Origineel gepubliceerd in De Tijd.
De AI-race wordt vaak voorgesteld als een wedstrijd tussen slimme modellen. De fysieke machtsopbouw achter artificiële intelligentie blijft grotendeels buiten beeld. Nochtans ligt daar een groot deel van de macht. Woorden als software, cloud en modellen doen AI immaterieel lijken, maar ze verbergen een zware fysieke keten van chips, geheugen, grondstoffen, stroom en water. Wie die keten kan vastleggen, krijgt speelruimte die anderen missen.
Een AI-chip heeft een speciaal soort werkgeheugen nodig: gestapelde geheugenchips vlak naast de rekenchip, zodat die nooit op gegevens hoeft te wachten. Dat geheugen komt uit dezelfde fabrieken als gewoon werkgeheugen voor allerlei toestellen, maar geheugenmakers zetten die fabrieken almaar meer in voor AI. De beschikbaarheid van geheugen staat daardoor onder druk.
Dat voelen ook sectoren die weinig met AI te maken hebben. Amerikaanse sectororganisaties voor auto’s, medische apparatuur en telecom waarschuwden in juni voor hogere prijzen en leveringsproblemen. De voorrang gaat naar klanten die het meeste betalen of zich voor jaren vastleggen.
Europa heeft geen grote producent van werkgeheugen. De voorgestelde Chips Act 2.0 noemt een Europese geheugenfabriek wel als een mogelijk strategisch project, maar een concreet bouwplan is er nog niet.
Grondstoffen
AI heeft grondstoffen nodig, niet alleen voor de chips, maar ook voor de vermogenselektronica en de verbindingen in een datacenter: silicium, gallium, germanium, koper. In ruwe vorm zijn die onbruikbaar. Ze moeten eerst gezuiverd worden. Daardoor ligt de macht vaak meer bij de verwerking van de grondstoffen dan bij de mijn. Dat geldt zeker voor gallium, een bijproduct van de aluminiumverwerking dat onder meer wordt gebruikt in datacenters. China leverde in 2025 ongeveer 99 procent van de primaire productie en beperkt sinds 2023 de export.
De Verenigde Staten hebben eind vorig jaar daarom Pax Silica opgericht, een bondgenootschap rond de volledige keten, van mineralen en energie tot chips. De Europese Unie tekende als blok, en Nederland doet dankzij de chipmachinemaker ASML ook afzonderlijk mee. Maar nieuwe galliumproductie buiten China zal pas de komende jaren echt op gang komen.
Stroom en water
Datacenters gebruiken tegen 2030 naar verwachting ongeveer 3 procent van alle stroom wereldwijd. Een gemiddeld AI-datacenter verbruikt evenveel als 100.000 huishoudens. Eén geplande AI-gigafactory of datacentercluster kan zelfs 1 gigawatt vragen, zoveel als een grote kernreactor levert.
In België is het aangevraagde vermogen van datacenters sinds 2022 bijna negenvoudig gestegen. Voor 2034 is al meer dan dubbel zoveel netcapaciteit gereserveerd als de federale netplannen voorzagen. Bedrijven kunnen al capaciteit reserveren voordat iets gebouwd is, ook als hun project er misschien nooit komt.
In Nederland kocht Microsoft in juni voor 44 miljoen euro 37,5 hectare landbouwgrond bij Middenmeer, pal naast de plek waar de netbeheerder TenneT een nieuw hoogspanningsstation overweegt te bouwen. Het station bestaat nog niet, maar de aanvraag ligt er al. De Nederlandse krant NRC noemde het ‘handdoekje leggen’. Intussen staan in Nederlandse regio’s met een vol net gezinnen en kleine bedrijven in de rij.
Datacenters hebben ook water nodig. In Amsterdam-Zuidoost plant Equinix een datacenter dat jaarlijks tot 1,1 miljard liter drinkwater kan verbruiken. Het project leidde tot Kamervragen over waarom de beschikbaarheid van drinkwater niet vooraf wordt meegewogen bij vergunningen voor grootverbruikers.
Elon Musk
Wie alles goed begrepen heeft, is Elon Musk. Hij heeft meer chips nodig dan de wereld kan leveren. Zijn zelfrijdende auto’s, zijn Optimus-robots en zijn geplande AI-datacenters in de ruimte draaien erop. Volgens Musk volstaat zelfs de maximale productie van de chipfabrikanten TSMC en Samsung niet. Dus bouwt hij de keten zelf, op reuzenschaal en inclusief de energieopwekking.
In Texas plant Musk Terafab, een complex van zo’n 1.300 voetbalvelden groot. Met Terafab probeert hij bijna alles zelf te doen. Het zal chips ontwerpen en produceren, het geheugen maken en alles verpakken tot een werkende AI-chip. Terafab zal ook zijn eigen stroom opwekken met gascentrales en batterijen op het terrein, en zijn water halen uit een stuwmeer in de streek. In de wachtrij voor stroom hoeft het dan niet te staan, wat het publieke net zelfs kan ontlasten.
Er blijven wel afhankelijkheden. Ook met een eigen fabriek blijft Musk een groot deel van zijn rekenhardware bij anderen kopen, en het aardgas voor de centrales komt van elders. De EUV-machines die nodig zijn voor de productie van de meest geavanceerde chips komen van het Nederlandse ASML, dat er nu nog een monopolie op heeft. Toch wordt Terafab, als het lukt, waarschijnlijk de meest volledige fysieke AI-keten op één plek ter wereld.
Wie krijgt voorrang?
Terafab en Pax Silica tonen een andere wedstrijd dan die tussen slimme modellen: wie kan de fysieke keten vastleggen? Vandaag gaat schaarse capaciteit vooral naar wie kan betalen, vroeg reserveert en groot genoeg is.
Overheden beginnen bij te sturen, maar voorlopig fragmentarisch. Het voorgestelde Europese label voor datacenters maakt hun energie- en waterverbruik zichtbaar. De netbeheerder Elia wil speculatieve aanvragen weren. Nederland gaat verder: bij een vol net krijgen ziekenhuizen en andere vitale functies voorrang. Bij chips grijpt Europa pas in wanneer een crisis is uitgeroepen. De Europese Chips Act laat de Commissie dan toe bepaalde fabrikanten te verplichten kritieke sectoren voorrang te geven.
De grote vraag blijft dus overeind: wie houdt nog toegang tot chips, geheugen, grondstoffen, stroom en water, als de sterkste spelers steeds meer van die keten voor zichzelf vastleggen? Musk kan de wachtrij verlaten. De meeste anderen niet.


