Origineel gepubliceerd bij Knack.
De recente beslissing van het Antwerpse parket voor het vervolgen van twee moheels voor hun uitvoering van ‘illegale besnijdenissen’ beroert danig de gemoederen. Dat is niet zonder reden: deze specifieke zaak wordt aangegrepen om een totaalverbod op religieuze besnijdenis bij minderjare jongens te bepleiten. Het artikel van Jan de Zutter, Goedele Liekens en Rik Vannieuwenhuyze verdient mijns inziens een reactie. Dit voorstel raakt immers aan een fundamenteel aspect van het leven van joodse en islamitische medeburgers, en dat is niet niks. De auteurs pleiten op twee manieren voor een totaalverbod op dit ‘problematische’ en ‘oude ritueel’, en die wil ik graag van repliek dienen.
Ten eerste wordt aangegeven dat het hier om een onnodige medische handeling gaat en als dusdanig de medische ethiek overtreedt. Dit gaat zover dat volgens de auteurs artsen, die een besnijdenis uitvoeren om religieuze redenen, vervolgd zouden moeten worden. Hiermee wordt de jongensbesnijdenis neergezet als een bijna barbaarse, rituele mishandeling, waaraan sommige artsen medeschuldig zijn. Opmerkelijk is wel dat ze zich voorstander tonen van de vrijheid van ‘de eigenaar van de penis’ om besnijdenis op latere leeftijd te ondergaan. Als rituele besnijdenis per definitie zou ingaan tegen fundamentele beginselen van de geneeskunde, zou het ook voor volwassenen niet toegelaten kunnen worden.
Wat onvermeld blijft, is dat jongensbesnijdenis zeer verbreid is en op heel veel plaatsen op de wereld als een gewone, routineuze ingreep wordt beschouwd. In 2015 werd geschat dat 38% van de jongens en mannen wereldwijd besneden zijn. Besneden-zijn is niet alleen gebruikelijk in Israel (92%) en moslimlanden (tot ruim 99%), maar ook het aandeel besneden mannen in bijvoorbeeld de Verenigde Staten (71%), Zuid-Korea (77%), Canada (32%), Congo DRC (97%) en Zuid-Afrika (45%) is substantieel. Hier gaat het, voor de duidelijkheid, meestal niet over rituele besnijdenis, maar evenmin over een medische noodzaak. België scoort met 22,6% besneden mannen waarschijnlijk ook hoger dan velen zouden verwachten.
Als het gaat om vrouwenbesnijdenis, is de medische consensus duidelijk dat er onnodige en ontegensprekelijke schade toegebracht wordt. Wetenschappelijk onderzoek over de wijdverbreide ingreep van neonatale besnijdenis bij jongens wijst op potentiële voordelen én op het feit dat er regelmatig complicaties voorkomen. De Wereldgezondheidsorganisatie promoot sinds 2007 mannenbesnijdenis in de strijd tegen AIDS en andere SOA’s. Het belang van het werken in hygiënische omstandigheden en door goed opgeleide en ervaren zorgverleners wordt benadrukt en ouders worden opgeroepen een geïnformeerde keuze moeten maken. Besnijdenis komt immers met risico’s en ouders moeten dus ook de ruimte hebben om de ingreep volledig te weigeren. Daarbij mag opgemerkt worden dat het aantal complicaties in België, mits goede medische zorg, zodanig laag is dat België al vele jaren een gedoogbeleid van de praktijk van jongensbesnijdenis kent.
Het tweede hoofdargument om jongensbesnijdenis te verbieden is de stelling dat de ingreep ingrijpt in ‘de fundamentele rechten van de jongens.’ Ten diepste klinkt hierin een zorg door voor jongens die eenvoudigweg te jong zijn om zelf voor zo’n ingrijpende fysieke ingreep te kunnen kiezen. Inderdaad, die keuze kan een acht dagen oude joodse jongen niet maken, maar ook een acht jaar oude moslimjongen niet. Maar is deze keuze door de ouders daarom een inbreuk op hun fundamentele rechten? Dat is erg discutabel.
Dat ouders niet-terugdraaibare keuzes mogen maken voor hun kinderen, is de essentie van ouderschap. Ouders maken keuzes voor – en naarmate ze ouder worden, meer en meer mét – hun minderjarige kinderen wat betreft kleding, woonplaats, taal, school, hobby’s, cultuur, enzovoorts. Al die keuzes hebben een blijvende impact op hun verdere leven.
Ook keuzes die de ‘fysieke integriteit’ van het kind aantasten, die pijn veroorzaken of het lichaam onherstelbaar veranderen, kunnen onder de verantwoordelijkheid van ouders vallen. Dat geldt vanzelfsprekend voor medische handelingen die hun gezondheid ten goede komen, maar ook gaatjes laten schieten voor oorbellen, op ballet of voetbal laten gaan, of veel suiker laten eten, tasten de ‘fysieke integriteit’ aan: het zijn fundamentele keuzes in de opvoeding die pijn kunnen veroorzaken, het lichaam kunnen beschadigen en/of het lichaam onherstelbaar veranderen.
Ouders maken hierin verschillende keuzes, en we kunnen het grondig met elkaar oneens zijn over dit soort keuzes. Maar niemand zal zeggen dat keuzes die de ‘fysieke integriteit’ aantasten principieel en altijd buiten de verantwoordelijkheid en bevoegdheid van de ouders vallen.
Geldt die ouderlijke verantwoordelijkheid ook voor ingrijpende keuzes die puur levensbeschouwelijk geïnspireerd zijn? De auteurs stellen dat dit soort beslissingen moet uitgesteld worden tot iemand tot zelfstandige keuze bekwaam is. Dat is een zeer valabel standpunt en goed te verdedigen. Maar dit standpunt is zélf een levensbeschouwelijke visie, die iemand in de eigen opvoeding mag toepassen, maar die niemand, ook geen overheid, kan opleggen aan een andere ouder. Integendeel, ouders hebben het expliciete recht om hun kinderen op te voeden in lijn met hun eigen religieuze en filosofische overtuiging en de overheid moet dat recht bewaken (cf. art. 2 P1 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens).
Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat élke keuze en handeling daarmee toegelaten is. De vraag wordt nu, wie bepaalt wat toegelaten is en wat niet? In algemene zin is het antwoord daarop ook helder: dat is een keuze die in de eerste plaats de ouders moeten maken, in groeiende mate samen met hun opgroeiende kinderen. De overheid kan hierin enkel ingrijpen indien een keuze van ouders ontegensprekelijk en onnodig schade toebrengt aan het kind. Zoals eerder aangegeven, is dat in het geval van een besnijdenis bij jonge jongens een geïnformeerde keuze die ouders moeten kunnen maken.
Andere Europese landen kiezen ervoor om jongensbesnijdenis toe te laten, mits een degelijk wettelijk kader dat de medische kwaliteit van deze handeling verzekert. Als we de fundamentele rechten van jongens én hun ouders ernstig nemen, is het logisch dat België dit voorbeeld volgt.


