Origineel gepubliceerd bij Doorbraak.
Technologie is op zichzelf niet goed of slecht. Ze is een instrument. Maar technologie wordt ontworpen en gebruikt door mensen en mensen handelen nooit vanuit een neutraal wereldbeeld. Achter de grote technologiebedrijven gaan daarom niet alleen economische drijfveren schuil, maar ook diepere ideeën over de mens, samenleving en toekomst. Die ideeën krijgen soms religieuze trekken.
Silicon Valley is een centrum van innovatie, maar evenzeer een broedplaats van grote toekomstvisies met ‘profetische allures’. Veel visionaire ondernemers zien technologie als de sleutel tot de verlossing van de mensheid. Ziektes, armoede, klimaatproblemen, oorlog en zelfs de dood zouden uiteindelijk overwonnen kunnen worden dankzij de wetenschap, artificiële intelligentie en biotechnologie.
Woorden als de ‘wereld verbeteren’, de ‘mensheid redden’ en zelfs ‘eeuwig leven’ keren regelmatig terug in hun taalgebruik. Technologie wordt zo meer dan een economische activiteit: ze krijgt het karakter van een bijna heilige missie. Dat verklaart waarom sommige denkers spreken over een ‘technoreligie’ of een seculiere vorm van geloof.
Opvallende figuur
Een opvallende figuur in deze wereld is Peter Thiel. De man is ondernemer, investeerder, filosoof en multimiljardair. Hij onderhoudt nauwe banden met andere prominente techgiganten en president Donald Trump, en oefent een grote intellectuele invloed uit binnen Silicon Valley. Anders dan veel collega’s spreekt Thiel zijn filosofische overtuigingen openlijk uit.
Centraal in zijn denken staat een zeer optimistisch geloof in de menselijke vooruitgang door technologie. Daarbij speelt het transhumanisme (de overtuiging dat de mens zijn biologische beperkingen kan overstijgen, red.) een belangrijke rol. Genetische ingrepen, hersen-computerinterfaces en AI zouden de mens gezonder, slimmer en langer levend maken.
Die visie vertrekt vanuit een groot vertrouwen in de menselijke maakbaarheid. De mens hoeft zijn beperkingen niet langer te aanvaarden, maar kan zichzelf voortdurend verbeteren. Voor sommigen is zelfs de dood geen onvermijdelijk gegeven meer, maar een technisch probleem dat ooit opgelost zal worden. Dat verklaart ook de belangstelling van Thiel voor cryonica (het invriezen van lichamen in de hoop dat toekomstige technologie hen ooit opnieuw tot leven kan wekken, red.).
Heilig principe
Bij Thiel staat nog een tweede ‘heilig’ principe centraal: de vrijheid. Hij noemt zichzelf libertariër en beschouwt de individuele vrijheid als het hoogste politieke goed. Overheidsregulering ziet hij als een rem op de innovatie en vooruitgang. Visionaire genieën – zoals hijzelf dus – hebben meer ruimte nodig dan de logge democratische besluitvorming toestaat.
Daarmee raakt hij een fundamentele vraag. De vrijheid is zonder twijfel een groot goed, maar kan de vrijheid het hoogste goed zijn wanneer zij niet verbonden wordt met de verantwoordelijkheid, rechtvaardigheid en zorg voor de zwakkeren? De absolute vrijheid is immers de roep van de vos in het kippenhok: ze bevoordeelt uiteraard de sterken.
Ongemakkelijke vragen
Thiel staat bovendien bekend om zijn bewondering voor denkers als Friedrich Nietzsche en René Girard. Zijn mensbeeld is opvallend pessimistisch. Mensen zijn volgens hem geneigd tot kuddegedrag en imitatie. Echte vooruitgang komt slechts van een kleine elite van visionaire vernieuwers. De democratie is achterhaald omdat ze door haar zoeken naar consensus en gelijkheid de innovatie afremt. Dat roept ongemakkelijke vragen op. Wie bepaalt immers wie zulke visionaire leiders zijn? Wie controleert hen? En wie beschermt de samenleving wanneer de economische, technologische en politieke machten almaar sterker samenkomen in een soort oligarchie?
Die vragen zijn vandaag relevanter dan ooit. De grootste technologiebedrijven beschikken over budgetten die groter zijn dan die van middelgrote landen. Hun platforms bepalen in hoge mate welke informatie miljarden mensen dagelijks te zien krijgen. Hun algoritmen beïnvloeden de publieke opinie, politieke discussies en verkiezingen. Ze worden in de eerste plaats ontworpen om gebruikers zo lang mogelijk vast te houden, niet noodzakelijk om het algemeen belang te dienen. Onderzoek toont duidelijk aan dat ze polarisatie en desinformatie kunnen versterken wanneer dat de emotionele betrokkenheid van gebruikers verhoogt.
Religieuze dimensie
Technologie biedt uiteraard enorme voordelen. Kunstmatige intelligentie, medische innovaties en digitale communicatie hebben de samenleving op tal van manieren vooruitgeholpen. Het zou verkeerd zijn deze ontwikkelingen principieel af te wijzen. Maar even verkeerd is het om te geloven dat de technologische vooruitgang automatisch ook een échte levensverbetering voor iedereen betekent.
Juist daar krijgt het debat een bijna religieuze dimensie. Iedere religie stelt uiteindelijk dezelfde fundamentele vragen: waar komt onze hoop vandaan? Wie of wat zal de wereld redden? Wat is het hoogste goed? Wanneer technologie deze plaats begint in te nemen, ontstaat een seculiere vorm van geloof. Niet God, maar de mens wordt dan de uiteindelijke redder.
Vanuit christelijk perspectief roept dat fundamentele bezwaren op. De Bijbel erkent volop de menselijke creativiteit en wetenschap als goede gaven, maar waarschuwt tegelijk voor menselijke hoogmoed en eigenzinnigheid. De geschiedenis laat immers zien dat dezelfde technologie zowel kan genezen als vernietigen, zowel bevrijden als onderdrukken. Kernenergie kan steden van elektriciteit voorzien, maar ook complete gebieden vernietigen. Kunstmatige intelligentie kan medische diagnoses verbeteren, maar evenzeer worden ingezet voor massale surveillance of militaire toepassingen.
Besloten lezingen
Opmerkelijk is dat Peter Thiel de laatste jaren ook expliciet religieuze thema’s bespreekt. In een reeks besloten lezingen over de antichrist stelde hij dat de grootste bedreiging voor de mensheid niet de technologische vooruitgang is, maar juist de pogingen om de wetenschap en innovatie af te remmen uit angst voor de mondiale risico’s. Zijn interpretatie heeft veel discussie uitgelokt, juist omdat hij klassieke Bijbelse thema’s vermengt met zijn politieke en technologische overtuigingen.
Misschien is dat wel de belangrijkste les. De discussie over AI en Big Tech gaat uiteindelijk over de mens zelf. Hoeveel vertrouwen stellen wij in menselijke wijsheid en integriteit, zeker bij charismatische leiders en ‘genieën’? Wie bepaalt wat vooruitgang werkelijk is? En welke morele grenzen nooit mogen worden overschreden?
Technologie zal onze toekomst ongetwijfeld diepgaand blijven veranderen. Maar de beslissende vraag blijft niet wat technisch mogelijk is, maar wat werkelijk goed is voor de mens. Zonder een moreel kompas kan zelfs de meest indrukwekkende innovatie uitlopen op nieuwe vormen van totalitair machtsmisbruik.
Wie gelooft dat technologie alleen de mens zal redden, legt uiteindelijk een religieuze verwachting bij iets wat daarvoor nooit bedoeld was. Juist daarom verdient het wereldbeeld achter Big Tech minstens evenveel aandacht als de technologie zelf.


