Is een nieuw Pinksteren in de Kerk mogelijk?

Origineel gepubliceerd bij Knack.

Dat het westerse christendom in crisis is, zien en weten we al decennia. In de jaren ’70 werd voorspeld dat het spoedig helemaal uitgestorven zou zijn, maar dat zien we duidelijk niet gebeuren. Sommigen wijzen daarentegen op tekenen dat het aan een revival begonnen is – en deze zijn er in verschillende landen zeker, soms voorzichtig, soms duidelijker. Mogen christenen een nieuw Pinksteren voor de kerk verwachten?

Voor deze vraag moeten we het plaatje wat breder opentrekken. Ten eerste is het veelzeggend dat alleen in Europa de kerk ‘ziekjes’ is: in andere continenten zien we vaak levenskrachtige, bloeiende en groeiende kerken. Europa wordt wel eens als een ‘oude man’ beschreven, uitgeblust en levensmoe. Ten tweede wordt niet alleen de kerk zwaar geschud, maar quasi alle grote instellingen: de politiek, democratie, justitie, media, onderwijs, gezondheidszorg…

De hele westerse cultuur is in crisis: de fundamenten zijn geërodeerd. We hebben geen ‘groter kader’ meer, geen spirituele koers, geen moreel kompas. Het zingevingsverhaal is versnipperd. We zijn ‘het noorden’ kwijt. Ieder ‘doet maar wat’. Waarom staan we verbaasd dat onze cultuur lijdt aan een collectieve geestelijke burn-out?

Wat de kerk betreft: bij haar start 2000 jaar geleden was het nochtans héél anders. Op de eerste Pinksterdag ‘ontplofte’ ze van 120 bange volgelingen van Jezus naar 3000 mensen die ‘in vuur en vlam’ stonden. Ze was een bruisende en revolutionaire gemeenschap vol van de Geest die net uitgestort was. De apostelen stegen boven zichzelf uit en het volle, bovennatuurlijke leven was overvloedig aanwezig: wonderen en genezingen, profetieën en visioenen waren dagelijkse kost. Maar ook op sociaal vlak: er was grote spontane solidariteit, want mensen verkochten – uit eigen beweging! – hun huizen en akkers om het geld te verdelen onder de armen: een ‘communisme van het hart’. De onderlinge liefde was zo intens dat ze heerlijk vrij waren van alle hebzucht. Het was als een overstroming, uitbundig en soms ook licht chaotisch. Want in deze vitalegemeenschap was geen strakke hiërarchie of formele regels, maar veel vrijheid en vooral liefde: minimale organisatie en maximaal léven dus.

Dat er later structuur en organisatie moesten komen, was onvermijdelijk, maar deze hebben als kwalijke bijwerking dat ze het leven en de spontaniteit dreigen te versmoren. Want hoe kan je ‘wind’ – een beeld van de Heilige Geest – in een doosje vangen? God laat Zich toch niet controleren of ‘temmen’? Zeker vanaf de vierde eeuw ging de kerk in Rome haar imperium uitbouwen naar het model van het Romeinse rijk: wereldse patronen slopen binnen, machtsdenken en veel uiterlijke pracht en praal. Net zoals de sprankelende eerste verliefdheid in een relatie na een tijd kan verstarren tot routine en sleur, kan dat ook in geloof en kerk.

Rituelen werden steeds meer ‘op automatische piloot’ afgehandeld, gebeden gedachteloos opgezegd; de moraal van liefde werd gereduceerd tot een lijstje van geboden en plichten. Als de voornaamste reden voor kerkbezoek traditie en sociale druk is – ‘iedereen doet het toch?’ – raakt het geloof binnenin verdampt, en verwordt godsdienst tot een prachtig versierde – maar lege- huls.

In elke eeuw waren gelukkig ook tegenbewegingen, kleine of grote opwekkingen vol nieuw enthousiasme en radicale navolging van het evangelie. Dé sleutel is: terugkeren naar de kern! Zoals uitgebluste gehuwden die terugkeren naar de vraag: “Waarom waren we in het begin ook alweer verliefd geworden?” De oorspronkelijke passie kan opflakkeren: het vuurtje moet bewust en blijvend gevoed worden! Alle stof afschudden, elkaar weer diep in de ogen kijken en fris herbeginnen. Zo ook met het geloof: hoe was het ook alweer begonnen?

De apostelen hadden in ieder geval uit Jezus’ mond een ‘verhaal’ gehoord dat hun wereld op zijn kop zette en dat ze dus overal moésten delen. Het Koninkrijk van God omspant het universum van schepping tot voltooiing. Het is een verhaal dat elk land en volk overstijgt, alle culturen en ideologieën, alle politieke regimes en systemen. Zijn originele boodschap torent qua visionaire kracht en morele scherpte boven elke concurrentie uit.

Het gelooft in ‘ware gerechtigheid’, véél hoger dan elk (gebroken) menselijk justitieapparaat. Het belijdt ‘liefde’ als grootste kracht in het heelal. Het belooft ‘een nieuwe hemel en nieuwe aarde’, het herstel van alle dingen: het is door en door hoopvol, sterker dan alle donkere doemdenken van vandaag.

Het is een lévend verhaal dat al 20 eeuwen aanvallen doorstaat en blijft groeien, en dat nog elke dag verder geschreven wordt. Het wekt de hoogste passies op, zodat mensen vol overtuiging hun leven ervoor geven: miljoenen deden het al, en nog steeds.

In een cultuur die geobsedeerd is door eindeloze groei – of het nu economisch, politiek of technologisch is – moet dit een fascinerende vraag zijn: hoe kon een verward groepje Galileïsche vissers uitgroeien tot de grootste beweging in de wereldgeschiedenis? Wat was de ‘toverdrank’, de succesformule van deze joodse splintergroep die de eeuwen overleefde en alle continenten veroverde? De ‘geheime formule’ lag enkel in de Persoon van de stichter: zijn enige wapen was zijn stem! Maar de woorden die uit zijn mond kwamen waren ‘dynamiet’, krachtig genoeg om miljoenen mensenlevens op hun kop te zetten.

Volgens Rik Torfs is de kerk (nog steeds) fantastisch: het is maar waar je naar kijkt! Je kan focussen op de mistoestanden en schandalen – die sommige media graag breed uitsmeren – , of op de miljoenen mensen die trouw doorgaan en zich belangeloos inzetten. Geloven in een God van volmaakte liefde is en blijft één van de sterkste motivaties voor radicale naastenliefde, idealisme, zelfoverstijging, hoge morele normen, strijd voor sociale gerechtigheid.

De crisis in de kerk heeft altijd ook een positieve keerzijde: never waste a good crisis! Elke storm doet dode takken uit de bomen vallen. Als ‘meelopers’ afhaken blijven de overtuigden over. Ballast verliezen maakt je lichter voor de volgende etappe. Een uitgezuiverde kerk kan enkel mooier worden. Zalig zij die met opgeheven hoofd doorheen de schuddingen gaan en er maximaal uit leren: zij zullen er versterkt uit tevoorschijn komen. Wat ‘onwankelbaar’ is, blijft staande. Zo komen op veel plaatsen kleine, levende gemeenschappen op: basisgroepen waar mensen nog enthousiast mogen zijn over hun geloof, waar God nog God mag zijn: niet enkel voor één uurtje per week, maar ‘overstromend’.

Paulus vergelijkt crisissen – in de wereld en de kerk – met barensweeën die erop wijzen dat iets nieuws aan het komen is. Een geboorte is een wonder, een wedergeboorte ook. In het Pinksterverhaal komen beide samen. Christenen moeten altijd ‘in blijde verwachting’ zijn.