Van Prometheus tot AI: we leveren collectief de data die gebruikt worden om ons overbodig te maken

Origineel gepubliceerd bij Knack.

Toen de Titaan Prometheus het vuur aan de mens gaf, schafte hij de goden af. Dankzij het vuur kon de mens namelijk licht in de duisternis brengen, warmte in de kou, hij kon steeds gesofisticeerdere gereedschappen ontwikkelen en zijn controle over de natuur breidde gestaag uit. Mettertijd werden de goden overbodig. Zeus had dit voorzien en was razend op Prometheus’ verraad. Hij verdoemde de Titaan tot een dagelijkse leverresectie uitgevoerd door een adelaar tot het einde der tijden. Voor de 19e-eeuwse humanisten was Prometheus echter een held: hij was de nobele god die zijn ras afschafte om plaats te ruimen voor de mens, het nieuwe centrum van de schepping.

In 1818 schreef Mary Shelley de roman Frankenstein, over een excentrieke wetenschapper die een mensachtig wezen samenstelt en tot leven wekt. Het monster ontsnapt echter, ontdekt het vuur, wordt door mensen vervolgd en doodt uiteindelijk dokter Frankensteins geliefden, waarna de man zelf ook sterft. Het is niet voor niets dat de ondertitel van Frankenstein “The Modern Prometheus” is.  Volgens Shelley herhaalt niet alleen de geschiedenis zich, maar ook mythes. Als we onze creaties het vuur geven, riskeren ze ons af te schaffen. Want de mens is niet onvermijdelijk het centrum van de schepping; net als de goden kunnen we van onze troon gestoten worden.

Vandaag is die boodschap uiterst relevant, stelt Brits mytheverteller Stephen Fry. Hij trekt paralellen tussen de Prometheusmythe en de ontwikkeling van AI. Handelen we als Prometheus en geven we onze schepselen steeds meer macht en autonomie, waardoor we onszelf overbodig maken en misschien zelfs afschaffen? Of proberen we als Zeus te zijn en houden we AI op haar rechtmatige plaats, als dienaar onder onze controle, louter een krachtig gereedschap?

De grote taalmodellen achter de huidige chatbots zijn getraind op al de teksten en berichten die we collectief op het internet plaatsten, van boeken en nieuwsartikels tot blogs, mails en sociale mediaposts. Vandaag worden steeds meer teksten geschreven door chatbots. Sinds enkele jaren worden programmeurs ingehuurd om AI-systemen beter te leren programmeren. Vandaag beweren bedrijven als Anthropic dat 90% van hun code geschreven is door AI. En onderzoekers bij OpenAI zetten alles op alles om een volautomatische onderzoeker te bouwen, die de wetenschap in hun plaats kan bedrijven.

Ondertussen leveren miljoenen Tesla-eigenaars de rijgegevens die gebruikt wordt om Tesla auto’s en vrachtwagens volledig autonoom te maken. In Chinese fabrieken dragen werknemers virtual reality-headsets en exoskeletten terwijl ze onophoudelijk microgolfovens openen of kleren strijken, en freelancers in Nigeria en Indië met een iPhone op het voorhoofd vastgemaakt filmen zichzelf bij het uitvoeren van allerhande huishoudelijke taken. Dit om de massa’s data te genereren die nodig zijn om de robots van de toekomst te trainen. Die zullen vervolgens onze huishoudelijke taken overnemen.

Samengevat: we leveren collectief de data die gebruikt worden om ons overbodig te maken.

Toegegeven, afstompend of gevaarlijk werk uitbesteden aan machines is uiteraard wenselijk. Alleen bouwen we niet enkel gespecialiseerde systemen die één bepaalde taak kunnen uitvoeren – een wasmachine vullen, een bom onschadelijk maken – maar algemene systemen die de mens in zijn geheel automatiseren. Dat is het punt van artificiële algemene intelligentie (AGI) en humanoïde robots. Die zullen niet alleen vervelend administratief of huishoudelijk werk kunnen overnemen, maar elke intellectuele en fysieke activiteit. Wat als AI-gedreven robots alles kunnen wat een mens kan, en misschien zelfs beter? Zal er dan nog plaats zijn voor ons in deze wereld? Of zal ons het lot van de Griekse goden beschoren zijn?

We houden wel van verhalen waarin de onderdrukten zich emanciperen. Zeker als wij zelf bij die onderdrukten horen. Daarom spreekt de Prometheusmythe aan. Maar Frankenstein houdt ons een spiegel voor: wat als wij bedreigd worden door de emancipatie van onze creaties? Zijn we dan voor die emancipatie? Zullen we AI’s en robots rechten geven, hen behandelen als evenwaardige wezens? En zullen zij ons nog rechten gunnen? Zullen zij ons bestaan dulden, ook al deden wij dat niet met de goden van weleer? Hoewel we geen collectief gedragen antwoord hebben op die vragen, stormen we vooruit met de ontwikkeling van AI en robotica. Dat er geen geest in de machine zit en vermoedelijk nooit zal zitten, doet er dan niet toe. Wat telt is of we een wereld scheppen waarin de mens nog van belang is of niet.

Misschien hebben we een ander soort verhaal nodig. Niet een van rivaliteit tussen schepper en schepsel, maar van samenwerking. Met Pasen wordt elk jaar het verhaal verteld van de afgeschafte God die de mens zo centraal stelde dat hij er zelf een werd. Misschien geeft dat verhaal meer inspiratie en hoop dan de Prometheusmythe of Frankenstein?