Wil je wat meer menselijk contact? Kies voor een dumbphone

Origineel gepubliceerd in De Standaard.

Onlangs werkte de ticketautomaat in het station van Buizingen niet. Aangezien er geen loket is en ik buitenshuis geen smartphone meeneem, om meer aanwezig te zijn voor mijn omgeving en mijn mentale rust te bewaken, kocht ik een biljet bij de vriendelijke conducteur. Die informeerde me dat dat vanaf juli niet meer zal kunnen. Wat moet een dumbphone-persoon als ik dan doen bij machinefalen? “De klantendienst zal dat wel begrijpen”, hoopte hij.

In het station van Evere een week later bleek de automaat weggehaald en moest ik opnieuw zonder ticket de trein op. De conductrice zei dat ook in het station Merode de automaat zomaar was verdwenen. Nog een week later was het station van Halle gesloten en werkte de enige automaat niet. Mijn vrouw kon na tien minuten geknoei op haar smartphone onze tickets regelen.

Valt er nog te ontsnappen aan de digitale wereld? Bestelzuilen vervangen kassiers, webwinkels concurreren lokale handelaars weg. Bijna alles in het leven verloopt via de smartphone, van openbaar vervoer over menselijk contact tot het opvolgen van je menstruatiecyclus. En binnenkort vormt AI nog een extra dik, talig laagje tussen alles in.

Digitalisering levert in veel gevallen efficiëntiewinsten op. Maar wat zijn de nevenkosten daarvan, en zijn die altijd te verantwoorden? Als we willen dat technologie tot een betere samenleving leidt, dan moet ze wat de Duits-Amerikaanse filosoof Albert Borgmann “focale praktijken” noemt vrijwaren. Dat zijn activiteiten die betekenisvol zijn, omdat ze ons met elkaar en de wereld verbinden en daarvoor onze aandacht en de ontwikkeling van vaardigheden vereisen. Een voorbeeld: met een kachel het huis verwarmen vereist dat je hout hakt en vuur leert onderhouden, terwijl de vlammen mensen bij elkaar brengen. Zo’n zelfontplooiing, fysieke activiteit en belichaamde verbinding zijn belangrijk voor ons mens-zijn. Toch vervangen we focale praktijken al snel door ‘apparaten’, die ons, als ze werken tenminste, met een snelle druk op de knop het eindproduct geven, zonder meer. Maar die ‘meer’ is net belangrijk. Centrale verwarming vereist weinig vaardigheden en brengt niemand samen, je stelt gewoon de thermostaat in.

Dat we kachels vervangen door centrale verwarming, is op zich is niet problematisch. We hebben pas een probleem wanneer steeds meer focale praktijken in de verschillende aspecten van het leven verdwijnen. Zo noopt het leven ons steeds minder tot sociaal contact, verstilling, zelfontwikkeling en connectie met de natuur, en verarmen we als mensen. We moeten ons afvragen welke praktijken we willen vasthouden en welke nieuwe praktijken we willen ontwikkelen.

Mijn keuze voor een dumbphone is een manier om mezelf te dwingen wat vaker mensen aan te spreken: om een ticket te kopen, de weg te vragen of gewoon de tijd te verdrijven. Dat zijn kleine contacten die volgens de langste studie ter wereld over menselijk geluk veel bijdragen tot ons welzijn. Terwijl de NMBS zich hopelijk bezint over hoe ze smartphoneloze mensen zal blijven bedienen – niet alleen vreemde snuiters als ik, maar ook ouderen, digibeten en mensen met een laag inkomen – kan ze zich ook afvragen hoe ze te midden van haar digitalisering nieuwe focale praktijken kan cultiveren. Sommige treinen hebben vandaag stiltewagons. Waarom niet praatwagons introduceren, waar smartphones taboe zijn en gesprekken de norm?