Abortus in de Franse Grondwet

Artikel overgenomen van Doorbraak.be, waar het gepubliceerd werd door Marc Geleyn.

Zoals Vladimir Poetin in het Kremlin, schreed de présidente van de Franse assemblée, Yael Braun-Pivet,  door een lange dubbele haag van paradesoldaten naar het parlement. Daar stemden de verenigde kamers met grote meerderheid om het recht op Abortus op te nemen in de Grondwet. De ja-stemmers applaudisseerden minutenlang. Op de Place du Trocadéro, waar een menigte op groot scherm de stemming had gevolgd, brak gejubel uit.

Amper twee weken tevoren had hetzelfde parlement Robert Badinter herdacht die als minister van justitie in 1981 de doodstraf afschafte, ‘want menselijk leven heeft sacrale waarde’. Nu onderstreepte Braun-Pivet, die zich blijkbaar niet bewust was van de pijnlijke contradictie, de morele voortrekkersrol van Frankrijk in de keuzevrijheid van de vrouw voor wat met een leugenmetafoor ‘zwangerschapsonderbreking’ heet.

Grote zwenking

Inzake abortus hebben we de voorbije decennia wel een heel grote zwenking gemaakt. Tot in de jaren tachtig gold abortus nog als ‘misdrijf en vergrijp tegen het gezin en de openbare zeden’ en kon het als zodanig bestraft worden. Dan werden de straffen afgeschaft en een periode aanvaard, gewoonlijk de eerste drie maanden, waarin abortus wel kon, mits bedenktijd en overleg. Linkse en liberale partijen willen die periode verlengen. Daarover gaat het debat al bijna twee generaties.

Maar ‘abortus als grondwettelijk recht’, daarmee zitten we op een andere planeet. Wat drijft wetgevers om een Grondrecht te maken van de vrijheid van een moeder om haar ongeboren kind te doden  – een daad die duidelijk een morele orde verstoort? Wat is de diepere beweegreden van zo’n drastische stap?

Is het die veelgeroemde omwenteling van waarden en normen die eeuwenlang golden en die gezin, afstamming en ouderschap in een stabiel kader zagen, in het besef dat leven een geschenk van God is? Of is de beweegreden het mededogen met een moeder die geconfronteerd wordt met sociale en economische perikelen als ze het kind uitdraagt? Begrip opbrengen voor moeilijke situaties is deel van ons wereldbeeld en van onze rechtspraak, maar van iets dat in se verkeerd is, een recht maken, kan toch niet?

Maître de son corps

Zeker is dat de beslissing om abortus tot een grondrecht uit te roepen niet aansluit bij een over vele eeuwen opgebouwde morele doctrine, of bij de philosophia perennis, of in overgeleverde juridische inzichten. Nog minder heeft deze beslissing ook maar iets te maken met een sociale visie op gezin en ouderschap, noch op het begeleiden van jonge moeders of het kansen geven aan kinderen van ongehuwde moeders. Al deze sociale concepten die we in duizenden jaren met vallen en opstaan hebben opgebouwd en die tot de kern van ons beschavingsproject horen, kwamen niet aan bod in het politiek debat dat aan deze drastische beslissing vooraf ging.

Het enige argument dat aan bod kwam en ook de doorslag gaf, was de keuzevrijheid van de vrouw (het woord moeder wordt niet gebruikt): maître de son corps, baas in eigen buik, los van elk religieus, familiaal of maatschappelijk dictaat, los ook van elke morele plicht. Abortus als recht gaat duidelijk heel wat verder dan het klassieke liberalisme. Dat liberalisme had nog oog voor gezin en ouderschap en zocht een evenwicht, een middenweg tussen verbod en begrip voor probleemsituaties.

Wat ‘abortus als grondrecht’ dus in de kern aanstuurt is de wil naar comfort, seks zonder consequenties, en het verlangen zich geen zorgen te moeten maken over morele bezwaren.

Voor president Macron en de parlementairen die deze wet aannamen lagen de beweegredenen anders. Hen ging het uitsluitend om stemmen. De kiezer wil nu eenmaal zijn comfort. Abortus ligt nu eenmaal in de markt. Les Républicains en het Rassemblement National, waarvan velen tot voor kort nog tegen waren, maakten een grote bocht en stemden nu mee met de meerderheid. En niet toevallig kwam het oorspronkelijke voorstel van Macron luttele uren nadat het Amerikaanse Oppergerechtshof in juni 2022 een einde maakte aan het grondwettelijk recht op abortus in de VS.

Gewetensvrijheid

‘Abortus als recht’ gaat uiteraard bittere gevolgen hebben voor de gewetensvrijheid. Al in juni 2021, toen het Europees Parlement abortus tot een recht verklaarde, riep het de EU-lidstaten op om ‘gewetensbezwaren weg te werken’. Abortus is niet meer dan een medische ingreep, en die weigeren uit te voeren ‘is een inbreuk tegen het recht op leven’… (sic). In België zijn we al zover: gewetens-bezwaren bij zorginstellingen om euthanasie binnen hun muren te laten uitvoeren, zijn al verboden.

Geweten is de radar voor ons begrip over goed en kwaad. Nu zijn geweten, natuurwet, goed en kwaad, concepten waar Verlichting en liberalisme niet mee overweg kunnen. Voor de moderne mens geldt alleen de autonomie van het individu, dat geen extern gezag aanvaardt. Gewetensbezwaren zijn ouderwets, of erger, barrières voor onze vrijheid en onze rechten.

Het nationaalsocialisme zag het geweten als een christelijk concept en had er alleen maar minachting voor. Het geweten stond de biologische band tussen enkeling en volk in de weg. Het communisme redeneerde in exact dezelfde trant, en aanvaardde niet dat een concept zoals geweten de band tussen individu en klasse zou vertroebelen.

Het moderne liberalisme redeneert vanuit een gelijkaardig absoluut concept: de autonomie van het individu. Het aanvaardt geen extern gezag, en zeker geen concepten met christelijke bijklank zoals geweten. Gewetensbezwaren staan het recht op abortus en op euthanasie in de weg. Daarom wil de machtselite in de EU het concept geweten opruimen.

Abortus in België

De Franse beslissing om abortus tot een grondwettelijk recht uit te roepen is voor de linkse en liberale partijen in België bijzonder welgekomen. Die partijen zijn sinds begin dit jaar aan een offensief begonnen om de normen in een aantal ethische thema’s af te bouwen. Het gaat om abortus, draagmoederschap en laïciteit, in de Grondwet.

Blijkbaar willen die partijen deze thema’s als een pakket behandelen, om beter te kunnen onderhandelen en te koppelen. Zij leggen er de nadruk op een beroep te hebben gedaan op ‘wetenschappelijke expertise’, om zo de ethische bezwaren van de oppositie te ontkrachten. Voor abortus waren het de universiteiten die het advies aanreikten dat de regeringspartijen graag hoorden. Voor draagmoederschap werd een beroep gedaan op het Bio-ethiek Comité, dat ook de gewenste links-liberale aanbevelingen gaf.

Voor abortus liggen de nieuwe wetsvoorstellen bij de links-liberale partijen gereed. Wat zij beogen is abortus op aanvraag, abortus als recht, het optrekken van de termijn van 12 naar 18 weken of meer, én het herleiden van de bedenktijd naar 48 uur. Zij willen abortus volledig sanctievrij, als een medische ingreep. Wie zich tegen een medische handeling verzet, is strafbaar. De gewetensvrijheid die ziekenhuizen en zorgcentra nu al niet meer mogen inroepen bij euthanasie, zou dan ook niet meer voor abortus mogen.

De laatste tijd focust het abortusdebat ook in België op een zogenaamd ‘recht’ op abortus, op het vermeende keuzerecht van de moeder, en op het stadium waarin het kind in de baarmoeder pijn begint te voelen, als zijnde het moment waarop het niet meer zou passen het te doden. Over die levensvatbaarheid zei professor Bernard Spitz onlangs nog: ‘De ethische logica dat een niet levensvatbaar kind mag gedood worden en een levensvatbaar niet, ontgaat me’. Mij ook, beste professor.