Supermarkten, zondagen en het vierde gebod

Origineel gepubliceerd op Doorbraak.

De maatschappelijke discussie over de zondagsopening van supermarkten is behoorlijk hevig en tegelijk erg relevant, want ze roept principiële vragen op. De stakingen bij Aldi beroeren vele mensen en raken een diepere, gevoelige snaar. Gaat het enkel om concurrentiekracht, juiste arbeidsvoorwaarden en hogere vergoedingen, of spelen er diepere verzuchtingen en noden?

In onze tijd houden we niet van principiële vragen: we willen een onmiddellijke oplossing en bedrijven verkiezen winst boven principes. In mijn kinderjaren waren op zondag alleen de bakkers open, en dan enkel in de voormiddag. Voor de rest: alles toe. Vandaag lijkt voor velen de wet op de zondagsrust een relikwie uit vervlogen tijden dat niet meer past bij de moderne groei-economie en de absolute vrijheid van ondernemen.

De vraag is of de zondagsrust een typisch christelijk principe is, een religieuze verplichting uit een ander tijdperk die in een postchristelijke cultuur ook afgeschaft mag/moet worden – als dat niet al grotendeels gebeurd is. Of is het daarentegen iets diep menselijks en noodzakelijk voor ons mentale welzijn?

Geen machine, maar een mens

Als dat principe ter discussie staat, is het nuttig om te verkennen waarom het ooit werd ingevoerd. De wet op de zondagsrust is al eeuwenoud: ze werd in het jaar 321 geïntroduceerd door keizer Constantinus, maar vindt eigenlijk zijn oorsprong in het vierde van de tien geboden, dus al meer dan 1.500 jaar eerder. In het oude Israël was de sabbat zo belangrijk dat het in de ‘top tien’ stond.

Maar waarom dan? De religieuze motivatie was: God werkte zes dagen en rustte op de zevende dag, dus moet de mens zijn voorbeeld volgen. Zo moet hij tijd maken (1) om achterom te kijken en te genieten van zijn werk, en (2) voor God en de hogere doelen waarvoor hij gemaakt is. Daarom wordt het vierde gebod soms het ‘leukste’ gebod genoemd: móéten rusten! De sabbat was een ‘heilige’ dag, wat betekent ‘apart gezet’, dus ánders dan de andere dagen.

De context waarin het gebod gegeven werd, is ook betekenisvol: na de bevrijding uit Egypte kreeg Mozes van God de geboden op de berg Sinaï. Tot dan toe waren ze 400 jaar slaven geweest voor de farao: zwoegen en zweten, zeven dagen op zeven, zonder onderbrekingen. De sabbat was voor hen dus een teken van vrijheid, een heerlijk cadeau uit de hemel. Eindelijk! Je hóéft niet als een machine voortdurend onder hoogspanning te staan. Het menselijk lichaam is niet ‘gemaakt’ om non-stop op hoge toerentallen te draaien.

Relaties centraal

De diepere boodschap is: het leven is méér dan in de aarde wroeten en geld verdienen. We mogen en moeten genieten: onthaasten, ont-moeten, onszelf tijd gunnen voor belangrijkere dingen. We zijn geen ‘human doings’, maar ‘human beings’. Voor één dag prestatiedrang aan de kant en relaties centraal. Dus ook tijd en energie voor geliefden, gezin, vrouw en kinderen.

De discussie zegt dus veel over onze huidige cultuur en maatschappij: kiezen we voor welvaart of voor welzijn, kwantiteit of kwaliteit? Is ‘huisje-boompje-beestje’ het hoogste levensdoel? Hebben – of: máken – we nog tijd voor de hogere dingen des levens, voor zingeving, God en geloof? Of hollen we maar verder zonder te weten waarom of waarheen? En maken we ook tijd voor familie en vrienden, hobby’s en ontspanning, genieten van schoonheid en natuur, het herontdekken van stilte?

Inefficiënt, onproductief, nutteloos

Vroeger moesten mensen hard vechten voor een rustdag, nu vechten sommigen om die afgeschaft te krijgen. Al decennia wordt zondagsrust ondergraven en afgebouwd: we groeien naar een 24-uurseconomie, met nachtwinkels als summum. Sommigen noemen dat ‘groeidwang’, de dictatuur van het altijd-méér. Alsof mensen meer gaan consumeren omdat winkels langer open zijn.

Op zondag is de kerk vervangen door de shoppingcentra. We hebben collectief een cultuur gecreëerd waar onze waarde wordt bepaald door wat we dóén of hébben, niet door wie we zijn: de homo consumens. Rusten is tijdverspilling, inefficiënt, onproductief, nutteloos.

Is de sabbatsrust dan een last of een lust, een storende verplichting of een godsgeschenk? Sommige mensen moeten als het ware verplicht worden te stoppen met werken: om hen tegen zichzelf en hun ‘workaholisme’ te beschermen. Omdat ze slaaf zijn van materiële zorgen en ‘nooit-genoeg’: waarbij ze dus hun eigen slavendrijver zijn. Vooral mannen zijn hier vatbaar voor.

Tegenbeweging

Die zelfverwaarlozing blijkt nefast en verwoestend voor onze psyche. De geneeskunde bevestigt: adrenaline is bedoeld voor korte krachttoeren bij noodgevallen, niet voor langere periodes. Als we roofbouw plegen op ons lichaam, beschadigen we het: er ‘branden draadjes door’ in onze hersenen. 585.000 langdurig zieken in ons land, vooral door psychische problemen. En de sociale gevolgen zijn de vele gebroken relaties, afwezige vaders, gezinnen die als los zand aan elkaar hangen.

Hoeveel verder kunnen we nog gaan in openingsuren? Van 7u tot 21u, tot 24u …? Hoeveel méér psychische problemen willen we? Er is dringend een tegenbeweging nodig, en sommigen zoeken al op allerlei manieren de stilte of onthaasting op. Maar we mankeren vooral een collectief ritme. En daarom is het uiterst moeilijk om ons vrij te vechten uit de ratrace. Wie durft moedig in te gaan tegen het eindeloze opbod van ‘méér’? Welke bedrijven, politici of … u en ik?