Een parlementaire gebedslunch: is de scheiding vankerk en staat nu bedreigd?

Origineel gepubliceerd op Doorbraak.

Op 4 september brak een klein relletje los in de Franstalige media. Alle Belgische parlementsleden hadden namelijk een uitnodigingsmail gekregen voor een ‘parlementaire gebedslunch’ op 21 oktober, en het Centre d’Action Laïque (CAL) – de Franstalige vrijzinnigheid – reageerde daar prompt op dat de scheiding van kerk en staat in gevaar was en de democratie bedreigd. Er verschenen verontruste artikels in Le Vif, La Libre, RTBf, Le Soir, en later ook meer gebalanceerde artikels in CathoBel en (als enige Nederlandstalige) Otheo.

Waar draait die commotie om? Mogen parlementsleden niet uitgenodigd worden voor een evenement met een gelovige strekking? Vanwaar die paniek? Even wat toelichting: het initiatief gaat uit van een werkgroep die inderdaad christelijk – in ruime zin – geïnspireerde politici wil bijeenbrengen om gedachten uit te wisselen over de relatie tussen ‘politiek en geloof’. De spreker vorige keer was Joachim Coens, nu Koen Geens, ex-minister. Is dat verboden in ons land? Nee, maar het blijkt voor sommigen wel een hardnekkig taboe.

Apart maatschappijbeeld

Dat is nochtans allesbehalve een nieuw initiatief: op 2 oktober 2025 vond al een eerste gebedslunch plaats in de Club Prince Albert in Brussel. En de inspiratie hiervoor komt van het European Prayer Breakfast dat in het Europees Parlement al 25 jaar plaatsvindt – niemand die daar ooit tegen protesteerde. Het allereerste National Prayer Breakfast startte reeds in 1953 in de VS, onder leiding van president Eisenhower en sindsdien heeft elke president eraan deelgenomen. Het initiatief vindt vandaag bovendien in een honderdtal landen plaats. Waarom dan de hetze in België? Is de scheiding van kerk en staat daarmee geschonden? Uiteraard niet.

Maar de vrijzinnigheid heeft wel een apart maatschappijbeeld voor ogen: ze wil een strikt secularisme, en dus liefst elk spoor van religie verwijderen uit de publieke sfeer. De meerderheid van de bevolking – 50 à 55 procent – definieert zich nog als ‘christelijk’, maar zou toch niet meer mogen praten over wat zij belangrijk vindt? Pluralisme betekent toch dat er vrijheid van meningsuiting en van vergadering is voor élke visie? De vrijzinnigheid is in ons land een levensbeschouwelijke minderheid – minder dan 10 procent – maar bepaalt de facto de regels: alle meningen mogen geuit worden behalve religieuze: die mogen alleen in een apart hokje – kerk en privé. Gandhi, Socrates en 101 andere wijzen mogen in het parlement geciteerd worden, maar Jezus of Mozes niet. Wat zij misdaan hebben …?

Beschermd

De discussie gaat niet over de scheiding van kerk en staat op zich: ook gelovigen willen dat, want Gods Koninkrijk is van een heel andere orde dan het – vaak laag-bij-degrondse – politieke gekonkel. En bovendien moet ook de kerk soms tegen (de opdringerige inmenging van) de staat beschermd worden. Maar hoe vul je die scheiding in? Als een betonnen muur met prikkeldraad, zoals de Berlijnse Muur vroeger? Of als een vriendelijk haagje tussen twee goede buren? Is de kerk echt een vijand van de staat en een bedreiging?

Het is niet toevallig dat deze kleine mediastorm in het Franstalige landsdeel opdook: de laïcité in Frankrijk is zeer actief en militant. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de Franse Revolutie (1789) die gepoogd heeft de kerk en het christendom met wortel en al – en met veel bloedvergieten – uit te roeien.

Het lijkt of die wonden nooit genezen zijn in Frankrijk: het trauma wordt integendeel constant herhaald en vernieuwd: alsof de ‘dominante’ kerk vandaag nog altijd het grootste gevaar vormt voor de democratie. Een gelovige mening uiten wordt voorgesteld als ‘geloof opdringen’ of ‘religieuze dogma’s opleggen’. Het leidt tot ‘allergische’ reacties, een irrationele reflex – zoals hierboven. Maar als de wonden na 250 jaar nog altijd even pijnlijk zijn, is er iets anders aan de hand. Laïcité kan ook dominant en intolerant zijn.

Monddood

In Angelsaksische of Scandinavische landen kent men die vijandigheid namelijk niet: kerk en staat zijn er elkaars partner, maar wel onderscheiden natuurlijk. Het is mijns inziens veel gezonder en gebalanceerder. De kerk en gelovigen hebben véél te bieden aan de maatschappij: een rijke traditie van menslievendheid, hoge morele standaarden, zorg voor de zwakken, emancipatie, sociale inzet …

Ja, ook in de wetenschap en alle sectoren van kunst en cultuur heeft de christenheid een enorme bijdrage geleverd, zonder welke Europa niet zou zijn wat het nu is. Het is kunstmatig en krampachtig om alle religieuze verwijzingen te willen weren: waar is men bang van? Gaat een ‘cordon sanitaire’ rond God en geloof onze wereld echt humaner maken? Veel maatschappelijk kapitaal wordt op die manier verkwanseld of monddood gemaakt.

Het principe van scheiding van kerk en staat wordt door vrijzinnigen – onuitgesproken – uitgebreid naar de scheiding van geloof en maatschappelijk leven, en dus misbruikt om gelovigen te muilkorven. Gelovig zijn wordt geproblematiseerd, en niet-geloven voorgesteld als ‘neutraal’ – terwijl er op levensbeschouwelijk vlak geen neutraliteit bestaat.

Het is voor een gelovige toch lógisch dat zijn geloof verbonden is met zijn werk en zijn maatschappelijke inzet, ja, dus ook met een politiek engagement. Of moet hij schizofreen worden en op een ‘goddeloze’ manier aan politiek doen?

Geloof is een enorme inspiratiebron. De Bijbel bevat zeer rake ideeën en profetische teksten over rechtvaardige politiek, integer leiderschap en tegen machtsmisbruik. In het verleden hebben diepgelovige politici enorme bergen verzet: William Wilberforce tegen de slavenhandel in het VK, Abraham Lincoln tegen de slavernij in de VS, Robert Schuman voor verzoening en eenmaking van Europa na de Tweede Wereldoorlog …

Bij het recente pausbezoek in Frankrijk onderstreepte Leo XIV op een rustige en vriendelijke manier: ‘Echte seculariteit (‘la juste laïcité’) houdt niet in dat religie uit de openbare ruimte of het onderwijs wordt uitgesloten, maar dat ernaar wordt gestreefd dat de staat en religieuze instellingen met elkaar in dialoog treden en hun krachten bundelen ten dienste van het algemeen welzijn, opdat de wereld leven mag hebben.’ Ach, er is al genoeg polarisatie in deze tijd. Kunnen we a.u.b. met een open vizier naar elkaar kijken?