Origineel gepubliceerd bij Oikos.
In commons- en regeneratief denken wemelt het van organismen, mycelia en levende systemen. Die beelden maken onze afhankelijkheid van elkaar en van de natuur opnieuw zichtbaar. Maar ze duwen concrete actoren, meningsverschillen, belangen en machtsstrijd uit beeld, en dat verzwakt de beweging.
Wie te weinig over macht en eigendom nadenkt, bouwt zelf geen structuren die gewicht in de schaal leggen. Een beweging moet begrijpen hoe de kaarten liggen in het heersende centrum én welke machtsverhoudingen in de eigen rangen ontstaan. Wie dat niet doet, loopt meer kans gekaapt, geabsorbeerd of uitgehold te worden door het centrum.
Daar komt bij dat een machtsblind verhaal voor veel mensen wereldvreemd klinkt. Zo verliest de beweging ook lezers. Een beweging die de samenleving wil veranderen, kan zich geen taal veroorloven die vooral haar eigen kring bevestigt. Verbinding alleen bouwt geen macht. En zonder macht verandert er niets.
De organische verbeelding van de commons
Wie teksten over commons en regeneratie leest, belandt vroeg of laat in een bos.
Initiatieven ontkiemen. Netwerken vormen een mycelium. Waarde circuleert. Ecosystemen genezen. In commons- en regeneratief denken zijn organische beelden alomtegenwoordig. Ze herstellen iets wat de moderne economie verloor: het besef dat mensen afhankelijk zijn van elkaar en van de natuur, dat relaties tellen en dat waarde niet alleen op een balans verschijnt.
Natuurbeelden zijn op zich het probleem niet. Maar wanneer ze ook een model voor politieke verandering worden, beginnen ze de werkelijkheid te filteren. Instituties worden gebouwd en afgedwongen, ze groeien niet alleen. Middelen worden verdeeld door beslissingen, niet door kringlopen. Macht kan bepalen wat mag ontkiemen en wat wordt gesmoord. Opschalen is geen organische voortzetting van een lokaal experiment, maar een politieke en economische strijd.
Enkele recente teksten tonen elk een andere variant van dat probleem. Ernesto Van Peborgh ziet scherp hoe alternatieve taal wordt geabsorbeerd en benoemt later ook machtsconcentratie. Toch blijft zijn veranderingstheorie draaien rond cultivatie, bewustzijn en compassie. Hayley Moffiet benoemt het herontwerp van macht expliciet en lost het op in coherentie. Will Ruddick stelt de machtsvraag het scherpst, maar laat corrigerende feedback uiteindelijk rusten op zorg en relaties.
Van Peborgh ziet de absorptie en zoekt verandering in bewustzijn
Ernesto Van Peborgh beschrijft in Seeing Through the Paradigm hoe een paradigma zijn samenhang bewaakt. Het negeert wat niet binnen zijn taal past en kan uiteindelijk de woorden van zijn uitdagers absorberen. Regeneratief wordt een etiket op een verpakking, een marketingsausje over een ongewijzigde machine.
Hij ziet het probleem scherp. Maar wanneer hij naar verandering zoekt, verschuift zijn essay naar de tuiniermetafoor: verzorg de bodem, pas het licht aan en cultiveer de omstandigheden waaronder een nieuw paradigma kan groeien. Vragen over eigendom en macht spelen in die veranderingsstrategie geen rol.
In een vervolgstuk gaat hij verder. Hij benoemt machtsconcentratie nu expliciet en concreet, en beschrijft die concentratie als een emergente systeemeigenschap, niet als een samenzwering. Maar wanneer hij naar een antwoord zoekt, belandt hij opnieuw niet bij eigendom, bestuur en afdwingbare tegenmacht, maar bij bewustzijnsverruiming: aanwezig blijven aan de grens tussen werelden en niemand tot vijand maken. Dezelfde beweging als eerder, een niveau hoger.
Paradigmatische blindheid bestaat: iemand herkent iets niet omdat zijn begrippenkader er geen plaats voor heeft. Maar absorptie is niet altijd onbewust. Een machthebber kan het probleem uitstekend zien en er belang bij hebben, en een systeem kan nieuwe taal overnemen omdat neutraliseren goedkoper is dan hervormen.
Sommige mensen verdedigen het systeem omdat ze erdoor gevormd zijn. Andere begrijpen het alternatief en verkiezen toch de bestaande orde. Nog andere begrijpen de werking uitstekend en exploiteren haar. Een taal die tegenstand vooral als paradigmatische blindheid begrijpt, onderschat werkelijk meningsverschil en bewust eigenbelang. Geen van beide verdwijnt door bewustzijn alleen.
Moffiet: de diagnose die oplost in coherentie
Hayley Moffiet benoemt in The Coherence Economy het herontwerp van macht expliciet en laat het vervolgens vrijwel oplossen in coherentie.
Ze schrijft dat gedecentraliseerde organisaties stilletjes gecentraliseerde macht heruitvinden, dat regeneratieve initiatieven gefinancierd worden door extractieve kapitaalmodellen en dat incoherentie vaak structureel is ingebed. Ze citeert Ostrom en Mazzucato. Ze stelt dat coherentie niet op schaal kan ontstaan zonder het herontwerp van macht en prikkels.
In de uitwerking keert ze echter terug naar coherentie: innerlijke en uiterlijke afstemming, right relationship en diep luisteren naar de pols van het leven. Vragen over wie macht of eigendom moet afstaan, wie dat afdwingt en volgens welke procedures, lossen op in relationele taal.
Coherentie en relationele afstemming doen ertoe. Goede statuten redden geen gemeenschap die door wantrouwen en rivaliteit wordt uitgehold. Maar het omgekeerde geldt evengoed: ook binnen een hechte gemeenschap botsen overtuigingen en belangen.
Ruddick stelt de machtsvraag, maar laat correctie afhangen van zorg
Will Ruddick werkt als grassroots economist aan alternatieve muntsystemen en stelt de machtsvraag het directst van de drie. In Games We Are Playing beschrijft hij hoe een samenwerkingstheorie verandert in een systeem van regels zodra je haar inbouwt in een munt, register of procedure. Die regels bepalen wie als deelnemer erkend wordt, welke bijdragen zichtbaar worden, wie het bewijs beheert en wie de spelregels kan veranderen.
Hij plaatst zijn eigen ontwerp binnen de machtsanalyse, niet erbuiten. Hij erkent dat commitment pooling relaties kan vernauwen en autoriteit kan concentreren. Dat onderscheidt hem van Van Peborgh en Moffiet.
In Poop, Money, and Growing the Missing Mycelium verschuift zijn aandacht van regels en legitimiteit naar wat hij reverse answerability noemt. Signalen van schade moeten kunnen terugstromen naar de mensen die de volgende beslissing nemen. Zorg vormt bij hem de brug tussen informatie en correctie: mensen moeten het signaal opmerken, onderzoeken en ernaar handelen. Maar zorg is nog geen tegenmacht. Ze garandeert niet dat een signaal aandacht krijgt, ernstig wordt genomen of zwaarder weegt dan bestaande belangen.
Wat het beeld wegfiltert
Alle drie de auteurs schuiven op een ander punt weg van afdwingbare macht. De verkeerde prikkels en het absorptiemechanisme worden scherp benoemd, maar de concrete actoren belanden op de achtergrond. Een deel van de commonsbeweging begrijpt niet goed waar haar tegenstand zit en hoe verandering werkelijk tot stand komt. Een paradigma bezit niets en beslist niets. Een bedrijf, overheid of investeerder wel.
De organische metafoor is meer dan beeldspraak. Ze benadert mensen en systemen vooral vanuit hun relaties en wederzijdse afhankelijkheid. Maar wederzijdse afhankelijkheid garandeert geen wederkerigheid of gelijkwaardigheid. En ook tussen gelijken blijven belangen en overtuigingen botsen. Dan telt wie beslist, wie toegang krijgt, wie kan tegenspreken en hoe misbruik wordt begrensd.
Organische taal filtert bovendien niet alleen macht weg, maar ook lezers. Deels door het vocabulaire: woorden als coherentie, interbeing en levende systemen vormen voor buitenstaanders een toegangstest. Maar dieper nog door de inslag. Voor mensen buiten de eigen kring kan een verhaal waarin belangen en machtsstrijd weinig plaats krijgen wereldvreemd aanvoelen.
Een tuin, een grens en een mens
Organische taal draagt ook een mensbeeld mee. Een mens circuleert niet gewoon mee in een gezond systeem. Hij kan verzamelen wat gedeeld moest blijven, macht verwerven over anderen en zichzelf wijsmaken dat hij het geheel dient. En zelfs waar niemand kwaad wil, blijven vrije mensen het fundamenteel oneens over wat juist is. Dat inzicht ligt al in Genesis.
Het verhaal begint met een goede schepping en een tuin. Maar in die tuin staat ook een grens, en er leeft een mens die haar kan overschrijden. Na de overtreding volgen schaamte, verbergen en schuld afschuiven. De christelijke antropologie beschrijft de mens als relationeel en afhankelijk, maar ook als vrij, verantwoordelijk en in zijn gebrokenheid vatbaar voor kwaad.
Een bos hoeft geen verantwoording af te leggen. Een mens wel. Een mycelium kent geen machtsmisbruik of tegenstrijdige overtuigingen. Een menselijke gemeenschap wel. Een ecosysteem schrijft geen statuten, behandelt geen beroep en beschermt geen dissident.
Organische taal filtert te gemakkelijk weg dat mensen gebroken zijn en als gelijken fundamenteel van mening kunnen verschillen. Een ecosysteem biedt daarvoor geen politiek model. Een samenleving moet macht en verantwoordelijkheid organiseren zonder te veronderstellen dat botsende overtuigingen en belangen vanzelf in coherentie oplossen.


