Militaire of morele herbewapening?

Origineel gepubliceerd op Doorbraak. Voor een langere versie, zie hier.

Sinds de oorlog in Oekraïne en de druk van Trump op de NAVO-landen leven we in tijden van serieuze militaire herbewapening: van 2 procent naar 5 procent van ons bbp is een enorme stap, zeker in tijden van begrotingsmoeilijkheden. Het grote verzet blijft uit. Nochtans, als België dat effectief zou doen – wat uiteraard niet direct en voor de volle 100 procent zal gebeuren – zou dat €18 miljard extra per jaar betekenen, zijnde ruim €1.500 per inwoner per jaar.

Maar is er een alternatief? Ooit gehoord van ‘morele herbewapening’? Nog niet zo lang geleden was dat een invloedrijke, wereldwijde beweging die door presidenten en koningen geprezen werd. Het is een bijzonder verhaal dat ook vandaag zeer inspirerend kan zijn.

De organisatie – ‘Moral Re-Armament’ (MRA) – werd gestart door Frank Buchman (1878 -1961), een zeer visionair man en pionier op hoog niveau. Zijn basisovertuiging was dat de wortel van politieke crisissen in wezen moreel is en dus met morele wapens moet worden aangepakt .

Hitler

Frank Buchmans unieke bijdrage aan de wereldvrede begon vanuit zijn eigen levenservaring. Hij was toen luthers predikant in Pennsylvania (VS), maar na een pijnlijk conflict met zijn bestuur reisde hij in 1908 naar de Keswick Conferentie (VK). Daar beleefde hij een zeer diepe godservaring en voelde een onweerstaanbare aansporing om die bestuursleden te vergeven en ook aan hen vergeving te vragen voor zijn eigen koppigheid. Hij ervoer ‘aan den lijve’ de transformerende kracht van verzoening! Dat evangelische principe zou hij later van het individuele niveau transponeren naar de internationale politiek.

Buchman predikte de allerhoogste morele waarden die hij samenvatte als ‘de vier absoluten’: absolute eerlijkheid, zuiverheid, onbaatzuchtigheid en liefde. Het schonk hem véél geloofwaardigheid.

Hij had ook de gave om met hooggeplaatste leiders relaties op te bouwen. Zo ontmoette hij in 1915 in Indië vele malen Gandhi en Tagore. Hij sprak er soms tot 60.000 mensen. Tussen 1916 en 1918 geraakte hij in China bevriend met Xu Qian, die later eerste minister werd. Vanaf 1924 ook met koning George II van Griekenland en koningin Maria van Roemenië.

In 1932 en 1933 probeerde hij Hitler te ontmoeten, in de hoop hem te bekeren – helaas zonder succes. In 1934 stond Buchman op de voorpagina van de kranten in Noorwegen en in 1935 in Denemarken. Ook de oprichting van de Anonieme Alcoholisten (1935) was een directe vrucht van zijn beweging die sinds 1928 ‘Oxford Group’ heette en duizenden leden telde.

‘Spirituele revolutie’

In 1938, te midden van de groeiende oorlogsdreiging en de algemene herbewapening, lanceerde Buchman de ‘Spiritual and Moral Re-Armament’, waarmee hij niets minder dan ‘een spirituele revolutie’ beoogde. Een crisis moet bij de wortels aangepakt worden: het herstel van vertrouwen, dialoog, vergeving, liefde en verzoening. Zowel het fascisme als het communisme hadden volgens hem hun wortels in het materialisme – wat hij de grootste vijand van de democratie noemde.

Buchmans inspanningen werden tijdens de oorlogsjaren in de VS erg gewaardeerd door president Franklin D. Roosevelt, en in 1943 ook door (toen nog senator, later president) Harry Truman. In 1946 kocht de MRA een groot hotel in Caux (Zwitserland) als een centrum voor Europese verzoening na de verscheurende oorlogsjaren. Daar ontmoetten de Duitse bondskanselier Konrad Adenauer en de Franse minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman elkaar veelvuldig.

Uit de persoonlijke vriendschap tussen die twee – beiden diepgelovige katholieken – ontstond in 1951 de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), waaruit later de Europese Unie groeide. Schuman was ervan overtuigd dat het evangelische principe om je vijand lief te hebben ook in de internationale politiek moest en kon toegepast worden. Het heeft tot op vandaag Europa diepgaand veranderd.

Na 1950 heeft de MRA nog een beslissende rol gespeeld in andere internationale verzoeningsprocessen: hooggeplaatste Japanse delegaties gingen in de VS en zeven andere Aziatische landen hun excuses aanbieden voor de wandaden in WO II. Ook later bleef de MRA actief in verschillende processen van dekolonisatie. In 1956 bedankte koning Mohammed V van Marokko Buchman uitdrukkelijk voor zijn rol hierin. Idem voor president Bourguiba van Tunesië en president Makarios in Cyprus.

Bruggen slaan

Buchmans ideeën bleven dezelfde: ‘De kernproblemen in de wereld van vandaag zijn oneerlijkheid, egoïsme en angst – bij mensen en, bijgevolg, bij naties. Wanneer ze zich vermenigvuldigen, leiden ze tot echtscheidingen, criminaliteit, werkloosheid, terugkerende depressies en oorlog … Geestelijk herstel moet voorafgaan aan economisch herstel. Politieke of sociale oplossingen die deze kernproblemen niet aanpakken, schieten tekort … Iedereen wil dat de andere verandert, maar iedereen wacht tot de ander de eerste stap zet.’ ‘We hebben een kracht nodig die sterk genoeg is om de menselijke aard te veranderen en bruggen te slaan tussen de ene mens en de andere, tussen de ene groep en de andere. Alleen God kan de menselijke natuur veranderen.’

Het effect van al dat verzoeningswerk was soms zichtbaar, maar vaak ook niet. Hoeveel impact die ene man op de wereldgeschiedenis gehad heeft, is ‘only known to God’. Hij kreeg hoge onderscheidingen en werd tweemaal genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. In 2017 werd de documentaire The Man Who Built Peace gewijd aan zijn leven en werk.

Vandaag heeft onze – opnieuw door oorlog bedreigde en verscheurde – wereld misschien nog méér dan ooit tevoren een diepe behoefte aan een geestelijke en morele heropleving. Wie kijkt dieper naar de (toxische) spirituele wortels? Dat de crisissen en conflicten beginnen bij individuen zien we voor onze ogen gebeuren: Hitler, Stalin, Mao, Kim Yong-Un, Poetin …

En vandaag?

Frank Buchman vond zijn inspiratie voor verzoening in de bergrede van Jezus. En hij had een sterk persoonlijk moreel gezag en charisma door zijn eigen levenswandel. Daardoor kon hij leiders uit vele politieke fracties of kerkelijke stromingen verenigen op een hoger niveau, en tegelijk diep respect afdwingen bij andersgelovigen en niet-gelovigen.

Waar zijn de Buchmans vandaag? Wie heeft gelijkaardige morele autoriteit?

In 2001 veranderde de MRA haar naam in ‘Initiatives of Change’ en is nu interreligieus en pluralistisch. Haar identiteit en ‘kleur’ zijn vervaagd, en daarmee is de sterke drive ook ‘horizontaal’ geworden en verzwakt. Ze werkt vandaag nauw samen met de VN, en moet haar projecten dus ‘voor iedereen aanvaardbaar’ maken – waardoor ze nog nauwelijks morele autoriteit heeft of geloofwaardigheid en impact.

Een nieuwe morele herbewapening zou onze wereld honderden miljarden besparen en talloze mensenlevens redden. Een collectieve bekering begint bij dappere individuen. Wie neemt de fakkel van Buchman over …?

Ben ik een eikel, ChatGPT?

Origineel gepubliceerd in De Standaard.

“Ben ik een eikel?” Heel wat mensen stellen zich die vraag. Het populaire internetforum Reddit huisvest een gemeenschap van 24 miljoen leden die elkaar persoonlijke conflicten voorleggen met de vraag wie fout was: zijzelf of de ander. Situaties worden publiekelijk besproken en de groep velt oordelen door You’re the asshole (YTA) of Not the asshole (NTA) te stemmen. Bijvoorbeeld: een man wou na een picknick zijn afval weggooien, maar vond geen vuilnisbakken in het park en liet het dus maar hangend aan een tak achter (consensus: YTA). Of: iemand weigerde een kat terug te geven aan de oorspronkelijke eigenaar, omdat hij er vier jaar lang voor had gezorgd en er gehecht aan was geraakt (consensus: NTA).

Recent verscheen in het tijdschrift Science een studie waarbij onderzoekers 2.000 vragen met YTA-consensus van Reddit plukten en die onderwierpen aan het oordeel van chatbots. In tegenstelling tot mensen besloten de chatbots in de helft van de gevallen dat de vraagsteller niet de eikel is. Een tweede experiment met duizenden scenario’s waarin een gebruiker zijn onethisch, schadelijk of illegaal gedrag beschrijft en de chatbot vraagt of dat wel oké was, leverde hetzelfde resultaat op: in de helft van de gevallen antwoordden chatbots dat de gebruiker goed gehandeld had. Het bevestigt wat we al wisten: chatbots zijn mouwvegers, de ene al wat meer dan de andere. De onderzoekers ondervonden dat interacties met chatbots het menselijke vermogen tot sociaal verantwoord handelen ondermijnen, omdat ze de overtuiging dat je gelijk hebt versterken en je bereidheid om een conflict op te lossen aantasten. Met ChatGPT word je een grotere eikel.

Toch geven mensen de voorkeur aan vleierige chatbots. Schuld bekennen, vergiffenis vragen, gedrag veranderen, dat is nu eenmaal een beetje sterven aan jezelf. Ook in het algemeen willen we liever de wereld aan onze denkbeelden aanpassen dan dat we onszelf naar de werkelijkheid willen voegen. Hoe vaak houden we niet vast aan simplistische denkbeelden of schadelijk gedrag, omdat veranderen ons iets zou kosten? We weigeren de voor- of nadelen van migratie te erkennen, schilderen Israëli’s of Palestijnen af als het pure kwaad, beklimmen de carrièreladder met onethisch gedrag, kijken neer op mensen van het andere geslacht, cancelen andersdenkenden … Stiekem zijn we allemaal een beetje fundamentalisten en eikels.

Atoombom achter de hand

Omdat we de wereld nu eenmaal maar in beperkte mate naar onze hand kunnen zetten, waardoor er inconvenient facts blijven opduiken en anderen ons regelmatig tegenwind geven, scheppen we liefst onze eigen realiteitsbubbels, miniversies van de werkelijkheid waarin de waarheid en moraliteit een draai krijgen die ons goed uitkomt. We vermijden bepaalde gespreksonderwerpen of omringen ons met gelijkgezinden, we betrekken echokamers op sociale media waar we enkel content zien die onze denkbeelden weerspiegelt, en we gebruiken sinds kort vleierige chatbots die ons gedrag bevestigen. We ontwijken de ander, zodat we onszelf kunnen blijven.

C.S. Lewis schreef in De afschaffing van de mens dat het doel van technologie is “de werkelijkheid aan de verlangens van mensen te onderwerpen”. Hoe krachtiger de technologie, des te meer we de wereld naar onze hand kunnen zetten. Denk aan alle ziekten die we de voorbije eeuw collectief hebben overwonnen. Maar ook geldt: hoe onzuiverder onze verlangens, des te schadelijker de wereld die we met krachtige technologie creëren. Met atoombommen achter de hand kan een heerser heel wat gedaan krijgen.

Met krachtige technologie kunnen we ons ook steeds beter afsluiten in realiteitsbubbels, om onszelf wijs te maken dat de wereld is zoals we wensen dat hij is. Ironisch genoeg zijn de technologieën waarmee we dat doen ook de middelen waarmee techbedrijven de wereld naar hun hand proberen te zetten. Om ons aan sociale media of chatbots gekluisterd te houden, bevestigen die systemen ons niet alleen, maar radicaliseren ze ons ook. Met polariserende content versterken ze onze neigingen: jongens worden conservatiever en meisjes progressiever, bezorgde ouders worden helikopterouders, kwetsbare tieners anorectisch, maatschappijcritici complotdenkers, vervreemde moslims islamisten. Die instrumentalisering van de waarheid bemoeilijkt het samenleven en ondermijnt de democratie.

Een goede Platonist

Lewis stelt dat vanouds het doel van de wijze was “de ziel in overeenstemming te brengen met de werkelijkheid”. In plaats van met technologie de wereld te vervormen of zich ervan af te sluiten, probeert de wijze zich naar de werkelijkheid te voegen. Daarmee wil Lewis niet zeggen dat we ons moeten neerleggen bij de ondermaanse realiteit. Als een goede Platonist bedoelt hij dat we de Waarheid recht in de ogen moeten kijken en ons gedrag moeten conformeren aan het Goede, door kennis te ontwikkelen en deugden te cultiveren: liefde, moed, zelfbeheersing. Hoe meer we onszelf op die manier aanpassen aan de Werkelijkheid, des te meer zullen onze verlangens goed zijn en zal ons technologiegebruik de wereld verbeteren.

Uiteraard kan niemand beweren dat hij de waarheid in pacht heeft of de hoogste moraliteit belichaamt. We blijven mensen. Wat telt is de oprechte en vooral gezamenlijke zoektocht naar het ware en het goede, en dat we ons niet opsluiten in echokamers en niet weigeren ons gedrag in vraag te stellen. Spraken we maar evenveel met andersdenkenden als met gelijkgezinden, besteedden we maar evenveel aandacht aan ons karakter als aan ons uiterlijk. We moeten ons openstellen voor de wereld en luisteren naar elkaar, bereid om het moeizame proces aan te gaan om onszelf te veranderen. Dat gebeurt wanneer we ons toewijden aan gemeenschappen waar we ‘de ander’ ontmoeten: bij familie, op café, in het buurtcomité, de sportclub of kerk. Of bij AmITheAsshole op Reddit. Want het is essentieel dat we ons begeven onder mensen die ons recht in de ogen durven kijken om eerlijk te antwoorden op de kwetsbare vraag: “Ben ik een eikel?”

Boekpublicatie: Het Lam Gods: een hemels meesterwerk – Het intrigerende mysterie achter Johannes’ visioenen

Het Lam Gods (Van Eyck, 1432) wordt niet voor niets door de Amerikaanse kunsthistoricus Noah Charney ‘het meest gestolen én meest invloedrijke kunstwerk aller tijden’ genoemd. Sinds 2012 staat het bijzonder in de belangstelling omdat er een grondige restauratie bezig is die dit jaar (2026) eindelijk afgerond zal worden. Verschillende boeiende documentaires werden er de laatste jaren aan gewijd en iedereen kijkt met reikhalzend verlangen uit naar de openbaring van dit meesterwerk in al zijn oorspronkelijke glorie. Ignace Demaerel besloot er een boek aan te wijden, waarin hij dieper duikt in de betekenis en boodschap van het werk.

Miljoenen toeristen komen van heinde en verre om het wereldberoemde Lam Gods in Gent te bewonderen om de superieure schildertechnieken van Van Eyck. Het meesterwerk blijft ons intrigeren door de vele mysteries waarmee het omgeven is. Maar wie staat eigenlijk stil bij de echte bedoeling, de boodschap die de meesters wilden overbrengen? Hoe subliem het altaarstuk ook is, de oorspronkelijke scène in de visioenen van Johannes (in het boek Openbaring) moet ons nog meer verbluffen: de hemelse taferelen rond het Lam op de troon en de miljoenen engelen. De geestelijke wereld die in de visioenen ontsloten wordt, moet nog véél en veel fascinerender zijn!

Over de auteur

Ignace Demaerel (1961) is godsdienstleraar, denker, schrijver en pastor in Brussel. Hij is gehuwd, vader van vier kinderen en een pleegzoon, en grootvader van tien kleinkinderen. Hij studeerde Filosofie aan de KU Leuven en Protestantse Godgeleerdheid in Brussel. Hij is gepassioneerd door de spanning tussen cultuur en religie, maatschappij en geloof. Naast vele artikels en enkele brochures heeft hij zes boeken gepubliceerd. Sinds 2012 is hij columnist/opiniemaker bij Knack.be en Doorbraak.be, en sinds 2023 medeoprichter van denktank Inspiratio. Zie ook www.ignacedemaerel.be

Boekgegevens

Titel: Het Lam Gods: een hemels meesterwerk – Het intrigerende mysterie achter Johannes’ visioenen
Auteur: Ignace Demaerel
Uitgever: Boekscout, Soest (NL)
Aantal pagina’s: 118
Verschijningsdatum: 08-05-2026
ISBN: 9789465444321
Prijs: €21,50, incl. verzendkosten naar Nederland en België
Uitvoering: Paperback
Met 56 full color afbeeldingen, waarvan 17 paginagroot

Bijkomende informatie:

Of neem contact op met de auteur: ignace@ignacedemaerel.be
Of met uitgever Boekscout: tel. +31-35-6037937, e-mail: marketing@boekscout.nl

Boekpublicatie: En toen was er AI. Hoe mens blijven te midden van machines?

Artificiële intelligentie is in korte tijd alledaags geworden. Toch blijven heel wat fundamentele vragen onderbelicht. Wat betekent het wanneer machines onze intelligentie evenaren of overstijgen? Hoe verandert AI ons samenleven en ons mensbeeld? Worden we meer of net minder mens? In dit boek pleiten Tim Brys (doctor AI) en François Levrau (filosoof) voor een bedachtzame omgang met technologie, niet vanuit de logica van efficiëntie, maar vanuit de zorg voor het goede samenleven. Ze houden daarbij een helder pleidooi voor traagheid, morele verbeelding en wijsheid in een tijd van razendsnelle verandering. Niet alles wat kan, is wenselijk.

Het boek is te verkrijgen in de meeste boekhandels, bijvoorbeeld de Standaard Boekhandel.

Over Tim Brys

Na een doctoraat in de artificiële intelligentie te behalen aan de Vrije Universiteit Brussel richtte Tim enkele jaren zijn aandacht op vluchtelingenwerk, eerst in Duinkerke en Brussel, vervolgens in Marokko en Sicilië en uiteindelijk in Libanon, waar hij vijf jaar woonde. Hij behaalde er een Master in Religie in Midden-Oostenstudies en raakte er betrokken bij vredesprojecten, werk dat hij vandaag vanuit België verderzet. Daarnaast is hij opnieuw deeltijds verbonden met het Artificial Intelligence Lab aan de VUB, leidt hij samen met een vriend Stadsklooster Brussel, schrijft hij boeken (eerder verscheen ‘Hoe maak je een stadsklooster?’) en opiniestukken (De Standaard, De Tijd, …). Hij woont met zijn vrouw en vier kinderen in Brussel.

Boekgegevens:

‘En toen was er AI. Hoe mens blijven te midden van machines?’, Tim Brys en François Levrau, Otheo Books, maart 2026, 318 p., prijs 24,99 € (als ebook 12,99 €).

‘Leve papa’: de crisis van vaderschap en mannelijkheid

Origineel gepubliceerd op Doorbraak.

Is Vaderdag – en ook Moederdag – een verouderd, conservatief concept dat uitgewist moet worden? Is een pleidooi voor sterke vaders en traditionele gezinnen ‘verdacht’, een ‘ruk naar rechts’, een reactionaire terugkeer naar starre, autoritaire genderrollen? Of gewoon een stiekeme, diepe zucht van miljoenen ‘Ik wou dat ik zo’n échte, aanwezige vader en een warm gezin had gehad’?

In april werd door het Nederlandse ministerie van Onderwijs een interne inclusieve taalgids opgesteld waarin gesuggereerd werd om ‘Moederdag’ en ‘Vaderdag’ af te schaffen en te vervangen door een ‘Jij-dag’: om rekening te houden met regenbooggezinnen, alleenstaande ouders en kinderen zonder ouders. Onder hevige druk van het publiek heeft staatssecretaris Judith Tielen de taalgids ingetrokken: zelfs bij onze zeer progressieve noorderburen werd dat als te woke en extreem ervaren.

Badwater

Ik heb echt begrip voor alle reacties tegen starre, patriarchale patronen: ik heb ook rake meppen en nooit één compliment gekregen van mijn eigen vader, die voor het overige mentaal en emotioneel afwezig was. In die generatie hadden vaders altijd gelijk: hun gezag kon niet in vraag worden gesteld. Maar daarom alle vaderschap met het badwater weggooien, lijkt eerder op een allergische hyperreactie. De antiautoritaire revolutie van de jaren 60 heeft helaas ook veel gezonde en broodnodige autoriteit afgebroken. Balanceren op een dunne koord is weinigen gegeven. De slinger slaat quasi altijd door.

‘Wat is een goede papa?’ is een vraag die elke vader zichzelf moet stellen. De verwarring hierover is algemeen. Alle traditionele rollen werden op losse schroeven gezet: mogen vaders nog grenzen of regels stellen, streng zijn, ingrijpen, of zijn ze dan ‘toxisch’? Oprechte en goedbedoelende ouders weten vaak niet meer wat nog mag of kan of moet, en worden daardoor permissief, uit onzekerheid en onmacht. Altijd ‘ja’ zeggen is het veiligst.

23.789 pampers

Ikzelf ben intussen vader van vier, pleegvader van twee en grootvader van elf. Dat alles dankzij een sterke vrouw aan mijn zijde die veruit het grootste aandeel heeft in die ‘stam’. Zij prefereert dat ik ten volle vader ben, naast en met haar, aanwezig en present. Ik heb dan ook met overtuiging mijn aandeel hierin gedaan, en ongeveer 23.789 pampers ververst: wie kinderen op de wereld zet, moet ook de verdere verantwoordelijkheid nemen en zijn handen vuil durven maken, nietwaar?

Maar in vele ‘progressieve’ middens blijft vaderschap iets verdachts. Het traditionele gezin wordt bestempeld als ouderwets, voorbijgestreefd, kleinburgerlijk, bekrompen: alle alternatieven en losse gezinsvormen zijn bij voorbaat beter, vrijer, ruimdenkender. In de media worden vaak karikaturen van vaderfiguren versterkt en herhaald: ofwel een brute bullebak, ofwel – zoals in de oude tv-serie Married with children – een karakterloze sul, alleen goed om zakgeld te geven aan zijn tieners.

De tegenreactie blijft dan ook niet uit: volgens de Foto van Vlaanderen zijn het vooral jongere mannen die teruggrijpen naar de manosfeer, ‘de goede oude tijd’ waar de man gewoon de baas kan spelen en zijn vrouw onder de knoet kan houden. Dat lijkt verdacht veel op de cultuur van alfamannetjes: willen we echt gorilla’s en chimpansees als rolmodel nemen? Zoals gezegd: balans is niet van deze tijd.

Weggommen

Nu we het toch over vaderschap hebben: mag ik nog ernstige vragen hebben bij ‘bewust ongehuwd moederschap’: of zij hun kinderen niet iets wezenlijks ontzeggen? En bij draagmoederschap en spermadonorschap: alsof een vader een vrijblijvende optie is, een overbodig attribuut of zelfs een storende factor? En in de maatschappelijke discussie rond abortus heeft de vader duidelijk niets te zeggen.

Ook de voorstellen tot genderneutrale taal doen mijn wenkbrauwen fronsen: ‘vader’ en ‘moeder’ vervangen door ‘ouder’, of zelfs door een nog neutraler of kleurlozer ‘opvoeder’ of ‘voogd’ … Het is niet omdat er uitzonderingen zijn dat je alle regels moet afschaffen! Willen we echt alle menselijke warmte uit onze taal weggommen?

Iets anders

Het staat niet in de Belgische wet of in de lijst van universele mensenrechten, maar alle kinderen hebben recht op een vader. Vaders kunnen nét iets anders bieden dan moeders: misschien beter rustig blijven, afstand nemen en relativeren, duidelijke kaders stellen, ‘nee’ zeggen, met de kinderen ravotten, soms ‘lekker wild’ en avontuurlijk, in bomen klimmen … Zelfs pubers die heftig rebelleren tegen het vaderlijke gezag prefereren een pa die een ruggengraat heeft, principes toont, die geen slapjanus is.

Zij die opgroeien zonder vader – een groeiend leger in onze tijd – mankeren iets cruciaals voor hun zelfbeeld en mensbeeld, een pijler in hun identiteitsvorming. Velen onder hen blijven met een diepe emotionele pijn achter, een tekort dat aanvoelt als verwerping en verwaarlozing.

En ja, balans vinden – of benaderen – is wél mogelijk: het eeuwige ideaal is het midden tussen streng en liefdevol, duidelijke regels en flexibiliteit. De recente trend van ‘de nieuwe man’ brengt veel meer gezonde rolverdeling tussen man en vrouw, overleg en overeenstemming, wederzijds respect en waardering. Want er zijn geen vaders zonder moeders – en omgekeerd!

Ik zie het nog altijd als een voorrecht om vader te mogen zijn. Ik hoop dat onze cultuur – die barst van de polarisatie – ooit weer in een gezond evenwicht komt en vaders naar waarde kan schatten in plaats van in de anti-houding te blijven steken.

Beste medevader, laat je niet in verwarring brengen of intimideren, laat je niet van je plaats wegduwen: je bent nodig, belangrijk, onmisbaar. Geniet er vandaag één dagje van. Het mag (nog), zonder complexen!

Een ouder mag echt wel beslissingen voor een kind nemen, ook ingrijpende

Origineel gepubliceerd bij Knack.

De recente beslissing van het Antwerpse parket voor het vervolgen van twee moheels voor hun uitvoering van ‘illegale besnijdenissen’ beroert danig de gemoederen. Dat is niet zonder reden: deze specifieke zaak wordt aangegrepen om een totaalverbod op religieuze besnijdenis bij minderjare jongens te bepleiten. Het artikel van Jan de Zutter, Goedele Liekens en Rik Vannieuwenhuyze verdient mijns inziens een reactie. Dit voorstel raakt immers aan een fundamenteel aspect van het leven van joodse en islamitische medeburgers, en dat is niet niks. De auteurs pleiten op twee manieren voor een totaalverbod op dit ‘problematische’ en ‘oude ritueel’, en die wil ik graag van repliek dienen.

Ten eerste wordt aangegeven dat het hier om een onnodige medische handeling gaat en als dusdanig de medische ethiek overtreedt. Dit gaat zover dat volgens de auteurs artsen, die een besnijdenis uitvoeren om religieuze redenen, vervolgd zouden moeten worden. Hiermee wordt de jongensbesnijdenis neergezet als een bijna barbaarse, rituele mishandeling, waaraan sommige artsen medeschuldig zijn. Opmerkelijk is wel dat ze zich voorstander tonen van de vrijheid van ‘de eigenaar van de penis’ om besnijdenis op latere leeftijd te ondergaan. Als rituele besnijdenis per definitie zou ingaan tegen fundamentele beginselen van de geneeskunde, zou het ook voor volwassenen niet toegelaten kunnen worden.

Wat onvermeld blijft, is dat jongensbesnijdenis zeer verbreid is en op heel veel plaatsen op de wereld als een gewone, routineuze ingreep wordt beschouwd. In 2015 werd geschat dat 38% van de jongens en mannen wereldwijd besneden zijn. Besneden-zijn is niet alleen gebruikelijk in Israel (92%) en moslimlanden (tot ruim 99%), maar ook het aandeel besneden mannen in bijvoorbeeld de Verenigde Staten (71%), Zuid-Korea (77%), Canada (32%), Congo DRC (97%) en Zuid-Afrika (45%) is substantieel. Hier gaat het, voor de duidelijkheid, meestal niet over rituele besnijdenis, maar evenmin over een medische noodzaak. België scoort met 22,6% besneden mannen waarschijnlijk ook hoger dan velen zouden verwachten.

Als het gaat om vrouwenbesnijdenis, is de medische consensus duidelijk dat er onnodige en ontegensprekelijke schade toegebracht wordt. Wetenschappelijk onderzoek over de wijdverbreide ingreep van neonatale besnijdenis bij jongens wijst op potentiële voordelen én op het feit dat er regelmatig complicaties voorkomen. De Wereldgezondheidsorganisatie promoot sinds 2007 mannenbesnijdenis in de strijd tegen AIDS en andere SOA’s. Het belang van het werken in hygiënische omstandigheden en door goed opgeleide en ervaren zorgverleners wordt benadrukt en ouders worden opgeroepen een geïnformeerde keuze moeten maken. Besnijdenis komt immers met risico’s en ouders moeten dus ook de ruimte hebben om de ingreep volledig te weigeren. Daarbij mag opgemerkt worden dat het aantal complicaties in België, mits goede medische zorg, zodanig laag is dat België al vele jaren een gedoogbeleid van de praktijk van jongensbesnijdenis kent.

Het tweede hoofdargument om jongensbesnijdenis te verbieden is de stelling dat de ingreep ingrijpt in ‘de fundamentele rechten van de jongens.’ Ten diepste klinkt hierin een zorg door voor jongens die eenvoudigweg te jong zijn om zelf voor zo’n ingrijpende fysieke ingreep te kunnen kiezen. Inderdaad, die keuze kan een acht dagen oude joodse jongen niet maken, maar ook een acht jaar oude moslimjongen niet. Maar is deze keuze door de ouders daarom een inbreuk op hun fundamentele rechten? Dat is erg discutabel.

Dat ouders niet-terugdraaibare keuzes mogen maken voor hun kinderen, is de essentie van ouderschap. Ouders maken keuzes voor – en naarmate ze ouder worden, meer en meer mét – hun minderjarige kinderen wat betreft kleding, woonplaats, taal, school, hobby’s, cultuur, enzovoorts. Al die keuzes hebben een blijvende impact op hun verdere leven.

Ook keuzes die de ‘fysieke integriteit’ van het kind aantasten, die pijn veroorzaken of het lichaam onherstelbaar veranderen, kunnen onder de verantwoordelijkheid van ouders vallen. Dat geldt vanzelfsprekend voor medische handelingen die hun gezondheid ten goede komen, maar ook gaatjes laten schieten voor oorbellen, op ballet of voetbal laten gaan, of veel suiker laten eten, tasten de ‘fysieke integriteit’ aan: het zijn fundamentele keuzes in de opvoeding die pijn kunnen veroorzaken, het lichaam kunnen beschadigen en/of het lichaam onherstelbaar veranderen.

Ouders maken hierin verschillende keuzes, en we kunnen het grondig met elkaar oneens zijn over dit soort keuzes. Maar niemand zal zeggen dat keuzes die de ‘fysieke integriteit’ aantasten principieel en altijd buiten de verantwoordelijkheid en bevoegdheid van de ouders vallen.

Geldt die ouderlijke verantwoordelijkheid ook voor ingrijpende keuzes die puur levensbeschouwelijk geïnspireerd zijn? De auteurs stellen dat dit soort beslissingen moet uitgesteld worden tot iemand tot zelfstandige keuze bekwaam is. Dat is een zeer valabel standpunt en goed te verdedigen. Maar dit standpunt is zélf een levensbeschouwelijke visie, die iemand in de eigen opvoeding mag toepassen, maar die niemand, ook geen overheid, kan opleggen aan een andere ouder. Integendeel, ouders hebben het expliciete recht om hun kinderen op te voeden in lijn met hun eigen religieuze en filosofische overtuiging en de overheid moet dat recht bewaken (cf. art. 2 P1 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens).

Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat élke keuze en handeling daarmee toegelaten is. De vraag wordt nu, wie bepaalt wat toegelaten is en wat niet? In algemene zin is het antwoord daarop ook helder: dat is een keuze die in de eerste plaats de ouders moeten maken, in groeiende mate samen met hun opgroeiende kinderen. De overheid kan hierin enkel ingrijpen indien een keuze van ouders ontegensprekelijk en onnodig schade toebrengt aan het kind. Zoals eerder aangegeven, is dat in het geval van een besnijdenis bij jonge jongens een geïnformeerde keuze die ouders moeten kunnen maken.

Andere Europese landen kiezen ervoor om jongensbesnijdenis toe te laten, mits een degelijk wettelijk kader dat de medische kwaliteit van deze handeling verzekert. Als we de fundamentele rechten van jongens én hun ouders ernstig nemen, is het logisch dat België dit voorbeeld volgt.

Is een nieuw Pinksteren in de Kerk mogelijk?

Origineel gepubliceerd bij Knack.

Dat het westerse christendom in crisis is, zien en weten we al decennia. In de jaren ’70 werd voorspeld dat het spoedig helemaal uitgestorven zou zijn, maar dat zien we duidelijk niet gebeuren. Sommigen wijzen daarentegen op tekenen dat het aan een revival begonnen is – en deze zijn er in verschillende landen zeker, soms voorzichtig, soms duidelijker. Mogen christenen een nieuw Pinksteren voor de kerk verwachten?

Voor deze vraag moeten we het plaatje wat breder opentrekken. Ten eerste is het veelzeggend dat alleen in Europa de kerk ‘ziekjes’ is: in andere continenten zien we vaak levenskrachtige, bloeiende en groeiende kerken. Europa wordt wel eens als een ‘oude man’ beschreven, uitgeblust en levensmoe. Ten tweede wordt niet alleen de kerk zwaar geschud, maar quasi alle grote instellingen: de politiek, democratie, justitie, media, onderwijs, gezondheidszorg…

De hele westerse cultuur is in crisis: de fundamenten zijn geërodeerd. We hebben geen ‘groter kader’ meer, geen spirituele koers, geen moreel kompas. Het zingevingsverhaal is versnipperd. We zijn ‘het noorden’ kwijt. Ieder ‘doet maar wat’. Waarom staan we verbaasd dat onze cultuur lijdt aan een collectieve geestelijke burn-out?

Wat de kerk betreft: bij haar start 2000 jaar geleden was het nochtans héél anders. Op de eerste Pinksterdag ‘ontplofte’ ze van 120 bange volgelingen van Jezus naar 3000 mensen die ‘in vuur en vlam’ stonden. Ze was een bruisende en revolutionaire gemeenschap vol van de Geest die net uitgestort was. De apostelen stegen boven zichzelf uit en het volle, bovennatuurlijke leven was overvloedig aanwezig: wonderen en genezingen, profetieën en visioenen waren dagelijkse kost. Maar ook op sociaal vlak: er was grote spontane solidariteit, want mensen verkochten – uit eigen beweging! – hun huizen en akkers om het geld te verdelen onder de armen: een ‘communisme van het hart’. De onderlinge liefde was zo intens dat ze heerlijk vrij waren van alle hebzucht. Het was als een overstroming, uitbundig en soms ook licht chaotisch. Want in deze vitalegemeenschap was geen strakke hiërarchie of formele regels, maar veel vrijheid en vooral liefde: minimale organisatie en maximaal léven dus.

Dat er later structuur en organisatie moesten komen, was onvermijdelijk, maar deze hebben als kwalijke bijwerking dat ze het leven en de spontaniteit dreigen te versmoren. Want hoe kan je ‘wind’ – een beeld van de Heilige Geest – in een doosje vangen? God laat Zich toch niet controleren of ‘temmen’? Zeker vanaf de vierde eeuw ging de kerk in Rome haar imperium uitbouwen naar het model van het Romeinse rijk: wereldse patronen slopen binnen, machtsdenken en veel uiterlijke pracht en praal. Net zoals de sprankelende eerste verliefdheid in een relatie na een tijd kan verstarren tot routine en sleur, kan dat ook in geloof en kerk.

Rituelen werden steeds meer ‘op automatische piloot’ afgehandeld, gebeden gedachteloos opgezegd; de moraal van liefde werd gereduceerd tot een lijstje van geboden en plichten. Als de voornaamste reden voor kerkbezoek traditie en sociale druk is – ‘iedereen doet het toch?’ – raakt het geloof binnenin verdampt, en verwordt godsdienst tot een prachtig versierde – maar lege- huls.

In elke eeuw waren gelukkig ook tegenbewegingen, kleine of grote opwekkingen vol nieuw enthousiasme en radicale navolging van het evangelie. Dé sleutel is: terugkeren naar de kern! Zoals uitgebluste gehuwden die terugkeren naar de vraag: “Waarom waren we in het begin ook alweer verliefd geworden?” De oorspronkelijke passie kan opflakkeren: het vuurtje moet bewust en blijvend gevoed worden! Alle stof afschudden, elkaar weer diep in de ogen kijken en fris herbeginnen. Zo ook met het geloof: hoe was het ook alweer begonnen?

De apostelen hadden in ieder geval uit Jezus’ mond een ‘verhaal’ gehoord dat hun wereld op zijn kop zette en dat ze dus overal moésten delen. Het Koninkrijk van God omspant het universum van schepping tot voltooiing. Het is een verhaal dat elk land en volk overstijgt, alle culturen en ideologieën, alle politieke regimes en systemen. Zijn originele boodschap torent qua visionaire kracht en morele scherpte boven elke concurrentie uit.

Het gelooft in ‘ware gerechtigheid’, véél hoger dan elk (gebroken) menselijk justitieapparaat. Het belijdt ‘liefde’ als grootste kracht in het heelal. Het belooft ‘een nieuwe hemel en nieuwe aarde’, het herstel van alle dingen: het is door en door hoopvol, sterker dan alle donkere doemdenken van vandaag.

Het is een lévend verhaal dat al 20 eeuwen aanvallen doorstaat en blijft groeien, en dat nog elke dag verder geschreven wordt. Het wekt de hoogste passies op, zodat mensen vol overtuiging hun leven ervoor geven: miljoenen deden het al, en nog steeds.

In een cultuur die geobsedeerd is door eindeloze groei – of het nu economisch, politiek of technologisch is – moet dit een fascinerende vraag zijn: hoe kon een verward groepje Galileïsche vissers uitgroeien tot de grootste beweging in de wereldgeschiedenis? Wat was de ‘toverdrank’, de succesformule van deze joodse splintergroep die de eeuwen overleefde en alle continenten veroverde? De ‘geheime formule’ lag enkel in de Persoon van de stichter: zijn enige wapen was zijn stem! Maar de woorden die uit zijn mond kwamen waren ‘dynamiet’, krachtig genoeg om miljoenen mensenlevens op hun kop te zetten.

Volgens Rik Torfs is de kerk (nog steeds) fantastisch: het is maar waar je naar kijkt! Je kan focussen op de mistoestanden en schandalen – die sommige media graag breed uitsmeren – , of op de miljoenen mensen die trouw doorgaan en zich belangeloos inzetten. Geloven in een God van volmaakte liefde is en blijft één van de sterkste motivaties voor radicale naastenliefde, idealisme, zelfoverstijging, hoge morele normen, strijd voor sociale gerechtigheid.

De crisis in de kerk heeft altijd ook een positieve keerzijde: never waste a good crisis! Elke storm doet dode takken uit de bomen vallen. Als ‘meelopers’ afhaken blijven de overtuigden over. Ballast verliezen maakt je lichter voor de volgende etappe. Een uitgezuiverde kerk kan enkel mooier worden. Zalig zij die met opgeheven hoofd doorheen de schuddingen gaan en er maximaal uit leren: zij zullen er versterkt uit tevoorschijn komen. Wat ‘onwankelbaar’ is, blijft staande. Zo komen op veel plaatsen kleine, levende gemeenschappen op: basisgroepen waar mensen nog enthousiast mogen zijn over hun geloof, waar God nog God mag zijn: niet enkel voor één uurtje per week, maar ‘overstromend’.

Paulus vergelijkt crisissen – in de wereld en de kerk – met barensweeën die erop wijzen dat iets nieuws aan het komen is. Een geboorte is een wonder, een wedergeboorte ook. In het Pinksterverhaal komen beide samen. Christenen moeten altijd ‘in blijde verwachting’ zijn.

Wil je wat meer menselijk contact? Kies voor een dumbphone

Origineel gepubliceerd in De Standaard.

Onlangs werkte de ticketautomaat in het station van Buizingen niet. Aangezien er geen loket is en ik buitenshuis geen smartphone meeneem, om meer aanwezig te zijn voor mijn omgeving en mijn mentale rust te bewaken, kocht ik een biljet bij de vriendelijke conducteur. Die informeerde me dat dat vanaf juli niet meer zal kunnen. Wat moet een dumbphone-persoon als ik dan doen bij machinefalen? “De klantendienst zal dat wel begrijpen”, hoopte hij.

In het station van Evere een week later bleek de automaat weggehaald en moest ik opnieuw zonder ticket de trein op. De conductrice zei dat ook in het station Merode de automaat zomaar was verdwenen. Nog een week later was het station van Halle gesloten en werkte de enige automaat niet. Mijn vrouw kon na tien minuten geknoei op haar smartphone onze tickets regelen.

Valt er nog te ontsnappen aan de digitale wereld? Bestelzuilen vervangen kassiers, webwinkels concurreren lokale handelaars weg. Bijna alles in het leven verloopt via de smartphone, van openbaar vervoer over menselijk contact tot het opvolgen van je menstruatiecyclus. En binnenkort vormt AI nog een extra dik, talig laagje tussen alles in.

Digitalisering levert in veel gevallen efficiëntiewinsten op. Maar wat zijn de nevenkosten daarvan, en zijn die altijd te verantwoorden? Als we willen dat technologie tot een betere samenleving leidt, dan moet ze wat de Duits-Amerikaanse filosoof Albert Borgmann “focale praktijken” noemt vrijwaren. Dat zijn activiteiten die betekenisvol zijn, omdat ze ons met elkaar en de wereld verbinden en daarvoor onze aandacht en de ontwikkeling van vaardigheden vereisen. Een voorbeeld: met een kachel het huis verwarmen vereist dat je hout hakt en vuur leert onderhouden, terwijl de vlammen mensen bij elkaar brengen. Zo’n zelfontplooiing, fysieke activiteit en belichaamde verbinding zijn belangrijk voor ons mens-zijn. Toch vervangen we focale praktijken al snel door ‘apparaten’, die ons, als ze werken tenminste, met een snelle druk op de knop het eindproduct geven, zonder meer. Maar die ‘meer’ is net belangrijk. Centrale verwarming vereist weinig vaardigheden en brengt niemand samen, je stelt gewoon de thermostaat in.

Dat we kachels vervangen door centrale verwarming, is op zich is niet problematisch. We hebben pas een probleem wanneer steeds meer focale praktijken in de verschillende aspecten van het leven verdwijnen. Zo noopt het leven ons steeds minder tot sociaal contact, verstilling, zelfontwikkeling en connectie met de natuur, en verarmen we als mensen. We moeten ons afvragen welke praktijken we willen vasthouden en welke nieuwe praktijken we willen ontwikkelen.

Mijn keuze voor een dumbphone is een manier om mezelf te dwingen wat vaker mensen aan te spreken: om een ticket te kopen, de weg te vragen of gewoon de tijd te verdrijven. Dat zijn kleine contacten die volgens de langste studie ter wereld over menselijk geluk veel bijdragen tot ons welzijn. Terwijl de NMBS zich hopelijk bezint over hoe ze smartphoneloze mensen zal blijven bedienen – niet alleen vreemde snuiters als ik, maar ook ouderen, digibeten en mensen met een laag inkomen – kan ze zich ook afvragen hoe ze te midden van haar digitalisering nieuwe focale praktijken kan cultiveren. Sommige treinen hebben vandaag stiltewagons. Waarom niet praatwagons introduceren, waar smartphones taboe zijn en gesprekken de norm?

Supermarkten, zondagen en het vierde gebod

Origineel gepubliceerd op Doorbraak.

De maatschappelijke discussie over de zondagsopening van supermarkten is behoorlijk hevig en tegelijk erg relevant, want ze roept principiële vragen op. De stakingen bij Aldi beroeren vele mensen en raken een diepere, gevoelige snaar. Gaat het enkel om concurrentiekracht, juiste arbeidsvoorwaarden en hogere vergoedingen, of spelen er diepere verzuchtingen en noden?

In onze tijd houden we niet van principiële vragen: we willen een onmiddellijke oplossing en bedrijven verkiezen winst boven principes. In mijn kinderjaren waren op zondag alleen de bakkers open, en dan enkel in de voormiddag. Voor de rest: alles toe. Vandaag lijkt voor velen de wet op de zondagsrust een relikwie uit vervlogen tijden dat niet meer past bij de moderne groei-economie en de absolute vrijheid van ondernemen.

De vraag is of de zondagsrust een typisch christelijk principe is, een religieuze verplichting uit een ander tijdperk die in een postchristelijke cultuur ook afgeschaft mag/moet worden – als dat niet al grotendeels gebeurd is. Of is het daarentegen iets diep menselijks en noodzakelijk voor ons mentale welzijn?

Geen machine, maar een mens

Als dat principe ter discussie staat, is het nuttig om te verkennen waarom het ooit werd ingevoerd. De wet op de zondagsrust is al eeuwenoud: ze werd in het jaar 321 geïntroduceerd door keizer Constantinus, maar vindt eigenlijk zijn oorsprong in het vierde van de tien geboden, dus al meer dan 1.500 jaar eerder. In het oude Israël was de sabbat zo belangrijk dat het in de ‘top tien’ stond.

Maar waarom dan? De religieuze motivatie was: God werkte zes dagen en rustte op de zevende dag, dus moet de mens zijn voorbeeld volgen. Zo moet hij tijd maken (1) om achterom te kijken en te genieten van zijn werk, en (2) voor God en de hogere doelen waarvoor hij gemaakt is. Daarom wordt het vierde gebod soms het ‘leukste’ gebod genoemd: móéten rusten! De sabbat was een ‘heilige’ dag, wat betekent ‘apart gezet’, dus ánders dan de andere dagen.

De context waarin het gebod gegeven werd, is ook betekenisvol: na de bevrijding uit Egypte kreeg Mozes van God de geboden op de berg Sinaï. Tot dan toe waren ze 400 jaar slaven geweest voor de farao: zwoegen en zweten, zeven dagen op zeven, zonder onderbrekingen. De sabbat was voor hen dus een teken van vrijheid, een heerlijk cadeau uit de hemel. Eindelijk! Je hóéft niet als een machine voortdurend onder hoogspanning te staan. Het menselijk lichaam is niet ‘gemaakt’ om non-stop op hoge toerentallen te draaien.

Relaties centraal

De diepere boodschap is: het leven is méér dan in de aarde wroeten en geld verdienen. We mogen en moeten genieten: onthaasten, ont-moeten, onszelf tijd gunnen voor belangrijkere dingen. We zijn geen ‘human doings’, maar ‘human beings’. Voor één dag prestatiedrang aan de kant en relaties centraal. Dus ook tijd en energie voor geliefden, gezin, vrouw en kinderen.

De discussie zegt dus veel over onze huidige cultuur en maatschappij: kiezen we voor welvaart of voor welzijn, kwantiteit of kwaliteit? Is ‘huisje-boompje-beestje’ het hoogste levensdoel? Hebben – of: máken – we nog tijd voor de hogere dingen des levens, voor zingeving, God en geloof? Of hollen we maar verder zonder te weten waarom of waarheen? En maken we ook tijd voor familie en vrienden, hobby’s en ontspanning, genieten van schoonheid en natuur, het herontdekken van stilte?

Inefficiënt, onproductief, nutteloos

Vroeger moesten mensen hard vechten voor een rustdag, nu vechten sommigen om die afgeschaft te krijgen. Al decennia wordt zondagsrust ondergraven en afgebouwd: we groeien naar een 24-uurseconomie, met nachtwinkels als summum. Sommigen noemen dat ‘groeidwang’, de dictatuur van het altijd-méér. Alsof mensen meer gaan consumeren omdat winkels langer open zijn.

Op zondag is de kerk vervangen door de shoppingcentra. We hebben collectief een cultuur gecreëerd waar onze waarde wordt bepaald door wat we dóén of hébben, niet door wie we zijn: de homo consumens. Rusten is tijdverspilling, inefficiënt, onproductief, nutteloos.

Is de sabbatsrust dan een last of een lust, een storende verplichting of een godsgeschenk? Sommige mensen moeten als het ware verplicht worden te stoppen met werken: om hen tegen zichzelf en hun ‘workaholisme’ te beschermen. Omdat ze slaaf zijn van materiële zorgen en ‘nooit-genoeg’: waarbij ze dus hun eigen slavendrijver zijn. Vooral mannen zijn hier vatbaar voor.

Tegenbeweging

Die zelfverwaarlozing blijkt nefast en verwoestend voor onze psyche. De geneeskunde bevestigt: adrenaline is bedoeld voor korte krachttoeren bij noodgevallen, niet voor langere periodes. Als we roofbouw plegen op ons lichaam, beschadigen we het: er ‘branden draadjes door’ in onze hersenen. 585.000 langdurig zieken in ons land, vooral door psychische problemen. En de sociale gevolgen zijn de vele gebroken relaties, afwezige vaders, gezinnen die als los zand aan elkaar hangen.

Hoeveel verder kunnen we nog gaan in openingsuren? Van 7u tot 21u, tot 24u …? Hoeveel méér psychische problemen willen we? Er is dringend een tegenbeweging nodig, en sommigen zoeken al op allerlei manieren de stilte of onthaasting op. Maar we mankeren vooral een collectief ritme. En daarom is het uiterst moeilijk om ons vrij te vechten uit de ratrace. Wie durft moedig in te gaan tegen het eindeloze opbod van ‘méér’? Welke bedrijven, politici of … u en ik?

AI vergt een nieuwe deal tussen arbeid en kapitaal

Origineel gepubliceerd in De Tijd.

Welke impact zal artificiële intelligentie op ons werk hebben? Het World Economic Forum (WEF) schat dat tegen 2030 92 miljoen jobs zullen verdwijnen vanwege AI, vooral onder administratief en secretariaatspersoneel. Maar er zouden ook 170 miljoen jobs worden gecreëerd, de meeste daarvan in de (land)bouw, verkoop en voedselverwerking. Relatief gezien zou de grootste groei zich in software, big data, fintech en AI-gerelateerde jobs voltrekken.

Maar, waarschuwt het WEF, ‘zonder passende besluitvormingskaders, economische stimuleringsmaatregelen en, mogelijk, overheidsregelgeving blijft het risico bestaan dat technologische ontwikkelingen vooral gericht zullen zijn op het vervangen van menselijke arbeid, wat de ongelijkheid en de werkloosheid zou kunnen vergroten.’

Nobelprijswinnaars economie Daron Acemoglu en Simon Johnson vrezen voor dat tweede scenario. In hun boek ‘Power and Progress’, over de eeuwenoude relatie tussen technologie, werk en welvaart, bekritiseren ze het geloof dat productiviteit verhogen en winstmarges maximaliseren vanzelf leidt tot meer werk, stijgende lonen en algemene welvaart.

Groeiende ongelijkheid

Dat gebeurt enkel onder bepaalde omstandigheden, stellen ze: wanneer technologie niet ingezet wordt om werknemers te vervangen of strikter te surveilleren, maar om ze te ondersteunen en om nieuwe opportuniteiten te creëren. Bovendien moeten werknemers kunnen delen in de productiviteitswinsten, hetgeen vooral gebeurt wanneer er geen monopolies ontstaan, werknemers collectieve actie kunnen ondernemen en overheden navenant reguleren. Anders stijgt de ongelijkheid en daalt de kwaliteit van het werk.

De eerste industriële revolutie is het schoolvoorbeeld van hoe het mis kan lopen, met kapitaalconcentratie, een verbod op vakbonden en voor arbeiders de wereld die we kennen uit ‘Daens’. Tegenover dat schrijnende tijdperk staan les trente glorieuses, de unieke naoorlogse periode waarin groeiende productiviteit, waardiger werk én algemene welvaart hand in hand gingen. Dat was mogelijk dankzij nieuwe maatschappelijke structuren die constructief overleg tussen bedrijven, vakbonden en overheden faciliteerden.

Volgens Acemoglu en Johnson heerst vandaag opnieuw het geloof dat bedrijfswinsten en aandeelhouderswaarde maximaliseren in het algemeen belang is. Bovendien wordt AI op veel plaatsen ingezet om te surveilleren – denk aan werknemers in Amazon-magazijnen of gig-werknemers bij Uber – en om de cognitieve mens te automatiseren.

Ondertussen faalt het sociaal overleg – zie de frequente stakingen – tieren digitale monopolies welig, en dereguleren overheden wereldwijd, inclusief de onze. Dat is waarom Acemoglu en Johnson vrezen voor een groeiende ongelijkheid en verslechterende werkomstandigheden.

Arbeid versus kapitaal

In de nasleep van de eerste industriële revolutie, te midden van het broeiende conflict tussen kapitalisme en socialisme, werd Adolf Daens geïnspireerd door de katholieke sociale leer, die een middenweg zocht tussen twee kwalijke extremen. Tegen het staatssocialisme onderschreef die het belang van individuele vrijheid en het recht op privébezit. Tegen het laissez-fairekapitalisme verdedigde ze rechtvaardige arbeidsomstandigheden en solidariteit met de zwakken.

Maar ook het schijnbaar inherente conflict tussen de belangen van arbeid en kapitaal moest overstegen worden. In ‘Rerum Novarum’, een encycliek uit 1891 over de situatie van de arbeidersklasse, schreef paus Leo XIII: ‘Kapitaal kan niet zonder arbeid, noch arbeid zonder kapitaal. Eendracht kweekt schoonheid en goede orde, terwijl aanhoudend conflict noodzakelijk wanorde en brutale barbaarsheid produceert.’

Belangrijk daarbij is dat kapitaal en arbeid in een juiste verhouding staan. Het doel van kapitaal is in de eerste plaats om arbeid mogelijk te maken, en het doel van arbeid is in de eerste plaats de mens: die ontplooit zich tijdens zijn werk, vindt er een gemeenschap en levert een waardevolle bijdrage aan de maatschappij. In onze huidige economische systemen is de volgorde eerder omgekeerd.

Waardig werk

Kan het anders? Tech-CEO’s spiegelen ons een toekomst voor waarin menselijke arbeid volledig weg is geautomatiseerd, omdat AI en robots al het werk goedkoper en beter kunnen uitvoeren en enorme welvaart genereren. Dankzij een universal high income zouden we allen een luxueuze levensstandaard genieten en onze tijd naar believen kunnen invullen. Dat kan goed klinken als arbeid een noodzakelijk kwaad is om te overleven en te kunnen genieten van het leven na het werk.

Een andere vraag is of een toekomst waarin menselijk werk economisch gezien waardeloos wordt, wel wenselijk is. We zouden natuurlijk nog steeds op eigen initiatief, zonder noodzaak, kunnen werken, zoals we ook sporten – hoewel het leven ons niet meer dwingt tot fysieke inspanning. Maar zal dat evenveel betekenis hebben?

Eerlijk gezegd kies ik liever voor een toekomst waarin waardig menselijk werk centraal staat in de economie. AI kan dat ondersteunen, maar om op zo’n toekomst aan te sturen hebben we vooral een nieuw soort samenwerking nodig tussen kapitaal en arbeid, tussen werkgever en werknemer, tussen bedrijven, overheden en vakbonden. Als alle spelers de handen in elkaar slaan om het conflict tussen kapitaal en arbeid te overstijgen, in plaats van louter de eigen belangen te verdedigen en het conflict in stand te houden, dan ben ik hoopvol voor onze toekomst.