was tot op zekere hoogte waar, wat kan helpen verklaren hoe of waarom de IDF en de Israëlische inlichtingendienst verrast waren door de aanval.

3. De groeiende energieactiviteiten van Israël

De offshore-energie-industrie van Israël is een directe bedreiging geworden voor andere energieproducenten, met name Iran en Rusland. Beide landen worden bedreigd door de Israëlische energievoorziening. Het Tamar-platform van Israël, bijvoorbeeld, in de exclusieve economische zone van het land in de oostelijke Middellandse Zee, is een van de grootste aardgasproducerende faciliteiten geworden. Dat brengt ons meteen bij Iran en Rusland.

4. Iran heeft een oorlog nodig om de islamisten ook elders aan de macht te houden

Hier spelen meerdere factoren een rol. Ten eerste is Iran direct betrokken bij Hamas, de Palestijnse zaak en de oorlog die zojuist tegen Israël is begonnen. Intern hebben de geestelijken daar de Iraanse jeugd verloren, en dat weten ze. Net zoals de jongere generatie van Iran de revolutie begon, dreigt die nu ook zo te eindigen. Er is geen economische toekomst voor de Iraanse jongeren, en iedereen daar weet dat. De gedachte van de geestelijken is dat als de Iraanse jeugd wil vechten, ze hun woede van hen naar Israël moeten afleiden.

Extern wordt Iran ook bedreigd door de toenemende invloed van Israël in de regio en de islamitische wereld in het algemeen. Met noch de economische invloed noch de zachte macht om maar een paar regionale bondgenoten aan te trekken – buiten Jemen, Syrië en de Palestijnen – kan het alleen terreur, oorlog en dreiging bieden om relevant te blijven. Net als bij Hamas in Gaza, Hezbollah in Libanon en de Palestijnse Nationale Autoriteit op de Westelijke Jordaanoever is oorlog de enige kaart die Teheran kan spelen.

5. Doel: lok Israël in een overreactie en beschadig zo zijn relaties

Dit punt spreekt over de tactiek van de invasie vanuit Gaza in de zuidelijke regio van Israël. Het doden en ontvoeren van jongeren is een tactische zet, niet zozeer een strategische. Het doel van deze aanval was niet om strategische communicatie te verstoren of de controle over belangrijke infrastructuur over te nemen. Integendeel, de slachting van honderden jongvolwassenen op een muziekfestival en de ontvoering van vrouwen en kinderen was bedoeld om een “overreactie” uit te lokken, althans naar Palestijnse normen, van de kant van de Israëli’s. De acties van de Palestijnen tot nu toe zijn niet geweest om Israël als natie te verslaan, maar hun doel is om Israël te verminderen in de ogen van hun regionale partners en de wereld, en om de anti-Israëlische sponsors van Hamas in Teheran en Moskou tevreden te stellen.

6. De huidige zwakte van Amerika

Het vrijgeven van 5,6 miljard dollar aan bevroren Iraanse olietegoeden door de regering-Biden aan Iran en het vrijlaten van vijf gedetineerden in de VS in ruil voor een paar gijzelaars is de meest recente demonstratie van zwakte in het Oval Office. Eerder al waren er de desastreuze terugtrekking van de regering-Biden uit Afghanistan in 2021, waardoor vele miljarden dollars aan militair materieel in handen van radicale islamisten achterbleven, de verhullende poging om een nieuwe nucleaire deal met Teheran te sluiten en de tweederangsbehandeling van de Amerikaanse regering door de Chinese communistische leiding die allemaal wijzen op strategische zwakte en een gebrek aan politieke wil in Washington.

Zoals het oude Arabische gezegde luidt: “Een vallende kameel trekt veel messen aan.” Vanuit het oogpunt van Teheran is dat precies hoe de regering-Biden eruit ziet. Het lanceren van de oorlog is een weddenschap van Teheran dat het nog meer macht en invloed zal krijgen in de regio. Vanuit het oogpunt van Moskou zou het vastzetten van de Verenigde Staten in een tweede oorlog het verder verzwakken, waardoor zowel de zaak van Rusland in Oekraïne als die van China in de regio Azië-Stille Oceaan zou worden geholpen.

Zullen Israël of de Verenigde Staten in staat zijn om de escalatie van de oorlog te voorkomen? Op dit moment is het onbekend, maar er zijn redenen om zowel twijfelachtig als hoopvol te zijn.

‘De groene prins’: ex-Hamas-strijder voorspelde reeds in 2021 wat zou gebeuren

Origineel gepubliceerd op Doorbraak.

Na de Israëlische evacuatieoproepen aan de burgerbevolking van de Gazastrook zijn volgens het VN-agentschap dat zich ontfermt over Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) meer dan een miljoen Palestijnen naar het zuiden van Gaza getrokken. De Israëli’s hebben immers aangekondigd dat ze Gaza stad in het noorden zullen aanvallen om het centrum van de operaties van terreurorganisatie Hamas daar te vernietigen. Het is natuurlijk niet voor het eerst dat Israël Palestijnen gedwongen heeft om te verhuizen. Anderzijds, de geschiedenis heeft ook aangetoond dat Israël vele pogingen heeft gedaan om vreedzaam met de Palestijnen samen te leven. Onder andere door hen meerdere keren onafhankelijkheid aan te bieden. Het meest bekend zijn bijvoorbeeld via de Oslo-akkoorden in 1993 en de Camp David-top in 2000. Bovendien heeft Israël in 2005 eenzijdig elke militaire of civiele aanwezigheid uit Gaza teruggetrokken waardoor de Palestijnen de afgelopen 18 jaar de controle over dat gebied hebben gekregen. Maar dat dit niet tot vrede heeft geleid hebben we afgelopen week op dramatische wijze gezien. En dat heeft helaas veel onschuldige Israëliërs en Palestijnen het leven gekost, en nog veel meer zijn er gewond geraakt tijdens de gevechten tussen Hamas en Israël. Een fundamenteel verschil tussen Hamas en Israël daarbij is dat Hamas opzettelijk onschuldige Israëlische burgers viseert en er geen probleem mee heeft zelfs eigen burgers in gevaar te brengen. En dat wordt door hun eigen achterban ook niet steeds gewaardeerd.

‘Zoon van Hamas’

Eén voorbeeld daarvan is Mosab Hassan Yousef, bijgenaamd ‘The Green Prince’. Mosab is de zoon van Sheikh Hassan Yousef, een van de oprichters van Hamas. Zijn levensloop leest als een Hollywoodthriller – van terreurmilitant tot spion en redder van levens van ‘de vijand’. In 2010 schreef hij zijn autobiografie ‘Son of Hamas’, en in 2014 werd een documentaire ‘The Green Prince’ over hem gemaakt. Vader Sheikh Yousef spendeerde bijna een derde van zijn leven in Israëlische gevangenissen en wordt beschouwd als een van de spirituele leiders van de terreurbeweging.

Toen zoon Yousef opgroeide in Ramallah, wilde hij ook strijder worden omdat dat volgens hem was wat er van Palestijnse kinderen op de Westelijke Jordaanoever werd verwacht. Hij werd voor het eerst gearresteerd toen hij tien was, tijdens de eerste Intifada, voor het gooien van stenen naar Israëlische kolonisten. Verder belandde hij talloze keren in gevangenissen. Als oudste zoon van zijn vader werd hij gezien als zijn vermoedelijke erfgenaam, en had directe contacten met de andere hoogste Palestijnse leiders.

Yousef zei dat hij het licht zag tijdens een periode in de Israëlische Megiddo-gevangenis in het midden van de jaren 1990. Daar zag hij hoe Hamas-gevangenen een brutale campagne leidden om vermeende Israëlische collaborateurs in hun midden uit te roeien. “Gedurende die tijd martelde en doodde Hamas honderden van haar eigen mensen,” zei hij, gedetailleerd schrijvend over naalden die onder vingernagels werden ingebracht en lichamen die werden verkoold met brandend plastic. Of ze schuldig waren of niet… “Maar ik zal hun geschreeuw nooit vergeten”, vervolgde hij. “Ik begon mezelf af te vragen: wat als Hamas erin zal slagen Israël te vernietigen en een staat op te bouwen? Zullen ze ons volk ook op deze manier vernietigen?” 

Spion voor Shin Bet

Hij besloot een aanbod te accepteren van Shin Bet, de Israëlische veiligheidsdienst, om informant te worden. Vanaf toen (1997) werd Yousef beschouwd als de meest betrouwbare bron van de Shin Bet in de Hamas-leiding. De inlichtingen die hij aan Israël leverde leidden tot de ontmaskering van vele Hamas-cellen en het redden van vele mensenlevens. Hij stelde dat hij dit gevaarlijke werk niet deed voor geld, maar dat zijn motivaties eerder ideologisch en religieus waren en dat hij alleen levens wilde redden. Zijn religieuze motivatie kreeg volgens zijn eigen verhaal vorm toen hij in 1999 een Britse zendeling ontmoette die hem introduceerde in het christendom. Tussen de jaren 1999 en 2000 omarmde Yousef geleidelijk het christendom. In 2005 werd hij in het geheim gedoopt in Tel Aviv door een onbekende christelijke toerist. Hij verliet de Westelijke Jordaanoever voor de Verenigde Staten in 2007, waar hij asiel kreeg, en woonde enige tijd in San Diego, Californië, waar hij lid werd van de Barabbas Road Church. Hij haalde zich uiteraard, als ‘verrader’, de haat op zijn nek van zijn familie en volk, en Al Quaeda sprak een doodvonnis over hem uit. Ondanks de constante doodsbedreigingen vertelt hij zijn mening over Hamas ongezouten en onbevreesd voor vele tv-stations, zelfs voor de VN.

De informatie die Yousef verstrekte, voorkwam tientallen zelfmoordaanslagen en  moorden op Israëli’s en hielp Israël bij de jacht op vele militanten. Hij ging daarbij zelfs zo ver in tegen de Hamas beweging dat hij in 2021 in een vraaggesprek met dagblad New York Post verklaarde dat Israël Hamas een lesje moest leren door zijn leiders simpelweg te doden. Gezien de situatie van vandaag was dat een wel ver vooruitziende blik op wat nog zou volgen. In 2021 dus al stelde hij: “De volgende keer, voordat je burgers van beide kanten in een bloedbad betrekt, moet je duizend keer nadenken,” zei hij. “Hoewel het vermoorden van de Hamas-leiders niet zal leiden tot de directe vernietiging van de terreurgroep, zal het afhakken van de kop van de slang er wel voor zorgen dat Hamas eindelijk eens verantwoordelijk wordt gehouden”.

Hamasleiders: in veilige bunkers

Hij beschuldigt de leiding van Hamas – onder wie zijn vader – ervan veilig weggedoken te zitten in ondergrondse bunkers, terwijl ze de dood van de gewone ’bovengrondse’ Palestijnen gebruiken om propagandapunten te scoren. “Honderden kinderen hebben de prijs al betaald. Dit soort mensen mag niet wegkomen met wat ze hebben gedaan. Ze zouden zich geen dag veilig moeten voelen. Hamas haat Israël meer dan dat zij van hun eigen kinderen houden.”

Mosab stelt in de New York Post verder dat de populariteit van Hamas in Gaza sterk overdreven is. “De stilte van de meerderheid van Gaza is niet omdat ze Hamas steunen, maar omdat ze bang zijn voor Hamas.” Volgens Mosab leven de mensen in Gaza in angst omdat “Hamas regeert met het zwaard. Als je Hamas tegenwerkt, zullen ze je neerschieten of je onmiddellijk ophangen.”

Denktank Inspiratio: Wie we zijn, wat we willen, wat we doen!

Dat onze samenleving onvoorstelbaar snel evolueert is haast een dooddoener. Ik, prille zeventiger, kende nog de tijd dat de computer een zalenbreed toestel was dat je alleen kende van de verhalen van Cape Canaveral en het Kennedy Space Center en tot minder in staat was dan mijn smartwatch van vandaag. Over smartwatchen gesproken: ook dat waren slechts droomdingen waarover SF-schrijvers droomden.

Ik herinner me zelfs nog dat mijn ouders hun eerste auto kochten, en als ik nu daarop terugblik zie ik een vehikel dat met pleisters aaneen leek te hangen en ook zo bewoog (ja, het was een Oost-Europees geval, maar toch).

Anderzijds, het was nog de goede oude tijd (ja, lach maar). Mensen praatten nog met elkaar in plaats van met toestelletjes, gezinnen hingen (meestal) nog aaneen in plaats van te bestaan uit losse persoonlijkheden die zelfs aan de eettafel aan het gamen zijn. De naam Orwell verwees nog gewoon naar een literatuurschrijver in plaats van naar een dystopische realiteit.

Ergens zijn er in het bonte tapijt dat deze wereld geworden is weeffouten binnengeslopen. Ergens zijn er schaduwen over de samenleving geworpen die langzaam donkerder worden. Ergens is de indruk ontstaan dat het groene monster van de wetenschappelijke, technische en informatieve vooruitgang, het diepere menselijke wezen kapot aan het vreten is. Maar weet je, dat monster bestaat al eeuwen, neen millenia… alleen groeit en stoeit het vandaag sneller dan ooit tevoren, vrijer dan ooit tevoren.

Sommige ideeën hebben een couveuse nodig. Ik bedoel: een periode van overweging, van aftoetsing of en hoe dingen en ideeën kunnen losgelaten worden op de maatschappij. Want eens vrijgelaten, lijken sommige ervan op een slang: die kruipt ook nooit terug in haar ooit afgeworpen huid.  Denk bijvoorbeeld aan wat er vandaag allemaal speelt rondom Artificiële Intelligentie: met zijn eindeloze kansen maar even eindeloze gevaren. Is een couveusetijd hier niet op zijn plaats? Denk aan het onopvallende afsterven van religies en van geestelijke begrippen en hun vervanging door het gelaïciseerd functioneel vrijbuitersgedrag dat ervoor in de plaats is gekomen. Is het ontbreken van een tijd in een couveuse hier niet de oorzaak van veel wat de laatste decennia is misgelopen op het vlak van bijvoorbeeld leven en dood, grenzeloosheid van promiscue, digitaal en egocentrisch gedrag, steeds extremere polarisering in de publieke arena, enzovoort?

En hoe meer we blootgesteld worden aan allerlei sociale en existentiële uitwassen, hoe dikker de schil rond het hart van de mensen aangroeit. En hoe meer mensen op zoek blijven gaan naar transcendentie, naar wat henzelf en de wereld overstijgt.

De magnetron versus de tajinepot

Wat bedoel ik met een couveusebehandeling? Wel, we weten allemaal dat ons eten beter smaakt als het lang gesudderd heeft, bijvoorbeeld in een tajinepan, in vergelijking met de bereiding ervan in een microgolfoven. En toch willen we maar al te vaak dat ons leven in zo’n magnetron wordt gezet, zodat we gewoon steeds sneller steeds verder kunnen gaan.

In de wachtkamer van de tajine sudderen we. Maar dat is wel de plaats waar de grootste veranderingen plaatsvinden. Zo’n wachtkamer is de smaakmaker, de verfijner, het zijn de lange nachten van onzekerheid waarin ons karakter wordt gevormd, onze waarden worden bepaald, onze ziel wordt gevormd. Wanneer we ervoor kiezen uit de wachtkamer te komen door impulsief of roekeloos te handelen, verspelen we de sudderende verandering die had kunnen zijn.

Maar wachten en wachten en wachten is drie. Passief wachten verspilt de tijd. Roekeloos wachten dwingt de tijd. Geduldig wachten gebruikt de tijd actief.

Verkwisten betekent dat we niet profiteren van de groeimogelijkheden die de wachtkamer biedt. Dwingen, forceren,  betekent dat we besluiten dat de tijd om is, en dus verplaatsen we het seizoen van de slowcooker snel naar de magnetron. Met andere woorden, we zijn klaar (denken we). Die impuls is niet alleen maar slecht. Ik wil geen slachtoffer zijn. Ik wil niet passief zijn. Laten we wat actie ondernemen. Dat zijn eigenlijk goede dingen. Maar als we niet oppassen, kunnen we de betere optie missen – actief wachten. Want we zitten niet stil in de wachtkamer, maar duimen terwijl we wachten om uitgenodigd te worden in de examenruimte. We ondergaan het proces niet alleen. We groeien door het proces heen. Onze tijd in de wachtkamer hoeft geen verspilde tijd te zijn.

Ik herhaal: “Hoe meer we blootgesteld worden aan allerlei sociale en existentiële uitwassen, hoe dikker de schil rond het hart van de mensen aangroeit. En hoe meer mensen op zoek blijven gaan naar transcendentie, naar wat henzelf en de wereld overstijgt.”

Denk aan krill, minuscule zwermen ongewervelde zeediertjes die er wel in slagen om elke dag tweemaal ontzettend diep in de zee af te dalen en ’s nachts weer omhoog te komen drijven, naar de oppervlaktewateren. Zo vormen ze een verbinding tussen het diepste van de oceaan en zijn oppervlakte, tussen de werelden boven en onder water. Mensen hebben die behoefte ook: leven in een materiële wereld met al zijn beschadigde riooldeksels en de verborgen vunzigheden daaronder, en steeds opnieuw opstijgend naar een transcendente wereld met prachtig ogende, vergevende en genezende realiteiten. En opnieuw beginnen.

Misschien zit in het oplichten van sommige van die riooldeksels en de inhoud ervan confronteren met wat van het licht uit die tragere transcendente wereld ook wel een taak voor de hedendaagse media? Misschien is het snelle voortdenderen over de autostrades van het leven en het vergeten dat er daaronder vergeetputten zijn die het verder rotten faciliteren een hedendaagse fout van de media? Alleszins, dat is hoe wij met onze Denktank Inspiratio de wereld rondom ons willen bekijken: wat trager, wat diepergravend, wat meer toetsend aan de grondvesten van dit bestaan. En u, als media daar misschien wat mee besmetten?