Origineel gepubliceerd op Doorbraak.
‘Make America Great Again’: de bekende of beruchte MAGA-slogan van president Donald Trump kent intussen iedereen op deze planeet. Zoals (bijna) elke verkiezingsslogan is hij op zich niet fout, maar ook niet erg veelzeggend: het hangt ervan af hoe hij ingevuld wordt. De slogan suggereert dat Amerika vroeger groot (of groter) was, maar klopt dat? ‘We’re not going to Make America Great Again — it was never that great… We have not reached greatness’, repliceerde Andrew Cuomo, toenmalig Democratisch gouverneur van New York, in 2018.
Waarom in ons land nog niemand opgekomen is met ‘Make Belgium Great Again’? Dé vraag is natuurlijk: groot op welk gebied? Politiek, economisch, militair, cultureel, intellectueel, sportief, sociaal…? Het zegt alles over de waardenschalen waarmee we vandaag ‘een grote beschaving’ meten.
De grootste
Het verlangen om ‘de grootste’ te zijn is al zo oud als de mensheid. Farao Cheops (2600 v.C.) wou zijn onsterfelijke grootheid vereeuwigen door de grootste piramide ooit te bouwen (146 meter). Welke opofferingen er gemaakt moesten worden in dienst van zijn vergoddelijkt ego was een detail in de marge. In alle wereldrijken na hem – van Mesopotamië tot Rome – was dat wezenlijk dezelfde drijfveer: de grootste willen zijn, tot elke prijs, massaal bloedvergieten inbegrepen.
Vaak werd de gewenste grandeur in bouwwerken uitgedrukt: burchten, triomfbogen, stadsmuren, paleizen… Vandaag is dat nog niet echt anders: de competitie om de hoogste toren ter wereld te hebben gaat door, van het One World Trade Center (New York, 541 meter) tot de Burj Kalifa (Dubai, 829 meter). Zulk soort stunts zijn bedoeld om de eigen superioriteit te bevestigen. Maar maakt dat een land echt tot hét grootste? Of is het een compensatie voor minderwaardigheidscomplexen?
Of is een land het grootste als het op de Olympische Spelen het hoogste aantal gouden medailles binnenhaalt? Of het hoogste bruto binnenlands product heeft, de meeste wetenschappelijke patenten, atoomkernkoppen of topkunstwerken? Amerika heeft als land zonder twijfel véle troeven, maar over de schaduwzijden kunnen ook dikke boeken geschreven worden.
Grenzeloze behoefte
Waar grenst grootheid aan grote ego’s en grootheidswaanzin? Wat is fake en opgeblazen? In welke mate willen heersers grootse dingen realiseren om hun eigen innerlijke onzekerheid te overschreeuwen? Zoals mannen met laag zelfvertrouwen willen imponeren met een stoere auto.
Een grenzeloze behoefte aan bewondering is volgens het DSM-handboek een kenmerk van narcisme. Iemand die per se moet ‘bewijzen’ dat hij ‘iemand’ is, worstelt met inferioriteit. Wie een sterke en gezonde identiteit heeft, hoeft dat niet uit te bazuinen. Net zoals een mooie vrouw geen plastische chirurgie, massa’s juwelen of make-up nodig heeft.
Eigenlijk willen de meeste wereldleiders hetzelfde als Trump: Vladimir Poetin wil ook Rusland in zijn ‘oude glorie’ als wereldmacht herstellen – gekrenkte trots? En Erdogan in Turkije en Xi Jin Ping in China? Hitler wou in wezen ook Duitsland weer groot maken na de vernedering van de Eerste Wereldoorlog. Dat is een probleem als míjn grootheid vereist dat jij kleiner moet worden gemaakt. Oekraïne betaalt een absurd hoge prijs voor Poetins megalomanie.
Innerlijke grootheid
Gelukkig bestaat er ook zoiets als innerlijke grootheid: grootmoedigheid, gulhartigheid, noblesse. We hoeven als Belgenlandje niet per se mee te gaan in een noodlottige competitie om ons als great voor te doen. Small is beautiful too. We kunnen streven naar grootheid in écht belangrijke zaken: medemenselijkheid en vriendelijkheid – zelfs al worden daar geen medailles voor uitgereikt.
Toen in 2005 de publieksstemming ‘De Grootste Belg aller tijden’ gehouden werd, werd uiteindelijk Pater Damiaan gekozen. Eddy Merckx, die als derde uitkwam, reageerde zeer sportief: ‘Ik zou me doodgeschaamd hebben als ze mij boven Damiaan verkozen hadden… Hij heeft veel meer voor de mensheid gedaan… Ik heb slechts ontspanning gebracht.’
Pater Damiaan heeft wereldwijd bewondering afgedwongen door zijn belangeloze en radicale inzet voor de minsten. Hij belichaamde dezelfde waarden als Jezus die geen enkele vorm van uiterlijke grootheid nastreefde, integendeel: het ging hem om welk soort méns je bent, diep vanbinnen, ‘als alleen God je ziet’. Of je nu gelooft in Jezus of niet, hij is een van de grootste wereldleraars wiens woorden we niet kunnen negeren.
Hij keerde de waarden van machthebbers ondersteboven, of beter gezegd: hij zette ze weer récht: ‘Wie onder u de grootste wil zijn, moet alle anderen dienen.’ Wie echt groot is, kan zich ook klein maken. Enkel wie vrij is van egotripperij is een veilige leider. Geloof, hoop en liefde zijn sterkere wapens dan geld, macht en kanonnen. Het nastreven van spirituele en morele grootheid levert in onze media helaas minder likes op dan machogedrag.
Welbevinden
Kan een land ook groot zijn inzake ‘bruto nationaal geluk’ of welbevinden? Volgens het World Happiness Report staat het kleine Finland al acht jaar op rij op nummer één voor welzijn en levenskwaliteit. Dat is pas een vermeldenswaardig én ‘nuttig’ wereldrecord! België staat in deze lijst op de 14de plaats, de VS op de 24ste. Trump heeft dus nog véél werk om de VS – op dit gebied – great te maken!
Zijn intussen roemruchte slogan houdt ons allemaal, individueel en als land, een grote spiegel voor: op welke vlakken willen we grootheid nastreven? Moet België de beste zijn in frieten, bier en chocolade? We hebben de wereld heus nog veel beters te bieden, en dat mag zonder enige protserige zelfverheffing.


