‘Verleiding van gemak en de droom van foutloze machines? Architectuur is meer dan berekening’

Origineel gepubliceerd bij Knack.

Begin 19de eeuw stelde de wiskundige Charles Babbage dat ‘the unerring certainty of machinery’ het probleem van menselijke feilbaarheid zou oplossen. Hij stoorde zich aan de vele rekenfouten in wiskundige tabellen en droomde van een toekomst waarin berekeningen foutloos door machines zouden worden uitgevoerd. Het idee van de computer ontstond zo vanuit een frustratie over menselijk falen.

Slechts 200 jaar later lijkt zijn droom dichterbij dan ooit. Artificiële intelligentie en Large Language Models (LLM’s) maken aan een duizelingwekkend tempo ongelofelijk complexe en voor mensen onnavolgbare berekeningen en lijken taal zelf wiskundig gekraakt te hebben. Kunstmatige breinen die proberen het menselijk brein en al zijn potentie te evenaren en zelfs te overvleugelen. AI-tools die concurreren met schrijvers, programmeurs, grafisch designers, reclamestudio’s, animatiestudio’s en zelfs ministerkabinetten in Albanië.

De vraag kan dus gesteld worden: als AI steeds beter wordt in kennis én creatie, kunnen machines dan ooit de rol van mensen overnemen in het vormgeven van de gebouwde wereld? Met andere woorden: is een artificiële architect denkbaar? Voor mij, als architect, maar ook voor u als gebruiker is die vraag cruciaal. Want de gebouwde wereld wordt hoe dan ook vormgegeven, maar vormt tegelijk ook ons leven: hoe we wonen, werken en samenleven. Juist daarin schuilt haar betekenis.

De verleiding van het gemak

Zo ver zijn we voorlopig nog niet. Vandaag gebruiken mensen AI vooral als een slimme assistent voor kleine taken: een tekst opstarten, een samenvatting maken, een moeilijke mail begrijpen, … Zelfs in dit prille begin komen prangende vragen naar voren. Wat is de ecologische kost van een prompt en wanneer is het verantwoord om AI in te schakelen? Wat is authenticiteit precies en welke dingen blijf je beter zelf schrijven? Hoe blijven we zelf competent in schrijven én denken, en in staat het werk van een AI te beoordelen, als we steeds meer denkwerk uitbesteden aan AI’s? Hoe kunnen we zelf ervaren worden, zonder zelf ervaren te hebben?

Intussen helpt AI niet alleen met teksten, maar ook met programmeercode en automatisering. Steeds vaker worden processen simpelweg overgelaten aan AI. In de techwereld spreekt men zelfs over vibe coding. Maar wie draagt straks nog verantwoordelijkheid in een wereld gebouwd op ‘vibes’? Wie begrijpt nog hoe iets is ontworpen en kan aangesproken worden als het fout loopt om het te verhelpen?

Misschien is het tijd om bewust te vertragen waar AI alles versnelt. Niet om technologie tegen te houden, maar zodat een mens met finale verantwoordelijkheid betrokken kan blijven. Slow AI dus: traagheid als bewuste keuze, om onze inefficiënties en menselijkheid ook opnieuw te leren waarderen.

Berekenen vs. betekenen

Op het grafische front is AI vandaag vooral in staat om afbeeldingen te genereren. Ook in onze Belgische context gebruiken architecten zoals Valérie Codesido AI om rijke, prikkelende beelden te maken, helemaal anders dan de druk-op-de-knop AI-bagger die het internet overspoelt. Maar ook hier, in het kundig gebruik van generative AI, duiken allerlei vragen op. Wiens intellectuele eigendom is het finaal gegenereerde beeld? Wie is de auteur: de architect, de ontwikkelaar van de AI of de eigenaar van de brondata? En dreigen we niet in een echokamer van pseudo-creativiteit terecht te komen?

Maar nog belangrijker: is het wel oké om honderden afbeeldingen van het publieke werk van architecten op te laden om een AI te finetunen? Dat we die beelden gebruiken in onze architectuuropleidingen, daar ligt niemand wakker van. We vormen immers unieke mensen zoals onszelf, die in relatie met ons ook op onze schaal zullen opereren en waardevolle personen in de samenleving worden. AI daarentegen wordt getraind op competentie-expansie — potentie zonder subject. Het systeem wordt beter, maar niemand in het systeem wordt iemand.

Tegelijk wordt ontwerpen alsmaar complexer. Steeds meer regels, verwachtingen en beperkingen maken de zoektocht naar goede oplossingen moeilijker. Alle hulp is dus welkom. Wat ontbreekt dan nog aan zo’n potente assistent dan de mogelijkheid om zelf in de wereld te ervaren hoe ruimte voelt en wat het betekent om daarin te bewegen en met mensen te interageren? Ook in robotica worden vandaag gigantische stappen gezet die kort geleden nog ondenkbaar waren. Binnenkort zullen embodied AI’s wellicht een gedeelde ruimte met ons beleven en zo tot een nog completere context — en dus intelligentie — komen.

Kunnen wij ons dan voorstellen dat een artificiële entiteit op een dag, werkelijk en gegrond in sensorische ervaring, zou kunnen redeneren over ruimtelijkheid, ordelijkheid en volgordelijkheid, ontwerp en logica, gevoel en schoonheid, betekenis en verwachting?

Wat het ook wordt: hier moeten we een lijn trekken. Een intelligentie gebouwd op een kunstmatig neuraal netwerk van artificiële neuronen en belichaamd op een robotisch platform van plastic en aluminium, sensoren en servomotoren is per definitie vreemd aan ons en dus ook niet zoals ons. Zij zijn niet zoals wij. De in hen gegenereerde intelligentie is dan ook niet zozeer een artificial intelligence dan wel een alien intelligence en dus radicaal anders, zoals schrijver Yuval Harari zo treffend stelt.

De gebouwde wereld is echter altijd voor mensen bedoeld geweest, niet voor AI’s. Kunnen we ons dan werkelijk voorstellen dat die ontworpen zou worden door niet-menselijke entiteiten? Zelfs al lijkt de simulatie van menselijkheid steeds completer, ze blijft asymptotisch. Ze nadert, maar raakt nooit de volheid van menselijke ervaring en betekenis. Wat echt geleefd, doorleefd en door een mens belichaamd is, kan niet door simulatie bereikt worden. De na-aping kan nooit het origineel zijn.

Juist daarom is het een gevaarlijk idee om de zorg voor onze ruimte en gebouwen uit handen te geven.

Rentmeesterschap

Architectuur is meer dan een berekening. De architect, zo zegt het Griekse woord, is de ‘arche’ van het ‘tecton’: de oorsprong van wat ontworpen of gebouwd wordt. Een ‘artificiële architect’ is daarom altijd een contradictie. Wat artificieel is, kan namelijk niet oorspronkelijk zijn. Mensen falen, zoveel is zeker, maar daaruit besluiten dat we ons vertrouwen dan maar moeten leggen in steeds completere, niet-menselijke systemen, is een brug te ver en een stap die we alleen tot onze schade zouden nemen.

In Nerdland noemde Jeroen Baert mijn zin “AI berekent, maar een mens betekent” ooit ronduit bullshit — tot hij zich twee minuten later, tot hilariteit van het volledige panel, op exact dezelfde conclusie betrapte. AI genereert, maar wij kiezen wat ertoe doet.

Het mag duidelijk zijn: ik wil geloven in mensen, in auteurschap én in krachtige AI-tools die ons ondersteunen, maar niet in het overdragen van onze verantwoordelijkheid of het rentmeesterschap over deze wonderlijke wereld die ons is toevertrouwd. Het is precies in die zorg voor elkaar en de wereld waarin we leven dat wij een blijvende betekenis zullen kunnen vinden in élke vierkante meter. Want een AI berekent, maar een mens betekent.